Consolideren van de woordenschat!

Consolideren van de woordenschat!


Consolideren, wat is dat eigenlijk?

Het is het oefenen en herhalen van de aangeboden woorden met als doel te woorden te verankeren in het netwerk van het brein van jouw leerlingen.

Woordenschat is namelijk niet iets wat altijd vanzelf komt. Woordenschat is een belangrijk taalonderdeel wat je kunt ontwikkelen. E
en goede woordenschat is noodzakelijk voor begrijpend luisteren en lezen in onze talige maatschappij.

Woorden leren, hoe gaat dat?

Ieder woord wat aangeboden wordt aan je brein is een label (= het woord).
Bij ieder label leer je een concept (=betekenis van het woord).
Dit samen leer je vervolgens categoriseren en plaatsen in een uitgebreid netwerk.

Hoe uitgebreider je netwerk, hoe beter je taal kunt begrijpen en gebruiken.
Het is dus van groot belang dat woordenschat wordt ontwikkeld vanaf jonge leeftijd.

 

 

Kinderen hebben een basiswoordenschat nodig van ca 6000 woorden om vanaf dat punt zelfstandig en redelijk moeiteloos hun taal- en leesvaardigheid te laten groeien.
De rode lijn toont de optimale situatie. Kinderen komen met een goede basis de school binnen, bereiken het kantelmoment naar snelle groei rond hun 8e jaar (groep 4) en verrijken hun woordenschat daarna snel doordat ze goed en steeds beter gaan lezen.

De groene lijn laat zien wat er gebeurt als een kind al met achterstand binnen komt.

De reguliere onderwijsmethodes zijn vaak niet voldoende om die achterstand op tijd weg te werken. Deze kinderen bereiken het kantelpunt pas op latere leeftijd en de groei naar beter lezen en meer woordenschat blijft ook daarna achter op de rest.

Kortom, deze kinderen halen hun schade bijna niet meer in.

 

Bron: Powerpoint van Martha Augusta Geerts
via Bibliotheek op school.nl

Dit schreef een volger op mijn Facebookpagina als reactie op bovenstaand citaat:

 

De reguliere methodes zijn gewoonweg niet voldoende. Deze kinderen moeten echt een gestructureerd aanvullend woordenschat aanbod hebben van +- 70 woorden per week om een kans te maken om aan te haken op de reguliere basisschool. De schade is in te halen maar daar moet echt goed onderwijs aan te pas komen.

 

Aurora Smit de Groot, leerkracht onderbouw op Neveninstroomproject de Globe in Vlaardingen.

Een gestructureerd taalbad dus!

Maar hoe doe je dat op een goede en doordachte manier?

Gebruik de viertakt van Verhallen

De viertakt is een aanpak om woorden aan te bieden en hiermee de woordenschat te ontwikkelen.
Deze komt voort uit de onderzoeken en de daarop gebaseerde boeken “met woorden in de weer” geschreven door Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Zij zijn tevens de ontwikkelaars van de methode LOGO3000.

Over de viertakt voor het woordenschatonderwijs schreef ik al eerder een artikel, lees hier de stappen uitgebreider beschreven.

De viertakt in het kort:

  1. Voorbewerken
  2. Semantiseren (met de vier ui-tjes: uitbreiden, uitleggen, uitbeelden en uitspreken)
  3. Consolideren
  4. Controleren

 

1. Voorbewerken

Bij de voorbewerking gaat het erom leerlingen te motiveren voor het aan te leren woord, creer betrokkenheid en aandacht, verzin een pakkende start.

 

2. semantiseren

Je gaat uitbreiden, uitleggen, uitbeelden en uitspreken.

Snel semantiseren

Dit is het verduidelijken van de betekenis van het woord. Je kunt dit doen door te labelen, snel een woord toevoegen aan een voorwerp of plaatje. “Kijk dit is een bal” maar je kunt nieuwe woorden ook uitgebreider semantiseren met de drie uit-tjes. Bij kleuters doe je dit vaak tussendoor.

Uitgebreid semantiseren

Dit doe je bij de woorden die echt nieuw of belangrijk zijn voor een tekst, begrip van een thema of boek.
Je wilt een nieuw label met bijbehorend concept bieden aan de leerling en je wilt het woord plaatsen in het juiste netwerk van de kinderen.

Dit doe je door uitbeelden, uitleggen en uitbreiden tijdens jouw ” 2 minutes of fame”.
Jij bent 2 minuten alleen aan het woord, zo ontstaat er geen kans dat kinderen concepten of labels gaan noemen die niet ter zake doende zijn.
Kinderen met een zwakker taalgevoel kunnen hierdoor niet het verkeerde concept opslaan.
De vierde ui van uitspreken, die voegen wij in het cluster 2 onderwijs altijd toe. De juiste uitspraak van een woord, zeker met moeilijke klankclusters is erg belangrijk.

Om woorden en hun betekenis visueel te maken wordt gebruik gemaakt van grafische modellen:

3. Consolideren

In deze fase ga je oefenen en heel veel herhalen. Dit doe je met spelletjes, drama, liedjes en versjes. Maar ook met puzzels, omschrijvingen en kritisch luisteren of kijken naar een woord. Omdat dit heel vaak door de dag heen moet gebeuren zijn hiervoor veel spelvormen erg belangrijk.

Hert is bewezen dat een leerling een woord minimaal 7 keer moet horen, bij taalzwakke kinderen kun je dit met gemak verviervoudigen!

Het woord moet in een netwerk komen en al die netwerken worden langzaam maar zeker met elkaar verbonden.

Voor dit consolideren zijn spelvormen erg belangrijk. Al die momenten tussendoor, dat je even tijd over hebt, bij leswisselingen in de hogere groepen of veranderingen van activiteit in de onderbouw zijn ideaal om snel even te consolideren vanaf de woordmuur.

4. controleren

Ook dit kan door middel van spelvormen. Dit heeft mijn voorkeur in de onderbouw, maar je kunt natuurlijk ook door middel van methodische testen of toetsen controleren.

Zie je bij het controleren dat een woord er niet helemaal is blijven hangen, ga dan terug naar de fase van consolideren of semantiseren, bekijk per keer wat nodig is.

Gratis download met 48 spelvormen

Speciaal voor het consolideren heb ik een 48 spelvormen van het internet gehaald en op papier bij elkaar gezet.

Het is een samenvoeging van meerdere bronnen. Deze spelvormen heb ik in een tabel  gezet zodat je ze makkelijk kunt lamineren en tot kaartjes kunt snijden.

Stop de kaartjes in een klein doosje en zet dit op je bureau in het zicht of stop ze in een leuke grabbelpot. Laat de kinderen een kaartje grabbelen of kies er zelf een en vul die tussendoormomenten met een consolideeroefening.

Deze spelvormen zijn ook heel goed te gebruiken bij het controleren.

Download hier de 48 spelvormen voor consolideren.

 

In een ander artikel meer over de woordenmuur, het waarom en het gebruik ervan in je klas.

 

Consolideer jij vaak genoeg je themawoorden?

Effectief Woordenschatonderwijs, hoe doe je dat?

Effectief Woordenschatonderwijs, hoe doe je dat?

Woordenschatonderwijs, dit is toch wel een van de leerlijnen in het basis en speciaal onderwijs waar heel veel online over vinden is. Wil je werken met een methode, een methodiek of vanuit de beleving van kinderen? Wat is wijsheid en wat werkt? Woordenschatonderwijs is vaak ondergeschoven bij een taalmethode, maar met een goede woordenschat ben je meer verzekerd van succes in jouw schoolloopbaan. Taalzwakkere kinderen pikken die woordenschat niet vanzelf op, het moet intentioneel worden aangeboden, maar hoe doe je dat dan? Wat werkt en hoe doe ik het zelf in mijn praktijk in het cluster 2 onderwijs? Ik ging snuffelen op het internet en vond ook nog een paar interessante links. Lees hier verder.              
Woordenschatonderwijs, wat werkt?

Woordenschatonderwijs, wat werkt?

Woordenschatonderwijs, Wat werkt en wat niet?

Woordenschatonderwijs, dit is toch wel een van de leerlijnen in het basis en speciaal onderwijs waar heel veel online over vinden is.

Wil je werken met een methode, een methodiek of vanuit de beleving van kinderen?

Wat is wijsheid en wat werkt?

 

Op de site van Taalunieversum.org vind ik het volgende:

Als het gaat om de vraag wat werkt in het woordenschatonderwijs, bestaat er in ieder geval overeenstemming over de volgende punten:

  1. Een beetje woordenschatinstructie is voor alle leerlingen beter dan geen woordenschatinstructie (Graves, 2006).
  2. Woorden worden het beste verworven wanneer ze in een betekenisvolle context en in samenhang met andere woorden worden aangeleerd (o.a. Graves, Verhelst, M., 2002).
  3. Taalleerders zijn voortdurend onbewust bezig met het uitbreiden van hun woordenschat (impliciet leren). Maar voor taalzwakkere leerlingen is dat niet genoeg, bij hen zal ook het bewust leren van woorden gestimuleerd moeten worden (expliciet leren) (o.a. Van Daalen-Kapteijns e.a., 2001).

In mijn eigen praktijk binnen het cluster 2 onderwijs (Onderwijs voor Taalontwikkelingsstoornissen) zie ik zowel impliciet als expliciet woordenschatonderwijs terug. 

Wij bieden woorden aan vanuit een betekenisvolle context (impliciet) en worden hierbij geholpen door de methode LOGO3000 in de kleutergroepen en de methode Staal inde groepen 4-8. 

In de groepen 3 werken we met Veilig Leren Lezen. Dit zijn dus alle drie methodes die werken met thema’s, die wij in de praktijk zoveel mogelijk concreet aanvullen met thematisch aanbod zodat het woordenschataanbod  betekenisvol wordt.

 

  • Bij een methode als LOGO3000 hebben we dit zelfs zo georganiseerd dat onze eigen thema’s leidend zijn voor de volgorde van aanbod. Geen slaafs volgen van de methode, maar bewust kiezen voor woordclusters die passend zijn bij het leerstofaanbod in de klas.
  •  Bij de methode Staal en Veilig Leren Lezen wordt de lijn van de methode wel gevolgd en worden woordenlijsten extra aangevuld met de methodiek van “Met woorden in de weer”. (Expliciet)

Met woorden in de weer“wordt bij ons op school ingezet als extra methodiek die wij bij visualisering van gesprekken door middel van leeslessen, mindmaps, woordvelden en woordmuren gebruiken.
De leerkracht kiest uit het aanbod zelf de labelwoorden uit en verwerkt die verder in woordtrappen, woordparachutes, woordkasten, mindmaps of leeslessen. (Expliciet)

Op de site van Taaluniversum.org lees ik verder dat een combinatie van impliciet en expliciet woordenschatonderwijs het meest effectief is voor vooral taalzwakke kinderen:

Er zijn samengevat twee manieren om te kijken naar woorden leren:

  1.  Incidenteel vs. intentioneel
  2. impliciet (indirect) vs. expliciet (direct)

Op basis hiervan onderscheiden Verhallen & Verhallen (2003) vier vormen van woordenschatonderwijs:

 

  1. Incidenteel-indirect
    alle talige activiteiten waarbij leerlingen toevallig nieuwe woorden tegenkomen en zich de betekenis ervan onbewust eigen maken;

  2. Incidenteel-direct
    momenten waarop toevallig een onbekend woord gebruikt wordt, waarna dat wordt aangegrepen om er een expliciet leermoment van te maken;

  3. Intentioneel-indirect
    de leerkracht heeft van te voren nagedacht over doelwoorden, en gebruikt deze in een context zonder er expliciet aandacht aan te besteden. Leerders leren de woorden onbewust.

  4. Intentioneel-direct
    echte woordenschatoefeningen waarbij zowel leerkracht als leerling doelgericht bezig zijn met het leren van nieuwe woorden.

Bij mij in de praktijk ( groep 2) resulteert dit in de volgende practische aanpak die , zo blijkt uit bovenstaande, intentioneel-direct kan worden genoemd:

Wij starten elke week met minimaal 1 prentenboek of voorleesverhaal.

  1. Wij kiezen bij het aangeboden thema de passende woordclusters en praatplaten van LOGO3000
  2. Wij kiezen labelwoorden uit die we selecteren vanuit de aangeboden prentenboeken/verhalen of groepsgesprekken en verzamelen deze op de woordenmuur in diverse verzamelvormen (web, parachute, trap of kast).
  3. Wij oefenen vervolgens de woorden van de woordenmuur en LOGO3000 met dagelijkse consolideeroefeningen.
  4. Wanneer er nieuwe woorden vanuit gesprekken naar voren komen, gebruiken we die ook en voegen ze toe aan de woordenmuur.

Drama, muziek, fonemisch bewustzijn en begrijpend luisteren wordt  tijdens de consolideeroefeningen ingepast.  Zelf vind ik de methodiek van “Speel je wijs, drama en woordenschat” hierbij een erg goede aanvulling.

Wil je meer over de methodiek van “Speel je wijs” lezen, kijk dan hier.

Wij zijn een taalschool, en dit mag dus ook gezien worden in ons aanbod. De dagelijkse strijd blijft echter wel…..wanneer kom ik toe aan mijn overige lesaanbod? Woordenschat is en blijft de basis van al het leren. Zonder woordenschat geen begrijpend lezen, wat toch noodzakelijk is voor al het verdere leren.

 

Nu is mijn vraag aan jou:

 

 

 

Hoe bied jij woordenschat aan?

Gebruik je er een methode voor? En hoe pas jij het toe in jouw dagelijkse praktijk?

Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Wat is LOGO3000?

In LOGO3000 zijn alle 3000 bakwoorden van de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters uitgewerkt. Dit zijn meteen alle woorden die kinderen moeten kennen wanneer ze de overstap naar groep 3 maken. Onderzoek laat zien dat de kennis van deze woordenlijst in de kleuterleeftijd, een voorspeller is voor het begrijpend lezen in groep 3.

Maar 3000 woorden is wel erg veel!!
Deze methode bied je handvatten om woordenschatuitbreiding als een routine in te zetten in je groep. Het is een soort voorraadkamer waar je uit kunt putten. Dus weg met alle zelf geknutselde woordclusterkaarten en woordwebben. LOGO3000 heeft dit allemaal keurig op stevig papier gezet, met prachtige kleuren en goed uitgewerkt volgens de BAK lijst.

Hoe werkt het?

Het materiaal is misschien nieuw maar de uitwerking kennen de meesten van jullie waarschijnlijk al van Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Hun aanpak “Met woorden in de weer” is in LOGO3000 volledig terug te vinden. Niet zo heel gek trouwens, want de dames zijn (mede)auteur van deze methode.
Eigenlijk is het geen methode maar basismateriaal dat leerkrachten en leidsters meteen kunnen inzetten voor dynamisch woordenschatonderwijs.
De methode heeft drie delen:

  1. Peuters : aanbod van 500 woorden.
  2. Groep 1:  aanbod van 1000.
  3. Groep 2:  aanbod van 1500 woorden.

Voor het overzicht is er gebruik gemaakt van vier tijdvakken (Herfst, winter, lente, zomer). Verder zijn de woorden gegroepeerd in logische clusters. Zo wordt het haalbaar om meerdere woorden in een keer aan te bieden. Dit zorgt voor een goede netwerkopbouw bij het kind.

Er wordt gewerkt volgens de bekende viertakt van Verhallen.

  1. Uitleggen/uitbeelden (korte uitleg per woord met eventueel materiaal erbij of uitbeelden).
  2. Voorbewerken en semantiseren (kort stukje waarin jij in een verhaaltje de woorden herhaald aanbiedt, de kinderen mogen een paar minuten niet inbreken).
  3. Interactieve verwerking (kinderen mogen nu reageren en jij stelt vragen, kinderen mogen aanhaken en het woordconcept wordt uitgebreid met reeds bekende woorden).
  4. Consolideren en controleren(je gaat in activiteiten, liedjes of andere momenten van die dag proberen om de woorden te verankeren in de woordenschat van de kinderen en je controleert ook af en toe op een speelse manier of woorden nu bekend/gekend zijn).
    Het handigste is het cluster steeds als routine in de eerste ochtendkring aan te bieden, zodat je nog de rest van de dag hebt om te consolideren en te controleren.

Achtergrond:

Woordenschat is iets wat vaak logischerwijs en bijna vanzelf gaat. Behalve wanneer er in de thuissituatie een andere taal wordt gesproken dan op school of wanneer er een arm taalaanbod is thuis, of wanneer taal leren gewoon niet vanzelf gaat zoals bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dan zul je in het onderwijs explicieter aandacht moeten gaan besteden aan het vergroten van de woordenschat van die kinderen.
Woordenschat is gekoppeld aan kennisopbouw. Een woord is niet alleen een etiket, woorden spelen ook een essentiële rol in het denken, woorden worden woordconcepten. Een pakketje kennis rondom dat woord dus.
Kinderen vergaren in de kleuterleeftijd steeds meer woordconcepten die ook weer in verschillende woordnetwerken samen komen.

woordenschatwoordlabel =                             Neus
woordlabel+woordconcept=  neus+ruiken, snuiten, 2 gaatjes, lichaamsdeel
netwerkstructuur=                   lichaamsdeel is ook mond en kin. uit de neus komt  snot wanneer je snuit maar je   kunt er ook mee ademen en ruiken

Als het goed gaat is dit uitgebreide kennisnetwerk een basis voor verder leren. Later worden bijvoorbeeld woorden als geur of  kaak sneller aangehaakt bij het al eerder bekende netwerk rondom neus.

 

Wat voor materialen horen er bij LOGO3000?

  • Handleiding voor de leerkracht (ook digitaal in de software terug te vinden)
  • Map met woordwebben/clusters
  • Map met praatplaten
  • Map met speel/werkbladen en CD’s
  • Woordkalender voor op je bureau (Hier vind je de woorden die niet echt bij een cluster horen maar die tussendoor aan bod moeten komen zoals terwijl, tenzij, intussen, enz.)
  • Ophangsysteem voor woordwebben/clusters
  • Digitale software (zeer uitgebreid) Ook vanuit thuis te benaderen!!

Volgens de makers van LOGO3000 kan ieder kind een goede woordenschat opbouwen, mits het aanbod rijk en gevarieerd is, zowel op  school als thuis.
Taalontwikkelingsstoornissen blijken ook gebaat te zijn met veel herhaling van aanbod op allerlei manieren.En daar ligt soms het probleem, het aanbod,  daarom moet er op school bewuster aangeboden worden.
LOGO3000 is dan voor ons het perfecte hulpmiddel.

 

 

Voorbeeldpagina van de woordkalender

Voorbeeld van een woordcluster

Voorbeeld van een speelscherm in de digitale oefensoftware

7 x WAT vind ik zo fijn aan LOGO3000?

  1. Je moet deze methode niet zien als een vaste planning maar meer een vaste routine. Je kunt de clusters, woordwebben en praatplaten aanbieden op volgorde van de vier katernen maar dan vind ik dat je hier ook een beetje je thema’s op moet aanpassen. Ik heb het al eens eerder gezegd, het kind heeft kapstokken nodig voor de taal die je aanbied. Je kunt geen woordcluster over huisdieren aanbieden wanneer je het daar die dag of week verder helemaal niet meer over gaat hebben. Er moet een herkenning zijn. Daarom hebben wij alle clusters door elkaar ingedeeld, passend bij ons thema-aanbod. Dat is natuurlijk wel even een hele puzzel, maar je profiteert hier weer van in de jaren daarna.
  2. Wij hebben er ook bewust voor gekozen om sommige clusters over te slaan, wanneer ze niet in de thema’s van dat jaar passen. Wanneer je als leerkracht dit helder voor ogen hebt kun je deze woorden eventueel een keer tussendoor aanbieden wanneer de situatie zich voordoet. Ik vind zelf dat je hier flexibel in kunt en moet zijn bij kleuters. Het is een hulpmiddel, geen strak keurslijf.
    Voorbeeld: je biedt de clusters rondom ziek zijn niet  aan bij een thema (omdat je dat thema dit jaar niet aanbied) maar tussendoor wanneer er iemand ziek is.
  3. Het materiaal is mooi om te zien, voelt stevig aan en spreekt de kinderen goed aan. De woordwebben zijn mooi en groot, de praatplaten zitten in een handige sta-map en de woordkalender past prima op je bureau.
  4. Bij elk cluster vind je een leerkrachtkaart met daarop, per onderdeel van de viertakt, uitleg en voorbeelden om het cluster aan te bieden. Tips en adviezen, handige hulpmiddelen en benodigdheden kun je op een handige kaart (2 x A4) snel en overzichtelijk even van tevoren doornemen. Zo kun je heel snel voorbereiden en het is makkelijk door te geven aan duocollega’s of invallers. Ander voordeel is dat alle collega’s dezelfde routines gebruiken voor het woordenschatonderwijs. Herkenning geeft altijd een beter leereffect.
  5. Er zit prachtige digitale software bij die je op school op het digibord maar ook individueel kunt aanbieden. Er zit een goed leerlingvolgsysteem bij waarin je precies kunt lezen wat jouw kinderen hebben gedaan en hoe ze hebben gescoord. Dit kan ook via een app op de iPad. Ook kun je licenties nemen voor thuisgebruik. Jij zet de clusters en praatplaten klaar die de kinderen moeten oefenen in die week. Voor de kinderen is er keuze uit een aantal spelvormen met de woorden van die week.
  6. Het is nu ook mogelijk om toetsen klaar te zetten voor je leerlingen of per leerling individueel om te kijken in hoeverre  ze de geleerde woorden beheersen.
  7. Er zit een complete handleiding bij met gebruikerstips maar ook om ouderavonden te organiseren over het gebruik van LOGO3000 in de klas en over hoe dit thuis verder opgepakt kan worden.

Wat moet en wat niet?

Het standaardaanbod bij peuters is 1 woordcluster, 1 praatplaat en 3 kalenderwoorden per week.
Het standaardaanbod voor groep 1 en 2 is 4 woordclusters, 1 praatplaat per 2 weken, 1 tot 3 kalenderwoorden per week.
Dit werd in het eerste jaar bij ons op school als vrij belastend ervaren. Is er dan nog wel tijd voor muziek, versjes, prentenboeken en andere kleuteractiviteiten.
De valkuil is dat je vaak denkt dat alles wat je aanbiedt ook meteen gekend moet zijn. Maar het gaat om het aanbod, de opname volgt daarna pas. Dat kan zelfs een aantal dagen of zelfs weken erna zijn. Daarom hangen wij de clusters van de week ervoor ook nog op  in de gang, zodat ze nog niet helemaal weg zijn. De clusters van de actuele week hangen in de klas op een vaste plaats.
Het is volgens ons dus geen methode maar een routine,  met alle handigheid van een methode maar de voordelen van flexibel gebruik.

Hieronder vind je de link naar de downloadknop van ons schema zoals wij dat hebben ingezet in groep 2. Logo 3000 is hier ingepast in ons thematisch aanbod van het schooljaar. met daarnaast de mogelijke projecten van de Kleuteruniversiteit, NMG en extra prentenboektitels. We hebben in de loop van dit schooljaar hier en daar weer wat aangepast. Zodra er een nieuwe versie is zal ik die hier toevoegen.

Wil je meer weten ga dan naar de website van LOGO3000 of stel je vragen aan mij via mijn facebookpagina.

Wij zijn fan…en jij?

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest