Geen Resultaten Gevonden
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Marcel van As is onderwijsadviseur bij Edux en geeft als expert regelmatig inspiratiesessies rondom de aanpak: Close Reading.
Marcel heeft daarnaast onder meer als leerkracht gewerkt op een cluster 2 school in Goes.
In deze podcast deelt hij zijn visie op Close Reading en geeft hij antwoord op een aantal van mijn vragen. Want hoe kun je TOSleerlingen optimaal betrekken bij de Close Reading sessies?
“Begrijpend lezen is geen vak!
Het is een integratieve vaardigheid die ook nog eens heel complex is. De wereld kunnen begrijpen is heel erg belangrijk.
Zoals Paulo Freire al zei: “Laten we de kinderen niet leren om het woord te lezen, maar om de wereld te lezen. (vrij vertaald)
En dat is voor mij nog steeds wel een belangrijk motto!”
Sinds januari 2020 werkt Marcel als onderwijsadviseur. Daarvoor was hij directeur op een basisschool in Middelburg.
Zijn kennis en interesse van en voor TOS leerlingen stamt uit zijn tijd daarvoor. Hij heeft bijna 9 jaar als leerkracht en later als teamleider gewerkt binnen het cluster 2 onderwijs bij de koninklijke Aurisgroep in Goes.
In 2012 behaalde hij zijn Master’s degree in ecologische pedagogiek.
Marcel is bereikbaar via zijn Linkedinprofiel
Aan het eind van het gesprek heeft Marcel een aantal prachtige tips. Specifiek voor leerkrachten met taalzwakke leerlingen in de klas deelt hij mooie adviezen. Maar voor de ambulant dienstverleners en begeleiders van leerlingen met een TOS die luisteren heeft hij ook een aantal praktische adviezen.
Close Reading en TOS, gaat dat samen? Hoe hou je leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand of zwakke lezers actief betrokken bij de diverse sessies? Lees er meer over in mijn uitgebreidere artikel Close Reading en TOS.
Seizoen 1, Aflevering 8 | 44 min
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl
Alweer geruime tijd geleden volgde ik een studiedag op het PICA congres over Close Reading. Dit is een aanpak om te werken aan dieper tekstbegrip via begrijpend lezen. Vanaf dat moment was ik erg benieuwd naar ervaringsverhalen in de klas, en dan met name natuurlijk bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of leerlingen met een zwakke taalvaardigheid of leesproblemen.
Zelf heb ik Close Reading een aantal keer kunnen toepassen in een kleutergroep binnen het cluster 2 onderwijs, maar liep hier regelmatig tegen obstakels aan zoals een zwakke woordenschat of een gebrek aan metacognitie (nadenken over taal) bij mijn TOS leerlingen. Het werd soms al snel te auditief. Door oplossingen zoals visualiseren met digitale tools als mindmaps en afbeeldingen op het digibord was er vaak wel een oplossing te vinden.
Mijn interesse voor Close Reading is vanuit mijn werk als ambulant dienstverlener opnieuw aangewakkerd.
Vragen als : “Hoe betrek ik de TOSleerling actief bij de Close Readinglessen” hoor ik steeds vaker terug.
In dit artikel vertel ik je nog eens kort wat Close Reading is, wat de kenmerken zijn van deze aanpak en wat de meerwaarde kan zijn van het gebruik van deze aanpak.
Draagt Close Reading echt bij tot dieper tekstbegrip en wordt begrijpend lezen hiermee een feestje? Telt dat ook voor kinderen met een TOS?
In dit hele artikel noem ik trouwens steeds de TOSleerling. Interpreteer dit vooral zo breed mogelijk. Je kunt hiervoor ook steeds een leerling voor ogen nemen met een zwakke leesvaardigheid of een leerling met een taalachterstand. Ook zij hebben vaak problemen met woordenschat of de metacognitieve vaardigheden.
In mijn podcast: TOS en de digitale wereld; seizoen 1, aflevering 8, heb ik een gesprek met Marcel van As.
Hij is onderwijsadviseur bij Edux en specialist op het gebied van Close Reading.
Daarnaast heeft hij onder meer zelf een aantal jaren gewerkt als leerkracht in het cluster 2 onderwijs. Hierdoor kan hij de koppeling tussen TOS en Close Reading maken vanuit eigen praktijkervaring.
In de speciale Podcast aflevering gaat hij dieper in op de mogelijkheden van Close reading en de valkuilen die je kunt tegenkomen als leerkracht wanneer je leerlingen met een TOS actief wilt betrekken bij de Close Reading lessencyclus. In dit blog zal ik ook een aantal inzichten van hem delen.
Close Reading is een specifieke vorm van begrijpend lezen, afkomstig uit de Verenigde Staten, en stamt uit 2012. Het is een vorm van verdiepend lezen. In het kort kun je zeggen dat je drie keer aan de slag gaat met een tekst om dieper begrip te krijgen.
Nederland is in Europa het enige land wat begrijpend lezen als een apart vak op het rooster heeft staan. Nergens in Europa worden leesstrategieën apart geoefend zoals in Nederland.
Toch laat Nederland geen betere resultaten zien op het gebied van begrijpend lezen ten opzichte van de omringende landen. Hoe kan dit?
Begrijpend lezen is eigenlijk de basis voor alle vakken. Vooral zaakvakken drijven op het niveau van begrijpend lezen. Lukt het leerlingen niet om een tekst te begrijpen, te doorgronden, dan vallen de vele zaakvakteksten ook niet op hun plek.
Complexere teksten, verdiepende teksten, zoals die bij zaakvakken vaak te vinden zijn, lenen zich heel goed voor de aanpak van Close Reading. Deze aanpak werkt namelijk het beste bij teksten die complex, uitdagend, aansprekend zijn en meerdere lagen bevatten.
Kees Vernooij noemt begrijpend lezen een cruciale vaardigheid voor het leven. Volgens hem geeft deze aanpak aan scholen de handvatten om leerlingen een vaardigheid voor hun schoolloopbaan en het leven bij te brengen.
Wil je meer lezen over hoe je zaakvakken kunt linken aan taalonderwijs en andersom, lees dan ook mijn blog over het boek Rijke taal. En bekijk ook eens het informatieve boek van Marianne Verhallen en Wim van Beek: Taal, een zaak van alle vakken.
Dit boek is te koop via uitgverij Couthino. Op hun website kun je het volgende lezen:
Taal is de sleutel tot succes op school. Kinderen die sterk zijn in taal behalen op school goede resultaten, niet alleen bij taal, maar ook bij de andere vakken. Minder taalvaardige kinderen presteren over de hele linie meestal minder goed. Dit boek laat zien hoe beter onderwijs ontstaat als leerkrachten taallessen en zaakvaklessen bij elkaar brengen.
Hieronder bespreek ik in het kort de drie fasen van de Close Reading aanpak.
De lessencyclus van Close Reading bestaat steeds uit drie fasen
In de eerste fase van het Close Reading proces wordt de tekst in zijn geheel gelezen of voorgelezen. Bij jonge kinderen wordt vooral voorgelezen, bij oudere kinderen kun je de tekst eerst zelf laten lezen, of mee laten lezen.
Bij leerlingen met een TOS is het belangrijk dat ze de tekst als geheel de eerste keer goed te horen krijgen. Lees hem daarom goed voor, of laat een goede lezer hem voorlezen.
Marcel van As noemt dit in het podcast gesprek “het wegnemen van overbodige ballast.
Maak het opnemen van de tekst als geheel zo toegankelijk mogelijk voor die TOSleerling.
Wanneer je de mogelijkheid hebt van ambulante begeleiding van de leerling, zorg dan voor preteaching van de tekst. Fase 0 noemt Marcel van As dit.
Bespreek de tekst vooraf met de leerling. Blijf de tekst echter wel als geheel zien, ook in die fase 0. Je kunt er de lastige woorden even uit filteren voor die leerling en consolideren via de viertakt, maar blijf de tekst steeds als een geheel benaderen. Deze fase moet bijdragen aan het begrip van de hele tekst.
In de groep, in de eerste fase, gaat het om het doorzien van de tekst in grote lijnen. De leerkracht kan kort een introductie modelen, een context introduceren voorafgaand aan het eerste leesmoment, maar er wordt nu nog niet ingegaan op lastige woorden of de structuur van een tekst. het gaat nu nog even om de kern van de tekst. De tekst als geheel dus.
Zorg er ook voor dat je voorkennis activeert die past bij je leesdoel/lesdoel. Beluister de podcast om te horen hoe Marcel dit uitlegt met enkele voorbeelden.
Tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn bijvoorbeeld :
In de tweede fase gaan leerlingen aan de hand van tekstgerichte vragen aan de slag. Ze gaan meer informatie proberen te verkrijgen. De leerkracht modelt een strategie, stuurt het leren, maar er wordt in deze fase gewerkt met specifieke tekstgerichte vragen.
Deze vragen kunnen bij iedere tekst anders zijn.
In het boek: “Close Reading”van Diane Lapp e.a. staan per leeftijdsgroep een aantal ideeën voor tekstgerichte vragen bij verhalende teksten en voor informatieve teksten genoemd in de bijlagen.
Bij leerlingen vanaf groep 3 kun je ze in deze fase met de pen in de hand laten meelezen. De tekst print je uit op een ruim papier, met in de zijlijn ruimte voor aantekeningen. Vervolgens ga je aan de hand van afspraken woorden arceren, of voorzien van bijvoorbeeld uitroeptekens of vraagtekens. Vaak worden hier speciale picto’s voor gebruikt die steeds het zelfde zijn. Ga hier naar mijn pinterestboard: Digitaalspeciaal en begrijpend lezen en kies diegene uit die jou het meest aanspreken.
Bij jonge kinderen kun je in deze fase een mindmap of visualisatie maken waarin je de vragen met kerntekeningen, plaatjes en woorden beantwoord.
Voor de TOSleerling is het belangrijk dat die bij deze fase mee op reis wordt genomen bij de activiteit. Koppel een taalmaatje aan de leerling of zorg voor extra visualisering zoals ondersteunend tekenen of een mindmap.
Marcel van As vertelt in de podcast ook hoe belangrijk het is voor die TOSleerling om zeker in deze fase mee te doen met de hele groep. Het samen praten over een tekst, het ontdekken van details in die tekst en verwerken van die details dragen allemaal bij aan de vergroting van de kennis van de tekst en de wereld eromheen.
Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :
In de derde fase ga ja weer met specifieke vragen aan de slag om de diepere betekenis van de tekst te vinden. De kinderen gaan nu “als een detective de tekst lezen.” het gaat om het begrijpen van de tekst, wat de auteur met de tekst wil overbrengen. Wat heb je aan deze tekst? Welk verband zie je in het dagelijks leven terug, en klopt dit volgens jou als lezer?
Ook in deze fase kun je weer met de pen in de hand laten meelezen. Bij jongere kinderen kun je nu op de mindmap of visualisatie van de vorige keer, nieuwe aantekeningen maken of verbanden duidelijk maken.
Voor TOSleerlingen is deze fase het meest lastig. Je moet hier letterlijk in de gedachten van de schrijver(s) gaan graven en bedenken wat de achterliggende gedachte is geweest.
Bij TOSleerlingen is het nadenken over de eigen taal al lastig, laat staan over de taal van een ander. De nuances van taalgebruik, figuurlijke taal en zeker de ongeschreven taal, die voor een goede lezer tussen de regels door te lezen valt, wordt door een TOSleerling lag niet altijd gezien.
Je moet hiervoor veel modelgedrag als leerkracht laten zien. Laat TOSleerlingen hier ook vooral samenwerken met een sterker taalmaatje of voer gesprekken met de groep waarbij je weer veel zorgt voor extra visualisering.
Om de boodschap van de schrijver te verwerken kun je ook denken aan diverse presentatietools zoals presenteren met Padlet, Canva of de app Clips (Apple).
Laat een poster maken met de app Pages (Apple) of via Canva of Word.
In het podcastgesprek noemt Marcel ook nog een paar mooie voorbeelden hiervan.
Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :
De aanpak Close Reading is absoluut een aanrader, maar het vervangt niet de bekende leesstrategieën zoals:
Deze strategieën zie je terug in de verschillende fases en blijven belangrijk. Ook het koppelen van de kennis van de wereld aan de verhaalelementen is een belangrijke strategie die steeds gebruikt wordt.
Aandacht voor het vlot leren lezen en de leesmotivatie mag niet vergeten worden.
Wanneer voortaan iedere tekst in drie lessen wordt uitgeplozen, zou dit demotiverend kunnen werken op de leerlingen, zeker op de leerlingen die een zwakker leesniveau hebben. Close reading is dus een aanpak die je mijns inziens zeker niet op iedere tekst moet toepassen.
Voor leerlingen met een zwakker leesniveau of met een TOS kan de methode erg talig zijn. Bij alle fasen wordt een vrij hoog taalniveau, een goede woordenschat en een goed taal-denk-niveau verondersteld.
Bij het samenwerken, het overleggen, wordt uitgegaan van een vlotte taalproductie. Je snapt dat dit voor leerlingen met een TOS niet altijd het geval is. Zij kunnen bij deze methode dan ook flink overvraagd worden wat weer demotiverend kan werken. Houd hier altijd rekening mee en anticipeer hierop door bijvoorbeeld taalmaatjes aan elkaar te koppelen of als leerkracht bij een vaste groep te ondersteunen door modeling.
Preteachen van de tekst, voorafgaand aan les 1, zodat de lastige woorden/zinnen voor de TOS leerling al zijn ontdekt en besproken, kan helpen om beter aan te haken vanaf fase 1. (Marcel van As beschrijft dit als Fase 0)
Het werken op een groot A3 papier heeft ook de voorkeur, zo kan de TOS leerling al voorafgaand zijn aantekeningen maken en meenemen naar de eerste lesfase in de groep.
In Fase 2 en 3 moet zeker aandacht blijven voor het taalbegrip van de TOS Leerling. Begrijpt hij of zij de vragen? Kent de leerling de gebruikte woorden inmiddels wel? Waar kan de leerling terugkijken? Is er een visueel ankerpunt (taalmuur) waar hij of zij nog even kan terugkijken wat er de vorige keer is besproken? Visualiseer!!
Plaats een taalzwakke leerling regelmatig naast een sterker taalmaatje, wat hem of haar af en toe op weg kan helpen. Preteaching en/of een plekje aan de herhaalde instructietafel is ook niet verkeerd. Bekijk dit per tekst en per leerling.
Wanneer je gebruikt kunt maken van een ambulant dienstverlener of onderwijsassistent kun je een vierde fase toevoegen, zoals Marcel die benoemt in de podcast. In die vierde fase ga je met je TOSleerling nog eens in gesprek over de tekst. Geef hier vooral ook de ruimte voor eigen inbreng omdat dit in de grote groep vaak niet altijd lukt. De TOSleerling heeft vaak een vertraagde taalverwerking, waardoor groepsdiscussies en gesprekken snel gaan en lastig zijn In zo’n vierde sessie neem je nog eens extra de tijd voor zijn of haar specifieke inbreng. Geef een podium aan de leerling wanneer die bijvoorbeeld extra geïnteresseerd is in het onderwerp. Laat een poster maken of iets anders voor op de taalmuur.
Vaak kunnen kinderen met een taalprobleem zich onvoldoende een beeld vormen van de tekst die ze lezen. Dit maakt het begrijpen van een tekst en het praten over de inhoud erg lastig.
Leerlingen met een TOS hebben moeite met taaldenken. De innerlijke taal en het vermogen om na te denken over gesproken en geschreven taal (metalinguistiek) zorgt vaak voor problemen.
Momenteel wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van Close Reading bij leerlingen met een TOS.
Is dit een goede combinatie of maak je het leerlingen met een TOS juist veel te lastig?
Bij eventuele nieuwe inzichten zal ik die aanvullen hier op de website.
Het boek Close reading is te verkrijgen bij uitgeverij Pica.
Ook kun je hier terecht voor meer informatie rondom scholing.
Vanaf januari 2021 zijn er nu mooie verzamelboeken met lessenseries te koop voor onderbouw tot bovenbouw.
Met de lessenseries doe je volop ideeën op voor hoe je met allerlei teksten in je groep aan de slag kunt gaan. Je krijgt onder meer vele suggesties voor tekstgerichte vragen en werkvormen.
Ook kun je handige posters voor in de klas gratis downloaden op de website van PICA.
Heb jij TOSleerlingen of taalzwakke leerlingen en pas je speciale technieken toe of heb je andere aanvullingen die je gebruikt in de klas? Laat ze hieronder achter in een reactie!
In dit blog vertel ik hoe je een Greenscreenbox kunt inzetten als ondersteuning van de taalontwikkeling. Hoe kun je een Greenscreenbox inzetten voor jouw onderwijs en bijvoorbeeld met een prentenboek combineren?
En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling?
In een eerder blog schreef ik al over het gebruik van een greenscreen in de klas en over de combinatie met het boek Woeste Willem en de Greenscreenbox.
Zij heeft deze Greenscreenbox zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier bewegen zodat de achtergrond niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.
De Greenscreenbox van Petra Mestrom is handig in het gebruik en werkt voor kinderen ontzettend fijn. Doordat de iPad stevig in de box wordt geklemd hebben de kinderen hun handen vrij voor het verhaal.
De Greenscreenbox heeft inmiddels al een upgrade gekregen. De tablethouder is nu universeel geworden, waardoor meerdere formaten tablets kunnen worden vastgezet en hij is nog een stuk robuuster geworden! Ook is de website van Petra volop in beweging. Er worden steeds weer nieuwe toevoegingen geplaatst. Lees hieronder over de laatste aanvullingen.
De Toolblox geven nóg meer gebruikersgemak tijdens het maken van je eigen greenscreen foto’s en video’s.
De blokken en stroken zijn ontworpen in precies dezelfde kleur als de Greenscreenbox en daardoor onzichtbaar in je foto’s en video’s.
De set bestaat uit diverse formaten blokken die je kunt gebruiken om voorwerpen achter te verstoppen, ergens onderdoor of overheen te laten lopen of hoger in je video in beeld te plaatsen.
Met behulp van de lange stroken kun je voorwerpen laten bewegen zonder dat je handen in beeld komen.
Zorg voor voldoende extra materiaal zoals Lego- of Playmobil-poppetjes, autootjes, blokken, boompjes, huisjes, speeldieren, enzovoort.
Kosteloos materiaal zoals wc-rolletjes, doosjes, steentjes of boomschijfjes zijn natuurlijk ook altijd handig.
Tot slot zorg je voor groen papier om te gebruiken bij het bewegen van figuurtjes, zodat de hand van het kind niet in beeld komt.
Bekijk hiervoor ook de filmpjes of de handige lesbrieven op de site van Petra Mestrom van de Greenscreenbox
Met een Greenscreenbox kun je werken aan verschillende taaldomeinen: Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik.
Onder dit laatste domein valt ook de wellicht bekende communicatieve redzaamheid. Het talig kunnen functioneren in de maatschappij.
Voor leerlingen met een TOS of andere taalproblemen werkt de Greenscreenbox erg fijn. Ze kunnen iemand anders zijn of spelen. Het poppetje of figuurtje in de box neemt het over. Dit geeft vaak een veilig gevoel.
Verder kunnen ze meteen zien hoe het filmpje eruit ziet. Dit geeft visuele ondersteuning bij hun verhaalopbouw en biedt de rode draad die ze vaak nodig hebben tijdens het spelen.
Hieronder lees bij een paar taaldomeinen verschillende tips om de Greenscreenbox in te zetten in de klas of tijdens een begeleidingsmoment.
Deze lijst met tips is niet volledig en je zult ziet dat het werken met de Greenscreenbox veel taaldomeinen tegelijk uitlokt. Hopelijk inspireert dit jou als gebruiker om creatief aan de slag te gaan met de Greenscreenbox.
Een veel voorkomende onderwijsbehoefte die vaak ook erg duidelijk op de voorgrond staat bij leerlingen is ondersteunen en vergroten van de woordenschat.
Bij NT2 leerlingen en bij leerlingen met een TOS wordt vaak veel aandacht besteed aan woordenschatuitbreiding. Dat gebeurt echter lang niet altijd op een uitdagende manier.
Veel groepen oefenen de woorden gerelateerd aan een thema en er wordt een plek gegeven aan die woorden op een thematafel of een woordenmuur. Vervolgens worden er consolideerspelletjes gedaan in een kring of klein groepje.
Echter krijg je op die manier niet altijd de actieve woordenschat in beeld.
Met de Greenscreenbox kun je de leerlingen echt actief aan de slag zetten met de woorden uit het thema.
Gebruik de woordkaartjes of de materialen van de thematafel en laat de kinderen hiermee een verhaal bedenken.
Of laat ze een filmpje opnemen waarin ze per woord de betekenis uitbeelden met de extra materialen.
Bijvoorbeeld bij een voorwerp als een kastanje (Van de herfsttafel) laat je door de leerling met een legofiguurtje een kort verhaaltje bedenken over waar die kastanje vandaan is gekomen.
Laat hier de fantasie van de kinderen de vrije loop, er komen vaak verrassend leuke dingen uit.
De kinderen zijn hierdoor actief bezig om betekenis aan de woorden van het thema te verlenen in een betekenisvolle context. De diepere woordkennis wordt hiermee vergroot.
Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand.
Je kunt dit ook modelen door in een kleine kring een verhaal samen te bedenken en dit met ondersteunend tekenen eerst op een soort spiekblad te noteren.
Dit spiekblad gebruiken de leerlingen dan later weer, wanneer ze het verhaal met de Greenscreenbox gaan opnemen.
Uitdagen tot gebruik van nieuwe woorden doe je door materialen toe te voegen na goed te observeren of de leerlingen initiatief neemt tot het gebruik van de woorden. Model hierbij ook weer wanneer dit niet vanzelf gebeurt.
Belangrijk om in de gaten te houden:
Heeft ieder kind voldoende spreektijd tijdens het filmen?
Krijgt een taalzwakke leerling voldoende taalverwerkingstijd?
Het filmen kan altijd gepauzeerd worden tussendoor, om even te bedenken hoe het verhaal nu verder moet.
Bij de communicatieve redzaamheid hoort onder andere de vertelvaardigheid van een leerling. Kan de leerling logisch vertellen en kan hij rekening houden met de luisteraar. Maar ook beurtgedrag, samenwerken en overleggen is communicatieve redzaamheid.
In de Greenscreenbox kun je dit onderdeel prima op een speelse manier oefenen.
Met de Greenscreenbox wordt er continu gecommuniceerd tussen de spelers. Er wordt niet alleen een verhaal verteld, maar ook overlegd over materiaal, samengewerkt en er wordt probleemoplossend nagedacht. Om dit alles te verwoorden wordt een groot beroep gedaan op de taalproductie.
Ook het vertellen in goed opgebouwde en samengestelde zinnen wordt geoefend in de Greenscreenbox.
Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.
Werken met de Greenscreenbox vraagt in de klas wat voorbereiding. je moet deze werkvorm goed introduceren bij de kinderen.
In een kleutergroep zou je deze activiteit gedurende een week een aantal keer kunnen inroosteren in een kleine kring.
Afhankelijk van de leeftijd moet je dit in het begin waarschijnlijk ook begeleiden.
Plan dit bewust in, tijdens een circuit bijvoorbeeld.
Maak een rooster, zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij de Greenscreenbox.
Werken met de app Greenscreen van Do Ink wordt heel handig uitgelegd op de website van Petra Mestrom in een handig filmpje.
Kinderen pikken het heel snel op, waardoor je de Greenscreenbox gedurende het jaar vaker zult gaan inzetten.
Ik vind de Greenscreenbox een absolute aanrader om standaard op je school of je praktijk in huis te hebben.
Lees voor meer ideeën mijn artikel Greenscreen in de klas en bekijk meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.
Ter inspiratie vind je op de pagina Van Monop diverse projecten, altijd inclusief prachtige downloads en een korte omschrijving.
Een aantal projecten is zelfs compleet uitgewerkt met handleiding, lesdoelen en uitleg van greenscreen-trucs en tips.
Neem snel een kijkje voor de laatste aanvullingen.
Laat het hieronder in een reactie weten!
Wist je trouwens dat je tijdelijk extra korting krijgt op de Greenscreenbox?
Ga naar de website en bekijk het actuele aanbod.
Je kunt met kleuters heel goed werken aan mindmappen, bijvoorbeeld in combinatie met prentenboeken.Maar hoe doe je dit precies?
Het maken van een mindmap is een groepsproces. Je werkt met een vast schema met deelvragen rondom het boek die ook telkens weer terugkeren bij ieder volgend prentenboek.
Een verhaalschema is dan ook heel goed te gebruiken voor een mindmap.
Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel overzichtelijk te maken.
Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.
Een aantal regels liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.
Wat ik altijd terug hoor is de opmerking “maar ik kan niet tekenen”. Mijn antwoord is dan altijd hetzelfde, dat dit niets uitmaakt.
Het belangrijkste is dat je de tekening of het plaatje samen met de kinderen kiest of maakt.
Thuis alvast mooie plaatjes plakken, of op een later tijdstip zonder de kinderen erbij, dat werkt niet.
Je hebt dan zeker een prachtige mindmap, maar het is dan jouw mindmap. Om er later verwerkingsoefeningen mee te kunnen doen, moet het een mindmap worden van de kinderen. Maak zo’n mindmap dus altijd samen.
Je kunt vooraf wel afbeeldingen of foto’s verzamelen en eventueel alvast uitprinten, maar laat dan een keuzemogelijkheid open zodat je samen het meest passende plaatje kunt kiezen met de kinderen.
Zo wordt het toch iets van hen zelf en kun je die prachtige plaatjes van het internet toch nog gebruiken.
Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.
Bij taalzwakke kinderen kun je een eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.
Wil je meer lezen over spelvormen bij mindmaps, lees dan verder in mijn blog: Spelen met mindmaps.
Wil je meer lezen over het maken van mindmaps met digitale tools, lees dan mijn blog : Mindmaptools, mijn top 5.
Ga aan de slag met een Mindmap op papier of digitaal.
Kies de vorm die bij jou het beste past
Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel overzichtelijk te maken.
Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.
Een aantal regels binnen het mindmappen liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.
Je leest hierover in mijn blog Aan de slag met mindmappen.
Wanneer je de mindmap uitorint of kopieert kun je er mee gaan spelen.
Ik benoem dit als spelen, maar in deze spelvormen leren de kinderen natuurlijk een hoop over de content van de mindmap.
Hang één kopie met de complete mindmap op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.
Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.
Bij taalzwakke kinderen kun je eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.
Het is de bedoeling, dat de kinderen, na het maken van een mindmap, bijvoorbeeld tijdens de werkles, met een ‘mindmapspel’ aan de slag gaan.
wanneer je het spel ook in volgende jaren wilt gebruiken, dan is het verstandig, om het spel vóór gebruik te lamineren.
Wanneer je beschikt over een digibord kan een spel natuurlijk ook digitaal gespeeld worden.
Heb je de beschikking over een magnetisch whiteboard dan kun je de plaatjes met magnetische tape op de mindmap vastzetten. Handig voor hergebruik.
1. Puzzelen
Kopieer de mindmap. Knip het kopie in stukken en laat hem in elkaar puzzelen door de groep, een tweetal of een individuele leerling. Wanneer je de mindmap meerdere keren kopieert kun je ook meerdere groepjes aan de slag zetten en er een wedstrijdelement aan koppelen met bijvoorbeeld een afgebakende tijd met een zandloper op je digibord. Dit is afhankelijk van je groep, het mag geen frustratie opleveren.
2. Sorteren en benoemen
Zorg dat je de mindmap-plaatjes kopieert en lamineert en stop ze in een doosje. Ieder kind mag nu om de beurt een plaatje uit de doos halen, dit benoemen en op de juiste takkenkleur leggen.
Leg hiervoor 4 gekleurde papieren (of hoepels) waarvan de kleuren corresponderen met de kleur van de takken van de mindmap,
Dit spel kan ook in allerlei andere coöperatieve vormen gespeeld worden.
Je creëert dan meer overlegmomenten.
Wanneer je de plaatjes lamineert, kun je ze een volgend jaar hergebruiken.
3. Puzzel je eigen mindmap
Laat de kinderen de mindmap namaken op een A3 tekenvel. Kinderen die een zwakke motoriek of minder tekentalent hebben kun je ook de plaatjes (op een knipvel) geven. Het knippen, sorteren, ordenen en plakken is dan al een prachtige oefening op zichzelf.
4. Teken je eigen mindmap
Geef ze de opdracht om zelf een mindmap te maken bij een zelfgekozen boek of verhaal. Geef eventueel een lege mindmap als startpapier. Teken hiervoor bijvoorbeeld een cirkel in het midden met de eerste aanzet van een tak, alle begin is moeilijk en zo krijgen ze een klein duwtje in de goede richting.
5. Maak een digitale mindmap
Wanneer je de Gynzy software hebt voor je digibord kun je de plaatjes van de mindmap van tevoren verzamelen onderaan een pagina. Geef hier dus weer een keuzemogelijkheid of zoek samen naar een meer passende afbeelding in de afbeeldingsbibliotheek.
Erboven schrijf je op het bord een onderwerp in het midden en teken je takken met de digitale pen. Daarna laat je de kinderen de takken met de plaatjes vullen. Eventueel kun je nog meer verdieping aan brengen door de juiste woorden erbij te laten zoeken of zelf te laten intypen.
De favoriete digitale mindmaptools met beschrijving vind je op deze pagina.
6. Lees de mindmap voor aan elkaar
Lamineer je mindmap en laat hem in de leeshoek nog eens “nalezen” door de kinderen. Dit kan ook in een coöperatieve werkvorm gegoten. Denk bijvoorbeeld eens aan tweepraat, raad mijn plaatje of zoek dezelfde.
7. Speel de mindmap na
Hang de mindmap bij de verteltafel en maak met de afbeeldingen van de Wie en Waar takken voorwerpen en poppetjes door ze op een wcrol te plakken. De kinderen kunnen nu handelend het verhaal nog eens naspelen.
Dit verhaal kun je vervolgens weer filmen met bijvoorbeeld de app Stopmotion.
Er zijn natuurlijk veel apps op de markt waarmee je mindmaps kunt maken.
Bekijk mijn artikel voor een top 5 van mindmaptools , of gebruik simpelweg de whiteboardfunctie van je digibord.
Er zit binnen Gynzy natuurlijk een schoolbord waarin je zelf kunt gaan tekenen, binnen Prowise vind je een speciale mindmaptool.
Sinds kort is er de mogelijkheid om gratis aan de slag te gaan met de site Mindmapmaker.
Gebruik een app of maak een Mindmap op papier. Kies de vorm die bij jou het beste past,
Kies er vervolgens een spelvorm bij !
Het is mijn missie om meer bekendheid te genereren voor TOS, oftewel taalontwikkelingsstoornis.
Tos op de kaart krijgen bij alle onderwijsprofessionals, pedagogisch medewerkers en zorgprofessionals dus.
Sinds 1987 werk ik binnen het cluster 2 onderwijs wat speciaal gericht is op kinderen met een TOS of een gehoorprobleem. Eerst jarenlang als leerkracht en sinds 2018 als ambulant dienstverlener.
het is nog steeds een zoektocht voor veel mensen om goede informatie te vinden rondom TOS.
Want wat is precies een TOS? Wat voor gevolgen een TOS heeft op het dagelijkse leven van iemand met een TOS?
Daarom ben ik deze website gestart, deel ik informatie via sociale media en mijn podcast “TOS en de digitale wereld” en heb ik meegewerkt aan een korte documentaire over TOS.
Deze blog is speciaal voor WereldTOSdag gepubliceerd. Jaarlijks valt deze dag rond 17 oktober. Wereldwijd wordt het DLD Awareness day genoemd.
Oktober is daarom in Nederland uitgeroepen tot TOS maand.
Om nog meer informatie te delen ben ik op zoek gegaan naar aanvullend filmmateriaal rondom TOS.
Op deze pagina vind je onder meer de documentaire “Kennismaken met een taalontwikkelingsstoornis” waar ik een klein stukje aan heb mogen bijdragen.
In een aantal andere video’s kun je zien wat de kenmerken zijn van een TOS zijn, hoe je een TOS herkent en wat je kunt doen in de klas of thuis.
Wil je meer blogs lezen over een taalontwikkelingsstoornis, ga dan naar mijn speciale pagina Taal en TOS.
In deze reportage krijg je uitleg over wat een taalontwikkelingsstoornis betekent vanuit vier verschillende invalshoeken.
Heleen Gorter (auteur van vechten voor mijn kind met een TOS), Constance Vissers (Hoogleraar taalontwikkelingsstoornissen), Meike van Genugten (ervaringsdeskundige en) en (leuk detail) ikzelf in mijn rol als ambulant dienstverlener zijn in de reportage te zien.
De reportage geeft een beeld van de kenmerken en de impact van een TOS op het gezin, de emotionele ontwikkeling en de schoolloopbaan.
In deze kennisclip wordt met visuele ondersteuning uitgelegd wat een TOS is. Je leert wat de bevorderende en belemmemerende factoren zijn en wat je in de klas kunt doen om een leerling met een TOS te helpen.
Marielle Vermeulen heeft zelf een TOS en is dus ervatingsdeskundige. Op deze TEDex talk legt ze prachtig uit wat het is om een TOS te hebben en wat de beste tips zijn voor iedereen om haar heen.
Prof Dr. Constance Vissers van de Radboud Universiteit is klinisch neuropsycholoog en bijzonder hoogleraar Taalontwikkelingsstoornissen. Zij vertelt hier ook kort wat een TOS is.
Folkert Bil heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en dyslexie. Hij volgt een HBO-opleiding. Met dit filmpje, dat hij zelf heeft gemaakt, legt hij aan anderen uit wat het verschil is tussen een persoon met TOS en zonder TOS.
Als een kind of jongere TOS heeft, merk je dat ook op sociaal-emotioneel gebied. Hoe komt dat? Bekijk dit filmpje.
TOS, wat is dat nou eigenlijk. Tos is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis.De taal in de hersenen wordt minder goed verwerkt. Bekijk hier de hele clip.
In deze animatie leggen we de signalen van een taalontwikkelingsstoornis uit bij basisschoolkinderen. Hoe herken je een taalontwikkelingsstoornis en waar moet je op letten bij je kind? Hoe praat een kind met een taalontwikkelingsstoornis? Bekijk het hier!
Begrijpt je kind anderen vaak niet of maakt hij wel erg korte zinnen? Of is hij bijvoorbeeld slecht verstaanbaar? Het kan zijn dat hij een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft. Raadpleeg je huisarts of consultatiebureau. Zij kunnen je doorverwijzen naar een logopedist of audiologisch centrum.
Op enkele maanden tijd zetten de kleuters van juf Jelke grote stappen in hun taalontwikkeling. Jelke werkt dan ook hard aan een rijke taalomgeving in de klas. Ze krijgt daarvoor tips van taaldocenten. Lees het volledige artikel op de website van Klasse: https://www.klasse.be/132595/hoe-werk…
De taalontwikkeling van een kind verloopt via verschillende fases. De meeste kinderen beginnen rond de zes maanden met brabbelen en zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Maar hoe zit dat met kinderen die opgroeien met twee talen? Hebben zij meer tijd nodig bij het doorlopen van deze fases? Bekijk ook het bijbehorende artikel: http://www.taalcanon.nl/vragen/hebben…
TOS staat voor TaalOntwikkelingStoornis. In deze minidocu wordt uitgelegd wat TOS is en wat het betekent om TOS te hebben. VierTaal leerlingen Serife, Justyn, Jimmy en Layla vertellen hun eigen TOS verhaal. Dit filmpje is gemaakt door medewerkers en leerlingen van
Op deze infographic vind je alle kenmerken van TOS op een overzichtelijke flyer. Bekijk hem hier.
Bestel de helperskaart 2.0 en de bijbehorende video’s via deze link.
Een film van Deelkracht over zelfstandigheid. Hoe leer je zelfstandig te zijn? Kun je daar hulp bij krijgen? Bij TOSkoploper hebben volwassenen met TOS over hun ervaring met zelfstandigheid verteld. Daarover is een kort filmpje gemaakt. Kijk op https://www.deelkracht.nl/toskoploper/ voor meer informatie!
Wil je meer deskundigen over TOS horen praten? Wil je meer uitleg horen of ervaringen beluisteren rondom TOS? Volg dan mijn podcast: TOS en de digitale wereld via Spotify of Soundcloud.
Klik op de afbeelding voor meer informatie.
Ken jij nog filmpjes die ik bij deze verzameling kan toevoegen?
Laat het mij weten in een reactie, dan voeg ik ze toe.
Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.
Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.