Geen Resultaten Gevonden
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
In dit blog vertel ik hoe je een Greenscreenbox kunt inzetten als ondersteuning van de taalontwikkeling. Hoe kun je een Greenscreenbox inzetten voor jouw onderwijs en bijvoorbeeld met een prentenboek combineren?
En hoe zet je hierbij in op de taalontwikkeling?
In een eerder blog schreef ik al over het gebruik van een greenscreen in de klas en over de combinatie met het boek Woeste Willem en de Greenscreenbox.
Zij heeft deze Greenscreenbox zo ontworpen dat kinderen er snel mee aan de slag kunnen. De iPad kun je er goed stevig in wegzetten. De attributen laat je met groen papier bewegen zodat de achtergrond niet wordt verstoord door de handen van de kinderen. Doordat de box op een tafeltje past, is hij bruikbaar voor jong en oud. En kun je op de iPad meteen het resultaat zien tijdens het filmen.
De Greenscreenbox van Petra Mestrom is handig in het gebruik en werkt voor kinderen ontzettend fijn. Doordat de iPad stevig in de box wordt geklemd hebben de kinderen hun handen vrij voor het verhaal.
De Greenscreenbox heeft inmiddels al een upgrade gekregen. De tablethouder is nu universeel geworden, waardoor meerdere formaten tablets kunnen worden vastgezet en hij is nog een stuk robuuster geworden! Ook is de website van Petra volop in beweging. Er worden steeds weer nieuwe toevoegingen geplaatst. Lees hieronder over de laatste aanvullingen.
De Toolblox geven nóg meer gebruikersgemak tijdens het maken van je eigen greenscreen foto’s en video’s.
De blokken en stroken zijn ontworpen in precies dezelfde kleur als de Greenscreenbox en daardoor onzichtbaar in je foto’s en video’s.
De set bestaat uit diverse formaten blokken die je kunt gebruiken om voorwerpen achter te verstoppen, ergens onderdoor of overheen te laten lopen of hoger in je video in beeld te plaatsen.
Met behulp van de lange stroken kun je voorwerpen laten bewegen zonder dat je handen in beeld komen.
Zorg voor voldoende extra materiaal zoals Lego- of Playmobil-poppetjes, autootjes, blokken, boompjes, huisjes, speeldieren, enzovoort.
Kosteloos materiaal zoals wc-rolletjes, doosjes, steentjes of boomschijfjes zijn natuurlijk ook altijd handig.
Tot slot zorg je voor groen papier om te gebruiken bij het bewegen van figuurtjes, zodat de hand van het kind niet in beeld komt.
Bekijk hiervoor ook de filmpjes of de handige lesbrieven op de site van Petra Mestrom van de Greenscreenbox
Met een Greenscreenbox kun je werken aan verschillende taaldomeinen: Taalinhoud, taalvorm, taalgebruik.
Onder dit laatste domein valt ook de wellicht bekende communicatieve redzaamheid. Het talig kunnen functioneren in de maatschappij.
Voor leerlingen met een TOS of andere taalproblemen werkt de Greenscreenbox erg fijn. Ze kunnen iemand anders zijn of spelen. Het poppetje of figuurtje in de box neemt het over. Dit geeft vaak een veilig gevoel.
Verder kunnen ze meteen zien hoe het filmpje eruit ziet. Dit geeft visuele ondersteuning bij hun verhaalopbouw en biedt de rode draad die ze vaak nodig hebben tijdens het spelen.
Hieronder lees bij een paar taaldomeinen verschillende tips om de Greenscreenbox in te zetten in de klas of tijdens een begeleidingsmoment.
Deze lijst met tips is niet volledig en je zult ziet dat het werken met de Greenscreenbox veel taaldomeinen tegelijk uitlokt. Hopelijk inspireert dit jou als gebruiker om creatief aan de slag te gaan met de Greenscreenbox.
Een veel voorkomende onderwijsbehoefte die vaak ook erg duidelijk op de voorgrond staat bij leerlingen is ondersteunen en vergroten van de woordenschat.
Bij NT2 leerlingen en bij leerlingen met een TOS wordt vaak veel aandacht besteed aan woordenschatuitbreiding. Dat gebeurt echter lang niet altijd op een uitdagende manier.
Veel groepen oefenen de woorden gerelateerd aan een thema en er wordt een plek gegeven aan die woorden op een thematafel of een woordenmuur. Vervolgens worden er consolideerspelletjes gedaan in een kring of klein groepje.
Echter krijg je op die manier niet altijd de actieve woordenschat in beeld.
Met de Greenscreenbox kun je de leerlingen echt actief aan de slag zetten met de woorden uit het thema.
Gebruik de woordkaartjes of de materialen van de thematafel en laat de kinderen hiermee een verhaal bedenken.
Of laat ze een filmpje opnemen waarin ze per woord de betekenis uitbeelden met de extra materialen.
Bijvoorbeeld bij een voorwerp als een kastanje (Van de herfsttafel) laat je door de leerling met een legofiguurtje een kort verhaaltje bedenken over waar die kastanje vandaan is gekomen.
Laat hier de fantasie van de kinderen de vrije loop, er komen vaak verrassend leuke dingen uit.
De kinderen zijn hierdoor actief bezig om betekenis aan de woorden van het thema te verlenen in een betekenisvolle context. De diepere woordkennis wordt hiermee vergroot.
Wanneer er niet voldoende taal komt uit jouw leerlingen, ga dan meespelen of koppel een sterker taalmaatje aan de leerling met minder taalvaardigheden.
Ook het luisteren naar de ander, het modelen door die ander van de nieuwe taal is inspirerend en leerzaam voor een kind met een TOS of een taalachterstand.
Je kunt dit ook modelen door in een kleine kring een verhaal samen te bedenken en dit met ondersteunend tekenen eerst op een soort spiekblad te noteren.
Dit spiekblad gebruiken de leerlingen dan later weer, wanneer ze het verhaal met de Greenscreenbox gaan opnemen.
Uitdagen tot gebruik van nieuwe woorden doe je door materialen toe te voegen na goed te observeren of de leerlingen initiatief neemt tot het gebruik van de woorden. Model hierbij ook weer wanneer dit niet vanzelf gebeurt.
Belangrijk om in de gaten te houden:
Heeft ieder kind voldoende spreektijd tijdens het filmen?
Krijgt een taalzwakke leerling voldoende taalverwerkingstijd?
Het filmen kan altijd gepauzeerd worden tussendoor, om even te bedenken hoe het verhaal nu verder moet.
Bij de communicatieve redzaamheid hoort onder andere de vertelvaardigheid van een leerling. Kan de leerling logisch vertellen en kan hij rekening houden met de luisteraar. Maar ook beurtgedrag, samenwerken en overleggen is communicatieve redzaamheid.
In de Greenscreenbox kun je dit onderdeel prima op een speelse manier oefenen.
Met de Greenscreenbox wordt er continu gecommuniceerd tussen de spelers. Er wordt niet alleen een verhaal verteld, maar ook overlegd over materiaal, samengewerkt en er wordt probleemoplossend nagedacht. Om dit alles te verwoorden wordt een groot beroep gedaan op de taalproductie.
Ook het vertellen in goed opgebouwde en samengestelde zinnen wordt geoefend in de Greenscreenbox.
Bekijk hier in het demonstratiefilmpje van Petra Mestrom hoe Woeste Willem en Frank tot leven komen.
Werken met de Greenscreenbox vraagt in de klas wat voorbereiding. je moet deze werkvorm goed introduceren bij de kinderen.
In een kleutergroep zou je deze activiteit gedurende een week een aantal keer kunnen inroosteren in een kleine kring.
Afhankelijk van de leeftijd moet je dit in het begin waarschijnlijk ook begeleiden.
Plan dit bewust in, tijdens een circuit bijvoorbeeld.
Maak een rooster, zodat iedereen die week ook echt aan de beurt kan komen bij de Greenscreenbox.
Werken met de app Greenscreen van Do Ink wordt heel handig uitgelegd op de website van Petra Mestrom in een handig filmpje.
Kinderen pikken het heel snel op, waardoor je de Greenscreenbox gedurende het jaar vaker zult gaan inzetten.
Ik vind de Greenscreenbox een absolute aanrader om standaard op je school of je praktijk in huis te hebben.
Lees voor meer ideeën mijn artikel Greenscreen in de klas en bekijk meteen ook de 10 tips voor het gebruik in de klas.
Ter inspiratie vind je op de pagina Van Monop diverse projecten, altijd inclusief prachtige downloads en een korte omschrijving.
Een aantal projecten is zelfs compleet uitgewerkt met handleiding, lesdoelen en uitleg van greenscreen-trucs en tips.
Neem snel een kijkje voor de laatste aanvullingen.
Laat het hieronder in een reactie weten!
Wist je trouwens dat je tijdelijk extra korting krijgt op de Greenscreenbox?
Ga naar de website en bekijk het actuele aanbod.
Afgelopen zomer, tijdens een basisschoolbezoek op een warme dag, noemde ik bij een eerste gesprek de TOSwaaier als hulmiddel voor een leerkracht.
Hij keek mij vragend aan en dacht eerst dat ik een grapje maakte. “Is dat een methode of een spel?” vroeg hij. Toen ik de TOSwaaier tevoorschijn haalde moesten we er samen even flink om lachen.
“Oh de hulpwaaier, ja die ken ik wel, maar dan van autisme
Natuurlijk is het een waaier, maar “de officiële naam is natuurlijk: Hulpwaaier TOS uitgegeven door PICA | Kentalis en Jet Isarin.
In de wandelgangen wordt deze echter meestal de TOSwaaier genoemd.
De hulpwaaier TOS is gemaakt om professionals in het onderwijs en in de zorg te informeren over TOS en om tips en strategieën te geven voor het handelen.
In dit blog geef ik je een inkijkje in de inhoud van de hulpwaaier TOS van uitgeverij Pica door 7x enkele tips alvast te delen waardoor jij absoluut nieuwsgierig zal worden naar meer.
In 2016 is deze hulpwaaier TOS op de markt gebracht. Zelf kreeg ik hem een jaar later in mijn bezit via een PICA congres.
De waaier staat vol tips en strategieën over TOS en is ingedeeld in zeven overzichtelijke secties.
Dit is extra duidelijk gemaakt doordat iedere sectie een andere kleur pagina heeft.
Ik zal je hieronder een inkijkje geven in iedere sectie van de hulpwaaier TOS en enkele tips met je delen.
Zoals je misschien al weet is een taalontwikkelingsstoornis (TOS) een stoornis die voorkomt bij 5-7% van de bevolking. Dat betekent grofweg dat er in ieder klas van ongeveer 30 leerlingen minimaal 1 leerling met een TOS aanwezig is.
Een TOS kan zich op heel veel verschillende manieren manifesteren, dat maakt het onderkennen van een TOS juist zo lastig.
Deze waaier helpt je om de kenmerken te herkennen en om tips te vinden voor in de praktijk. Ook vind je in de hulpwaaier TOS onder meer tips voor thuis. voor het onderwijs en voor stage.
De waaier heeft een klein formaat en is daarmee super overzichtelijk. Hij past in iedere burealade, handig om steeds even snel te kunnen inkijken voor tips.
In 7 overzichtelijke secties wordt informatie gegeven over de kenmerken en signalen van TOS, de gevolgen ervan voor de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling en over diagnostiek, behandeling en prognose. Ook worden tips en strategieën aangereikt voor het stimuleren van de taalontwikkeling en het vergemakkelijken van de communicatie, het leren en het sociaal functioneren.
“Het is lastig om TOS te hebben, maar het is nog lastiger dat niemand weet wat het is!”
Een jongere met TOS. Uit SpraakSaam, 2010
Jet Isarin is filosoof en onderzoeker bij de Kentalis Academie. Ze promoveerde in 2001 op onderzoek naar de ervaringskennis van ouders met een gehandicapt kind. Sinds 2005 doet Jet onderzoek naar de ervaringen en de ervaringskennis van kinderen en jongeren met een auditieve of communicatieve beperking.
“Ik vind dat de mensen die worden onderzocht, zelf zeggenschap moeten hebben over wat er wordt onderzocht en hoe dat gebeurt”.
Samen met jongeren met TOS deed Jet onderzoek naar communicatie, identiteit en lotgenotencontact, wat resulteerde in de website www.spraaksaam.com,
het boek Spraaktaal, gids voor jongeren met een taalstoornis en de Vereniging SpraakSaam.
Ook is zij de schrijfster van de methode voor psychoducatie voor jongeren met TOS van 4-14 jaar: Spraaktaalkids.
Zoals ik al vertelde is de hulpwaaier TOS verdeeld in 7 secties.
Ik deel hieronder per sectie een tip om direct in te zetten voor jouw praktijk.
De kortste definitie van TOS is afkomstig van een jonge met TOS: “Taal gaat moeilijk in je op”.
Niet iedere leerling met een taalachterstand heeft een TOS, maar alle kinderen met een TOS hebben wel een taalachterstand.
Kenmerken, meertaligheid, diagnostiek en behandeling en prognose komen vervolgens aan bod in deze eerste uitgebreide sectie.
Invloed van taalfuncties op sociaal emotionele ontwikkeling.
Kinderen met een TOS hebben het gevoel er niet helemaal bij te horen binnen het gezin of de familie. Ze beheersen de taal van hun naasten onvoldoende om te kunnen deelnemen aan de gesprekken tijdens het eten of bijvoorbeeld bij verjaardagen.
Met tips voor meertaligheid, identiteit en communicatieve redzaamheid.
Los problemen niet op, maar help kinderen bij het zelf oplossen van de problemen waar ze tegenaan lopen.
Zoek samen met kinderen naar trucjes of hulpmiddelen die het makkelijker maken zich communicatief te redden.
Met do’s en don`ts, VAT principes, mentaliseren en discussiëren.
De angst van ouders en kinderen, dat er in de communcatie en het sociale verkeer iets mis al gaan, vormt een belemmering voor het met vallen en opstaan zelfstandig worden.
Maak samen een stappenplan of zoek hulpmiddelen waarmee de zelfstandigheid wordt uitgebreid.
Zowel voor het didactische, als voor het pedagogische klimaat worden tips genoemd. Een groot aantal van die tips kun je ook op mij site in andere blogs teruglezen.
Zorg voor visualisatie en extra verwerkingstijd.
Gebruik functiewoorden zoals lidwoorden en voegwoorden.
Besteed met vaste routines aandacht aan woordenschat.
Werk met verhaalschema’s.
In deze sectie vind je algemene tips voor stagebegeleiders, werkgevers en collega’s
Blijf in het begin in de buurt. Geeft de tijd om in te oefenen. Laat handelingen nadoen en verwoorden zodat je kunt zien of de opdracht goed begrepen is.
In deze laatste sectie vind je veel informatie over diverse websites en verenigingen voor TOS. Voor contact met lotgenoten, hulp bij onderwijs en begeleiding in het dagelijks leven.
Ken jij de COM-pas al? De COM-pas is een hulpmiddel voor kinderen en jongeren met TOS.
De COM-pas is altijd bij de hand, als app op je telefoon of als kaartje in je broekzak of portemonnee. Ga naar www.com-pas.nl voor meer informatie.
Bovenstaande tips zijn een greep uit de vele tips en strageieën die benoemd worden in de hulpwaaier TOS.
Zelf werk ik al meer dan 30 jaar binnen het cluster 2 onderwijs voor leerlingen met een TOS en ik vind deze hulpwaaier TOS nog steeds handig om in de buurt te hebben. Even iets opzoeken of even een tip gericht op woordenschat of verhaalopbouw duidelijk maken naar een leerkracht of ouder? het gaat eenvoudig en snel met deze waaier. Ik kan hem dan ook van harte aanbevelen als naslagwerk.
Hij is handzaam, klein en overzichtelijk en past makkelijk in je tas of bureaulade.
Denk jij dat deze hulpwaaier TOS een aanwinst kan zijn voor jouw klas of voor jullie teamkamer?
Laat het me weten.
Deel dit artikel gerust onder andere collega’s die hier belangstelling voor zouden kunnen hebben. Laat hen ook meedoen aan deze actie.
Met dank aan uitgeverij PICA
De zoektocht van Noïta
In deze podcast ga ik in gesprek met Jolijn Thijssen. Zij is 12 jaar en heeft een broertje met een taalontwikkelingsstoornis, een TOS.
Jolijn heeft veel ervaring opgedaan met TOS doordat ze zich altijd een beetje verantwoordelijk heeft gevoeld voor haar broertje, vertelt ze in ons gesprek.
Deze ervaringen zorgden voor een verhaal, wat deze creatieve dame op een dag uit haar pen zag komen.
Tijdens een gezinsevenement op WereldTOSdag werd dit verhaal opgemerkt door niemand minder dan Jet Isarin. Jet is de schrijfster van onder meer de TOSwaaier en de methode Spraaktaalkids.
Vanuit een gesprek over het verhaal kwamen ze samen al heel snel bij uitgeverij Pica terecht en toen ging de bal rollen.
Het boek “Pluis heeft TOS, de zoektocht van Noïta” zit doordacht in elkaar en vertelt een spannend verhaal. Er is ook een mooie educatieve ondertoon in verwerkt. De subtitel zegt het eigenlijk al.
In het verhaal zit een spannende zoektocht die onderweg heel wat informatie oplevert over TOS.
Door specifieke vragen na afloop van ieder hoofdstuk kan de lezer hierop reflecteren.
Het boek geeft zo mooi ruimte voor reflectie. Wat gebeurt er in het verhaal en waarom gebeurt dit?
Dit boek is hierdoor ook zeker geschikt om TOS bespreekbaar te maken bij kinderen in de klas of thuis.
Maar het is daarnaast ook een spannend verhaal voor kinderen tussen 6 en 10 jaar.
Op dit moment is het boek in de verkoop bij uitgeverij Pica.
Via onderstaande knop kun je het boek bestellen.
Als extra is er ook een gratis bijlage die je via Pica kunt downloaden. Deze bijlage staat vol met tips en spelletjes voor kinderen met een TOS.
Jolijn schrijft er het volgende over:
In mijn boek Pluis heeft TOS. De zoektocht van Noïta heb je gelezen hoe iemand met TOS
(een taalontwikkelingsstoornis) reageert en praat. Maar er zijn veel verschillende kinderen met TOS en iedereen uit zich op zijn eigen manier.
In dit extra materiaal bij mijn boek
vertel ik wat ik heb geleerd over TOS bij mijn broertje Gijs. Ook laat ik zien hoe ik, mijn
ouders, opa’s en oma’s en zelfs school Gijs kunnen helpen. Misschien kun jij ook wat met
deze tips en spelletjes!
Wil je een exemplaar winnen? Lees dan hieronder door.
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl
Afgelopen maand las ik het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits.
Het is best een dikke pil (432 pagina’s) maar gek genoeg ging dit op geen enkel moment tegenstaan terwijl ik het boek las.
Integendeel, hoe verder ik kwam in het boek, hoe meer ik erin werd getrokken door de vele herkenbare voorbeelden, de kijkjes in de klas en natuurlijk door de strekking van het verhaal.
het boek Rijke taal is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan.
De titel zegt het al; Rijke taal, krachtige taal en leesdidactiek voor de basisschool.
helemaal aansluitend bij mijn interesses dus.
Ik las dit boek met mijn “speciaal-onderwijs-bril”. Dus continu met de leerling met een taalontwikkelingsstoornis in het achterhoofd.
Tijdens het lezen van het boek maakte ik aantekeningen.
Voor mij persoonlijk altijd een teken dat er veel interessante informatie in staat, die het waard is om samen te vatten.
In dit blog wil ik geen samenvatting geven, het boek is te interessant en te veelomvattend hiervoor.
Eigenlijk is dit boek een pleidooi voor rijk taalonderwijs. Vanuit die visie pleit ik ervoor dat ieder leerkracht in het basisonderwijs dit boek leest, en vervolgens er naar gaat proberen te handelen.
Want dit boek lezen is 1 ding, handelen in de praktijk is iets anders en die praktijk is vaak weerbarstig.
Daarom meteen een gouden tip van mij aan alle leerkrachten die dit lezen;
Zet het onderwerp “Rijke taal, hoe doen wij dit? “ op de agenda van een studiedag of een terugkerend vergadermoment.
Ga samen wat vaker in overleg, laat “good practice” voorbeelden zien en/of horen aan elkaar, deel je ervaringen, inspireer elkaar en durf de methode soms los te laten.
Een mooi voorbeeld van rijke taal en verdiepende gesprekken is de methode Grej of the day.
Lees hier meer over in mijn artikel Grej of the day, kennis is cool.
Het bieden van rijke taal, door alle vakken heen, moet een essentieel onderdeel worden voor het basisonderwijs.
Taal is immers de manier om het lezen en de kennis van de wereld van alle leerlingen op een hoger plan te tillen en hiermee kun je effectief laaggeletterdheid tegen gaan.
En willen we dat niet allemaal?
Leerlingen die daardoor wèl actief deelnemen aan onze talige maatschappij? Die brieven van de overheid kunnen lezen, maar ook kunnen praten over krantenartikelen of actualiteiten uit de media?
Uiteindelijk worden leerlingen die zich mondeling en schriftelijk competent genoeg voelen om mee te doen uiteindelijk werknemers. Op die werkvloer moeten ze vervolgens mee kunnen denken en van daaruit durven te overleggen, durven samen te werken en te handelen.
De schrijvers gaan per hoofdstuk in op onder meer de volgende vragen.
Een mooie aanvulling is het gedeelte in het boek over Scaffolding.
Taalzwakke leerlingen en NT 2 leerlingen hebben hier vaak behoefte aan en dit wordt in het boek uitgebreid beschreven.
Scaffolding is het ondersteunen van het onderwijs met denkbeeldige steigers (scaffolds) in de vorm van hulpmiddelen voor beter begrip van de leerstof.
Dit kan bij begrijpend lezen bijvoorbeeld een verklarende woordenlijst zijn met de belangrijkste contextbegrippen uit de tekst. (Eventueel ook in de moedertaal uitgelegd)
In hoofdstuk 2 wordt bijvoorbeeld digitale scaffolding omschreven.
De schrijvers noemden dit ondersteunen, verrijken en vieren met ICT.
Hieronder en voorbeeld van een groepsgesprek via een Padlet. De onderzoeksvraag wordt geformuleerd door alle leerlingen voor optimale betrokkenheid. Samen komen we tot een overeenstemming.
Het boek is onderverdeeld in 8 hoofdstukken. In al die hoofdstukken komen een aantal begrippen en opvattingen steeds weer terug. Ook worden steeds inzichten gedeeld die in veel gevallen een eyeopener zijn.
Enkele zet ik hieronder:
Het zijn wellicht voor een aantal van jullie open deuren, maar toch denk ik dat ze aandacht verdienen in de curriculumdiscussie van dit moment.
Het boek staat vol met tips voor de leerkrachten en tips voor de praktijk.
De schrijvers onderbouwen hun beweringen steeds met wetenschappelijke bronnen.
Het is een makkelijk leesbaar boek. De vele praktijkvoorbeelden en handzame tips geven inspiratie om meteen mee aan de slag te gaan.
“De leesvaardigheid van leerlingen in Nederland komt als goed uit de onderzoeken, maar het leesbegrip en het leesplezier neemt af.
Hoe kom je tot duurzaam leren waarbij rijke verbindingen in de hersenen tot stand worden gebracht die leiden tot duurzame veranderingen in het lange termijn geheugen?”
En hiermee heb je meteen de rode draad in het boek te pakken. Want hoe krijg je leerlingen weer betrokken bij taal/leesonderwijs?
Het boek is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan. Dat kan iedereen zijn die op het gebied van educatie of logopedie het taalonderwijs een warm hart toedraagt.
Dit boek biedt echt waardevolle informatie wanneer je als professional of als team aan de slag wilt met het taalonderwijs in je klas op op jullie school.
De inhoud van dit boek slaat een brug tussen theorie en praktijk. Het laat je zien hoe je duurzaam, betekenisvol taal- en leesonderwijs geeft.
De schrijvers laten je zien hoe je actief kunt gaan nadenken over teksten en hoe je dit kunt vormgeven in de klas. Je krijgt praktische voorbeelden op ieder niveau over hoe je hiermee jouw leerlingen een goede taalbasis (mee)geeft.
Hoe bied jij dit aan?
Dit is de titel van het nieuwste KETproject van Kleuteruniversiteit dat ontwikkeld is door onderwijsprofessionals uit het speciaal onderwijs en toevallig ook heel goed aansluit bij het thema van de kinderboekenweek van 2020 : “En toen….”.
En weet je wat nu zo superleuk is?
Ik mag dit project, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink,
in een supermooi pakket gaan weggeven door middel van een exclusieve winactie.
Lees snel verder hoe je dit mooie pakket in je bezit kunt krijgen.
Omdat dit product zo prachtig aansluit bij mijn missie om TOS meer op de kaart te krijgen mag ik, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink, een prachtige actie aanbieden.
Let op, je wint met dit totaalpakket niet alleen het KETproject van Kleuteruniversiteit maar ook het basisproject en het bijpassende boek van Mark Janssen..
Met het bijbehorende uitklapboek: “Dino’s bestaan niet” en het gelijknamige basisproject heb je alles in huis om het thema “en toen…” van de kinderboekenweek van 2020 helemaal in het teken te zetten van dit ongelooflijk fascinerende onderwerp voor kleuters.
Want dino’s …bestaan die nu eigenlijk wel of niet?
Laat onderaan dit artikel een reactie achter en vertel hoe jij dit project gaat inzetten. Misschien wordt jij dan wel de winnaar van dit prachtige pakket.
Een KETproject is een themaproject wat speciaal is geschreven voor leerlingen met taalproblemen of een taalachterstand, met extra aandacht voor de woordenschat.
Een tijdje geleden heb ik een brainstormsessie gehad met de ontwikkelaars van deze KETprojecten.
Allemaal stuk voor stuk ervaren leerkrachten uit het Cluster-2-onderwijs die zelf al langer met de projecten van Kleuteruniversiteit werken.
Rijke taalcontexten aanbieden vanuit een thema en diverse prentenboeken met veel ruimte voor leerdoelen en creativiteit. Het is een gouden sleutel, maar toch….
Speciale en doordachte activiteiten voor de taalontwikkeling en de woordenschat, dat was wat we nog misten bij veel Kleuteruniversiteit projecten.
Dus werd er contact gelegd met Juf Sanne van Kleuteruniversiteit en een aantal collega’s in de praktijk. Er werd online overlegd, geschreven, feedback gegeven door onder andere mijzelf en uiteindelijk waren daar de eerste KETprojecten zoals die nu op de website te vinden zijn.
Ik ben best trots dat ik hier een kleine bijdrage aan heb mogen leveren.
Op de site van Kleuteruniversiteit lees je het volgende:
KETprojecten bevatten extra taalaanbod voor Kinderen met Extra Taalbehoefte (KET) op het gebied van taalverwerving.
In samenwerking met ervaren leerkrachten die al jaren in het speciaal onderwijs werken, hebben we het KET-concept bedacht om NT2 en TOS kinderen te bedienen met extra woordenschatactiviteiten die aansluiten bij een ‘gewoon’ Kleuteruniversiteit project.
De meesten van ons zijn zich helemaal niet bewust van hoe ze de taal eigenlijk hebben geleerd; het ging gemakkelijk en vanzelf.
Voor kinderen met Nederlands als tweede taal (NT2) of een TOS (Taalontwikkelingsstoornis) is dat anders. Zij hebben problemen op het gebied van taalvorm, taalinhoud en/of taalgebruik. Hierdoor komt de taalontwikkeling in het gedrang.
Meer lezen over taalontwikkelingsstoornis oftewel TOS? Ga hier naar meer artikelen over dit onderwerp op mijn website.
.
Dit KETproject bevat woordenschatactiviteiten voor kinderen met een vertraagde taalverwerving die extra taalbehoeften hebben en sluit aan bij het reguliere Kleuteruniversiteit project, in dit geval het project ‘Dino’s bestaan niet’.
Er wordt, net als bij het reguliere project, gebruik gemaakt van het gelijknamige boek van Mark Janssen.
Ook zit er bij dit KET-project een origineel liedje van Jeroen Schipper in MP3 formaat (gezongen én instrumentaal), waarin verschillende begrippen geoefend kunnen worden.
KETprojecten zijn gemaakt voor NT2 kinderen, leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand.
Ze zijn steeds opgebouwd volgens een vaste indeling.
Na een weekaanbod aan activiteiten is er een controle-activiteit. Als er na deze activiteit nog steeds inoefening nodig blijkt, kun je de RAKETles inzetten.
RAKET staat voor: Remedieerende Acitiviteit Kinderen met Extra Taalbehoeften.
Mijn naam is Aldri Veening-IJtsma, ik ben inmiddels twintig jaar leerkracht.
Ik heb altijd extra affiniteit gehad met leer- en gedragsproblemen en ben na vijftien jaar regulier onderwijs overgestapt naar Kentalis cluster 2 onderwijs.
Ik maak graag gebruik van projecten van Kleuteruniversiteit, maar moest er vaak wel wat aanpassingen in doen voor onze doelgroep.
Bij de KETprojecten die ik nu schrijf neem ik deze ervaringen mee.
Het is belangrijk om nieuwe woorden binnen een thema, geïntegreerd in je gehele klassenorganisatie aan te bieden.
Het is daarbij van belang dat de kinderen de woorden ervaren middels een doe-fase.
Ook een goede controle en remediëring is van belang.
De KETprojecten bieden dit gehele plaatje aan.
Met behulp van het spannende boek “Dino’s bestaan niet” neem je je klas mee naar de wondere wereld van de dino’s. Gegarandeerd een succes!
Extra boeken bestellen voor dit project?
Het bijbehorende boek: “Dino’s bestaan niet’ wordt geleverd door Leesvink, de boekwinkel waar je alle boeken kunt vinden van ieder Kleuteruniversiteit project.
Bij Leesvink kun je trouwens nog veel meer mooie bijbehorende boeken vinden voor dit prachtige thema.
Wij vinden dat ieder kind recht heeft op mooie boeken, ongeacht zijn- of haar achtergrond.
In samenwerking met @kleuteruniversiteit mogen wij het prachtige boek ‘echte dino’s bestaan niet’, dat de basis vormt van het lesproject speciaal ontwikkeld voor het cluster 2 onderwijs, weggeven onder een van onze volgers. Hoe leuk?!
Merel van Leesvink
Bij deze winactie kun je dus een compleet pakket winnen wat prachtig aansluit bij de kinderboekenweek van 2020 met het thema “En toen…”
Maar ieder ander moment van het jaar staat dit thema ook altijd weer garant voor veel enthousiaste leermomenten.
Het pakket bestaat uit:
Laat hieronder in een reactie weten hoe je dit project in wil gaan zetten in jouw klas of begeleiding.
Vrijdag 18 september 2020 maak ik de winnaar bekend!
Geef in een reactie aan hoe en waarom jij dit pakket wel kunt gebruiken.
Op woensdag 10 juni 2020 ging ik in gesprek met Heleen Gorter voor mijn podcastserie: Experts over TOS en de digitale wereld.
Zij is ervaringsdeskundige in het omgaan met een taalontwikkelingsstoornis en de schrijfster van het boek “Vechten voor mijn kind met een TOS”.
In deze podcast praten we over het verhaal van haar zoon Matthijs en het gevecht in de wereld van onderwijs en zorginstanties.
Deze aflevering van de podcastserie is geïnspireerd op dit prachtige boek wat Heleen onlangs heeft gepubliceerd.
In de meivakantie van dit jaar heb ik het boek “Vechten voor mijn kind met een TOS ” van Heleen Gorter in een adem uitgelezen.
Zodra ik begon met lezen kon ik eigenlijk niet meer stoppen. Het verhaal gaat over de zoon van Heleen, Matthijs (pseudoniem), en zijn ontwikkeling vanaf de geboorte tot eind groep 8. Matthijs heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Het gevecht wat het hele gezin al die jaren moet leveren om de juiste begeleiding te krijgen voor Matthijs en zijn TOS is indrukwekkend.
De prachtige voorbeelden van goede en passende begeleiding zijn inspirerend om te lezen.
De vervelende ervaringen met zorginstanties die verantwoordelijkheden doorschuiven zijn confronterend om te lezen.
Het resultaat, wat zich uit in onderwijsuitval en thuiszitten in de laatste 3 maanden van zijn lagere schoolloopbaan, is schokkend om te lezen.
Als ambulant begeleider in het cluster 2 en TOS-professional was ik zelf heel erg benieuwd naar dit boek.
Nadat het boek nog een weekje bij mij op de leesstapel lag, ben ik gestart en eigenlijk daarna niet meer gestopt. Wauw wat een verhaal!!
Het verhaal vond ik zelf van A tot Z tegelijkertijd inspirerend en confronterend.
Het is vooral inspirerend om te lezen hoe Heleen vecht voor haar kind. Dat ze keer op keer nieuwe energie vindt om haar kind te helpen. Het is mooi hoe ze ook haar twijfels en donkere gedachten durft te delen. De manier hoe ze tot inzichten komt gaven ook mij weer inzichten tijdens het lezen van dit boek. Heleen ging steeds weer op zoek naar de juiste mensen om haar zoon en haar hele gezin te helpen.
Het is confronterend om te lezen hoeveel fouten er worden gemaakt bij de signalering en diagnose van TOS. Hoe er door scholen, maar ook door commissies van leerlingenzorg, enkel wordt gekeken naar cijfers en uitslagen van onderzoeken en niet naar het kind achter die cijfers.
De impact van de zorg om een kind met een TOS en zijn begeleidingsvragen op het complete gezin is groot.
Het is voor mij op sommige punten herkenbaar.
Meer dan 30 jaar heb ik als leerkracht in het cluster 2 onderwijs gewerkt. Nu werk ik sinds 2 jaar als ambulant begeleider. In al die jaren heb ik natuurlijk veel contactmomenten gehad met ouders van leerlingen met een TOS.
Hierdoor zag ik bij iedere nieuwe wending in het verhaal van Heleen weer een ander kind in mijn herinneringen waarop dit beeld van toepassing was.
Ook was het verhaal voor mij herkenbaar omdat ik tijdens het lezen ontelbare gesprekken in mijn herinnering voorbij zag komen die een soortgelijke ervaring brachten voor andere ouders.
Vooral het vechten voor een TOSdiagnose en het onbegrip van sommige mensen uit de naaste omgeving van het kind waren pijnlijk herkenbaar.
In mijn werk als ambulant begeleider kom ik nog dagelijks tegen dat een leerling met een TOS niet voldoende gezien of begrepen wordt.
Gedragskemerken van leerlingen met een TOS worden dan verward met gedragskenmerken van leerlingen met ASS of ADHD.
Tijdens het Simea congres van afgelopen april 2020 was het mijn intentie om de lezing van Heleen Gorter bij te wonen.
Helaas is dit congres door de Coronacrisis niet doorgegaan.
Ik hoop dat er in de toekomst een nieuwe kans komt want dit verhaal moet namelijk gehoord en gelezen worden.
Door iedereen die werkt met leerlingen met een TOS.
Maar eigenlijk door iedereen die werkt in het onderwijs.
Want TOS is nog steeds bij veel professionals onbekend, terwijl TOS voorkomt bij 5-7% van de bevolking.
In 2015 tot 2018 is er een uitgebreid onderzoek gedaan naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis door de Universiteit van Leiden in samenwerking met Kentalis.
Doctor Neeltje van Bedem heeft hier in maart 2020 een presentatie over gegeven op het Taalstaal Congres in Utrecht.
Dit congres heb ik zelf bijgewoond en ik was toen al erg onder de indruk van de resultaten.
Het onderzoek en de bijbehorende website is gepubliceerd naar aanleiding van een uitgebreid Emo-TOS-onderzoek.
Alle informatie is terug te vinden via de speciale website van het EmoTOS projectJe vindt hier naast de wetenschappelijke verantwoording en de download naar een uitgebreide samenvatting. TOS en gedrag zijn nauw verbonden, alle gedrag is verbonden met innerlijke taal. Wanneer je geen woorden hebt voor emoties, kun je er ook niet over nadenken en dus ook niet met anderen over praten.
Heleen omschrijft het in de podcast als volgt:
Elk gedrag is een hulpvraag, ook het gedrag van ouders!
Haar boek : vechten voor mijn kind met een TOS is niet alleen een meeslepend verhaal, maar staat ook vol met belangrijke overdenkingen die we uit dit prachtige boek kunnen en moeten halen.
Een van die overdenkingen mag ik hier als afsluiting citeren.
Het begon tot ons door te dringen dat Matthijs door zijn TOS al vroeg in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling een zijspoor had genomen. Doordat hij geen woorden had voor emoties kon hij zich sociaal-emotioneel niet ontwikkelen in de periode die daarvoor de meest optimale was.
Pas veel later werden hem de woorden voor de emoties aangereikt en werd hem de sociaal-emotionele ontwikkeling aangeleerd. Een aangeleerde ontwikkeling wordt echter nooit zo eigen als een spontaan opgedane ontwikkeling.
Hij ontwikkelde zich anders dan andere kinderen. Het zijspoor had hem vertraagd, waardoor hij achterliep.
Langzamerhand kwamen wij ook tot de conclusie dat er geen wissel terug was naar het normale spoor.
Wellicht zou zijn taalontwikkeling nog in snelheid toenemen en zo op een leeftijdsadequaat niveau uitkomen, maar het zou nooit een normale sociaal-emotionele ontwikkeling worden.
Deze tweede aflevering is iets langer geworden dan de bedoeling was.
Hopelijk weerhoudt het jou als luisteraar niet om het verhaal van Heleen te beluisteren.
Het was een inspirerend en en tegelijk indrukwekkend gesprek, en een must om te luisteren voor iedereen die als professional werkt met kinderen of jongeren met een TOS. Maar ook voor ouders die op zoek zijn naar handvatten in hun zoektocht voor hun eigen kind met een taalontwikkelingsstoornis.
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.
Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.