Webinarweek

Webinarweek

Webinar passende apps

Deze maand had ik een webinarweek georganiseerd samen met Miranda Wedekind van Miranda Wedekind onderwijsbegeleiding.
Het thema was “op reis” en mijn webinar ging over het passend maken van apps met speciale aandacht voor taalzwakke kinderen. Gedurende deze week heb ik twee webinars gegeven over passende apps in het thema “Op reis”.

Het was voor mij de eerste keer dus alles was superspannend. Zou alles wel werken, laat de techniek mij niet in de steek?  Dat ging eigenlijk best goed en de reacties waren gelukkig zeer positief, op het eind gaf ik twee kortingscodes voor een E-book over passende apps en een aansluitende workshop.

Alle E-books die ik noem in dit webinar zijn als een download in mijn nieuwe webshop te koop. In de webshop zaten nog wel wat startproblemen maar door het geduld van alle lieve mensen is alles uiteindelijk goed afgerond en loopt het nu goed.

Komt er ook een replay?

Tijdens deze week heb ik veel vragen gehad over de mogelijkheid om het webinar terug te kijken op een ander tijdstip. Het terugkijken op jouw eigen moment is natuurlijk erg handig. Daarom deel ik hier de link naar de replay.

Wanneer je interesse hebt in het passend maken van apps voor jouw groep, bekijk dan zeker hieronder mijn webinar.

Aan de slag met passende apps?

Wil je zelfstandig aan de slag met passende apps, bestel dan het bijbehorende E-book Passende apps met stap voor stap handleidingen van alle besproken apps en praktische tips voor gebruik, hier onder in de webshop.

Wil je meer hulp en in een kleine groep praktisch aan de slag?
Kom dan naar mijn workshop “Passende apps” op 30 mei in Breda.
We gaan op 30 mei in “De ruimte” in Breda praktisch aan de slag met de apps die besproken zijn in het webinar.
Super gezellig en praktisch dus,  je gaat naar huis met een certificaat met 3 registerleraar uren en een passend spel voor jouw leerlingen.
Meer informatie over de workshop vind in je in de link hieronder.

Let op: De kortingsactie genoemd tijdens het webinar is geldig tot 1 juni 2018 !

 

Klik hier voor de replay van het webinar Passende apps

De week van de lentekriebels

De week van de lentekriebels

De week van de lentekriebels

 

Ook al werkt het weer vooralsnog niet mee, van 19 tot 23 maart is er de landelijke week van de lentekriebels.
Dit jaar met als thema; Anders!
De Week van de Lentekriebels is een nationale projectweek voor het speciaal- en basisonderwijs.

Ook onze school werkt mee aan deze week. Vanaf groep 1 tot en met groep 8 geven we deze week lessen over dit thema.
We geven een week lang les over weerbaarheid, relaties en seksualiteit. De projectweek helpt om deze thema’s structureel in het schoolplan op te nemen.

Aandacht seksuele vorming op basisschool juist nodig, waarom?

Kinderen staan dan nog heel open voor normen en waarden. Seksualiteit is, zeker in de onderbouw, dan nog geen onderwerp waar schaamte omheen hangt en waar kinderen vragen over hebben.
Door al op jonge leeftijd te starten raken leerlingen ook vertrouwd met het thema.
Wij starten op school dan ook met hoe zie jij eruit, wat is het verschil tussen ons? Een stukje verkenning, zelfbeeld en ook de bijbehorende emoties worden benoemd. Een onderwerp waarbij je als leerkracht goed voorbereid moet zijn maar ook flexibel en relaxt moet durven zijn in je lesgeven.

Extra lastig met een TOS

Voor kinderen met een TOS is het praten over en benoemen van gevoelens en emoties extra moeilijk door een zwakke woordenschat en woordvindingsmoeilijkheden.
Ga maar na. Het is al lastig om over jouw gevoel en je eigen lijf te praten, zeker wanneer je de woorden nog eens moeilijk kunt vinden of ze niet kent.
De zwakkere executieve functies bij kinderen met een TOS verzwaren het probleem ook nog eens.
Zwakke impulsbeheersing en problemen met flexibiliteit in het taaldenken maken het praten over zo een gevoelig onderwerp extra uitdagend voor zowel de leerkracht als de leerling.

 

 

Visuele ondersteuning gevraagd

Om alles goed te kunnen ondersteunen en wat visueel lesmateriaal achter de hand te hebben gebruiken wij het speciale lespakket voor het speciaal onderwijs.

Daarnaast heb ik op mijn yurlssite twee pagina’s gemaakt met links en tips.

Een voor de leerkracht en een voor de leerlingen.

Klik hier voor de pagina over seksualiteit en diversiteit met veel handige tips en links voor groep 1-8
Klik hier voor de speciale leerlingen pagina met filmpjes, liedjes en spelletjes over lentekriebels.

Bijpassende prentenboeken

 

Bij dit thema gebruik je natuurlijk ook bijpassende prentenboeken.

Een heel leuk boek is Ophelia van Ingrid en Dieter Schubert.
Bij dit boek is trouwens ook een compleet project verkrijgbaar bij de Kleuteruniversiteit.

Andere mooie aanvullingen:

  • “De buitelende baby in mama’s buik” van Thomas Svensson
  • “Lieve woordjes”van Carl Norac
  • “Mag ik van jou een kusje”  en “Omdat ik je zo lief vind” van Marianne Busser en Ron schroder
  • “Raad eens hoeveel ik van je hou” van Sam Mc Bratney en Anita Jeram
  • “Kijk hoe ik groei” van Angela Wilkes

Ga jij aan de slag met de lentekriebelsweek?

Filosoferen met praatplaatjes

Filosoferen met praatplaatjes


Filosoferen met kinderen, kan dat?

Filosoferen wordt vaak in combinatie gebruikt met volwassenenen. Praten over diepgaande onderwerpen, moeilijke vragen stellen en doordenken over thema’s.
Met kinderen kun je dit ook doen
Filosoferen is dan bijvoorbeeld praten met kinderen over abstracte thema’s als:

  • “Van wat wordt je het meest gelukkig?”
  • “Met wie zou je vrienden willen zijn?”
  • “Kun je alles kopen?”

Zoals  jullie begrijpen doet dit een groot beroep op je taal-denk-vermogen.
Het nadenken over taal, het begrijpen van de vragen en het doordenken naar aanleiding van de antwoorden van anderen, vraagt enorm veel van dit taal-denk-vermogen.

Wat voor taaldomeinen worden aangesproken bij filosoferen?

 

De spraaktaalontwikkeling wordt opgedeeld in drie taaldomeinen:

  1. Taalvorm
    Dit is de spraakproductie, het produceren en verwerken van klanken, woorden en zinnen.
  2. Taalinhoud
    Dit is de woordenschat en en het leggen van verbanden tussen woorden en het begrijpen en vertellen van verhalen.
  3. Taalgebruik
    Dit is het voeren van gesprekken, het gebruiken van taal in de juiste situaties, met het juiste doel en de afstemming in de communicatie op de gesprekspartner.

Filosoferen doet een beroep op al deze bovenstaande taaldomeinen.

  • Je hebt een goed ontwikkelde taalvorm nodig om alle woorden, zinnen met hun vervoegingen en verbuigingen correct uit te spreken.
  • Je hebt bepaalde inhoud nodig, een bepaalde woordenschat om jezelf te verwoorden. Je moet verbanden kunnen leggen tussen woorden en zinnen.
  • Je moet een goed ontwikkeld gevoel hebben voor taalgebruik, immers je moet weten hoe je dingen kunt zeggen, rekening houden met je gesprekspartner en de juiste taal op jet juiste moment kunnen gebruiken.

Bij filosoferen voer je allereerst gesprekken!
Wanneer je het zo op een rijtje ziet, denk je niet meteen aan filosoferen met kleuters, en zeker niet met taalzwakke kleuters of kleuters met een TOS?
Toch kan dit heel goed gedaan worden met de praatplaatjes van de Filosofiejuf!

 

Een gesprek voeren met een TOS?

Leerlingen met een TOS hebben weten niet hoe ze een gesprek met een ander moeten beginnen en voeren. Tijdens een gesprek kunnen ze vaak van de hak op de tak springen, te veel praten, herhalen wat de ander zegt en geen onderscheid maken maken tegen wie ze praten.  Het is daarom een logisch gevolg dat ze door slechte ervaringen vaak een gesprek gaan ontwijken.

Maar kinderen met een TOS hebben juist die extra oefening nodig. Juist omdat ze dit van nature niet uit zich zelf ontwikkelen zullen wij als leerkrachten, ondersteuners en logopedisten het vaker met hen moeten inoefenen.

Een gesprek is daarom ook een van de belangrijkste pijlers van het taalonderwijs op een cluster 2 school. Alle thema’s en onderwerpen worden ondersteund met een gesprek en hierbij wordt visuele ondersteuning als cruciaal onderdeel gebruikt.

Lees hierover meer in mijn artikel over visualiseren en gesprekken voeren.

Praatplaatjes om te filosoferen met jonge kinderen

Met deze praatplaatjes, ontworpen door “De filosofiejuf” kun je alle kinderen laten nadenken over allerlei vragen.
Door de visuele ondersteuning van de plaatjes, en de bijbehorende vragen, zul je ook de kinderen met een TOS aanspreken.
Je zult ze meer moeten helpen bij het verwoorden door middel van bijvoorbeeld het visualiseren van het gesprek.
Je zult ze meer denktijd moeten geven door bijvoorbeeld het gebruik van gesprekstechnieken als herhalen en samenvatten of het gebruik van beurtstokjes, maar ook zij kunnen enorm plezier beleven aan dit soort andere gesprekken waarbij fantasie een mooie invalshoek kan zijn.
Denken met jonge kinderen gaat sowieso altijd het makkelijkst wanneer je over concrete voorwerpen en over mensen uit de wereld om hen heen een gesprek begint.
De praatplaatjes zijn uitermate geschikt om nu eens  op een andere, diepgaande manier met kinderen in gesprek te gaan.

Hoe zien de praatplaatjes eruit?

De set bestaat uit 50 kaarten met 50 illustraties op de voorkant en 48 daarvan hebben op de achterkant onderzoeksvragen en graafvragen. Deze laatste zijn vragen om door te graven in een onderwerp. 2 kaarten hebben een plus en een min teken op de achterzijde.
De kaarten met de illustraties zijn mooi vormgegeven en rustig van kleur. De vragen zijn duidelijk en prikkelen jou als leerkracht, maar ook de kinderen meteen om in gesprek te gaan.

Hoe werkt de set?

Met de vragen op de 48 vragen op de achterkant van de illustraties kun je met jonge kinderen een gesprek starten.
Bij elke vraag staan 5 graafvragen om het thema verder uit te diepen. De vragen benaderen het thema vanuit een originele invalshoek, want dat zorgt juist voor verrassende antwoorden. De vetgedrukte letters in de vraag geven het thema aan.
Bij de onderzoeksvragen zie je altijd een rijtje met kaarten genoemd ( uit dezelfde set) die je kunt gebruiken bij het gesprek.
Onderaan iedere kaart staat ook altijd een leuk citaat van een kind, om een indruk te krijgen wat je kunt verwachten.
Tenslotte vind je in de handleiding nog een drietal werkvormen waarmee je de praatplaatjes op een andere manier kunt inzetten en op de site van de filosofiejuf kun je vervolgens een gratis lesbrief hoe je de praatplaatjes kunt gebruiken bij creatieve denkoefeningen.

Zijn ze ook voor oudere kinderen geschikt?

Er bestaat tevens een set met 50 filosofische kaarten voor kinderen vanaf 6 jaar. Deze heet “Praatprikkels“. Aansluitend is er een bundel met verhalen en gedichten “Kan niet bestaat niet” .
Deze verhalen en gedichten zijn geschikt om als start voor een filosofisch gesprek te gebruiken. Zo kun je eerst voorlezen en daarna samen nadenken over de bijbehorende themavraag met behulp van de praattips uit het boek.

Op de site van de filosofiejuf vind je trouwens nog meer leuke tips, spellen, prentenboeken en ideeën om te filosoferen en te denken over taal met kinderen.

Praatplaatjes gebruiken bij ondersteuning op afstand

Uiteraard kun je de kaartjes goed gebruiken bij online ondersteuning.  Ze zijn super om een gesprek over op gang te brengen.
Voor TOSleerlingen is hier wel een extra uitdaging.
Wanneer je de kaartjes in een groep gebruikt luister je ook naar anderen en krijg je automatisch meer denktijd. Hierdoor word je vaak ook geïnspireerd door elkaar. Voor TOS Leerlingen is het reageren op een directe vraag vaak lastig door woordvindingsproblemen of problemen met taalproductie, zinsbouw of communicatieve redzaamheid. Geef daarom voorafgaand aan het gesprek een kaartje met een denkvraag via de mail of stuur een foto van het kaartje via Whatsapp. Zo kan de leerling er thuis al over praten met anderen en zijn mening vormen..

 

Conclusie

Filosoferen, gesprekken voeren en praten over allerlei onderwerpen is cruciaal voor de taalontwikkeling van kinderen.
Gesprekken voeren met een kleine of grotere groep zou, volgens mij, bij iedereen dagelijks op het rooster moeten staan.
De gesprekken waarin gefilosofeerd wordt kunnen zeker bij kleuters zeer verrassend verlopen.  Vanaf de kleuterleeftijd staan de kinderen er nog onbevangen in en kun je hier dus al perfect mee beginnen.
Een TOS of taalachterstand mag hiervoor geen belemmering zijn. Juist de vele aspecten van taal zoals die in een gesprek geoefend worden, oefen je hier op een betekenisvolle en kindvriendelijke wijze.

Deze kaartenset biedt een fijn houvast en kan op allerlei manier worden ingezet.
Met de verschillende werkvormen biedt deze set ook een paar mooie extra uitdagingen.
Zelf zet ik de kaarten bijvoorbeeld ook in als vervolg op een prentenboek, voor een thema opening of als start voor een kringgesprek wat aansluit op een gebeurtenis.

De praatplaatjes en praatprikkels vormen een aanrader voor iedere klas, wanneer je meer wilt met taal en gesprekken  in je groep!

Ben je geïnspireerd? Heb je een vraag?

Laat het mij weten in een reactie !

Rekentaal en rekenknobbeltassen

Rekentaal en rekenknobbeltassen

Rekentaal

  In een vorig blog schreef ik al over tellen en getallen in een kleutergroep, en gaf ik tips voor taalzwakke kleuters..   In dit blog ga ik dieper in op rekentaal. En dan vooral in combinatie met taalzwakke kleuters en prentenboeken. Rekenen met prentenboeken is een bekend fenomeen. Je neemt een geschikt prentenboek en gaat er de wiskundige activiteiten aan koppelen. Zelf werk ik het liefst in een combinatievorm van de rekenactiviteiten uit de kleuteruniversiteit-projecten (die ook een prentenboek als uitgangspunt hebben), of met voorbeelden en opdrachten uit het boek “met rekenogen gelezen”. Dit combineer ik daarnaast graag met activiteiten uit de methode “speel je mee in Li La Land. In deze methode ga je uit van een handpop die een probleem aandraagt wat je vervolgens samen met de kinderen gaat onderzoeken. Lees hier meer over deze methode. Standaard ga ik uit van een betekenisvolle context, een probleem of situatie vanuit een verhaal. Dit kan ook een zelf bedacht probleem zijn, wat ik met een visualiserend gesprek en een handpop of ander attribuut aan de kinderen voorleg.

Voorbeelden:

  • Ik breng een fles mee die niet in de koelkast past maar waarvan de inhoud wel gekoeld moet worden. Hoe gaan we dit oplossen.
  • Een handpop vind zichzelf te klein en is daar verdrietig over, “hoe lang zijn jullie eigenlijk” vraagt de handpop zich hardop af.
  • Ik kom te laat binnen omdat ik te lang onder de douche heb gestaan, hierop volgend begin ik een gesprek en koppel hieraan een activiteit vast waarin we tijd gaan meten. Wat duurt er allemaal kort en wat duurt lang? Hoe meet je dat?
  Leestip: Met rekenogen gelezen

Rekentaal en een TOS

In mijn kleutergroep op het cluster 2 onderwijs zitten kinderen waarbij meestal een flinke stoornis aanwezig is op de taaldomeinen : taalgebruik en taalinhoud. Taalgebruik is de toepassing van taal in verschillende situaties. Met een stoornis binnen dit domein heb je ontzettend veel problemen met het doorgronden van een verhaal, een context of met informatie halen uit een tekst. Wat bedoelen ze precies, over wie of wat gaat het en wat is precies het probleem. wat wordt er gevraagd? Daarnaast hebben leerlingen met een TOS heel vaak problemen met de taalinhoud, dit is onder meer de woordenschat. De woordenschat is klein of oppervlakkig . Ze kennen van een woord wel het label maar niet het concept eronder. In rekentaal zitten vaak veel abstracte woorden zoals bijvoorbeeld centimeter, lengte, dikte, afmeting of afstand. Wanneer je deze woorden moet leren, heb je kennis nodig van het concept eronder. Kennis van het woordcluster meten kan je dan een flink eind  op weg helpen. Je gebruikt bij rekentaal ook vaak woorden die belangrijk zijn voor het begrip, verwijswoorden of bepaalde aanwijzende voornaamwoorden zoals eerste, laatste, volgende, vooraan, daarachter, daarna, ervoor. Allemaal woorden die zonder een betekenisvolle context niet te volgen zijn voor kleuters, en zeker niet voor kleuters met een TOS. Het is soms voor de hand liggend om dan het taalaanbod te versimpelen, maar wanneer je die specifieke rekentaal niet aanbiedt, zal het nooit eigen worden. Juist taalzwakke kinderen moeten extra aanbod krijgen, ook in die lastigere taalcategorie. Belangrijk is het om al je rekentaal te visualiseren met gebaren, picto’s of materiaal. Gebruik bijvoorbeeld voor de vaste rekendomeinen vaste handpoppen zoals de meetmol (meten), de langzame slak (tijd), de fotovogel (ruimtelijk inzicht), stip het lievenheersbeest (tellen en getallen), enz. Leestip: spelend rekenen   Wanneer je gebaren gebruikt, zorg dan dat daar consistentie in zit. Gebruik de vaste , bijbehorende gebaren vanuit de NmG. Gebruik ook vaste picto’s voor die vervelende aanwijswoorden die zo lastig zijn om te onthouden. Op de site van sclera.be kun je hiervoor heel makkelijk picto’s vinden.  

Onderzoek

Uit onderzoek van de NRO rondom prentenboeken en rekenen-wiskunde bij kleuters blijkt dat kinderen die een voorleesprogramma volgden maar liefst 22% meer vooruitgang boekten dan de controlegroepen die het standaardprogramma volgden voor rekenen-wiskunde. In het onderzoek was het uitgangspunt ‘Laat het boek zijn werk doen’. Ga uit van de kracht van het prentenboek. De kleuteronderwijzer neemt enkel een onderzoekende houding en overlaadt het kind niet met vragen ter controle om na te gaan of het kind alles begrepen heeft. Op een informele manier laat het prentenboek de kinderen nadenken over reken-wiskundige inhouden en plaatst het leerinhouden in een betekenisvolle context. Leestip: Rekenen met prentenboeken  

Rekenknobbeltassen

Op de site van Kleutergewijsvond ik een interessant artikel van Lotte Rommelaere. Zij maakte een eindwerk over wiskunde dat erg positief ontvangen werd door studenten en collega’s. De rekenknobbeltas: Een creatieve werkvorm om op een speelse manier aan wiskundige tussendoortjes te werken.   Zij schrijft:
Een rekenknobbeltas is vergelijkbaar met een verteltas maar de focus ligt hier meer op de wiskundige denkontwikkeling i.p.v. op de taalontwikkeling. Net zoals bij de verteltas vertrekt de rekenknobbeltas vanuit een goed prentenboek dat aan de kleuters wordt voorgelezen. Dit prentenboek sluit aan bij een bepaald thema.
In het artikel op de site Kleutergewijs vind je een gratis download naar een voorbeeld van de inhoud van een van deze tassen. Zelf lijken deze tassen mij een welkome aanvulling om mee naar huis te geven. Zo kunnen ouders thuis ook eens anders aan de slag met een prentenboek. De tijd ontbreekt mij echter om hiermee actief aan de slag te gaan helaas.  

Conclusie

Rekentaal is dus echt iets om rekening mee te houden in een kleutergroep. Het stopt immers niet bij tellen en getallen. Het werken met verhalen en boeken, in combinatie met materialen en visuele ondersteuning kan flinke voorsprong geven aan kinderen waarbij de taal niet het sterkste punt is. Daarom hieronder nog eens in het kort alle tips op een rijtje.  

5 tips voor rekentaal met taalzwakke kinderen

  1. Start je wiskundige activiteit altijd vanuit een betekenisvolle situatie of een prentenboek, zodat er vanuit de kinderen een natuurlijke nieuwsgierigheid en ontdekkingstocht ontstaat.
  2. Gebruik rijke rekentaal en visualiseer hierbij  altijd met materiaal.
  3. Ondersteun de rekentaal met vaste gebaren vanuit de NmG.
  4. Gebruik  picto’s voor aanwijswoorden en abstracte rekenwoorden die zo lastig zijn om te onthouden.
  5. Zorg altijd dat de nieuwsgierigheid en het onderzoekende karakter van kleuters wordt geprikkeld.

Wat doe jij met rekentaal in jouw klas?

 
[/et_pb_column]
Saartje en het sinterklaasfeest!

Saartje en het sinterklaasfeest!

Een boekje speciaal geschreven voor kinderen met Autisme.

De feestdagen zijn in aantocht, dat kunnen voor sommige kinderen ook lastige dagen zijn. Weten hoe de ouders van Saartje omgaan met de spanning rondom de Sint? Je leest het in Saartje en het Sinterklaasfeest.

Het boek is geschreven door Esther Vliegenthart.

Zij is moeder van drie kinderen: twee dochters en een zoon met klassiek autisme.
Ze wilde een boek maken waar kinderen zich veilig bij voelen, rustig kunnen worden door herkenning met een verhaal waarin geen eigen interpretatie van de kinderen wordt verwacht om zo te voorkomen dat een boek lezen nog meer vragen en onzekerheid bij de kinderen oproept dan ze al hadden. Maar bovenal wilde ze een boek maken om deze kinderen te leren: je bent mooi zoals je bent, je bent goed zoals je bent!

Naast dit boek heeft Esther Vliegenthart nog 5 andere delen geschreven.

Lees hier verder over deze  boekenserie en de bijbehorende site met tips voor zowel leerkrachten als ouders.

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest