Kleuters, programmeren en de Bee-bot.

Kleuters, programmeren en de Bee-bot.


Dankzij een Twitter-actie van via ICT-Leskisten heb ik een aantal weken geleden een Bee-bot gewonnen.beebot

Wat is een Bee-Bot?

Het is een klein robotje in de vorm van een bijtje. Op zijn rug kun je commando’s intypen. Vooruit, achteruit of draaien.
Je kunt de Bee-bot via deze toetsen dus programmeren langs welk parcours hij moet gaan lopen. Hij maakt steeds een leuk geluidje met een knipperend lichtje wanneer hij op het punt van bestemming is aangekomen.
Er zit ook een pauzeknop en een resetknop op zijn rug.beebot achterkant
De opdrachten kun je zo moeilijk maken als de kinderen aan kunnen. De Bee-bot kan namelijk wel 40 stappen achter elkaar onthouden. Doordat het zo’n aansprekend bijtje is zijn kleuters meteen enthousiast.

Informatie rondom de Bee-bot

Natuurlijk was ik hier ontzettend blij mee en ging er meteen  enthousiast ideeën voor zoeken. Met mijn groepje impulsieve SO kleuters in ieder geval een leuke uitdaging.

Ik kwam al snel uit bij de site van www.kleuterdigitaal en Juf maike. Zij hebben al een paar artikelen over de Bee-bot geschreven en hebben er ook materialen bij gemaakt.

Vervolgens heb ik op een speciale yurlspagina alle links die ik verder nog kon vinden bij elkaar verzameld. Ik vond een aantal duidelijke filmpjes en mijn eigen lesideeën kregen steeds meer vorm.
Met al die ideetjes in gedachten ben ik gaan bedenken hoe ik het in mijn kleuterklas zou kunnen aanbieden.
Onze kleuters zijn zoals gezegd vrij impulsief dus door hun enthousiasme zou het kleine robotje wel eens een kort leven beschoren kunnen zijn. Dat was dus iets waar ik rekening mee moest houden. Verder is de telvaardigheid bij mijn groep nog niet optimaal en de concentratie nog vaak ver te zoeken.

Introductie van de bee-bot.

Met veel geheimzinnigheid heb ik de eerste keer verteld dat ik een heel klein vriendje had dat heel erg verlegen was. Ik vertelde dat het vriendje erg snel bang kon worden van harde geluiden of veel kindjes dus dat we allemaal een beetje voorzichtig moesten doen wanneer ik hem uit zijn doosje zou halen. De interesse was natuurlijk meteen gewekt en alle kinderen keken met grote ogen toe hoe ik de Bee-bot uit zijn doosje haalde. Nadat ik hem op mijn hand had gezet vertelde ik de kinderen dat mijn vriendje Bee-bot heette en dat ze best hallo mochten zeggen. Terwijl de hele groep voorzichtig hallo zei zette ik het knopje aan de onderkant op ‘on’ en het robotje liet zijn geluidje horen. Wauw, wat een verwondering, Bee-bot hoorde hen en zei zelfs wat terug!! Hij kon natuurlijk niet praten, want het is een robot, maar als iets goed gaat laat hij zijn vrolijke piepjes horen en gaan zijn oogjes twinkelen vertelde ik verder.
Daarna heb ik wat spelregels uitgelegd.
Ik vertelde dat Bee-bot geen voetjes heeft maar wieltjes. Wanneer die wieltjes vies worden, of er komt zand tussen, dan vindt Bee-bot dat helemaal niet fijn en kan hij zelfs kapot gaan. Daarom moet hij altijd op zijn speciale mat rondlopen.
transparante mat

Onder die mat kunnen we wel plaatjes stoppen waar we Bee-bot naar toe kunnen laten lopen, want Bee-bot houdt ontzettend van moeilijke opdrachten.

Ik legde vervolgens een paar plaatjes van het prentenboek van die week (die had ik van tevoren al gelamineerd) onder de mat op verschillende plekken en zette bee-bot voorzichtig op de mat.
“Maar hoe gaat hij dan lopen”, vroeg ik mijzelf hardop af. “Nou, door die knopjes natuurlijk!” riepen een paar slimmeriken, die hadden het al snel door. De knopjes vooruit en achteruit waren al meteen duidelijk, ook de draaiknopjes waren helder dus tijd voor de eerste opdracht. “Bee-bot maakt altijd stapjes van hokje naar hokje”vertelde ik weer, “dus we moeten even goed kijken en tellen hoeveel hokjes Bee-bot moet lopen naar het plaatje wat we kiezen”.

Gebruik van de Bee-bot door de kinderen

Op deze manier  zijn we samen stap voor stap met Bee-bot aan de slag gegaan. Er kwam natuurlijk een moment dat Bee-bot bijna van de mat afliep. En dat is niet goed voor zijn wieltjes wisten de kinderen. Bijna gingen ze met zijn allen in een snoekduik op Bee-bot af. De kinderen waren geneigd om Bee-bot stevig tegen te houden terwijl de wieltjes doorliepen, niet echt goed voor het kleine beestje natuurlijk. Ik heb daarom even goed en duidelijk voorgedaan wat je moest doen wanneer Bee-bot per ongeluk een fout maakte. “Even oppakken en de wieltjes rustig uit laten draaien”.

Ik legde, na deze ervaring, uit dat Bee-bot een heel goed geheugen heeft en heel veel dingen achter elkaar kan onthouden.
Je moet dus steeds zijn geheugen in zijn hoofd even leeg maken door op het kruisje/clear knopje te drukken op zijn rug, anders gaat hij alle opdrachten achter elkaar plakken. Dat was nu meteen duidelijk.
Er zit ook een pauzeknopje op maar dit werkt bij onze kinderen beter, de pauzeknop indrukken ging namelijk soms wat hardhandig 😉 .

Het was mooi om te zien dat na een aantal kringmomenten met Bee-bot,  tijdens een vrij speelmoment door een paar kinderen gevraagd werd of ze weer met Bee-bot mochten spelen.
Ze maakten keurig het plekje op de vloer schoon met een vegertje, ik legde de mat weg en gaf hen kaartjes om eronder te leggen. Daarna werd heel voorzichtig Bee-bot wakker gemaakt en uit zijn doosje gehaald. Ze waren echt heel lief voor het vriendje van de juf. Het ging soms natuurlijk even fout, wanneer iemand vergat om vóór een nieuwe opdracht de clear-knop in te drukken. “Maar ik doe het goed hoor juf, ik til hem gewoon even op” was de trotse reactie toen ik even kwam kijken.20151016_135140

De kinderen zijn nu bekend met de werking van Bee-bot. De opdrachten die gegeven worden zijn nog simpel. We laten de Bee-bot nog steeds stoppen na een enkelvoudige opdracht en programmeren opnieuw bij elke bocht in het parcours. Het onthouden van wisselingen in richting is tot op heden nog niet gelukt. Dit is natuurlijk wel een mooi doel om naar toe te werken.

10 lestips voor de bee-bot?

Met deze kleine robot kun je heel veel leuke opdrachten bedenken. Ik zal er hieronder een aantal noemen die ik zelf zeker ga uitvoeren. Werk langzaam toe naar het programmeren van de bee-bot met wisselingen van richting.

Nodig: bee-bot, transparante mat met vakjes, kleurendobbelsteen, dobbelsteen met insteekvakjes

  1. Kleuren oefenen. Leg onder de mat een aantal klecijfermaturcirkels en stuur bee-bot naar de kleur die gegooid wordt met de kleurendobbelsteen.
  2. Vormen oefenen. Leg onder de mat vormenkaartjes en steek diezelfde vormen in de dobbelsteen met de insteekvakjes. Dobbel een vorm en stuur bee-bot er naartoe.
  3. Cijfers oefenen. Leg onder de mat cijfers en laat bee-bot naar het juiste cijfer lopen. Breidt dit uit met sommen of andere getalbeelden.dobbelsteenrekenen
  4. Maak kaartjes passend bij je thema, kopieer ze dubbel. Leg het ene kaartje onder de mat en het andere schuif je in de dobbelsteen met de insteekvakjes. Dobbel nu waar bee-bot naar toe moet lopen en programmeer het in.
  5. Leg letters onder de mat en laat bee-bot lopen naar een letter die je dobbelt. (Vul de dobbelsteen met de insteekzakjes ook met letters.)
  6. Noem een woord en laat kinderen bee-bot naar de beginletter sturen.lettermat
  7. Stop rijmplaatjes in de dobbelsteen met insteekzakjes en onder de mat. Laat bee-bot lopen naar het juiste rijmwoord.
  8. Stuur bee-bot naar een plekje op de kaart die onder de mat ligt. Kan ook met een plattegrond van de klas bijvoorbeeld. Laat de kinderen ook eens zelf een kaart tekenen en stuur bee-bot op avontuur door dat zelf verzonnen land.topografie
  9. Maak met Kaplablokjes of duplo een doolhof op de mat en laat bee-bot hier doorheen lopen.
  10. Gebruik de gratis app van bee-bot en laat een kind de app besturen en de ander met bee-bot hetzelfde doen op de mat.

Kijk voor meer tips en ideeen en leuke voorbeeldfilmpjes op mijn yurlspagina over de bee-bot.

 

Ga jij met de Bee-bot aan de slag?

Heb je al een Bee-bot of wil je er een bestellen? Wat zijn jouw ervaringen tot nu toe?

Laat het weten in een reactie.

Programmeren met kleuters en de Bee-Bot.

20151016_135140Heb jij wel eens gehoord van programmeren? Dacht jij dat het alleen voor de bovenbouw geschikt was? Dan heb je het mis!! De Bee-Bot is een  kleine robot die uitermate geschikt is voor de kleuters en de onderbouw van het PO De kinderen oefenen de eerste stapjes van het programmeren  op een speelse manier. Lees hier verder hoe ik de Bee-Bot in mijn kleutergroep heb ingezet. (meer…)
Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Wat is LOGO3000?

In LOGO3000 zijn alle 3000 bakwoorden van de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters uitgewerkt. Dit zijn meteen alle woorden die kinderen moeten kennen wanneer ze de overstap naar groep 3 maken. Onderzoek laat zien dat de kennis van deze woordenlijst in de kleuterleeftijd, een voorspeller is voor het begrijpend lezen in groep 3.

Maar 3000 woorden is wel erg veel!!
Deze methode bied je handvatten om woordenschatuitbreiding als een routine in te zetten in je groep. Het is een soort voorraadkamer waar je uit kunt putten. Dus weg met alle zelf geknutselde woordclusterkaarten en woordwebben. LOGO3000 heeft dit allemaal keurig op stevig papier gezet, met prachtige kleuren en goed uitgewerkt volgens de BAK lijst.

Hoe werkt het?

Het materiaal is misschien nieuw maar de uitwerking kennen de meesten van jullie waarschijnlijk al van Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Hun aanpak “Met woorden in de weer” is in LOGO3000 volledig terug te vinden. Niet zo heel gek trouwens, want de dames zijn (mede)auteur van deze methode.
Eigenlijk is het geen methode maar basismateriaal dat leerkrachten en leidsters meteen kunnen inzetten voor dynamisch woordenschatonderwijs.
De methode heeft drie delen:

  1. Peuters : aanbod van 500 woorden.
  2. Groep 1:  aanbod van 1000.
  3. Groep 2:  aanbod van 1500 woorden.

Voor het overzicht is er gebruik gemaakt van vier tijdvakken (Herfst, winter, lente, zomer). Verder zijn de woorden gegroepeerd in logische clusters. Zo wordt het haalbaar om meerdere woorden in een keer aan te bieden. Dit zorgt voor een goede netwerkopbouw bij het kind.

Er wordt gewerkt volgens de bekende viertakt van Verhallen.

  1. Uitleggen/uitbeelden (korte uitleg per woord met eventueel materiaal erbij of uitbeelden).
  2. Voorbewerken en semantiseren (kort stukje waarin jij in een verhaaltje de woorden herhaald aanbiedt, de kinderen mogen een paar minuten niet inbreken).
  3. Interactieve verwerking (kinderen mogen nu reageren en jij stelt vragen, kinderen mogen aanhaken en het woordconcept wordt uitgebreid met reeds bekende woorden).
  4. Consolideren en controleren(je gaat in activiteiten, liedjes of andere momenten van die dag proberen om de woorden te verankeren in de woordenschat van de kinderen en je controleert ook af en toe op een speelse manier of woorden nu bekend/gekend zijn).
    Het handigste is het cluster steeds als routine in de eerste ochtendkring aan te bieden, zodat je nog de rest van de dag hebt om te consolideren en te controleren.

Achtergrond:

Woordenschat is iets wat vaak logischerwijs en bijna vanzelf gaat. Behalve wanneer er in de thuissituatie een andere taal wordt gesproken dan op school of wanneer er een arm taalaanbod is thuis, of wanneer taal leren gewoon niet vanzelf gaat zoals bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dan zul je in het onderwijs explicieter aandacht moeten gaan besteden aan het vergroten van de woordenschat van die kinderen.
Woordenschat is gekoppeld aan kennisopbouw. Een woord is niet alleen een etiket, woorden spelen ook een essentiële rol in het denken, woorden worden woordconcepten. Een pakketje kennis rondom dat woord dus.
Kinderen vergaren in de kleuterleeftijd steeds meer woordconcepten die ook weer in verschillende woordnetwerken samen komen.

woordenschatwoordlabel =                             Neus
woordlabel+woordconcept=  neus+ruiken, snuiten, 2 gaatjes, lichaamsdeel
netwerkstructuur=                   lichaamsdeel is ook mond en kin. uit de neus komt  snot wanneer je snuit maar je   kunt er ook mee ademen en ruiken

Als het goed gaat is dit uitgebreide kennisnetwerk een basis voor verder leren. Later worden bijvoorbeeld woorden als geur of  kaak sneller aangehaakt bij het al eerder bekende netwerk rondom neus.

 

Wat voor materialen horen er bij LOGO3000?

  • Handleiding voor de leerkracht (ook digitaal in de software terug te vinden)
  • Map met woordwebben/clusters
  • Map met praatplaten
  • Map met speel/werkbladen en CD’s
  • Woordkalender voor op je bureau (Hier vind je de woorden die niet echt bij een cluster horen maar die tussendoor aan bod moeten komen zoals terwijl, tenzij, intussen, enz.)
  • Ophangsysteem voor woordwebben/clusters
  • Digitale software (zeer uitgebreid) Ook vanuit thuis te benaderen!!

Volgens de makers van LOGO3000 kan ieder kind een goede woordenschat opbouwen, mits het aanbod rijk en gevarieerd is, zowel op  school als thuis.
Taalontwikkelingsstoornissen blijken ook gebaat te zijn met veel herhaling van aanbod op allerlei manieren.En daar ligt soms het probleem, het aanbod,  daarom moet er op school bewuster aangeboden worden.
LOGO3000 is dan voor ons het perfecte hulpmiddel.

 

 

Voorbeeldpagina van de woordkalender

Voorbeeld van een woordcluster

Voorbeeld van een speelscherm in de digitale oefensoftware

7 x WAT vind ik zo fijn aan LOGO3000?

  1. Je moet deze methode niet zien als een vaste planning maar meer een vaste routine. Je kunt de clusters, woordwebben en praatplaten aanbieden op volgorde van de vier katernen maar dan vind ik dat je hier ook een beetje je thema’s op moet aanpassen. Ik heb het al eens eerder gezegd, het kind heeft kapstokken nodig voor de taal die je aanbied. Je kunt geen woordcluster over huisdieren aanbieden wanneer je het daar die dag of week verder helemaal niet meer over gaat hebben. Er moet een herkenning zijn. Daarom hebben wij alle clusters door elkaar ingedeeld, passend bij ons thema-aanbod. Dat is natuurlijk wel even een hele puzzel, maar je profiteert hier weer van in de jaren daarna.
  2. Wij hebben er ook bewust voor gekozen om sommige clusters over te slaan, wanneer ze niet in de thema’s van dat jaar passen. Wanneer je als leerkracht dit helder voor ogen hebt kun je deze woorden eventueel een keer tussendoor aanbieden wanneer de situatie zich voordoet. Ik vind zelf dat je hier flexibel in kunt en moet zijn bij kleuters. Het is een hulpmiddel, geen strak keurslijf.
    Voorbeeld: je biedt de clusters rondom ziek zijn niet  aan bij een thema (omdat je dat thema dit jaar niet aanbied) maar tussendoor wanneer er iemand ziek is.
  3. Het materiaal is mooi om te zien, voelt stevig aan en spreekt de kinderen goed aan. De woordwebben zijn mooi en groot, de praatplaten zitten in een handige sta-map en de woordkalender past prima op je bureau.
  4. Bij elk cluster vind je een leerkrachtkaart met daarop, per onderdeel van de viertakt, uitleg en voorbeelden om het cluster aan te bieden. Tips en adviezen, handige hulpmiddelen en benodigdheden kun je op een handige kaart (2 x A4) snel en overzichtelijk even van tevoren doornemen. Zo kun je heel snel voorbereiden en het is makkelijk door te geven aan duocollega’s of invallers. Ander voordeel is dat alle collega’s dezelfde routines gebruiken voor het woordenschatonderwijs. Herkenning geeft altijd een beter leereffect.
  5. Er zit prachtige digitale software bij die je op school op het digibord maar ook individueel kunt aanbieden. Er zit een goed leerlingvolgsysteem bij waarin je precies kunt lezen wat jouw kinderen hebben gedaan en hoe ze hebben gescoord. Dit kan ook via een app op de iPad. Ook kun je licenties nemen voor thuisgebruik. Jij zet de clusters en praatplaten klaar die de kinderen moeten oefenen in die week. Voor de kinderen is er keuze uit een aantal spelvormen met de woorden van die week.
  6. Het is nu ook mogelijk om toetsen klaar te zetten voor je leerlingen of per leerling individueel om te kijken in hoeverre  ze de geleerde woorden beheersen.
  7. Er zit een complete handleiding bij met gebruikerstips maar ook om ouderavonden te organiseren over het gebruik van LOGO3000 in de klas en over hoe dit thuis verder opgepakt kan worden.

Wat moet en wat niet?

Het standaardaanbod bij peuters is 1 woordcluster, 1 praatplaat en 3 kalenderwoorden per week.
Het standaardaanbod voor groep 1 en 2 is 4 woordclusters, 1 praatplaat per 2 weken, 1 tot 3 kalenderwoorden per week.
Dit werd in het eerste jaar bij ons op school als vrij belastend ervaren. Is er dan nog wel tijd voor muziek, versjes, prentenboeken en andere kleuteractiviteiten.
De valkuil is dat je vaak denkt dat alles wat je aanbiedt ook meteen gekend moet zijn. Maar het gaat om het aanbod, de opname volgt daarna pas. Dat kan zelfs een aantal dagen of zelfs weken erna zijn. Daarom hangen wij de clusters van de week ervoor ook nog op  in de gang, zodat ze nog niet helemaal weg zijn. De clusters van de actuele week hangen in de klas op een vaste plaats.
Het is volgens ons dus geen methode maar een routine,  met alle handigheid van een methode maar de voordelen van flexibel gebruik.

Hieronder vind je de link naar de downloadknop van ons schema zoals wij dat hebben ingezet in groep 2. Logo 3000 is hier ingepast in ons thematisch aanbod van het schooljaar. met daarnaast de mogelijke projecten van de Kleuteruniversiteit, NMG en extra prentenboektitels. We hebben in de loop van dit schooljaar hier en daar weer wat aangepast. Zodra er een nieuwe versie is zal ik die hier toevoegen.

Wil je meer weten ga dan naar de website van LOGO3000 of stel je vragen aan mij via mijn facebookpagina.

Wij zijn fan…en jij?

Mindmappen met een gat in mijn emmer!

Opgelet!!!

Eerder schreef ik jullie al over mijn ervaringen met het project “Een gat in mijn emmer van juf Henrike van den Hurck (van Kleuteruniversiteit).

Ik heb toen op Social media beloofd om de materialen voor deze mindmap te delen.

Vanaf vandaag kun je dit materiaal vinden op mijn yurlspagina van de kinderboekenweek.20150930_112350

Het zijn alle benodigde plaatjes en de kant en klare mindmap op een PDF als voorbeeld.

Mocht je nog vragen hebben over mindmappen, lees dan nog eens dit artikel terug.

Veel plezier ermee!!!

Raar maar waar, een kleurplaat laten bewegen!

Raar maar waar, een kleurplaat laten bewegen!

Vandaag heb ik in mijn groep de app Quiverquiver uitgeprobeerd en de kinderen waren zwaar onder de indruk.

Deze app (hij is overigens gratis) kun je dowloaden in de appstore en heeft een aantal kleurplaten die gratis zijn. Ik koos voor mijn groep voor een brandweerauto, een vogel, een voetballertje, vuurwerkpijlen en een schattig konijntje.
Via deze site kun je nog meer kleurplaten vinden voor deze leuke app.

Vanmiddag was het moment daar. Terwijl iedereen eigenlijk al erg moe was en nog even vrij mocht kiezen,  sprak ik de magische woorden:

“Het is raar maar waar, ik ga deze kleurplaat laten bewegen met de Ipad! “

De nieuwsgierigheid was meteen gewekt. “Nee hoor juf, dat bestaat niet, …toch???”
Na de belofte van mij dat dit toch echt zou gaan lukken, gingen er een aantal kinderen driftig aan de slag met stiften en kleurpotloden. De vermoeidheid was in een klap voorbij. Sommige kinderen gingen samen aan de slag. Met zijn tweetjes aan een kleurplaat, dat is slim bekeken natuurlijk, dan ben je lekker snel klaar. (meer…)

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest