Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Wat is LOGO3000?

In LOGO3000 zijn alle 3000 bakwoorden van de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters uitgewerkt. Dit zijn meteen alle woorden die kinderen moeten kennen wanneer ze de overstap naar groep 3 maken. Onderzoek laat zien dat de kennis van deze woordenlijst in de kleuterleeftijd, een voorspeller is voor het begrijpend lezen in groep 3.

Maar 3000 woorden is wel erg veel!!
Deze methode bied je handvatten om woordenschatuitbreiding als een routine in te zetten in je groep. Het is een soort voorraadkamer waar je uit kunt putten. Dus weg met alle zelf geknutselde woordclusterkaarten en woordwebben. LOGO3000 heeft dit allemaal keurig op stevig papier gezet, met prachtige kleuren en goed uitgewerkt volgens de BAK lijst.

Hoe werkt het?

Het materiaal is misschien nieuw maar de uitwerking kennen de meesten van jullie waarschijnlijk al van Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Hun aanpak “Met woorden in de weer” is in LOGO3000 volledig terug te vinden. Niet zo heel gek trouwens, want de dames zijn (mede)auteur van deze methode.
Eigenlijk is het geen methode maar basismateriaal dat leerkrachten en leidsters meteen kunnen inzetten voor dynamisch woordenschatonderwijs.
De methode heeft drie delen:

  1. Peuters : aanbod van 500 woorden.
  2. Groep 1:  aanbod van 1000.
  3. Groep 2:  aanbod van 1500 woorden.

Voor het overzicht is er gebruik gemaakt van vier tijdvakken (Herfst, winter, lente, zomer). Verder zijn de woorden gegroepeerd in logische clusters. Zo wordt het haalbaar om meerdere woorden in een keer aan te bieden. Dit zorgt voor een goede netwerkopbouw bij het kind.

Er wordt gewerkt volgens de bekende viertakt van Verhallen.

  1. Uitleggen/uitbeelden (korte uitleg per woord met eventueel materiaal erbij of uitbeelden).
  2. Voorbewerken en semantiseren (kort stukje waarin jij in een verhaaltje de woorden herhaald aanbiedt, de kinderen mogen een paar minuten niet inbreken).
  3. Interactieve verwerking (kinderen mogen nu reageren en jij stelt vragen, kinderen mogen aanhaken en het woordconcept wordt uitgebreid met reeds bekende woorden).
  4. Consolideren en controleren(je gaat in activiteiten, liedjes of andere momenten van die dag proberen om de woorden te verankeren in de woordenschat van de kinderen en je controleert ook af en toe op een speelse manier of woorden nu bekend/gekend zijn).
    Het handigste is het cluster steeds als routine in de eerste ochtendkring aan te bieden, zodat je nog de rest van de dag hebt om te consolideren en te controleren.

Achtergrond:

Woordenschat is iets wat vaak logischerwijs en bijna vanzelf gaat. Behalve wanneer er in de thuissituatie een andere taal wordt gesproken dan op school of wanneer er een arm taalaanbod is thuis, of wanneer taal leren gewoon niet vanzelf gaat zoals bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dan zul je in het onderwijs explicieter aandacht moeten gaan besteden aan het vergroten van de woordenschat van die kinderen.
Woordenschat is gekoppeld aan kennisopbouw. Een woord is niet alleen een etiket, woorden spelen ook een essentiële rol in het denken, woorden worden woordconcepten. Een pakketje kennis rondom dat woord dus.
Kinderen vergaren in de kleuterleeftijd steeds meer woordconcepten die ook weer in verschillende woordnetwerken samen komen.

woordenschatwoordlabel =                             Neus
woordlabel+woordconcept=  neus+ruiken, snuiten, 2 gaatjes, lichaamsdeel
netwerkstructuur=                   lichaamsdeel is ook mond en kin. uit de neus komt  snot wanneer je snuit maar je   kunt er ook mee ademen en ruiken

Als het goed gaat is dit uitgebreide kennisnetwerk een basis voor verder leren. Later worden bijvoorbeeld woorden als geur of  kaak sneller aangehaakt bij het al eerder bekende netwerk rondom neus.

 

Wat voor materialen horen er bij LOGO3000?

  • Handleiding voor de leerkracht (ook digitaal in de software terug te vinden)
  • Map met woordwebben/clusters
  • Map met praatplaten
  • Map met speel/werkbladen en CD’s
  • Woordkalender voor op je bureau (Hier vind je de woorden die niet echt bij een cluster horen maar die tussendoor aan bod moeten komen zoals terwijl, tenzij, intussen, enz.)
  • Ophangsysteem voor woordwebben/clusters
  • Digitale software (zeer uitgebreid) Ook vanuit thuis te benaderen!!

Volgens de makers van LOGO3000 kan ieder kind een goede woordenschat opbouwen, mits het aanbod rijk en gevarieerd is, zowel op  school als thuis.
Taalontwikkelingsstoornissen blijken ook gebaat te zijn met veel herhaling van aanbod op allerlei manieren.En daar ligt soms het probleem, het aanbod,  daarom moet er op school bewuster aangeboden worden.
LOGO3000 is dan voor ons het perfecte hulpmiddel.

 

 

Voorbeeldpagina van de woordkalender

Voorbeeld van een woordcluster

Voorbeeld van een speelscherm in de digitale oefensoftware

7 x WAT vind ik zo fijn aan LOGO3000?

  1. Je moet deze methode niet zien als een vaste planning maar meer een vaste routine. Je kunt de clusters, woordwebben en praatplaten aanbieden op volgorde van de vier katernen maar dan vind ik dat je hier ook een beetje je thema’s op moet aanpassen. Ik heb het al eens eerder gezegd, het kind heeft kapstokken nodig voor de taal die je aanbied. Je kunt geen woordcluster over huisdieren aanbieden wanneer je het daar die dag of week verder helemaal niet meer over gaat hebben. Er moet een herkenning zijn. Daarom hebben wij alle clusters door elkaar ingedeeld, passend bij ons thema-aanbod. Dat is natuurlijk wel even een hele puzzel, maar je profiteert hier weer van in de jaren daarna.
  2. Wij hebben er ook bewust voor gekozen om sommige clusters over te slaan, wanneer ze niet in de thema’s van dat jaar passen. Wanneer je als leerkracht dit helder voor ogen hebt kun je deze woorden eventueel een keer tussendoor aanbieden wanneer de situatie zich voordoet. Ik vind zelf dat je hier flexibel in kunt en moet zijn bij kleuters. Het is een hulpmiddel, geen strak keurslijf.
    Voorbeeld: je biedt de clusters rondom ziek zijn niet  aan bij een thema (omdat je dat thema dit jaar niet aanbied) maar tussendoor wanneer er iemand ziek is.
  3. Het materiaal is mooi om te zien, voelt stevig aan en spreekt de kinderen goed aan. De woordwebben zijn mooi en groot, de praatplaten zitten in een handige sta-map en de woordkalender past prima op je bureau.
  4. Bij elk cluster vind je een leerkrachtkaart met daarop, per onderdeel van de viertakt, uitleg en voorbeelden om het cluster aan te bieden. Tips en adviezen, handige hulpmiddelen en benodigdheden kun je op een handige kaart (2 x A4) snel en overzichtelijk even van tevoren doornemen. Zo kun je heel snel voorbereiden en het is makkelijk door te geven aan duocollega’s of invallers. Ander voordeel is dat alle collega’s dezelfde routines gebruiken voor het woordenschatonderwijs. Herkenning geeft altijd een beter leereffect.
  5. Er zit prachtige digitale software bij die je op school op het digibord maar ook individueel kunt aanbieden. Er zit een goed leerlingvolgsysteem bij waarin je precies kunt lezen wat jouw kinderen hebben gedaan en hoe ze hebben gescoord. Dit kan ook via een app op de iPad. Ook kun je licenties nemen voor thuisgebruik. Jij zet de clusters en praatplaten klaar die de kinderen moeten oefenen in die week. Voor de kinderen is er keuze uit een aantal spelvormen met de woorden van die week.
  6. Het is nu ook mogelijk om toetsen klaar te zetten voor je leerlingen of per leerling individueel om te kijken in hoeverre  ze de geleerde woorden beheersen.
  7. Er zit een complete handleiding bij met gebruikerstips maar ook om ouderavonden te organiseren over het gebruik van LOGO3000 in de klas en over hoe dit thuis verder opgepakt kan worden.

Wat moet en wat niet?

Het standaardaanbod bij peuters is 1 woordcluster, 1 praatplaat en 3 kalenderwoorden per week.
Het standaardaanbod voor groep 1 en 2 is 4 woordclusters, 1 praatplaat per 2 weken, 1 tot 3 kalenderwoorden per week.
Dit werd in het eerste jaar bij ons op school als vrij belastend ervaren. Is er dan nog wel tijd voor muziek, versjes, prentenboeken en andere kleuteractiviteiten.
De valkuil is dat je vaak denkt dat alles wat je aanbiedt ook meteen gekend moet zijn. Maar het gaat om het aanbod, de opname volgt daarna pas. Dat kan zelfs een aantal dagen of zelfs weken erna zijn. Daarom hangen wij de clusters van de week ervoor ook nog op  in de gang, zodat ze nog niet helemaal weg zijn. De clusters van de actuele week hangen in de klas op een vaste plaats.
Het is volgens ons dus geen methode maar een routine,  met alle handigheid van een methode maar de voordelen van flexibel gebruik.

Hieronder vind je de link naar de downloadknop van ons schema zoals wij dat hebben ingezet in groep 2. Logo 3000 is hier ingepast in ons thematisch aanbod van het schooljaar. met daarnaast de mogelijke projecten van de Kleuteruniversiteit, NMG en extra prentenboektitels. We hebben in de loop van dit schooljaar hier en daar weer wat aangepast. Zodra er een nieuwe versie is zal ik die hier toevoegen.

Wil je meer weten ga dan naar de website van LOGO3000 of stel je vragen aan mij via mijn facebookpagina.

Wij zijn fan…en jij?

Bennie en de letterboom!

Bennie en de letterboom!


Letters in een kleuterklas ja of nee?

Ik zeg dan ja! Natuurlijk wel op een manier die geschikt is voor kleuters dus met veel spel, ervaring, beleving en klankherkenning.
Wij werken elk thema (3 weken) met een letter die centraal staat en dus ook past bij het thema.
Elk jaar is dat dus een andere volgorde.

Letters zijn zo een logisch onderdeel bij een thema. De letter heeft een relatie met het thema en de kinderen hebben hierdoor een mentale kapstok om de letter en het bijbehorende woord te plaatsen.
Je komt hiermee per jaar aan ongeveer 13 letters. Dit is misschien niet de norm die de inspectie stelt maar ik ben van oordeel dat versneld aanbieden weinig meerwaarde heeft. De kinderen pakken trouwens tussendoor ook de nodige letters op zodat het aantal 13 niet een vast gegeven is voor elk kind.

Elke letter wordt tijdens het thema via een beredeneerd aanbod,  volgens de vaardigheden van de CPS map Fonemisch bewustzijn ,  aangeboden.

In die map worden de 10 onderstaande vaardigheden beschreven.

  1. luisteren
  2. zinnen en woorden
  3. rijmen
  4. klankgroepen
  5. isoleren van klanken
  6. begrijpend luisteren
  7. letterkennis
  8. auditieve synthese van klanken
  9. auditieve analyse van klanken
  10. manipuleren van klanken

Kijk voor lestips bij de diverse vaardigheden  eens naar dit artikel op mijn site.

Wat doen wij in onze klas met de letters?


Wij werken volgens een vaste, dus herkenbare, routine met een handpop.

Dit is “Bennie” onze letterkampioen (een handpop) die in zijn rugzakje elke keer een nieuw letter bij zich heeft.

Letters in de kring

Bij binnenkomst van de kinderen zit hij al in de kring te wachten. De kinderen weten inmiddels dat hij weer een nieuwe letter komt brengen en vinden dat elke keer weer spannend.
Er zitten dus na een poosje steeds meer letterkaartjes in zijn rugzak. We halen de letters eruit en kijken of de kinderen kunnen ontdekken welke letter nieuw is.
Bennie kletst wat met de kinderen en vraagt of ze weten hoe die letter klinkt?
We oefenen samen met Bennie de klank en ik laat meteen het bijbehorende klankgebaar zien.
Dit is voor onze kinderen een belangrijke visuele ondersteuning bij het aanleren van de letters en ze worden volgend jaar in groep 3 ook gebruikt naast de methode Veilig Leren Lezen
De kinderen zien en horen zo de klank. Bij bepaalde klanken laten we ze ook voelen waar de klank gemaakt word. Bijvoorbeeld bij de r de hand op de keel,  bij de b de hand op de wang. (vaardigheid 1)
TIP: Onze Bennie komt hier vandaan. Bij Bol.com hebben ze ook een hele leuke handpop die lijkt op Opa Brom van het letterwinkeltje.
Op een gelamineerd A3 vel heb ik van tevoren de letter klaargemaakt met een plaatje van het thema en de klank ernaast. Die leggen we in het midden van de kring naast het letterkaartje.
Die kaart komt later boven de letterplek op het raam te hangen.

Daarna…

Vervolgens gaan we samen op zoek naar woorden met de klank van het thema. We zoeken in de klas, soms gaan we op speurtocht door de school. Bij onze leerlingen met een TOS is de woordenschat erg zwak dus moeten we bijna altijd samen op zoek en moet je de woorden echt stuk voor stuk benoemen, een paar keer hakken-plakken, of zoemen zoals het in de nieuwe versie van VLL genoemd wordt, met duidelijke articulatie. Om zo de kinderen hopelijk zelf te laten ontdekken of de klank er nu wel of niet in zit. Klanken voelen en horen, dat blijft belangrijk. (vaardigheid 1,7,8,9) Lukt het auditief niet dan schrijf ik het woord uit en laat ze visueel analyseren of ze de klank ontdekken. (vaardigheid 2). Alle kinderen worden gevraagd om thuis op zoek te gaan naar voorwerpen met de nieuwe klank in de naam.

De ouders

De ouders worden via Klasbord ook gevraagd om thuis mee op zoek te gaan. iedereen mag iets meebrengen zodat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om de letterplek te vullen.
Alle gevonden en meegebrachte spulletjes worden op de letterplek (vlakbij bij het schrijfatelier) uitgestald met een bijbehorend woordkaartje erbij, geschreven  met zwarte letters en de themaletter in het rood.
Ook Bennie komt daar te zitten met het letterkaartje in zijn rugzak. (vaardigheid 7)
In onze letterboom wordt tot slot een blaadje toegevoegd met de nieuwe  letter erop. Deze letterboom vind je bij ons schrijfatelier. De plek waar geschreven, gekleid, gestempeld, gekleurd en gelezen kan worden.

Beredeneerd aanbod

Met de verzamelde materialen van de letterplek worden vervolgens gedurende het projectthema diverse oefeningen volgens de 10 vaardigheden van de CPS map gedaan. Benieuwd hoe wij dit doen?
Lees dan ook mijn artikel over de oefeningen die bij deze 10 vaardigheden uitgevoerd worden.
Klik hier voor het schema van ons beredeneerde aanbod van fonemisch bewustzijn.
Leuke tips en andere informatie rondom Fonemisch bewustzijn vind op mijn Yurlspagina.

Hoe bieden jullie het werken met klanken en letters aan?

Leuke boekentip!

De boekenweek is van start gegaan vandaag en wat doe je dus in de klas? Zoveel mogelijk boeken (voor)lezen natuurlijk!! Waarschijnlijk heb je allang een keuze gemaakt voor een aantal titels die je in je groep gaat gebruiken, maar ben je nog op zoek voor school of thuis dan heb ik hier een hele leuke boekentip.

De Poepfabriek van Marianne Busser en Ron Schröder.

De poepfabriek COVwt.indd

Het boek is speciaal geschreven voor deze kinderboekenweek met het thema ‘Raar maar waar’ en wordt nu in de winkel verkocht voor maar €4,99.

Bestel het hier! (meer…)

Herfst of de kinderboekenweek?

Waar kies jij voor deze komende maand? Ga je voor het prachtige thema herfst of doe je mee aan de kinderboekenweek met als thema Raar maar waar?
Voor beide thema’s is wat te zeggen natuurlijk. allebei hebben ze legio mogelijkheden om uit te werken in de klas.

Onze school sluit zich echter aan bij de KBW2015 en dus werken wij als kleuterbouw ook mee aan het thema:

Raar maar waar, natuur en techniek.

We starten morgen al met het prentenboek Een gat in mijn emmer waar meteen al een technisch probleem in zit. Maar wij laten stiekem ook de herfst al binnen komen in de klas. Hoe wij dit gaan vorm geven ?
Volg deze website, dan blijf je op de hoogte van de updates en foto’s van onze klas. een gat in mijn emmer

Kun jij niet wachten en wil je nu al ideeën verzamelen? Kijk dan bij herfst op mijn Yurlswebsite of  bij KBW2015 en filmpjes voor tips, ideeen, liedjes en meer.

Letters en kleuters, hoe en waarom?

Letters en kleuters, hoe en waarom?

Letters in de kleuterklas

Fonologisch en fonemisch bewustzijn ontwikkelen in 10 stappen!

Ik schreef al eerder het artikel over Bennie en de letterboom, waarin ik onze routines beschreef.
In dit artikel ga ik dieper in op de oefeningen bij de diverse vaardigheden van de CPS map fonemisch bewustzijn.

Dit zegt de theorie


In groep 3 leren kinderen technisch lezen, één van de voorwaarden om een goede begrijpend lezer te worden (Mijs & Vernooy, 2003).Maar wat gaat daar nu aan vooraf? Kinderen hebben een goed fonemisch bewustzijn nodig. Instructie hierin blijkt een grote effectgrootte te hebben op het leren lezen bij kinderen (National Reading Panel, 2001). Daarnaast is een vlotte benoemsnelheid van letters één van de grootste voorspellers van of een leerling goed technisch leert lezen (Aarnoutse, 2004). Instructie in fonemisch bewustzijn blijkt bij een preventieve en expliciete aanpak zeer effectief.
Een afwachtende houding daarentegen (‘het kind is nog niet rijp’), blijkt niet effectief (Phillips, Clancy-Menchetti, Lonigan, 2008). Het is een uitdaging om spelenderwijs op preventieve wijze aan de voorbereidende leesvoorwaarden te voldoen.
( via http://expertis.nl/agenda-item/een-goede-leesstart-voor-kleuters-2/)

 
Onze doelgroep in het SO

Het volgen van de leerlingen, wachten tot ze er zelf mee komen, kindvolgend onderwijs is in het SO (en het PO) niet voldoende om het optimale uit een kind te halen. Er moeten echt “zaadjes” geplant worden tijdens een kringactiviteit, zodat die later, in spel of tijdens hoekenwerk, tot bloei kunnen komen.
Wij gebruiken hiervoor de CPS map fonemisch bewustzijn in onze groepen via een beredeneerd aanbod. Wij leren klanken (fonologisch bewustzijn), woorden en de bijbehorende letters (fonemisch bewustzijn) via speelse werkwijzen aan en laten dit dus niet vanzelf uit de leerlingen komen.
Leerlingen met een zwak taalgevoel hebben echt een duwtje in de rug nodig om met letters aan de slag te gaan. Uit studies blijkt, zoals boven omschreven,  dat kinderen die al in de kleutergroep met klanken en letters bezig zijn op een kleuter-eigen manier (dus liefst niet al te veel werkbladen maar met veel zintuigen ervaren) meer kans hebben op een betere leesstart in groep 3. Ook is onderzocht dat een zwak taalgevoel grotere kans geeft op leesproblemen. Het is voor onze leerlingen met TOS dan ook belangrijk om zo vroeg mogelijk in aanraking te komen met fonemisch bewustzijn, klanken en letters.

 
Maar hoe doen wij dat?

Volgens de CPSmap kun je fonemisch bewustzijn opdelen in verschillende vaardigheden.
Om alles zo goed mogelijk aan bod te laten komen hebben wij deze vaardigheden verdeeld over het schooljaar en is daar een beredeneerd aanbod uitgekomen. Alle vaardigheden komen minimaal twee keer per jaar terug en worden natuurlijk tussendoor ook nog herhaald of uitgebouwd wanneer het thema zich hiervoor leent.
Hieronder vind je verschillende uitwerkingsmogelijkheden die wij aanbieden volgens die vaardigheden.

1. Luisteren

  • Bespreek samen bij elk woord waar je de klank hoort , vooraan, middenin of achteraan.
  • Reageer op een woord (reactiespel).
  • Welk woord hoor je 2 keer?
  • Leg een dopje/blokje wanneer je het afgesproken woord hoort.
  • Mix en koppel: Iedereen krijgt een woordkaartje. We lopen door elkaar(op muziek) en bij muziekstop/teken van de juf fluister je het woord in het oor van het kind het dichtste naast je. Je mag het kaartje niet laten zien. Zoek kinderen op met hetzelfde woord.

2. Zinnen maken

  • Maak met de kinderen zinnen met de woorden van de letterplek en schrijf die op het flapoverbord of een groot vel papier. Je kunt zo regelmatig even terugkijken, de woorden accentueren met highlighters, klankgroepen aangeven, enz.
  • Maak gevisualiseerde gesprekken. Lees op deze pa20150106_115000gina hierover meer.

3. rijmen

  • Passief rijmen. De juf maakt rijmzinnen en kinderen vullen het rijmwoord in.
  • Zing liedjes of draag versjes voor die rijmen en benoem de rijmwoorden. Laat de kinderen steeds invullen.
  • Actief rijmen: Bedenk samen met de kinderen rijmwoorden op een aantal woorden van de letterplek. Benadruk hierbij de themaletter weer met rood en maak ook het rijmgedeelte visueel inzichtelijk door er klankboogjes onder te plaatsen. Meer over rijmen en een handige handelingswijzer vind je hier!
  • Maak eens een mindmap over rijmen! Meer over mindmappen lees je hier.

4. klankgroepen

  • Klankgroepen in woorden zichtbaar maken met boogjes eronder op papier.
  • Klankgroepen auditief aanbieden en samenvoegen met concreet materiaal erbij ter visuele ondersteuning. Dus voor elke klankgroep leg je een blokje neer met  ruimte er tussenin, bij het hele woord schuif je de blokjes naar elkaar toe.
  • Klankgroepen zichtbaar en hoorbaar maken door woorden te klappen.
    Hier vind je een handelingswijzer rondom zinnen, auditieve analyse en klankgroepen.
5. Isoleren van klanken
  • Wat hoor je wanneer je de eerste of de laatste letter vervangt?
  • Wat hoor je wanneer je de eerste of laatste letter weglaat?
  • Maak bovenstaande oefeningen ook zichtbaar op papier?

6.Begrijpend luisteren

  • Samen een PowerPoint-presentatie maken. (Naar een idee van Margriet van diepen)Je zet alle letter-voorwerpen op de foto en voegt die, met het woord erbij, in een PowerPoint. Vervolgens spreek je samen met de kinderen de woorden in die erbij horen. Deze PowerPoint bewaar je op de computer in je klas op een vindbare plaats voor de leerlingen. Op deze manier blijft de letter herkenbaar en “in de klas” ook al is het thema,  en dus ook de letterplek, bij het volgende thema alweer anders ingericht.
  • Dit bovenstaande idee kan ook uitgevoerd worden met een app wanneer je beschikt over een iPad met de app TinyTap of Book Creator.
  • Een woord omschrijven en de kinderen laten raden en aanwijzen.
  • Via deze link zie je een video van Margriet waarin ze de Powerpointmethode uitlegt en laat zien.

7. Letterkennis

  • Een kind het woord laten kiezen uit de letterplek en dit laten omschrijven aan de groep, die mag vervolgens raden.
  • Mix en match. Je legt een aantal voorwerpen en de bijbehorende kaartjes door elkaar. De kinderen moeten samen puzzelen welk kaartje bij welk voorwerp hoort. Laat ze kijken of de themaletter vooraan/achteraan/middenin staat.(=rode letter)
  • Je kunt de kaartjes van de letterplek ook in de schrijfhoek laten stempelen en tekenen met dit sjabloon.
  • Het verzamelen en later weer goed terugplaatsen van de kaartjes op de juiste plek is ook alweer een oefening natuurlijk 😉

8.auditieve synthese van klanken

  • Het geheime woord.  Leg een aantal  voorwerpen van de letterplek in de kring, Jij fluistert bij 1 kind het woord in het oor, kind hakt het woord in letterklanken, rest van de groep moet het raden.

9.auditieve analyse van klanken

  • Raden maar!
    Jij zet een aantal voorwerpen in een cirkel/hoepel en gaat 1 woord auditief analyseren (hakken). De kinderen moeten raden welk voorwerp je hebt gehakt, plakken dus.(synthese)
    We maken op de flapover een extra overzicht met woorden die we ontdekken met de centrale klank maar waarvan we geen materiaal hebben. Met dit overzicht kun je ook weer leuke dingen doen.

10.  Manipuleren van klanken

  • Bij het woord samen ontdekken waar je de klank hoort.
  • Schrijf het woord met een tekening erbij met de centrale  letter in rood en hak en plak samen met de kinderen het woord.
  •  Verander bij een woord 1 klank en ontdek samen wat er dan staat geschreven.

Voor meer ideeën of online spelletjes kun je ook eens kijken op mijn Yurlspagina over letters en woorden.

 

 

 

Wat doe jij met woordenschat in jouw groep?

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest