door Marita | apr 26, 2017 | Algemeen, taal en tos
wist je dat……..?
Veel artikelen op het internet beginnen op deze manier. Je leert soms nog best veel van dit soort lijstjes, en soms is het een lijstje vol bevestigingen van wat je eigenlijk al wel wist.
Dit artikel is ook zo’n “wist je dat” lijst. Ik geef je een aantal feiten over TOS.
Waarom? TOS is een vrij onbekende diagnose in Nederland. Veel (onderwijs)mensen weten eigenlijk niet precies wat TOS is.
“Dat zijn toch kinderen die slecht praten?
Dat TOS veel meer is dan dat, dat ga je vanzelf merken wanneer je de lijst doorleest. Hopelijk ben je dan aan het eind weer iets wijzer geworden rondom TOS.
Wist je dat:
- TOS een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis in het verwerven van taal is.
- meertaligheid niet tot TOS leidt.
- kinderen met TOS meestal een normale intelligentie hebben?
- kinderen met TOS laat leren praten.
- kinderen met TOS moeite hebben om zich de grammaticale regels eigen te maken.
- kinderen met TOS tot in de volwassenheid(grote) problemen houden met het uiten en/of het begrijpen van taal.
- kinderen met TOS vaak moeite hebben met het reguleren van hun emoties.
- kinderen met TOS het moeilijk vinden te plannen en hun dag of activiteit te organiseren.
- De executieve functies bij kinderen met TOS minder goed ontwikkeld zijn .
- Een taalachterstand niet hetzelfde is als een TOS.
- niet alle kinderen met een taalachterstand een TOS hebben.
- wel alle kinderen met een TOS een taalachterstand hebben.
- kinderen met een TOS problemen kunnen hebben met taalaspecten zoals zinsbouw, woordenschat en grammatica terwijl daarnaast de articulatie eigenlijk redelijk voldoende kan zijn.
- kinderen met een TOS vaak ook problemen hebben met Theory of Mind (ToM).
- Tos onder te verdelen is in Expressieve stoornissen ( taalproductieporoblemen) en receptieve stoornissen( taalbegripsproblemen).
- maar dat er bij receptieve stoornissen altijd ook taalproductieproblemen zijn, omdat ze de taalregels niet begrijpen en ook niet kunnen toepassen op hun eigen taaluitingen.
- internationaal ervan wordt uitgegaan dat 5 procent van de kinderen een TOS heeft.
- er meer jongens dan meisjes zijn met een TOS (verhouding 3:1)
- De oorzaak van TOS nog steeds niet bekend is?
- Dylsexie, ASS, en ADHD vaker voorkomen bij kinderen met een TOS dan bij kinderen zonder een TOS?
- er in een gemiddelde schoolklas van 30 leerlingen dus minimaal 1 a 2 leerlingen met TOS zit.
Bron: Pica Onderwijs> Hulpwaaier TOS
En? Wijzer geworden?
Deel dit gerust voor meer bekendheid rondomTOS.
Wil je meer weten, bestel dan de super informatieve hulpwaaier TOs aan bij PICA onderwijs.
Deze hulpwaaier staat vol met achtergrondkennis maar ook met tips voor thuis, voor op school en allerlei handige tips voor boeken, literatuur en websites over TOS.
Wil je samen met collega’s en mij tijdens een workshop in gesprek over TOS, met diverse ervaringsmomenten en uitwisseling van praktijkvoorbeelden? Kom dan naar een workshop over Taal en Tos bij de kleuterinspiratiedagen van de Kleuteruniversiteit. De eerstvolgende met nog een plekje vrij in mijn workshop vind je op de site van de kleuteruniversiteit.
Wie weet tot ziens!
Klik hier voor meer info over de workshop.
door Marita | apr 24, 2017 | Algemeen, taal en tos
Woordenschatonderwijs, dit is toch wel een van de leerlijnen in het basis en speciaal onderwijs waar heel veel online over vinden is.
Wil je werken met een methode, een methodiek of vanuit de beleving van kinderen? Wat is wijsheid en wat werkt?
Woordenschatonderwijs is vaak ondergeschoven bij een taalmethode, maar met een goede woordenschat ben je meer verzekerd van succes in jouw schoolloopbaan.
Taalzwakkere kinderen pikken die woordenschat niet vanzelf op, het moet intentioneel worden aangeboden, maar hoe doe je dat dan? Wat werkt en hoe doe ik het zelf in mijn praktijk in het cluster 2 onderwijs?
Ik ging snuffelen op het internet en vond ook nog een paar interessante links. Lees hier verder.
door Marita | apr 24, 2017 | taal en tos
Woordenschatonderwijs, Wat werkt en wat niet?
Woordenschatonderwijs, dit is toch wel een van de leerlijnen in het basis en speciaal onderwijs waar heel veel online over vinden is.
Wil je werken met een methode, een methodiek of vanuit de beleving van kinderen?
Wat is wijsheid en wat werkt?
Op de site van
Taalunieversum.org vind ik het volgende:
Als het gaat om de vraag wat werkt in het woordenschatonderwijs, bestaat er in ieder geval overeenstemming over de volgende punten:
- Een beetje woordenschatinstructie is voor alle leerlingen beter dan geen woordenschatinstructie (Graves, 2006).
- Woorden worden het beste verworven wanneer ze in een betekenisvolle context en in samenhang met andere woorden worden aangeleerd (o.a. Graves, Verhelst, M., 2002).
- Taalleerders zijn voortdurend onbewust bezig met het uitbreiden van hun woordenschat (impliciet leren). Maar voor taalzwakkere leerlingen is dat niet genoeg, bij hen zal ook het bewust leren van woorden gestimuleerd moeten worden (expliciet leren) (o.a. Van Daalen-Kapteijns e.a., 2001).
In mijn eigen praktijk binnen het cluster 2 onderwijs (Onderwijs voor Taalontwikkelingsstoornissen) zie ik zowel impliciet als expliciet woordenschatonderwijs terug.
Wij bieden woorden aan vanuit een betekenisvolle context (impliciet) en worden hierbij geholpen door de methode LOGO3000 in de kleutergroepen en de methode Staal inde groepen 4-8.
In de groepen 3 werken we met Veilig Leren Lezen. Dit zijn dus alle drie methodes die werken met thema’s, die wij in de praktijk zoveel mogelijk concreet aanvullen met thematisch aanbod zodat het woordenschataanbod betekenisvol wordt.
- Bij een methode als LOGO3000 hebben we dit zelfs zo georganiseerd dat onze eigen thema’s leidend zijn voor de volgorde van aanbod. Geen slaafs volgen van de methode, maar bewust kiezen voor woordclusters die passend zijn bij het leerstofaanbod in de klas.
- Bij de methode Staal en Veilig Leren Lezen wordt de lijn van de methode wel gevolgd en worden woordenlijsten extra aangevuld met de methodiek van “Met woorden in de weer”. (Expliciet)
“Met woorden in de weer“wordt bij ons op school ingezet als extra methodiek die wij bij visualisering van gesprekken door middel van leeslessen, mindmaps, woordvelden en woordmuren gebruiken.
De leerkracht kiest uit het aanbod zelf de labelwoorden uit en verwerkt die verder in woordtrappen, woordparachutes, woordkasten, mindmaps of leeslessen. (Expliciet)
Op de site van Taaluniversum.org lees ik verder dat een combinatie van impliciet en expliciet woordenschatonderwijs het meest effectief is voor vooral taalzwakke kinderen:
Er zijn samengevat twee manieren om te kijken naar woorden leren:
- Incidenteel vs. intentioneel
- impliciet (indirect) vs. expliciet (direct)
Op basis hiervan onderscheiden Verhallen & Verhallen (2003) vier vormen van woordenschatonderwijs:
- Incidenteel-indirect
alle talige activiteiten waarbij leerlingen toevallig nieuwe woorden tegenkomen en zich de betekenis ervan onbewust eigen maken;
- Incidenteel-direct
momenten waarop toevallig een onbekend woord gebruikt wordt, waarna dat wordt aangegrepen om er een expliciet leermoment van te maken;
- Intentioneel-indirect
de leerkracht heeft van te voren nagedacht over doelwoorden, en gebruikt deze in een context zonder er expliciet aandacht aan te besteden. Leerders leren de woorden onbewust.
- Intentioneel-direct
echte woordenschatoefeningen waarbij zowel leerkracht als leerling doelgericht bezig zijn met het leren van nieuwe woorden.
Bij mij in de praktijk ( groep 2) resulteert dit in de volgende practische aanpak die , zo blijkt uit bovenstaande, intentioneel-direct kan worden genoemd:
Wij starten elke week met minimaal 1 prentenboek of voorleesverhaal.
- Wij kiezen bij het aangeboden thema de passende woordclusters en praatplaten van LOGO3000
- Wij kiezen labelwoorden uit die we selecteren vanuit de aangeboden prentenboeken/verhalen of groepsgesprekken en verzamelen deze op de woordenmuur in diverse verzamelvormen (web, parachute, trap of kast).
- Wij oefenen vervolgens de woorden van de woordenmuur en LOGO3000 met dagelijkse consolideeroefeningen.
- Wanneer er nieuwe woorden vanuit gesprekken naar voren komen, gebruiken we die ook en voegen ze toe aan de woordenmuur.
Drama, muziek, fonemisch bewustzijn en begrijpend luisteren wordt tijdens de consolideeroefeningen ingepast. Zelf vind ik de methodiek van “Speel je wijs, drama en woordenschat” hierbij een erg goede aanvulling.
Wil je meer over de methodiek van “Speel je wijs” lezen, kijk dan hier.
Wij zijn een taalschool, en dit mag dus ook gezien worden in ons aanbod. De dagelijkse strijd blijft echter wel…..wanneer kom ik toe aan mijn overige lesaanbod? Woordenschat is en blijft de basis van al het leren. Zonder woordenschat geen begrijpend lezen, wat toch noodzakelijk is voor al het verdere leren.

Nu is mijn vraag aan jou:
door Marita | mrt 5, 2017 | ICT en Tablets
Deze maand Maart bestaat mijn bedrijf Digitaalspeciaal precies 1 jaar.
Om dit te vieren heb ik een aantal leuke acties opgezet.
De eerste was mijn workshop-kortingsactie.20% korting op jouw deelname. Lees de details hierover in mijn vorige bericht.
Vandaag kom ik met mijn tweede weggever. een gratis e-Book . 
Ik laat je in dit boek stap voor stap zien hoe je zelf een digitaal verhaal kunt maken voor en zelfs samen met jouw leerlingen.
De perfecte combinatie van taal en ICT, en heel makkelijk om steeds weer te gebruiken.
Want ICT is tenslotte niet voor iedereen een makkie. 😉
Lees er alles over op de speciale pagina en download het boek gratis!
naar de pagina
door Marita | feb 2, 2017 | ICT en Tablets, Werken met kleuters, workshops
Binnenkort ga ik een workshop geven over Taal en ICT in de onderbouw. Ik laat zien wat ik zoal doe in het cluster 2 onderwijs en ik vertel hoe dit in relatie staat met de zo welbekende 21th Century Skills. Een hele mond vol maar ik ga vooral actief aan de slag met de deelnemers. Ik geef informatie over mijn eigen activiteiten rondom taal en ICT in groep 2, ik geef handvatten voor goede app keuze bij taalzwakke kinderen maar vooral gaan we aan de slag met een ervaringscircuit van tools, apps en materialen.
21th Century Skills op een rijtje:
- Creatief denken
- Probleem oplossen
- Computational thinking
- Informatievaardigheden
- ICT basisvaardigheden
- Media wijsheid
- Communiceren
- Samenwerken
- Sociale en culturele vaardigheden
- Zelfregulering
- Kritisch denken
Vaardigheid 3 tot en met 6 vallen samen onder de noemer Digitale geletterdheid.
ICT wordt vaak gezien als moeilijk, te lastig voor kinderen . Stiekem misschien ook wel te lastig voor volwassenen. Maar gebruik je het nooit of zelden, dan krijgen jij en de kinderen ook geen routine en handigheid met ICT. En dan bedoel ik echt niet alleen maar het spelen van kant en klare apps op een iPad.
Eigenlijk doen we al heel veel aan bovengenoemde 11 vaardigheden in een reguliere kleutergroep. Denk maar aan een huishoek of een zandbak, daar wordt gecommuniceerd, creatief gedacht en samengewerkt.
In een watertafel, met ontwikkelingsmateriaal en tijdens kringactiviteiten moeten leerlingen kritisch denken, communiceren maar ook zichzelf reguleren om een goede samenwerking te krijgen.
Natuurlijk kun je het werken met computers of iPads, met een Bee-bot of een digibord linken aan de digitale geletterdheid.
De digitale geletterdheid is iets wat je, volgens mij, als toevoeging van de laatste tijd zou kunnen zien.
In elke kleuterklas moet van alles maar kan ook heel veel, en zie je al heel veel terug.
Mis je toch nog inspiratie voor het stukje digitale vaardigheden in de onderbouw? Kom dan naar het symposium in Heinkenszand op 8 februari 2017. Laat je daar, tijdens mijn workshop, inspireren wat de mogelijkheden zijn voor de onderbouw.
Symposium: 21e eeuwse vaardigheden
Qwestor, Auris en LWOE organiseren een gezamenlijk symposium rondom 21e eeuwse vaardigheden. Het symposium vindt plaats in De Stenge te Heinkenszand. De kosten voor het symposium (20 euro) zijn incl. maaltijd. Inloop vanaf 16:00 uur.
Een workshop op jouw school kan natuurlijk ook, neem daarvoor contact met mij op via info@digitaalspeciaal.nl.
