Valentijnsactie

Valentijnsactie

Valentijnsactie met praatplaatjes !

Zoals ik in mijn vorige blog al schreef zijn de praatplaatjes van de filosofiejuf een geweldig leuk en leerzaam hulpmiddel om een goed gesprek te houden met kinderen.
Je gaat onderwerpen eens vanuit een ander oogpunt benaderen en met de handige en mooie kaartenset heb je houvast door middel van hulpvragen, graafvragen en leuke extra werkvormen.
Een geweldige manier om het voeren van een gesprek op een andere en creatieve manier te oefenen met jonge kinderen, zeker ook voor kinderen met een TOS of taalachterstand.

Lees er alles over in mijn vorige blog filosoferen met praatplaatjes.

 

Wat is valentijnsdag zonder cadeautje?

Daarom heb ik 2 leuke weggevers.

  1. Wanneer je binnen 30 dagen een set praatplaatjes, praatprikkels of de verhalen/gedichtenbundel besteld op de website van de filosofiejuf, hoef je geen verzendkosten te betalen. (normaal is dat 4,95)
    Gebruik hiervoor de kortingscode :  verz0.  Ga hier rechtstreeks naar de webshop!
  2. Ik verloot de gedichtenbundel “Kan niet, bestaat niet” van de filosofiejuf. Ee prachtige voorleesbundel om te filosoferen met kleuters met uitgebreide praattips. Ideaal om een gesprek mee te beginnen of aan het begin van een thema mee te starten.

Wat moet je doen?

Schrijf in een reactie hieronder waarom jij denkt dit boek te kunnen gebruiken in jouw praktijksituatie.
Ik ben benieuwd!

Reageer snel om kans te maken op dit prachtige boek!

Ik maak de winnaar bekend op vrijdag 2 maart 2018

Rekentaal en rekenknobbeltassen

Rekentaal en rekenknobbeltassen

Rekentaal

 

In een vorig blog schreef ik al over tellen en getallen in een kleutergroep, en gaf ik tips voor taalzwakke kleuters..

 

In dit blog ga ik dieper in op rekentaal. En dan vooral in combinatie met taalzwakke kleuters en prentenboeken.

Rekenen met prentenboeken is een bekend fenomeen. Je neemt een geschikt prentenboek en gaat er de wiskundige activiteiten aan koppelen.
Zelf werk ik het liefst in een combinatievorm van de rekenactiviteiten uit de kleuteruniversiteit-projecten (die ook een prentenboek als uitgangspunt hebben), of met voorbeelden en opdrachten uit het boek “met rekenogen gelezen”.
Dit combineer ik daarnaast graag met activiteiten uit de methode “speel je mee in Li La Land. In deze methode ga je uit van een handpop die een probleem aandraagt wat je vervolgens samen met de kinderen gaat onderzoeken. Lees hier meer over deze methode.

Standaard ga ik uit van een betekenisvolle context, een probleem of situatie vanuit een verhaal. Dit kan ook een zelf bedacht probleem zijn, wat ik met een visualiserend gesprek en een handpop of ander attribuut aan de kinderen voorleg.

Voorbeelden:

  • Ik breng een fles mee die niet in de koelkast past maar waarvan de inhoud wel gekoeld moet worden. Hoe gaan we dit oplossen.
  • Een handpop vind zichzelf te klein en is daar verdrietig over, “hoe lang zijn jullie eigenlijk” vraagt de handpop zich hardop af.
  • Ik kom te laat binnen omdat ik te lang onder de douche heb gestaan, hierop volgend begin ik een gesprek en koppel hieraan een activiteit vast waarin we tijd gaan meten. Wat duurt er allemaal kort en wat duurt lang? Hoe meet je dat?

 

Leestip: Met rekenogen gelezen

Rekentaal en een TOS

In mijn kleutergroep op het cluster 2 onderwijs zitten kinderen waarbij meestal een flinke stoornis aanwezig is op de taaldomeinen : taalgebruik en taalinhoud.

Taalgebruik is de toepassing van taal in verschillende situaties. Met een stoornis binnen dit domein heb je ontzettend veel problemen met het doorgronden van een verhaal, een context of met informatie halen uit een tekst. Wat bedoelen ze precies, over wie of wat gaat het en wat is precies het probleem. wat wordt er gevraagd?

Daarnaast hebben leerlingen met een TOS heel vaak problemen met de taalinhoud, dit is onder meer de woordenschat.
De woordenschat is klein of oppervlakkig . Ze kennen van een woord wel het label maar niet het concept eronder. In rekentaal zitten vaak veel abstracte woorden zoals bijvoorbeeld centimeter, lengte, dikte, afmeting of afstand. Wanneer je deze woorden moet leren, heb je kennis nodig van het concept eronder. Kennis van het woordcluster meten kan je dan een flink eind  op weg helpen.

Je gebruikt bij rekentaal ook vaak woorden die belangrijk zijn voor het begrip, verwijswoorden of bepaalde aanwijzende voornaamwoorden zoals eerste, laatste, volgende, vooraan, daarachter, daarna, ervoor.
Allemaal woorden die zonder een betekenisvolle context niet te volgen zijn voor kleuters, en zeker niet voor kleuters met een TOS.
Het is soms voor de hand liggend om dan het taalaanbod te versimpelen, maar wanneer je die specifieke rekentaal niet aanbiedt, zal het nooit eigen worden. Juist taalzwakke kinderen moeten extra aanbod krijgen, ook in die lastigere taalcategorie.

Belangrijk is het om al je rekentaal te visualiseren met gebaren, picto’s of materiaal.
Gebruik bijvoorbeeld voor de vaste rekendomeinen vaste handpoppen zoals de meetmol (meten), de langzame slak (tijd), de fotovogel (ruimtelijk inzicht), stip het lievenheersbeest (tellen en getallen), enz.

Leestip: spelend rekenen

 

Wanneer je gebaren gebruikt, zorg dan dat daar consistentie in zit. Gebruik de vaste , bijbehorende gebaren vanuit de NmG.
Gebruik ook vaste picto’s voor die vervelende aanwijswoorden die zo lastig zijn om te onthouden. Op de site van sclera.be kun je hiervoor heel makkelijk picto’s vinden.

 

Onderzoek

Uit onderzoek van de NRO rondom prentenboeken en rekenen-wiskunde bij kleuters blijkt dat kinderen die een voorleesprogramma volgden maar liefst 22% meer vooruitgang boekten dan de controlegroepen die het standaardprogramma volgden voor rekenen-wiskunde.

In het onderzoek was het uitgangspunt ‘Laat het boek zijn werk doen’. Ga uit van de kracht van het prentenboek. De kleuteronderwijzer neemt enkel een onderzoekende houding en overlaadt het kind niet met vragen ter controle om na te gaan of het kind alles begrepen heeft. Op een informele manier laat het prentenboek de kinderen nadenken over reken-wiskundige inhouden en plaatst het leerinhouden in een betekenisvolle context.

Leestip: Rekenen met prentenboeken

 

Rekenknobbeltassen

Op de site van Kleutergewijsvond ik een interessant artikel van Lotte Rommelaere. Zij maakte een eindwerk over wiskunde dat erg positief ontvangen werd door studenten en collega’s.
De rekenknobbeltas: Een creatieve werkvorm om op een speelse manier aan wiskundige tussendoortjes te werken.

 

Zij schrijft:

Een rekenknobbeltas is vergelijkbaar met een verteltas maar de focus ligt hier meer op de wiskundige denkontwikkeling i.p.v. op de taalontwikkeling. Net zoals bij de verteltas vertrekt de rekenknobbeltas vanuit een goed prentenboek dat aan de kleuters wordt voorgelezen. Dit prentenboek sluit aan bij een bepaald thema.

In het artikel op de site Kleutergewijs vind je een gratis download naar een voorbeeld van de inhoud van een van deze tassen.

Zelf lijken deze tassen mij een welkome aanvulling om mee naar huis te geven. Zo kunnen ouders thuis ook eens anders aan de slag met een prentenboek.
De tijd ontbreekt mij echter om hiermee actief aan de slag te gaan helaas.

 

Conclusie

Rekentaal is dus echt iets om rekening mee te houden in een kleutergroep. Het stopt immers niet bij tellen en getallen.

Het werken met verhalen en boeken, in combinatie met materialen en visuele ondersteuning kan flinke voorsprong geven aan kinderen waarbij de taal niet het sterkste punt is.
Daarom hieronder nog eens in het kort alle tips op een rijtje.

 

5 tips voor rekentaal met taalzwakke kinderen

  1. Start je wiskundige activiteit altijd vanuit een betekenisvolle situatie of een prentenboek, zodat er vanuit de kinderen een natuurlijke nieuwsgierigheid en ontdekkingstocht ontstaat.
  2. Gebruik rijke rekentaal en visualiseer hierbij  altijd met materiaal.
  3. Ondersteun de rekentaal met vaste gebaren vanuit de NmG.
  4. Gebruik  picto’s voor aanwijswoorden en abstracte rekenwoorden die zo lastig zijn om te onthouden.
  5. Zorg altijd dat de nieuwsgierigheid en het onderzoekende karakter van kleuters wordt geprikkeld.

Wat doe jij met rekentaal in jouw klas?

 

[/et_pb_column]
Zo praat ik!

Zo praat ik!

Review: Zo praat ik!

 

Een kijkje in het leven van jonge kinderen met een taalontwikkelingsstoornis.

Dit is de ondertitel van het boek van deze review.
Veel mensen vragen mij vaak om tips voor boeken over TOS. De waarheid is dat boeken over TOS vaak theoretische boeken zijn met weinig herkenning voor de doorsnee lezer. Veel logopedische en psychologische termen en omschrijvingen maken deze boeken niet altijd makkelijk leesbaar.

“Zo praat ik” is een welkome uitzondering op deze regel.

 

Het is een boek waarin de verhalen en portretten centraal staan van 10 gezinnen met een jong kind met een TOS.

Ongeveer  5 procent van de bevolking heeft  een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Bij kinderen met TOS verloopt de taalontwikkeling niet vanzelf, terwijl daar geen duidelijke oorzaak voor is.
Ze hebben moeite met praten en soms ook met het begrijpen van taal.
Hoewel er relatief veel kinderen zijn met een TOS, is het voor veel mensen een onbekende stoornis.
Veel ouders horen voor het eerst over TOS als de diagnose bij hun kind wordt gesteld.

De inhoud

Dit boek geeft een kijkje in het leven van 10 gezinnen met een jong kind met een TOS.
Hoe gaat het met hen wanneer de diagnose is gesteld, wat ging er aan vooraf, hoe staan ze er nu in, hoe gaat de begeleiding en vooral, hoe gaat het met het kind zelf?
Hoe gaan zij om met met de taalproblemen van het kind? Wie kunnen zij tegenkomen in het zorgtraject en voor welke keuzes komen zij te staan?
Er komen in dit boek zowel ouders als zorgverleners, teamleiders van scholen, onderzoekers, logopedisten en natuurlijk de kinderen zelf aan het woord.

In dit boek vind je een klein stukje inleiding over de diagnostiek en de diagnose zelf. (wat is TOS?)
Tussen ieder gezinsportret staat een pagina met achtergrondinformatie.
Hierin vind je onder andere de taalontwikkeling in fases tot een uitleg over logopedie en aspecten daarvan.
Je vindt er informatie over meertaligheid en TOS en over bijkomende problemen.
Over vroeg-behandeling en specifieke details van taalproblemen.
Ook vind je er informatie over onderwijs, vroegbehandeling, VVE en een lijst met handige adressen.

MIjn mening:

Het boek geeft een mooie waaier van informatie over hoe het is om als jong gezin geconfronteerd te worden met de diagnose TOS voor jouw jonge kind. Je neemt een kijkje in een gezin en je leest herkenbare verhalen.

Voor ouders zal dit boek daarom een bron (en misschien een feest) van herkenning en erkenning zijn.
Voor begeleiders is het boek goed om door te lezen en zo te ontdekken hoe deze diagnose binnen kan komen in je leven en soms alles op zijn kop kan zetten.

Zeker een boek om gelezen te hebben dus!

Heb jij nog meer leestips over taalontwikkelingsstoornissen? Laat ze achter in een reactie hieronder.

Sinterkerst aanbieding deze maand!

Sinterkerst aanbieding deze maand!


Ken je dit dagboek al?

Hoe was jouw dag?

Je stelt deze vraagt best vaak aan je collega, je partner of aan je kinderen.
Sommige kinderen vinden het echter lastig om deze, best wel complexe vraag,  te beantwoorden.

Een dag kan zomaar eens niet zo leuk zijn wanneer je snel overprikkeld bent, gepest wordt of wanneer je door een andere reden niet goed in je vel zit.
Daarom is het voor veel kinderen niet altijd een vrijblijvende vraag, zeker niet wanneer een kind moeite heeft om zich staande te houden in een dag vol ervaringen en gebeurtenissen.

Het dagboek “Hoe was jouw dag?” kan een goed hulpmiddel zijn om samen de dag te evalueren en stil te staan bij alle momenten,  zodat een kind niet alleen de negatieve aspecten van een dag onthoudt.
Je kunt zelfs de mooie momenten verzamelen in een potje vol geluk.

 

 

Nieuwsgierig geworden?
Lees dan hier snel verder en profiteer van de speciale Sinterkerst actie.

Consolideren van de woordenschat!

Consolideren van de woordenschat!

Consolideren, wat is dat eigenlijk?

Het is het oefenen en herhalen van de aangeboden woorden met als doel te woorden te verankeren in het netwerk van het brein van jouw leerlingen. Woordenschat is namelijk niet iets wat altijd vanzelf komt. Woordenschat is een belangrijk taalonderdeel wat je kunt ontwikkelen. E en goede woordenschat is noodzakelijk voor begrijpend luisteren en lezen in onze talige maatschappij.

Woorden leren, hoe gaat dat?

Ieder woord wat aangeboden wordt aan je brein is een label (= het woord). Bij ieder label leer je een concept (=betekenis van het woord). Dit samen leer je vervolgens categoriseren en plaatsen in een uitgebreid netwerk. Hoe uitgebreider je netwerk, hoe beter je taal kunt begrijpen en gebruiken. Het is dus van groot belang dat woordenschat wordt ontwikkeld vanaf jonge leeftijd.    
Kinderen hebben een basiswoordenschat nodig van ca 6000 woorden om vanaf dat punt zelfstandig en redelijk moeiteloos hun taal- en leesvaardigheid te laten groeien. De rode lijn toont de optimale situatie. Kinderen komen met een goede basis de school binnen, bereiken het kantelmoment naar snelle groei rond hun 8e jaar (groep 4) en verrijken hun woordenschat daarna snel doordat ze goed en steeds beter gaan lezen. De groene lijn laat zien wat er gebeurt als een kind al met achterstand binnen komt. De reguliere onderwijsmethodes zijn vaak niet voldoende om die achterstand op tijd weg te werken. Deze kinderen bereiken het kantelpunt pas op latere leeftijd en de groei naar beter lezen en meer woordenschat blijft ook daarna achter op de rest. Kortom, deze kinderen halen hun schade bijna niet meer in.  
Bron: Powerpoint van Martha Augusta Geerts via Bibliotheek op school.nl
Dit schreef een volger op mijn Facebookpagina als reactie op bovenstaand citaat:
  De reguliere methodes zijn gewoonweg niet voldoende. Deze kinderen moeten echt een gestructureerd aanvullend woordenschat aanbod hebben van +- 70 woorden per week om een kans te maken om aan te haken op de reguliere basisschool. De schade is in te halen maar daar moet echt goed onderwijs aan te pas komen.   Aurora Smit de Groot, leerkracht onderbouw op Neveninstroomproject de Globe in Vlaardingen.

Een gestructureerd taalbad dus!

Maar hoe doe je dat op een goede en doordachte manier?

Gebruik de viertakt van Verhallen

De viertakt is een aanpak om woorden aan te bieden en hiermee de woordenschat te ontwikkelen.
Deze komt voort uit de onderzoeken en de daarop gebaseerde boeken “met woorden in de weer” geschreven door Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Zij zijn tevens de ontwikkelaars van de methode LOGO3000.

Over de viertakt voor het woordenschatonderwijs schreef ik al eerder een artikel, lees hier de stappen uitgebreider beschreven.

De viertakt in het kort:

  1. Voorbewerken
  2. Semantiseren (met de vier ui-tjes: uitbreiden, uitleggen, uitbeelden en uitspreken)
  3. Consolideren
  4. Controleren

 

1. Voorbewerken

Bij de voorbewerking gaat het erom leerlingen te motiveren voor het aan te leren woord, creer betrokkenheid en aandacht, verzin een pakkende start.

 

2. semantiseren

Je gaat uitbreiden, uitleggen, uitbeelden en uitspreken.

Snel semantiseren

Dit is het verduidelijken van de betekenis van het woord. Je kunt dit doen door te labelen, snel een woord toevoegen aan een voorwerp of plaatje. “Kijk dit is een bal” maar je kunt nieuwe woorden ook uitgebreider semantiseren met de drie uit-tjes. Bij kleuters doe je dit vaak tussendoor.

Uitgebreid semantiseren

Dit doe je bij de woorden die echt nieuw of belangrijk zijn voor een tekst, begrip van een thema of boek.
Je wilt een nieuw label met bijbehorend concept bieden aan de leerling en je wilt het woord plaatsen in het juiste netwerk van de kinderen.

Dit doe je door uitbeelden, uitleggen en uitbreiden tijdens jouw ” 2 minutes of fame”.
Jij bent 2 minuten alleen aan het woord, zo ontstaat er geen kans dat kinderen concepten of labels gaan noemen die niet ter zake doende zijn.
Kinderen met een zwakker taalgevoel kunnen hierdoor niet het verkeerde concept opslaan.
De vierde ui van uitspreken, die voegen wij in het cluster 2 onderwijs altijd toe. De juiste uitspraak van een woord, zeker met moeilijke klankclusters is erg belangrijk.

Om woorden en hun betekenis visueel te maken wordt gebruik gemaakt van grafische modellen:

3. Consolideren

In deze fase ga je oefenen en heel veel herhalen. Dit doe je met spelletjes, drama, liedjes en versjes. Maar ook met puzzels, omschrijvingen en kritisch luisteren of kijken naar een woord. Omdat dit heel vaak door de dag heen moet gebeuren zijn hiervoor veel spelvormen erg belangrijk.

Hert is bewezen dat een leerling een woord minimaal 7 keer moet horen, bij taalzwakke kinderen kun je dit met gemak verviervoudigen!

Het woord moet in een netwerk komen en al die netwerken worden langzaam maar zeker met elkaar verbonden.

Voor dit consolideren zijn spelvormen erg belangrijk. Al die momenten tussendoor, dat je even tijd over hebt, bij leswisselingen in de hogere groepen of veranderingen van activiteit in de onderbouw zijn ideaal om snel even te consolideren vanaf de woordmuur.

4. controleren

Ook dit kan door middel van spelvormen. Dit heeft mijn voorkeur in de onderbouw, maar je kunt natuurlijk ook door middel van methodische testen of toetsen controleren.

Zie je bij het controleren dat een woord er niet helemaal is blijven hangen, ga dan terug naar de fase van consolideren of semantiseren, bekijk per keer wat nodig is.

Gratis download met 48 spelvormen

Speciaal voor het consolideren heb ik een 48 spelvormen van het internet gehaald en op papier bij elkaar gezet.

Het is een samenvoeging van meerdere bronnen. Deze spelvormen heb ik in een tabel  gezet zodat je ze makkelijk kunt lamineren en tot kaartjes kunt snijden.

Stop de kaartjes in een klein doosje en zet dit op je bureau in het zicht of stop ze in een leuke grabbelpot. Laat de kinderen een kaartje grabbelen of kies er zelf een en vul die tussendoormomenten met een consolideeroefening.

Deze spelvormen zijn ook heel goed te gebruiken bij het controleren.

Download hier de 48 spelvormen voor consolideren.

 

In een ander artikel meer over de woordenmuur, het waarom en het gebruik ervan in je klas.

 

Consolideer jij vaak genoeg je themawoorden?

Nieuwe review: TOS in de klas!

Nieuwe review: TOS in de klas!

Taalontwikkelingsstoornissen in de klas

  Dit is de titel van het nieuwe boek van Bernadette Sanders. Er zijn meer boeken geschreven over TOS maar nog geen een wat zo praktisch is , als een trein leest en vol staat met inspirerende tips als dit boek. Je vindt er achtergronden, theorie, handvatten en tips voor in de klas maar je hoort ook heel veel leerlingen aan het woord met een TOS. TOS is geen moderne diagnose, het is vooral nog een onbekende diagnose en dat maakt vaak helaas onbemind. Want wat is het precies en wat kun jij doen in de klas? Worstel jij met deze vragen? Lees dan zeker dit boek.  

Ondanks bijna 30 jaar ervaring in het cluster 2 onderwijs heeft het lezen van dit boek mij zelf ook weer op scherp gezet!

Een aanrader dus voor iedere leerkracht of docent.
Meer lezen? Klik dan hier.

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest