door Marita | mrt 29, 2016 | Algemeen, taal en tos
Het concept humor is altijd lastig met kleuters. Zeker bij kleuters met een lage taalvaardigheid. Het concept “echt of nep” en “wat is dan een grap en wat niet” kan tot vreemde situaties leiden en soms ook tot onbegrip of frustratie. Veel kinderen proberen soms ook onder dingen uit te komen door snel te roepen “grapje”. Maar wat is nu een grapje? Ik heb je gefopt is ook zo’n leuke uitspraak. Wanneer is iets dan grappig en wanneer kwets je er iemand mee? Dit blijft lastig bij kleuters maar zeker bij kinderen met een TOS.
Ter illustratie mijn blog van 2 jaar geleden.
In 2014 viel 1 april op mijn werkdag en heb ik in mijn toenmalige kleutergroep een grap uitgehaald naar aanleiding van het boek “Wie heeft er op mijn kop gepoept”.
Lees hier mijn verhaal.
Normaal ben ik niet zo snel van de 1 april grappen maar vandaag was een uitzondering.
Ik denk dat ik het gewoon even nodig had om lekker even iedereen beet te nemen. Je hebt zo van die dagen :-). Het begon ermee dat ik vanochtend om 8.15 uur in de gang van school mijn teamleider tegen kwam.
“Hey …, ik kom straks even langs om mijn overuren te declareren en dan meteen mijn compensatieverlof te plannen. Is alles bij elkaar wel een jaartje denk ik” riep ik nonchalant.
Zijn gezicht sprak boekdelen. Eerst verbazing, toen verwarring en daarna lichte verbijstering!! (Meent ze dit nou echt????)
Na wat gestamel van zijn kant hielp ik hem maar uit zijn benarde positie en riep “1 april !!”
Hij kon er gelukkig wel om lachen en de toon was meteen gezet.
Even later haalde ik de kinderen op bij het speelplein en werd meteen verwelkomd met een keihard
“1 april, kikker in je bil, het is grapjesdaaaaag!!!”
Tja dan moet je er zelf ook maar niet de nadruk op leggen in de dagen ervoor. Eigen schuld, dikke…..?
De kinderen snappen het concept in zoverre dat je keihard mag roepen “1 april, kikker…enzovoort” maar verder is het lastig want wat is humor?
Ik heb vele vormen gehoord vandaag. Van sarcasme, tot onderbroekenlol. Maar de kinderen bleven hangen in het uitroepen van de hierboven genoemde kreet.
Dus maar eens een lesje eraan spenderen, want wat is dat eigenlijk….iemand beetnemen, met iemand een grapje uithalen, iemand foppen. Lastig voor kinderen met #TOS. Aan de slag dus!

Na het voorlezen van het geweldige boek “over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft” ben ik verder gegaan met mijn snode plannen.
Ik vertelde de kinderen dat ik naar de kinderboerderij was geweest en iets had meegebracht.
Met veel drama haalde ik 3 doosjes uit mijn tas. Wat zat daar nou toch in…..POEP!!!

“Weten jullie nu nog van welk dier deze poep was? ” Dat was geen moeilijke vraag.
Die vieze vlaai was duidelijk van de koe en die worst met dat puntje was van de hond. De bolletjes waren natuurlijk van de haas.
Toen vroeg ik of ze wisten hoe zoiets zou proeven, en de daad bij het woord voegend nam ik meteen maar een klein hapje van de koeienvlaai.
De kinderen keken eerst met ogen als schoteltjes, vol verbazing vielen ze bijna letterlijk van hun stoel. Ze begonnen daarna vieze gezichten te trekken en toen ik vroeg of ze ook wilden proeven werd er meteen zeer duidelijk gereageerd. NEEEEEEEE!!!! Bweeeh…dat stinkt, dat is vies, gatver!!!!!! Er kroop zelfs een kind achter zijn stoel om maar niet te hoeven zien wat die juf nu toch deed.
Eén heldin wilde wel ruiken en kon toen vertellen dat het niet zo stonk maar zelfs best lekker rook???
“Het ruikt naar pepernoten”. Toch even proeven dan??? Ik nam ondertussen nog een stukje, “mmmm, best lekker hoor” zei ik.
Schoorvoetend kwamen de meesten nu dichterbij. Ja hoor, kleine kruimeltjes werden geproefd en goedgekeurd. Hey, dat smaakte inderdaad naar koek????
Er werd nog steeds geen link gelegd met de datum totdat ik zei: “zeg, luister eens even…dit is gewoon neppoep hoor, dit is niet echt, ik zit jullie te foppen ……….. 1 april!!!”
“Haha, kikker in je bil” riepen er toen een paar. Wijzend naar mij. Duidelijk dus de clou missend.
“Nee, Ik heb jullie gefopt met de neppoep!!” zei ik.
Dat was toch even een nadenker voor sommigen.
Waarschijnlijk valt het kwartje pas echt als we wat verder in de week zijn, want was het nu voor iedereen duidelijk? Wie hield nu eigenlijk wie voor het lapje? Wie was er hier gefopt? Toch weer die vertraagde taalverwerking en zwak taalbegrip wat hier parten speelt bij een aantal kinderen!
Dit zal deze dagen nog wat vaker herhaald en besproken worden, ook al is het dan geen 1 april meer.
Want veel herhaling en visuele ondersteuning, met nog wat meer voorbeelden van grapjes, blijft nodig om dit lastige concept helder te krijgen.
Het wordt vast nog een grappige week! 🙂

Het moge duidelijk zijn, 1 april kan hilarisch maar ook zeer verwarrend zijn. Dus heb je nog wat in petto voor deze week op 1 april, dan geef ik je hier nog 5 tips.
- Denk aan een goede nabespreking van de grap voor de kinderen met een lagere taalvaardigheid. Want het concept “grapje” blijft lastig! Het begrijpen gaat niet altijd vanzelf.

- Maak vaker grapjes deze week en attendeer de kinderen erop dat het niet vervelend mag zijn voor iemand anders.
- “Grapjes” waar pijn of tranen aan te pas kunnen komen zijn geen grapjes maar benoem je als pesten.
- Laat de kinderen voorbeelden bedenken van grapjes en voorbeelden van pestgedrag. Leg duidelijk de verschillen steeds uit.
- Maak een visueel overzicht (bijvoorbeeld een mindmap of een woordkast met picto’s) waarin de tegenstellingen duidelijk tegenover elkaar komen te staan van een grapje en pestgedrag en maak hier afspraken over met je groep.

Dit is een grapje !

Dit is pesten!
door Marita | mrt 25, 2016 | Algemeen, taal en tos, Zorg in het PO
Aanrader: Op de site van www.Kleutergewijs.nl stond een paar dagen geleden dit artikel over denkgesprekken bij kleuters.
Twee vliegen in één klap: denkgesprekken voeren met kleuters met een lage taalvaardigheid.
Het sluit volledig aan bij de manier waarop wij in cluster 2 met taal en gesprekken werken met leerlingen. Ik denk echter ook dat dit zeker een aanrader is om te lezen wanneer je met kleuters werkt met een lage taalvaardigheid in het regulier basisonderwijs of in de kinderopvang.
Lezen dus 🙂 !
door Marita | mrt 4, 2016 | taal en tos, Werken met kleuters, Zorg in het PO
Waarom een #logopedist?
Een logopedist kan gedetailleerd in kaart brengen wat er met een kind aan de hand is dat achterloopt in de taalontwikkeling. De diagnose van een #taalontwikkelingsstoornis dient op jonge leeftijd, rond het tweede levensjaar, te worden gesteld, zodat tijdig de juiste interventie of behandeling kan worden ingezet. De logopedist spoort de oorzaak van het taalprobleem op, om zo bijvoorbeeld kinderen met een

taalontwikkelingsstoornis te onderscheiden van kinderen met een blootstellingsachterstand.
Lees hier het artikel.
Geplaatst met WordPress voor android
door Marita | feb 9, 2016 | Algemeen, lestips en ideeën, Reviews boeken, taal en tos
Bij deze een blogpost over een ouder van een leerling op een Auris school die mij laatst benaderde via mijn Facebookpagina. Hieronder haar verhaal.
Mijn naam is Esther Vliegenthart, Ik ben de trotse moeder van drie kinderen: twee lieve dochters (10 en 12 jaar) en een prachtige zoon (7 jaar).
Mijn zoon van 7 heeft autisme en met hem hebben wij een hele weg afgelegd en bewandelen wij nog altijd een bijzondere weg.
In de jonge jaren van mijn zoon ontdekte ik dat er weinig voorleesboeken waren die op kinderen met autisme zijn afgestemd. Ja, er zijn wel boeken óver autisme, maar geen rustgevende voorleesboeken die je een kind met autisme kunt voorlezen. Boeken die aansloten bij zijn belevingswereld, maar die ook rekening hielden met zijn prikkelverwerking en taalverwerking (hij had ook TOS), waren er niet.
Als ik kijk naar het aspect lezen/voorgelezen worden dan zagen wij dat hij soms wel voorgelezen wilde worden, maar dat de felgekleurde plaatjes of de figuurtjes in de boeken die overal weer oogcontact maakten met de lezer, hem te veel werden. Ook konden sommige verhaaltjes hem van streek maken en hem meer chaos in zijn hoofd geven dan hij al had. Dat hadden we toen niet direct door, maar nu hij 7 is en we heel veel met en over hem leren, weten we dat de meeste boekjes voor kleuters voor hem niet geschikt waren.
Ik, als boeken- en taalliefhebber, vond dat heel jammer. Ik zou graag zien dat alle kinderen kunnen genieten van verhalen en plaatjes. Dat hoort niet alleen leuk te zijn voor kinderen, maar ook voor hun ouders.
Met deze ervaringskennis op zak heb ik een voorleesboekje gemaakt dat rekening houdt met de taal- en prikkelverwerking van kinderen die zich anders ontwikkelen: “Saartje”. De zinnen zijn op rijm, er worden geen “denkstappen” overgeslagen en de kleuren zijn zacht. Ook maakt Saartje geen oogcontact met haar lezers. Ik hoop dat met dit boekje ook deze mooie kinderen plezier mogen ervaren in voorgelezen worden. Misschien herkennen ze wel dingen van zichzelf in Saartje. Dat zou fijn zijn, want daarmee kunnen we het gevoel van veiligheid bij deze kinderen misschien wel vergroten! In de nabije toekomst komen er meer boeken van Saartje, zo is er een boekje waarin Saartje speelt met auto’s, typisch voor kinderen met autisme: lange files door de kamer, sorteren, tellen etc. Ook is er een boekje geschreven over Saartje op de zorgboerderij: een mooie voorbereiding voor jonge kinderen die daar naartoe zullen gaan. Deze laatste boekjes verschijnen binnenkort.
Saartje is uitgegeven door uitgeverij Graviant educatieve uitgaven:
Saartje heeft ook een eigen facebookpagina.
In de afgelopen weken is Saartje ook al langs geweest in verschillende media: zo was het boekje te zien in een uitzending van “Lifestyle Experience” van 10 januari op RTL4.
Ik zou het fijn vinden wanneer zo veel mogelijk ouders van jonge kinderen geïnformeerd worden over het bestaan van dit boekje. Immers: 3 procent van alle kinderen heeft een (aan) autisme (verwante) stoornis en 1 op de 20 kinderen heeft TOS (taalontwikkelingsstoornis).
Zou u wellicht aan dacht willen besteden aan het boekje? Met het oog op de wet passend onderwijs, is het boekje zeker leuk voor alle kleutergroepen.
Bij deze besteed ik daarom graag aandacht aan dit mooie en waardevolle initiatief.
De zoon van Esther ging jaren geleden naar de Auris Ammanschool in Dordrecht. In zijn jonge jaren bleek namelijk dat hij autisme had in combinatie met TOS. Zijn moeder: ‘Hij ziet de wereld anders dan ik. Hij ervaart geluid, beeld en tast heel anders dan ik dat doe. Hij wilde vroeger wel voorgelezen worden, maar keek liever niet naar de felgekleurde plaatjes. Ook de figuurtjes in de boeken die steeds weer oogcontact maken met de lezer vond hij vermoeiend. Sommige verhaaltjes maakten hem van streek en gaven hem meer chaos in zijn hoofd dan hij al had.’
Deze ervaring bracht Esther op het idee van het boek Saartje. Ze bracht het voorleesboekje uit dat rekening houdt met de taal- en prikkelverwerking van kinderen met autisme. Ze hoopt dat kinderen zichzelf zullen herkennen in Saartje, of dat het voorlezen een stuk fijner wordt.
Het boekje is te koop via bol.com en via de link hieronder te bestellen.
[bol_product_links block_id=”bol_56b74ef0c946c_selected-products” products=”9200000052024125″ name=”Saartje” sub_id=”” link_color=”1B959E” subtitle_color=”000000″ pricetype_color=”000000″ price_color=”CC3300″ deliverytime_color=”211499″ background_color=”FFFFFF” border_color=”D2D2D2″ width=”250″ cols=”1″ show_bol_logo=”undefined” show_price=”1″ show_rating=”1″ show_deliverytime=”1″ link_target=”1″ image_size=”1″ admin_preview=”1″]
door maritateunisse | jan 27, 2016 | ICT en Tablets, taal en tos, Zorg in het PO
Sinds het schooljaar 2014-2015 gebruiken wij de woordenschatmethode LOGO3000 in onze kleutergroepen op het cluster 2 onderwijs.
Na een aanloop periode van wennen en oefenen, met afspraken over hoeveel en wanneer en hoe, kunnen we concluderen dat wij positief zijn over deze methode en dat deze goed inpasbaar is in ons thematisch onderwijs. Lees hier verder.
door Marita | jan 12, 2016 | taal en tos, Zorg in het PO
Dit is een vraag die ik, als leerkracht op een cluster 2 school, best nog vaak te horen krijg.
Via Facebook kwam ik laatst een website tegen waarin het verschil tussen een TOS en een taalachterstand duidelijk en simpel uitgelegd werd. Ben jij ook benieuwd naar wat nu eigenlijk het verschil is en wat de oorzaken kunnen zijn, maar vooral ook hoe je het kunt herkennen? Lees dan vooral hier verder.