Een taalstoornis of een taalachterstand?

Een taalstoornis of een taalachterstand?


Een taalstoornis of een taalachterstand?

Wat is nou precies het verschil tussen een taalstoornis of een taalachterstand?”

Deze vraag hoor ik bij ouders of collega’s vaak terug.
Het kortste antwoord is dan het meest logische antwoord.

Een taalachterstand kan nog ingehaald worden door middel van extra woordenschattraining of intensief taalonderwijs. Een taalontwikkelingsstoornis (TOS)  is een blijvende stoornis in taalverwerking en/of taalproductie die niet meer weg gaat maar waar wel,  met intensief taalonderwijs, aan gewerkt kan worden.

Er zijn veel websites die het verschil tussen deze twee uiteenzetten. Op de website van De Babytolk werd het verschil helder en met begrijpelijke taal duidelijk gemaakt, en daarom vond ik het zeker ook een aanrader voor ouders van jonge kinderen.
Jammer genoeg lijkt de site offline te zijn.
Een aantal stukjes van de website heb ik hieronder even uitgelicht.

Wat is een taalstoornis?

Wanneer er sprake is van een taalstoornis betekent dit dat de taalontwikkeling anders verloopt bij een kind dan bij de meeste leeftijdsgenootjes het geval is.
Wanneer je kind een taalstoornis heeft kan hij mogelijk goed begrijpen wat er gezegd wordt, maar moeite hebben met het verwoorden van hetgeen hij of zij wil vertellen.
Bij kinderen met een taalstoornis kan een onderscheid worden gemaakt tussen niet-specifieke taalontwikkelingsstoornissen en specifieke taalontwikkelingsstoornissen.

 

Wat is een niet-specifieke taalstoornis

Bij een niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis kan de afwijkende taalontwikkeling het gevolg zijn van of in combinatie voorkomen met een ander probleem. Het kind heeft bijvoorbeeld een verminderd gehoor, moeite met contact maken of een verstandelijke beperking. Hierbij zal de aanpak gericht zijn op de factor die het meest op de voorgrond staat.

Wat is een specifieke taalstoornis?

Wanneer je kind een specifieke taalstoornis heeft is er sprake van uitsluitend problemen in de taalontwikkeling.

 

 

 

Hoe ontstaat een taalstoornis?


Vaak is er geen duidelijke oorzaak bekend en wordt er verondersteld dat er ergens in de hersenen een storing optreedt.
Daarbij is taal een kwestie van aanleg. De gebieden in de hersenen waarin de taalverwerking en taalplanning tot stand komen kunnen anatomisch anders zijn of neurologisch niet optimaal functioneren. Dit is vaak erfelijk bepaald.

 

 

Wat zijn de gevolgen van een taalstoornis?


Problemen met taal en daarbij problemen met het praten kunnen grote gevolgen hebben tos_signalering_bij_baby_peuterwanneer deze niet worden onderkend.
Als het kind dingen niet goed begrijpt en zich niet goed duidelijk kan maken, kan dat leiden tot veel misverstanden in de communicatie.
Het kind zal zich hierdoor sneller gefrustreerd gaan voelen.
Dit zie je terug in bijvoorbeeld agressief of juist teruggetrokken gedrag.
Een stoornis in de vroege taalontwikkeling kan ook leiden tot lees- en spellingproblemen op de basisschool. Doordat taal een belangrijke rol speelt bij het denken kunnen taalproblemen leiden tot leerproblemen of leerachterstanden.
Lees hier verder voor hoe je de kenmerken van TOS kunt herkennen en wat je zelf als ouder of leerkracht zou kunnen doen.

 

 

Taalachterstand

Er zijn veel definities en beschrijvingen te vinden van het begrip ‘taalachterstand’. Een taalachterstand houdt in dat het kind op taalvlak niet goed functioneert en daardoor minder goed kan functioneren in de maatschappij (in het bijzonder op school) in vergelijking met leeftijdsgenootjes.
Het kind maakt wel een goede taalontwikkeling door, maar deze is vertraagd.
De taalachterstand kan worden gemeten door de scores verkregen uit taaltesten van het kind te vergelijken met het landelijke gemiddelde. Wanneer hij hierbij ver onder het gemiddelde zit is er sprake van een taalachterstand.
Daarnaast kan er bij het meten van een taalachterstand worden gekeken naar de vaardigheden met betrekking tot taal die het kind minimaal zou moeten beheersen.
Wanneer het kind deze vaardigheden niet beheerst zou hij een taalachterstand op kunnen lopen.
Het kan moeilijk zijn een taalachterstand te ontdekken.
Mogelijke kenmerken die op kunnen vallen zijn dat het kind niet mee kan komen qua taal met zijn leeftijdsgenootjes, hij moeite heeft met het benoemen van dagelijkse zaken of dat hij laag scoort op veel van de voor zijn leeftijdsgroep vereiste technische taalvaardigheden.

 

 

loesjeHoe ontstaat een taalachterstand?

Een taalachterstand kan verschillende oorzaken hebben.
Je kind kan verlegen en terughoudend zijn waardoor hij weinig oefent met taal.
Taalproblemen kunnen ook ontstaan wanneer het gehoor van het kind beschadigd is, daarom is het belangrijk altijd na te gaan of het probleem mogelijk hier kan liggen.
Het is daarnaast mogelijk dat er sprake is van een taalachterstand bij één of beide ouders.
Hierdoor zou het kind in zijn vroege levensjaren mogelijk te weinig geleerd hebben op het gebied van taal.
Een prikkelende thuissituatie is erg belangrijk voor de taalontwikkeling van een kind.

 

 

 

Vaak zijn ouders zich niet bewust van het belang van een stimulerende omgeving, wanneer hier geen sprake van is wordt er weinig met taal geoefend met het kind.
Een taalachterstand kan ook opgelopen worden wanneer de ouders geen Nederlandse afkomst hebben, waardoor het kind mogelijk in de eerste levensjaren niet in aanraking is gekomen met de Nederlandse taal.

 

Heb je vragen? Stel ze dan gerust hieronder in het reactieformulier.

Zoek je nog meer informatie?

 Kijk dan eens rond op mijn Yurlspagina : Zorg: TOS >Taalontwikkelingsstoornis

Je vind hier ook de download-links voor de beide posters van Jos met zijn TOS.

Mindmaps in de herfst

Mindmaps in de herfst

Wat zijn mindmaps?

Mindmaps zijn visuele woordvelden waarin je begrijpend luisteren kunt verwerken maar ze zijn ook handig om te gebruiken bij het brainstormen over een onderwerp zoals de herfst. Mindmaps helpen ook bij kinderen om woordenschat beter te begrijpen doordat deze visueel geordend wordt. Het helpt leerlingen om de informatie op de juiste manier op te slaan in het geheugen. Zeker bij taalzwakke of taalarme leerlingen is een mindmap een zeer goed hulpmiddel om een thema met de bijbehorende begrippen en woordenschat te ordenen en beter op te nemen.

Mindmaps in een thema

Binnen dit thema zijn namelijk heel veel subthema’s te bedenken zoals De spin, Paddenstoelen of Het weer. Wanneer je een gesprek start kun je met een mindmap de beginsituatie duidelijk krijgen, wat de kinderen er dus  allemaal al van weten. Vanuit deze beginsituatie kun je de leerdoelen voor je subthema aanpassen en de juiste activiteiten of verdiepingsmaterialen erbij zoeken. Gaandeweg het thema vul je dan de mindmap nog verder aan. Een  mindmap kan ook dienen als evaluatiemiddel, “wat hebben we nu allemaal al geleerd over…”.de spin  

Hoe maak je een mindmap?

 Opbouw

Bouw de mindmap vanuit een centraal woord in het midden. Hieromheen komen de takken, bouw die op volgens de richting van de klok. Aan een tak komen soms ook weer subtakken. Die blijven dan wel de kleur van de hoofdtak houden.

Tekst

De tekst moet zo kort mogelijk gehouden worden in een mindmap, liefst een lidwoord met zelfstandig naamwoord. Het woord moet altijd boven de tak geschreven worden en daarboven moet het plaatje geplakt of getekend worden.

Tekeningen

Wanneer je niet zo’n begenadigd tekenaar bent kun  je met de kinderen afspreken dat je later (liefst diezelfde dag) de plaatjes erbij zoekt. Je kunt natuurlijk vooraf ook al een groot aantal plaatjes verzamelen en afdrukken zodat je sommige plaatjes al kunt opplakken tijdens of na de eerste brainstorm. Laat de plaatjes steeds pas achteraf zien aan de kinderen. Anders beïnvloed je het denkproces teveel.

Materialen

Je kunt ook brainstormen met concrete materialen. Verzamel een aantal materialen rondom het thema en ga samen met de kinderen in gesprek hoe je dit kunt ordenen in groepen. Elke groep materialen komt dan in een gekleurde hoepel of op een gekleurd papier te liggen en dit vertaal je naar een tak van een mindmap. Wanneer de kinderen zelf niet taalvaardig zijn en niet zo’n grote woordenschat hebben kan dit een mooie opstap zijn voor een mindmap. Misschien komen de kinderen dan toch nog met eigen aanvullingen.  

TIP!

Maak er na afloop een goede foto of PDF van en verzamel die in een map die de rest van het schooljaar in de leeshoek blijft staan. Je zult zien dat leerlingen er zelf regelmatig nog eens doorheen bladeren en ze kunnen dan vaak zelf nog prima vertellen wat er ook weer was gezegd tijdens het maken van de mindmap.
Wil je meer informatie over hoe je een mindmap moet opbouwen of over een gevisualiseerd gesprek, lees dan hier verder.
 

Werk jij vaak met mindmaps in jouw groep? laat het mij weten in een reactie hieronderaan de pagina. Het zou leuk zijn wanneer we elkaar kunnen inspireren.

Hier zie je nog wat meer voorbeelden van een mindmap over zo’n subthema.

Bennie, een letterboom en kleuters!

20141014_173435Letters in een kleuterklas ja of nee? Ik zeg dan ja! Natuurlijk wel op een manier die geschikt is voor kleuters dus met veel spel, ervaring, beleving en klankherkenning. Wij werken elk thema (3 weken) met een letter die centraal staat en dus ook past bij het thema. Elk jaar is dat dus een andere volgorde. Letters zijn zo een logisch onderdeel bij een thema. De letter heeft een relatie met het thema en de kinderen hebben hierdoor een mentale kapstok om de letter en het bijbehorende woord te plaatsen, lees hier verder. (meer…)
Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Wat is LOGO3000?

In LOGO3000 zijn alle 3000 bakwoorden van de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters uitgewerkt. Dit zijn meteen alle woorden die kinderen moeten kennen wanneer ze de overstap naar groep 3 maken. Onderzoek laat zien dat de kennis van deze woordenlijst in de kleuterleeftijd, een voorspeller is voor het begrijpend lezen in groep 3.

Maar 3000 woorden is wel erg veel!!
Deze methode bied je handvatten om woordenschatuitbreiding als een routine in te zetten in je groep. Het is een soort voorraadkamer waar je uit kunt putten. Dus weg met alle zelf geknutselde woordclusterkaarten en woordwebben. LOGO3000 heeft dit allemaal keurig op stevig papier gezet, met prachtige kleuren en goed uitgewerkt volgens de BAK lijst.

Hoe werkt het?

Het materiaal is misschien nieuw maar de uitwerking kennen de meesten van jullie waarschijnlijk al van Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Hun aanpak “Met woorden in de weer” is in LOGO3000 volledig terug te vinden. Niet zo heel gek trouwens, want de dames zijn (mede)auteur van deze methode.
Eigenlijk is het geen methode maar basismateriaal dat leerkrachten en leidsters meteen kunnen inzetten voor dynamisch woordenschatonderwijs.
De methode heeft drie delen:

  1. Peuters : aanbod van 500 woorden.
  2. Groep 1:  aanbod van 1000.
  3. Groep 2:  aanbod van 1500 woorden.

Voor het overzicht is er gebruik gemaakt van vier tijdvakken (Herfst, winter, lente, zomer). Verder zijn de woorden gegroepeerd in logische clusters. Zo wordt het haalbaar om meerdere woorden in een keer aan te bieden. Dit zorgt voor een goede netwerkopbouw bij het kind.

Er wordt gewerkt volgens de bekende viertakt van Verhallen.

  1. Uitleggen/uitbeelden (korte uitleg per woord met eventueel materiaal erbij of uitbeelden).
  2. Voorbewerken en semantiseren (kort stukje waarin jij in een verhaaltje de woorden herhaald aanbiedt, de kinderen mogen een paar minuten niet inbreken).
  3. Interactieve verwerking (kinderen mogen nu reageren en jij stelt vragen, kinderen mogen aanhaken en het woordconcept wordt uitgebreid met reeds bekende woorden).
  4. Consolideren en controleren(je gaat in activiteiten, liedjes of andere momenten van die dag proberen om de woorden te verankeren in de woordenschat van de kinderen en je controleert ook af en toe op een speelse manier of woorden nu bekend/gekend zijn).
    Het handigste is het cluster steeds als routine in de eerste ochtendkring aan te bieden, zodat je nog de rest van de dag hebt om te consolideren en te controleren.

Achtergrond:

Woordenschat is iets wat vaak logischerwijs en bijna vanzelf gaat. Behalve wanneer er in de thuissituatie een andere taal wordt gesproken dan op school of wanneer er een arm taalaanbod is thuis, of wanneer taal leren gewoon niet vanzelf gaat zoals bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dan zul je in het onderwijs explicieter aandacht moeten gaan besteden aan het vergroten van de woordenschat van die kinderen.
Woordenschat is gekoppeld aan kennisopbouw. Een woord is niet alleen een etiket, woorden spelen ook een essentiële rol in het denken, woorden worden woordconcepten. Een pakketje kennis rondom dat woord dus.
Kinderen vergaren in de kleuterleeftijd steeds meer woordconcepten die ook weer in verschillende woordnetwerken samen komen.

woordenschatwoordlabel =                             Neus
woordlabel+woordconcept=  neus+ruiken, snuiten, 2 gaatjes, lichaamsdeel
netwerkstructuur=                   lichaamsdeel is ook mond en kin. uit de neus komt  snot wanneer je snuit maar je   kunt er ook mee ademen en ruiken

Als het goed gaat is dit uitgebreide kennisnetwerk een basis voor verder leren. Later worden bijvoorbeeld woorden als geur of  kaak sneller aangehaakt bij het al eerder bekende netwerk rondom neus.

 

Wat voor materialen horen er bij LOGO3000?

  • Handleiding voor de leerkracht (ook digitaal in de software terug te vinden)
  • Map met woordwebben/clusters
  • Map met praatplaten
  • Map met speel/werkbladen en CD’s
  • Woordkalender voor op je bureau (Hier vind je de woorden die niet echt bij een cluster horen maar die tussendoor aan bod moeten komen zoals terwijl, tenzij, intussen, enz.)
  • Ophangsysteem voor woordwebben/clusters
  • Digitale software (zeer uitgebreid) Ook vanuit thuis te benaderen!!

Volgens de makers van LOGO3000 kan ieder kind een goede woordenschat opbouwen, mits het aanbod rijk en gevarieerd is, zowel op  school als thuis.
Taalontwikkelingsstoornissen blijken ook gebaat te zijn met veel herhaling van aanbod op allerlei manieren.En daar ligt soms het probleem, het aanbod,  daarom moet er op school bewuster aangeboden worden.
LOGO3000 is dan voor ons het perfecte hulpmiddel.

 

 

Voorbeeldpagina van de woordkalender

Voorbeeld van een woordcluster

Voorbeeld van een speelscherm in de digitale oefensoftware

7 x WAT vind ik zo fijn aan LOGO3000?

  1. Je moet deze methode niet zien als een vaste planning maar meer een vaste routine. Je kunt de clusters, woordwebben en praatplaten aanbieden op volgorde van de vier katernen maar dan vind ik dat je hier ook een beetje je thema’s op moet aanpassen. Ik heb het al eens eerder gezegd, het kind heeft kapstokken nodig voor de taal die je aanbied. Je kunt geen woordcluster over huisdieren aanbieden wanneer je het daar die dag of week verder helemaal niet meer over gaat hebben. Er moet een herkenning zijn. Daarom hebben wij alle clusters door elkaar ingedeeld, passend bij ons thema-aanbod. Dat is natuurlijk wel even een hele puzzel, maar je profiteert hier weer van in de jaren daarna.
  2. Wij hebben er ook bewust voor gekozen om sommige clusters over te slaan, wanneer ze niet in de thema’s van dat jaar passen. Wanneer je als leerkracht dit helder voor ogen hebt kun je deze woorden eventueel een keer tussendoor aanbieden wanneer de situatie zich voordoet. Ik vind zelf dat je hier flexibel in kunt en moet zijn bij kleuters. Het is een hulpmiddel, geen strak keurslijf.
    Voorbeeld: je biedt de clusters rondom ziek zijn niet  aan bij een thema (omdat je dat thema dit jaar niet aanbied) maar tussendoor wanneer er iemand ziek is.
  3. Het materiaal is mooi om te zien, voelt stevig aan en spreekt de kinderen goed aan. De woordwebben zijn mooi en groot, de praatplaten zitten in een handige sta-map en de woordkalender past prima op je bureau.
  4. Bij elk cluster vind je een leerkrachtkaart met daarop, per onderdeel van de viertakt, uitleg en voorbeelden om het cluster aan te bieden. Tips en adviezen, handige hulpmiddelen en benodigdheden kun je op een handige kaart (2 x A4) snel en overzichtelijk even van tevoren doornemen. Zo kun je heel snel voorbereiden en het is makkelijk door te geven aan duocollega’s of invallers. Ander voordeel is dat alle collega’s dezelfde routines gebruiken voor het woordenschatonderwijs. Herkenning geeft altijd een beter leereffect.
  5. Er zit prachtige digitale software bij die je op school op het digibord maar ook individueel kunt aanbieden. Er zit een goed leerlingvolgsysteem bij waarin je precies kunt lezen wat jouw kinderen hebben gedaan en hoe ze hebben gescoord. Dit kan ook via een app op de iPad. Ook kun je licenties nemen voor thuisgebruik. Jij zet de clusters en praatplaten klaar die de kinderen moeten oefenen in die week. Voor de kinderen is er keuze uit een aantal spelvormen met de woorden van die week.
  6. Het is nu ook mogelijk om toetsen klaar te zetten voor je leerlingen of per leerling individueel om te kijken in hoeverre  ze de geleerde woorden beheersen.
  7. Er zit een complete handleiding bij met gebruikerstips maar ook om ouderavonden te organiseren over het gebruik van LOGO3000 in de klas en over hoe dit thuis verder opgepakt kan worden.

Wat moet en wat niet?

Het standaardaanbod bij peuters is 1 woordcluster, 1 praatplaat en 3 kalenderwoorden per week.
Het standaardaanbod voor groep 1 en 2 is 4 woordclusters, 1 praatplaat per 2 weken, 1 tot 3 kalenderwoorden per week.
Dit werd in het eerste jaar bij ons op school als vrij belastend ervaren. Is er dan nog wel tijd voor muziek, versjes, prentenboeken en andere kleuteractiviteiten.
De valkuil is dat je vaak denkt dat alles wat je aanbiedt ook meteen gekend moet zijn. Maar het gaat om het aanbod, de opname volgt daarna pas. Dat kan zelfs een aantal dagen of zelfs weken erna zijn. Daarom hangen wij de clusters van de week ervoor ook nog op  in de gang, zodat ze nog niet helemaal weg zijn. De clusters van de actuele week hangen in de klas op een vaste plaats.
Het is volgens ons dus geen methode maar een routine,  met alle handigheid van een methode maar de voordelen van flexibel gebruik.

Hieronder vind je de link naar de downloadknop van ons schema zoals wij dat hebben ingezet in groep 2. Logo 3000 is hier ingepast in ons thematisch aanbod van het schooljaar. met daarnaast de mogelijke projecten van de Kleuteruniversiteit, NMG en extra prentenboektitels. We hebben in de loop van dit schooljaar hier en daar weer wat aangepast. Zodra er een nieuwe versie is zal ik die hier toevoegen.

Wil je meer weten ga dan naar de website van LOGO3000 of stel je vragen aan mij via mijn facebookpagina.

Wij zijn fan…en jij?

Mindmappen met een gat in mijn emmer!

Opgelet!!!

Eerder schreef ik jullie al over mijn ervaringen met het project “Een gat in mijn emmer van juf Henrike van den Hurck (van Kleuteruniversiteit).

Ik heb toen op Social media beloofd om de materialen voor deze mindmap te delen.

Vanaf vandaag kun je dit materiaal vinden op mijn yurlspagina van de kinderboekenweek.20150930_112350

Het zijn alle benodigde plaatjes en de kant en klare mindmap op een PDF als voorbeeld.

Mocht je nog vragen hebben over mindmappen, lees dan nog eens dit artikel terug.

Veel plezier ermee!!!

Bennie en de letterboom!

Bennie en de letterboom!


Letters in een kleuterklas ja of nee?

Ik zeg dan ja! Natuurlijk wel op een manier die geschikt is voor kleuters dus met veel spel, ervaring, beleving en klankherkenning.
Wij werken elk thema (3 weken) met een letter die centraal staat en dus ook past bij het thema.
Elk jaar is dat dus een andere volgorde.

Letters zijn zo een logisch onderdeel bij een thema. De letter heeft een relatie met het thema en de kinderen hebben hierdoor een mentale kapstok om de letter en het bijbehorende woord te plaatsen.
Je komt hiermee per jaar aan ongeveer 13 letters. Dit is misschien niet de norm die de inspectie stelt maar ik ben van oordeel dat versneld aanbieden weinig meerwaarde heeft. De kinderen pakken trouwens tussendoor ook de nodige letters op zodat het aantal 13 niet een vast gegeven is voor elk kind.

Elke letter wordt tijdens het thema via een beredeneerd aanbod,  volgens de vaardigheden van de CPS map Fonemisch bewustzijn ,  aangeboden.

In die map worden de 10 onderstaande vaardigheden beschreven.

  1. luisteren
  2. zinnen en woorden
  3. rijmen
  4. klankgroepen
  5. isoleren van klanken
  6. begrijpend luisteren
  7. letterkennis
  8. auditieve synthese van klanken
  9. auditieve analyse van klanken
  10. manipuleren van klanken

Kijk voor lestips bij de diverse vaardigheden  eens naar dit artikel op mijn site.

Wat doen wij in onze klas met de letters?


Wij werken volgens een vaste, dus herkenbare, routine met een handpop.

Dit is “Bennie” onze letterkampioen (een handpop) die in zijn rugzakje elke keer een nieuw letter bij zich heeft.

Letters in de kring

Bij binnenkomst van de kinderen zit hij al in de kring te wachten. De kinderen weten inmiddels dat hij weer een nieuwe letter komt brengen en vinden dat elke keer weer spannend.
Er zitten dus na een poosje steeds meer letterkaartjes in zijn rugzak. We halen de letters eruit en kijken of de kinderen kunnen ontdekken welke letter nieuw is.
Bennie kletst wat met de kinderen en vraagt of ze weten hoe die letter klinkt?
We oefenen samen met Bennie de klank en ik laat meteen het bijbehorende klankgebaar zien.
Dit is voor onze kinderen een belangrijke visuele ondersteuning bij het aanleren van de letters en ze worden volgend jaar in groep 3 ook gebruikt naast de methode Veilig Leren Lezen
De kinderen zien en horen zo de klank. Bij bepaalde klanken laten we ze ook voelen waar de klank gemaakt word. Bijvoorbeeld bij de r de hand op de keel,  bij de b de hand op de wang. (vaardigheid 1)
TIP: Onze Bennie komt hier vandaan. Bij Bol.com hebben ze ook een hele leuke handpop die lijkt op Opa Brom van het letterwinkeltje.
Op een gelamineerd A3 vel heb ik van tevoren de letter klaargemaakt met een plaatje van het thema en de klank ernaast. Die leggen we in het midden van de kring naast het letterkaartje.
Die kaart komt later boven de letterplek op het raam te hangen.

Daarna…

Vervolgens gaan we samen op zoek naar woorden met de klank van het thema. We zoeken in de klas, soms gaan we op speurtocht door de school. Bij onze leerlingen met een TOS is de woordenschat erg zwak dus moeten we bijna altijd samen op zoek en moet je de woorden echt stuk voor stuk benoemen, een paar keer hakken-plakken, of zoemen zoals het in de nieuwe versie van VLL genoemd wordt, met duidelijke articulatie. Om zo de kinderen hopelijk zelf te laten ontdekken of de klank er nu wel of niet in zit. Klanken voelen en horen, dat blijft belangrijk. (vaardigheid 1,7,8,9) Lukt het auditief niet dan schrijf ik het woord uit en laat ze visueel analyseren of ze de klank ontdekken. (vaardigheid 2). Alle kinderen worden gevraagd om thuis op zoek te gaan naar voorwerpen met de nieuwe klank in de naam.

De ouders

De ouders worden via Klasbord ook gevraagd om thuis mee op zoek te gaan. iedereen mag iets meebrengen zodat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om de letterplek te vullen.
Alle gevonden en meegebrachte spulletjes worden op de letterplek (vlakbij bij het schrijfatelier) uitgestald met een bijbehorend woordkaartje erbij, geschreven  met zwarte letters en de themaletter in het rood.
Ook Bennie komt daar te zitten met het letterkaartje in zijn rugzak. (vaardigheid 7)
In onze letterboom wordt tot slot een blaadje toegevoegd met de nieuwe  letter erop. Deze letterboom vind je bij ons schrijfatelier. De plek waar geschreven, gekleid, gestempeld, gekleurd en gelezen kan worden.

Beredeneerd aanbod

Met de verzamelde materialen van de letterplek worden vervolgens gedurende het projectthema diverse oefeningen volgens de 10 vaardigheden van de CPS map gedaan. Benieuwd hoe wij dit doen?
Lees dan ook mijn artikel over de oefeningen die bij deze 10 vaardigheden uitgevoerd worden.
Klik hier voor het schema van ons beredeneerde aanbod van fonemisch bewustzijn.
Leuke tips en andere informatie rondom Fonemisch bewustzijn vind op mijn Yurlspagina.

Hoe bieden jullie het werken met klanken en letters aan?

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest