Letters en kleuters, hoe en waarom?

Letters en kleuters, hoe en waarom?

Letters in de kleuterklas

Fonologisch en fonemisch bewustzijn ontwikkelen in 10 stappen!

Ik schreef al eerder het artikel over Bennie en de letterboom, waarin ik onze routines beschreef.
In dit artikel ga ik dieper in op de oefeningen bij de diverse vaardigheden van de CPS map fonemisch bewustzijn.

Dit zegt de theorie


In groep 3 leren kinderen technisch lezen, één van de voorwaarden om een goede begrijpend lezer te worden (Mijs & Vernooy, 2003).Maar wat gaat daar nu aan vooraf? Kinderen hebben een goed fonemisch bewustzijn nodig. Instructie hierin blijkt een grote effectgrootte te hebben op het leren lezen bij kinderen (National Reading Panel, 2001). Daarnaast is een vlotte benoemsnelheid van letters één van de grootste voorspellers van of een leerling goed technisch leert lezen (Aarnoutse, 2004). Instructie in fonemisch bewustzijn blijkt bij een preventieve en expliciete aanpak zeer effectief.
Een afwachtende houding daarentegen (‘het kind is nog niet rijp’), blijkt niet effectief (Phillips, Clancy-Menchetti, Lonigan, 2008). Het is een uitdaging om spelenderwijs op preventieve wijze aan de voorbereidende leesvoorwaarden te voldoen.
( via http://expertis.nl/agenda-item/een-goede-leesstart-voor-kleuters-2/)

 
Onze doelgroep in het SO

Het volgen van de leerlingen, wachten tot ze er zelf mee komen, kindvolgend onderwijs is in het SO (en het PO) niet voldoende om het optimale uit een kind te halen. Er moeten echt “zaadjes” geplant worden tijdens een kringactiviteit, zodat die later, in spel of tijdens hoekenwerk, tot bloei kunnen komen.
Wij gebruiken hiervoor de CPS map fonemisch bewustzijn in onze groepen via een beredeneerd aanbod. Wij leren klanken (fonologisch bewustzijn), woorden en de bijbehorende letters (fonemisch bewustzijn) via speelse werkwijzen aan en laten dit dus niet vanzelf uit de leerlingen komen.
Leerlingen met een zwak taalgevoel hebben echt een duwtje in de rug nodig om met letters aan de slag te gaan. Uit studies blijkt, zoals boven omschreven,  dat kinderen die al in de kleutergroep met klanken en letters bezig zijn op een kleuter-eigen manier (dus liefst niet al te veel werkbladen maar met veel zintuigen ervaren) meer kans hebben op een betere leesstart in groep 3. Ook is onderzocht dat een zwak taalgevoel grotere kans geeft op leesproblemen. Het is voor onze leerlingen met TOS dan ook belangrijk om zo vroeg mogelijk in aanraking te komen met fonemisch bewustzijn, klanken en letters.

 
Maar hoe doen wij dat?

Volgens de CPSmap kun je fonemisch bewustzijn opdelen in verschillende vaardigheden.
Om alles zo goed mogelijk aan bod te laten komen hebben wij deze vaardigheden verdeeld over het schooljaar en is daar een beredeneerd aanbod uitgekomen. Alle vaardigheden komen minimaal twee keer per jaar terug en worden natuurlijk tussendoor ook nog herhaald of uitgebouwd wanneer het thema zich hiervoor leent.
Hieronder vind je verschillende uitwerkingsmogelijkheden die wij aanbieden volgens die vaardigheden.

1. Luisteren

  • Bespreek samen bij elk woord waar je de klank hoort , vooraan, middenin of achteraan.
  • Reageer op een woord (reactiespel).
  • Welk woord hoor je 2 keer?
  • Leg een dopje/blokje wanneer je het afgesproken woord hoort.
  • Mix en koppel: Iedereen krijgt een woordkaartje. We lopen door elkaar(op muziek) en bij muziekstop/teken van de juf fluister je het woord in het oor van het kind het dichtste naast je. Je mag het kaartje niet laten zien. Zoek kinderen op met hetzelfde woord.

2. Zinnen maken

  • Maak met de kinderen zinnen met de woorden van de letterplek en schrijf die op het flapoverbord of een groot vel papier. Je kunt zo regelmatig even terugkijken, de woorden accentueren met highlighters, klankgroepen aangeven, enz.
  • Maak gevisualiseerde gesprekken. Lees op deze pa20150106_115000gina hierover meer.

3. rijmen

  • Passief rijmen. De juf maakt rijmzinnen en kinderen vullen het rijmwoord in.
  • Zing liedjes of draag versjes voor die rijmen en benoem de rijmwoorden. Laat de kinderen steeds invullen.
  • Actief rijmen: Bedenk samen met de kinderen rijmwoorden op een aantal woorden van de letterplek. Benadruk hierbij de themaletter weer met rood en maak ook het rijmgedeelte visueel inzichtelijk door er klankboogjes onder te plaatsen. Meer over rijmen en een handige handelingswijzer vind je hier!
  • Maak eens een mindmap over rijmen! Meer over mindmappen lees je hier.

4. klankgroepen

  • Klankgroepen in woorden zichtbaar maken met boogjes eronder op papier.
  • Klankgroepen auditief aanbieden en samenvoegen met concreet materiaal erbij ter visuele ondersteuning. Dus voor elke klankgroep leg je een blokje neer met  ruimte er tussenin, bij het hele woord schuif je de blokjes naar elkaar toe.
  • Klankgroepen zichtbaar en hoorbaar maken door woorden te klappen.
    Hier vind je een handelingswijzer rondom zinnen, auditieve analyse en klankgroepen.
5. Isoleren van klanken
  • Wat hoor je wanneer je de eerste of de laatste letter vervangt?
  • Wat hoor je wanneer je de eerste of laatste letter weglaat?
  • Maak bovenstaande oefeningen ook zichtbaar op papier?

6.Begrijpend luisteren

  • Samen een PowerPoint-presentatie maken. (Naar een idee van Margriet van diepen)Je zet alle letter-voorwerpen op de foto en voegt die, met het woord erbij, in een PowerPoint. Vervolgens spreek je samen met de kinderen de woorden in die erbij horen. Deze PowerPoint bewaar je op de computer in je klas op een vindbare plaats voor de leerlingen. Op deze manier blijft de letter herkenbaar en “in de klas” ook al is het thema,  en dus ook de letterplek, bij het volgende thema alweer anders ingericht.
  • Dit bovenstaande idee kan ook uitgevoerd worden met een app wanneer je beschikt over een iPad met de app TinyTap of Book Creator.
  • Een woord omschrijven en de kinderen laten raden en aanwijzen.
  • Via deze link zie je een video van Margriet waarin ze de Powerpointmethode uitlegt en laat zien.

7. Letterkennis

  • Een kind het woord laten kiezen uit de letterplek en dit laten omschrijven aan de groep, die mag vervolgens raden.
  • Mix en match. Je legt een aantal voorwerpen en de bijbehorende kaartjes door elkaar. De kinderen moeten samen puzzelen welk kaartje bij welk voorwerp hoort. Laat ze kijken of de themaletter vooraan/achteraan/middenin staat.(=rode letter)
  • Je kunt de kaartjes van de letterplek ook in de schrijfhoek laten stempelen en tekenen met dit sjabloon.
  • Het verzamelen en later weer goed terugplaatsen van de kaartjes op de juiste plek is ook alweer een oefening natuurlijk 😉

8.auditieve synthese van klanken

  • Het geheime woord.  Leg een aantal  voorwerpen van de letterplek in de kring, Jij fluistert bij 1 kind het woord in het oor, kind hakt het woord in letterklanken, rest van de groep moet het raden.

9.auditieve analyse van klanken

  • Raden maar!
    Jij zet een aantal voorwerpen in een cirkel/hoepel en gaat 1 woord auditief analyseren (hakken). De kinderen moeten raden welk voorwerp je hebt gehakt, plakken dus.(synthese)
    We maken op de flapover een extra overzicht met woorden die we ontdekken met de centrale klank maar waarvan we geen materiaal hebben. Met dit overzicht kun je ook weer leuke dingen doen.

10.  Manipuleren van klanken

  • Bij het woord samen ontdekken waar je de klank hoort.
  • Schrijf het woord met een tekening erbij met de centrale  letter in rood en hak en plak samen met de kinderen het woord.
  •  Verander bij een woord 1 klank en ontdek samen wat er dan staat geschreven.

Voor meer ideeën of online spelletjes kun je ook eens kijken op mijn Yurlspagina over letters en woorden.

 

 

 

Wat doe jij met woordenschat in jouw groep?

Over mindmappen en gevisualiseerde gesprekken bij kleuters!

Over mindmappen zijn al veel artikelen en blogs geschreven. Veel mensen zijn het er al over eens dat mindmappen handig20150916_143633 is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken. Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Maar wat zijn gevisualiseerde gesprekken en hoe doe je dat?
Lees hier mijn artikel. Of bekijk mijn periscope uitzending van donderdag 17 september j.l.

Mindmappen en gevisualiseerde gesprekken, hoe doe je dat?

Mindmappen en gevisualiseerde gesprekken, hoe doe je dat?

Over mindmappen

Over mindmappen zijn al veel artikelen en blogs geschreven. Veel mensen zijn het er al over eens dat mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken. Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn speciale yurlspagina vind je uitlegfilmpjes over mindmappen en handige links naar artikelen over mindmappen met kleuters.

Er zijn ook regels voor mindmappen zoals je op bovenstaande foto kunt zien.

 

  • Werk op A3 formaat papier(of groter)  in landscape.
  • Het onderwerp in het midden.
  • Woorden altijd bovenop een tak. Kleurgebruik is belangrijk.
  • Gebruik plaatjes die gek of grappig en plaats ze boven de takken bij de woorden.
  • Logische volgorde van de takken die met de klok mee draaien.

Maar waarom is het eigenlijk zo waardevol, dat visueel maken van taal?

 

Het is wetenschappelijk bewezen dat je meer informatie opneemt wanneer er visuele ondersteuning bij gebruikt wordt.
Alleen luisteren geeft 10% opname van de inhoud, alleen kijken 35%, luisteren en kijken en 65%.
Wanneer er door leerlingen zelf een mindmap gemaakt wordt blijft 80-100% hangen. In het artikel van  IPC Nederland spreekt men dan ook van breinvriendelijk leren en tegemoetkomen aan verschillende leerstijlen in de klas.
Bij een mindmap gebruik je beide hersenhelften doordat je enerzijds luistert en anderzijds visueel een beeld krijgt/maakt van de informatie, daarom blijft het zo goed hangen wat je hoort.
Bij een gevisualiseerd gesprek maak je een verslag van een verhaal/gesprek om te reflecteren op vorm en inhoud.
Daarom is het bij kinderen met een taalachterstand of een taalontwikkelingsstoornis zeker zo belangrijk om veel te visualiseren.
Bekijk hier een filmpje over het belang visuele ondersteuning op een cluster 2 school

Het verschil tussen een mindmap en een gevisualiseerd gesprek.

Een mindmap kan gebruikt worden voor:

  • Brainstormen over een onderwerp of thema
  • Woordclusters maken
  • Een dagrooster overzichtelijk maken
  • Spreekbeurten samenvatten
  • Hoofdstukken bij zaakvakken samenvatten/leren
  • Lijstjes (allerlei) vervangen en meer beeldend maken
  • Begrijpend luisteren bij een prentenboek
  • Fonemisch bewustzijn zoals klanken/letters  leren en rijmen

Een gevisualiseerd gesprek kan gebruikt worden voor:

  • Reflecteren op een gesprek (hoe ging het gesprek, beurtgedrag, deelname, enz)
  • Reflecteren op taalinhoud (Wat is er gezegd, onbegrip wegnemen)
  • Reflecteren op taalvorm (Hoe is het gezegd, welke woorden zijn gebruikt)
  • Nieuwe taal toevoegen in een gesprek (woordenschat vergroten)
  • Zinsbouw en articulatie oefenen (je bekijkt en herhaalt zinnen en woorden, intonatie verschillen)
  • Gesprek samen vatten (compensatie voor vertraagde taalverwerking)
  • Onderlinge verbanden in een gesprek doorgronden met bijvoorbeeld vraagwoorden of samengestelde zinnen

En hoe doe je dat dan allemaal met kleuters?

10 Tips voor een mindmap maken met kleuters.

 

  1. Bepaal van tevoren het onderwerp en/of het leerdoel om te bepalen wat voor mindmap je kiest.
  2. Wil je een letter/klank centraal zetten, dan kun je deze in het hart van de mindmap plaatsen met drie takken voor de woorden die de kinderen bedenken,  met de letter vooraan, middenin en achteraan. Kijk op het blog van juf jessie  voor een voorbeeld.
  3. Wil je een thema starten en kijken wat de kinderen er al van weten, schrijf dan voor jezelf wat steekwoorden op. Mochten de kinderen stilvallen, dan kun je wat hints geven.20150106_115000
  4. Wil je iets met fonemisch bewustzijn doen kies dan bijvoorbeeld voor een centraal plaatje of woord wat als een soort picto dient. Formeer daar omheen steeds takken met 2 of meer uiteinden. Op die uiteinden staan dan de woorden die rijmen.
  5. Maak bij een mindmap voor begrijpend luisteren voor jezelf eerst de mindmap op een kladblaadje. Je ziet dan hoeveel plaats je per tak ongeveer moet inruimen op je papier. Dit voorkomt gekriebel op het randje.20150916_143633
  6. Probeer de mindmap op een zo groot mogelijk papier te maken. Wij gebruiken een flipoverbord maar het kan natuurlijk ook een A3vel zijn.
  7. Voor de mindere tekenaars onder ons: Wanneer je de kladversie hebt gemaakt kun je tevoren ook plaatjes op google zoeken en uitprinten. De kinderen kunnen die plaatjes sorteren in hoepels die dan de takken voorstellen van de mindmap. Zie voor een uitgebreidere beschrijving hiervan het artikel van Rianne Hofma op mijn yurls.
  8. Durf fouten te maken, ga desnoods de mindmap later opnieuw maken met de kinderen, ook de juf werkt wel eens slordig. 😉 Dit is dan weer meteen een leermoment: “hebben we alles hetzelfde genoteerd?”
  9. Maak ook eens een puzzel van je mindmap door hem los te knippen of kopieer hem en maak er een spel. (zie hiervoor ook weer het artikel van Rianne Hofma).
  10. Tip van onze logopedisten: Zet voor taalzwakke kinderen het lidwoord altijd bij de zelfstandige naamwoorden.

Bonustip

Je kunt ook met gekleurde vellen of hoepels en materialen een mindmap maken, samen sorteren en clusteren. Daarna een versie op papier ervan maken met foto’s of plaatjes.
Een gesprek wat gevisualiseerd wordt moet natuurlijk wel leven bij de kinderen, het moet taal bevatten die betekenisvol is. Het moet bijvoorbeeld gaan over  het gesprek van die dag in de groep, een belangrijke gebeurtenis uit het nieuws of een ervaring van een van de leerlingen die veel indruk maakt in de hele groep.
Natuurlijk is het de taak van de leerkracht om dit ook gedeeltelijk uit te lokken.

10 Tips voor een gevisualiseerd gesprek.

  1. Bij kleuters kun je een gesprek over bijvoorbeeld knuffels starten door ’s ochtends vroeg de klas binnen te komen met jouw favoriete knuffel en daar een verhaal bij bedenken (Je was hem kwijt en hebt hem terug gevonden).
  2. Zet een praatplaat of foto op het digibord en lok hierover een verhaal uit. Wees creatief hierin. Lok taal uit, stel uitdagende vragen en gebruik je lichaamstaal om de leerling en zijn taaluitingen te volgen.
  3. Neem eens een doosje mee met een geheime inhoud en maak dit met veel bombarie in de kring pas open wanneer echt iedereen op het puntje van zijn stoel zit. Zo heb ik wel eens een grote nep-spin meegenomen. Daarna heb ik samen met de kinderen een gesprek gehad over de spin, waar hij woont, hoe hij eruit ziet, enz.
  4. Gebruik taal die uit de kinderen komt maar pas de zinsbouw aan naar de goede vorm en voeg soms taal toe die aansluit bij het niveau.
  5. Bekijk samen met de kinderen wat nu het verschil is tussen een letter, een woord en een zin, zoek daarna eens dezelfde letters of woorden.
  6. Leg met een pijl in het gesprek vast waar bijvoorbeeld de vraagzin staat en het antwoord.
  7. Geef bij de oudste kleuters ook eens de verwijswoorden uit, omcirkel ze en probeer samen te ontdekken waarnaar ze verwijzen.
  8. Begin met tekstballonnen en foto’s. Vervang later de foto’s voor namen. De laatste fase bij oudste kleuters is de naam met dubbele punt en daarna de uitspraak.
  9. De keuze voor een mindmap of een gevisualiseerd gesprek is afhankelijk van je lesdoel. Wil je echt op taal en inhoud gaan reflecteren, kies dan voor het gesprek.
  10. Je kunt leuke toevoegingen gebruiken zoals figuurlijke taal:  “ieeeh, gilt de juf, ik schrik mezelf een hoedje”.  Samen met de kinderen kun je dan in een tweede gesprek meer van dit soort uitingen verzamelen.

Heb je meer vragen of wil je meer lezen, bestel dan het boek Basishouding Communicatie bij Auris De Spreekhoorn in Breda.

20150807_105230-1

 

Werk jij met mindmaps of visualisaties? Vertel het in een reactie hieronder!

Leerlingen met Tos in de klas of thuis? Wat kun je doen!

Leerlingen met Tos in de klas of thuis? Wat kun je doen!


Een tijdje geleden deed ik een periscope uitzending over de verschillen tussen TOS en een taalachterstand. Ook besprak ik hier de handvatten die je in een klas of thuis kunt gebruiken om met een kind met TOS goed in gesprek te gaan.

Dit deed ik naar aanleiding van het boek “Basishouding Communicatie” wat geschreven is door twee van mijn 20150807_105230-1collega’s op Auris De Spreekhoorn in Breda.

Benieuwd naar mijn verhaal, lees dan hier verder.

Leerlingen met Tos? Wat kun je doen!

Leerlingen met Tos? Wat kun je doen!

Basishouding communicatie, wat houdt dat in?

Een tijdje geleden deed ik een periscope uitzending over de verschillen tussen TOS en een taalachterstand. Ook besprak ik tijdens deze uitzending de handvatten die je in een klas of thuis kunt gebruiken om met een kind met TOS goed in gesprek te gaan.

Dit deed ik naar aanleiding van het boek “Basishouding Communicatie” wat geschreven is door twee van mijn collega’s op Auris De Spreekhoorn in Breda.
Omdat de uitzending inmiddels niet meer op internet staat heb ik dit artikel geschreven.
Dus heb jij leerlingen met Tos in de klas of thuis. En wil je weten wat je kunt doen om hier zo goed mogelijk mee om te gaan? lees dan vooral verder.

Allereerst is het belangrijk om te ontdekken of het kind een taalachterstand heeft of een taalontwikkelingsstoornis (TOS).

Het verschil tussen een TOS en een taalachterstand!

Over het algemeen is het zo dat een kind met een taalontwikkelingsachterstand deze vaak heeft opgelopen door een ontbreken van (de Nederlandse) taal in zijn omgeving doordat bijvoorbeeld de ouders geen Nederlands spreken.
Ook kan het zijn dat een kind in zijn eerste levensjaren weinig taal tot zich heeft gekregen door bijvoorbeeld chronische oorontstekingen, verwaarlozing, gehoorproblemen of andere oorzaken.
De taalontwikkeling heeft  dan een achterstand opgelopen.

Bij tweetaligheid is bij een taalachterstand in de moedertaal van de ouders geen probleem ontstaan. In die gevallen spreekt men van een taalontwikkelingsachterstand die vaak met gerichte woordenschattraining,  zoals de VVE programma’s of specifieke taaltraining in de peuter en/of kleutergroep,  ingehaald kan worden.
Bij een TOS spreekt men van problemen in de woordenschatontwikkeling, zinsbouw, woordvorming, spraakverstaanbaarheid, auditieve vaardigheden, verhaalopbouw en pragmatiek(taalgebruik) van de taal.
Bij de aanwezigheid van een tweede taal zie je deze problemen ook terug in de moedertaal.

Bij een TOS gaat het leren van taal niet vanzelf en komt de taalontwikkeling zeer moeizaam op gang.
Meer informatie over taalontwikkeling kun je vinden op de website Kind en taal.
Hier vind je ook checklisten en zelfs een sneltest die je online uit kunt voeren.
Ook vind je hier meer informatie over meertaligheid en logopedie.

Op de website van de koninklijke Auris Groep vind je heel veel informatie over onderzoek en behandelmogelijkheden van TOS.
Je vindt hier een link naar de brochure van nul tot taal waarin ouders hun tips en ervaringen delen.
Uiteraard kun je hier ook meteen contact opnemen voor advies en hulp.

 

 

Hoe herken ik een TOS?

Typische kenmerken van kinderen met TOS zijn:

 

  • Het kind kent weinig woorden of spreekt ze meestal verkeerd uit.
  • Het kind heeft moeite om op een woord te komen.
  • Het kind vertelt vaak hetzelfde (vaak dezelfde woorden).
  • Het kind maakt veel fouten in zijn woorden en zinnen.
  • Het kind maakt erg korte zinnen.
  • Het kind berijpt vaak niet wat er verteld wordt.
  • Het kind klapt dicht, of zegt: “weet ik niet” als er een vraag wordt gesteld.
  • Het kind is stil en praat weinig.
  • Het kind lijkt niet te luisteren.
  • Het kind praat met veel denkpauzes, stopwoorden en herhalingen.
  • Het kind wordt driftig als het niet begrepen wordt, of als het zelf iets niet begrijpt.

 

Wil je nog meer informatie hierover lezen, klik dan hier
Of bekijk het filmpje: Hoe herken je een TOS?

Klik op de poster voor de gratis download!

heeft_jos_een_tos

Natuurlijk heeft een taalontwikkelingsstoornis grote gevolgen voor een kind.
Het voelt zich niet begrepen, raakt gefrustreerd en kan zelfs helemaal stoppen met spreken.
Het kind kan ook agressief of teruggetrokken gedrag gaan vertonen.
Hierdoor kan de communicatie afnemen en stagneert het leren van taal nog meer dan al het geval is.taal cognitie emotie_0

De leerkracht en de ouders zijn dan ook belangrijk om de taalontwikkeling te stimuleren door middel van een goede basishouding in een gesprek.
Maar hoe doe je dat dan?

Het gesprek.

Het gesprek is de beste manier om het taalgebruik en het denken over taal te ontwikkelen en om begrippen en taalregels eigen te maken. Het is dus van belang om in je groep of thuis zoveel mogelijk goede en waardevolle gesprekken te voeren met het kind.
Dat kunnen alledaagse gesprekken zijn over van alles en nog wat, of het kunnen leergesprekken zijn rondom een onderwerp in de klas of uit een boek.

Maar wanneer is een gesprek waardevol en hoe ziet een goed gesprek eruit?
Hiervoor zijn een aantal regels die  bij ons op school, in het cluster 2 onderwijs, dagelijks worden toegepast en in het boek “basishouding Communicatie” worden beschreven.

 

Regels voor een goed gesprek

  1. Gebruik betekenisvolle taal. Sluit aan bij iets wat het kind beleeft op dat moment of heeft ervaren, en waar het kind graag over wil vertellen. Het kan ook een gesprek zijn wat aansluit bij de specifieke interesse van het kind. Zolang het gesprek en de taal betekenis heeft voor het kind zal het een gesprek blijven volgen en taal blijven gebruiken.
  2. Gebruik visuele hulpmiddelen zoals foto’s, boeken of materialen bij een gesprek. Door datgene wat in de spreektaal uitgewisseld wordt te visualiseren, kan het kind letterlijk kijken naar wat er gezegd is.
  3. Visualiseer een gesprek met woorden op papier. Het kind kan nu letterlijk terugkijken naar wat er gezegd is. Gebruik zeker bij kleuters hiervoor woorden, gecombineerd met foto’s en tekeningen. Het kind reflecteert op de gesproken taal en de ontwikkeling van het luisteren, spreken en lezen wordt hiermee bevorderd. Ook compenseert het gevisualiseerde gesprek het zwakke auditief geheugen. Je kunt samen terugkijken op wat er eerder gezegd is en zelfs geruime tijd later, kun je terugkomen op een eerder gesprek. “Weet je nog toen…..”.

    20141110_131322
    4. Stel zoveel mogelijk open vragen en neem de tijd. Laat het kind rustig nadenken over zijn taaluiting.
    Kinderen met TOS hebben meestal een vertraagde taalverwerking en taalproductie. Wanneer jij meerdere vragen achter elkaar stelt kan het kind hierdoor de draad kwijt raken en dichtklappen.

    De VAT Principes

    Vervolgens zijn er de VATprincipes (Volgen- aanpassen- toevoegen) die je toe kunt passen in elk gesprek.

    Volgen

    Gebruik lichaamstaal en bewegingen (gebaren) bij het luisteren en spreken. Laat met je hele houding zien dat je luistert en hoort wat het kind zegt. Het kind voelt zich gehoord en begrepen en wordt gestimuleerd om verder te spreken.
    Ga op ooghoogte van een kind met hem of haar in gesprek. Zorg dat het kind het gevoel krijgt dat je gelijkwaardig in gesprek bent. Kijk naar datgene waar het kind ook naar kijkt en neem een afwachtende houding aan. Vul niet te snel de taal in. Dwing je zelf om goed te luisteren en te volgen.

    Aanpassen

    Geef de taaluiting van het kind goed terug. Herhaal wat het kind zegt op de juiste manier zodat het kind de juiste taalvorm direct terughoort. Je verbetert het kind maar op een manier die niet storend is voor het gesprek.
    Bijvoorbeeld: Leerling: “ik effeling uwees”: Jij: “Ben jij in de efteling geweest?”

    Toevoegen

    Je voegt op een natuurlijke manier nieuwe inhoud toe aan het gesprek. Bijvoorbeeld:  “In welke attractie ben je geweest”. Doe dit met woorden en taal die horen bij het ontwikkelingsniveau en de leeftijd van het kind. Zie je dat dit nog een brug te ver is, neem dan een stapje terug. Wanneer je zelf een gesprek voert met iemand vind je het immers ook niet prettig wanneer er alleen maar lastige vragen worden gesteld. Je kunt de nieuwe woorden dan wel toevoegen in jouw eigen taaluitingen en daarin meteen een omschrijving of uitleg van het woord aanbieden. Het kind heeft het dan gehoord en door veel herhaling zal dit woord langzaam opgenomen worden in de eigen woordenschat.
    Voeg ook eens gevoelstaal, omgangstaal of figuurlijke taal toe.20150911_165815-1

Wil je meer lezen over basishouding communicatie en wil je meer tips voor het gesprek, visualiseren en reflecteren op taal in groep 1 tot en met 8?
Stuur dan een mail met je gegevens naar info@spreekhoorn.nl en bestel het boek “Basishouding Communicatie”
voor €20,00 excl. verzendkosten.

20150807_105230-1

Heb je nog vragen, mail ze mij gerust!

 

gebruik jij de VAT principes bij gesprekken?

Heb jij bepaalde routines voor jouw gesprekken? 

Hij praat niet! 5 tips voor communicatienood!

Hij praat niet! 5 tips voor communicatienood!

Het stille kind

Deze week kwam ik een engels artikel tegen over “the Nonverbal child” van Catherine Pascuas.
Hierin worden kinderen beschreven die zoals het woord al zegt “niet communicatief” zijn, Kom jij die wel eens tegen in je groep of heb je zelf een kind wat niet wil spreken? Lees dan vooral verder!
zorg 2

(meer…)

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest