Aan de slag met mindmappen

Aan de slag met mindmappen

Mindmappen met Kleuters

Je kunt met kleuters heel goed werken aan mindmappen, bijvoorbeeld in combinatie met prentenboeken.Maar hoe doe je dit precies?
Het maken van een mindmap is een groepsproces. Je werkt met een vast schema met deelvragen rondom het boek die ook telkens weer terugkeren bij ieder volgend prentenboek.
Een verhaalschema  is dan ook heel goed te gebruiken voor een mindmap.

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

 

Wat zijn eigenlijk de regels voor Mindmappen?

 

Een aantal regels liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

  1. Werk op zo groot mogelijk (minimaal A3) formaat papier in landscape (= liggend) formaat.
  2. Plaats het onderwerp of de titel van een boek altijd in het midden.
  3. Een mindmap lees je van binnen naar buiten. Het belangrijkste staat dus in het midden, de dikke takken geven de categorieën aan, de takken die daar weer uit voortkomen geven de subcategorie aan.
  4. Takken krijgen altijd een zijtak vanuit het einde van de tak, dus niet vanaf het midden van de tak. Zijtakken kun je ook nog twijgjes geven, ook die komen vanuit het einde van de zijtak.
  5. Woorden plaats je altijd boven een tak. Lidwoorden worden wel toegevoegd maar geen zinnen. Lidwoorden zijn weetwoorden, ze moeten geautomatiseerd worden en vragen om taalgevoel bij het toepassen. Voor veel kinderen is dit daarom lastig, overal waar het kan , is het dus wijs om lidwoorden standaard toe te voegen.
  6. Kleurgebruik is belangrijk. Elke tak met de bijbehorende zijtakken, krijgt een eigen kleur. Hierdoor blijft de verdeling in categorieen visueel goed zichtbaar.
  7. Gebruik plaatjes of tekeningen die duidelijk zijn en plaats ze boven de takken bij de woorden.
  8. De logische volgorde van de takken is die waarin je de leesrichting met de klok laat mee draaien.
  9. Maak een mindmap altijd samen met een groep of een kind, aanpassingen ook altijd samen maken
  10. Print de mindmap uit of kopieer hem. Hang één kopie op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.

Maar ik kan niet tekenen?

Wat ik altijd terug hoor is de opmerking “maar ik kan niet tekenen”. Mijn antwoord is dan altijd hetzelfde, dat dit niets uitmaakt.
Het belangrijkste is dat je de tekening of het plaatje samen met de kinderen kiest of maakt.  
Thuis alvast mooie plaatjes plakken, of op een later tijdstip zonder de kinderen erbij, dat werkt niet.
Je hebt dan zeker een prachtige mindmap, maar het is dan jouw mindmap. Om er later verwerkingsoefeningen mee te kunnen doen, moet het een mindmap worden van de kinderen. Maak zo’n mindmap dus altijd samen.

En die mooie plaatjes van internet dan?

Je kunt vooraf wel afbeeldingen of foto’s  verzamelen en eventueel alvast uitprinten, maar laat dan een keuzemogelijkheid open zodat je samen het meest passende plaatje kunt kiezen met de kinderen.
Zo wordt het toch iets van hen zelf en kun je die prachtige plaatjes van het internet toch nog gebruiken.

 

Extra tips voor mindmappen

  •  Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedankt dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas je tekstgrootte aan, aan de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds linkbaar zijn naar het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap nog meer voor?

 

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

 

Leuke toepassingen voor taaldoelen zijn:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (*klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (*taalvorm en *taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (*ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (*verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (*taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je een eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

Wil je meer lezen over spelvormen bij mindmaps, lees dan verder in mijn blog: Spelen met mindmaps.

 

Wil je meer lezen over het maken van mindmaps met digitale tools, lees dan mijn blog : Mindmaptools, mijn top 5.

 

Ga aan de slag met mindmappen

Ga aan de slag met een Mindmap op papier of digitaal.
Kies de vorm die bij jou het beste past 

Spelen met Mindmaps

Spelen met Mindmaps

Wat zijn de regels voor mindmappen?

Veel mensen zijn het er al over eens dat Mindmappen handig is om grote hoeveelheden leerstof of informatie snel  overzichtelijk te maken.

Binnen het onderwijs zijn de toepassingen ook legio. Op mijn yurlspagina over mindmappen vind je uitlegfilmpjes over Mindmappen en handige links naar artikelen over Mindmappen met kleuters.

Spelen met mindmaps 

Een aantal regels binnen het mindmappen liggen vast en helpen je om een vast format aan te houden.

Je leest hierover in mijn blog Aan de slag met mindmappen.

Wanneer je de mindmap uitorint of kopieert kun je er mee gaan spelen.

Ik benoem dit als spelen, maar in deze spelvormen leren de kinderen natuurlijk een hoop over de content van de mindmap.
Hang één kopie met de complete mindmap op in de klas, gebruik de andere kopieën voor spelvormen.
 

Voorwaarden voor een goede mindmap

  • Bedenk vooraf wat je doel is. Wil je brainstormen, maak dan een woordweb. Wil je onderlinge relaties in een netwerk categoriseren, maak dan een mindmap
  • Bedenk dat de kracht van een mindmap het visuele aspect is . Werk daarom met goede kleuren, duidelijke afbeeldingen en korte teksten (lidwoord + zelfstandig naamwoord of een werkwoord)
  • Denk vooraf na over die onderlinge verbindingen. Bedenk dan meteen hoeveel takken je wil gaan maken, houd hier rekening mee met de ruimte op je papier.
  • Kom je ruimte tekort, plak er dan nog een stuk papier aan vast, ga niet rommelen met kleine lettertjes of scheve teksten. Houd het overzichtelijk.
  • Pas de grootte van je tekst aan naar de plaats in de mindmap. Woorden bij de hoofdtakken schrijf je groter of dikker dan woorden in de zijtakken en de twijgjes.
  • Alle woorden moeten steeds gelinkt zijn aan het onderwerp van de mindmap.
  • Plaats de afbeeldingen  boven het woord en de tak, zodat je eventueel nog een uitbreiding eraan vast kunt maken met een twijg.
  • Gebruik een mindmap voor verschillende doelen, zie hiervoor de download inspiratie-reader onderaan dit artikel

 

Waar gebruik je een mindmap eigenlijk voor?

Mindmappen kun je voor heel veel doeleinden inzetten. Op de site van Bazalt heb ik een handig overzicht gevonden wat je onderaan dit artikel kunt downloaden. Het beschrijft nog eens de regels van het mindmappen en geeft meteen ook meerdere toepassingsmogelijkheden.

Toepassingen voor taaldoelen:

  • Letters aanbieden en woorden erbij bedenken (klankherkenning)
  • Woorden zoeken die rijmen en categoriseren op bijvoorbeeld onzinwoorden, namen en echte woorden. (taalvorm en taalinhoud))
  • Voorwerpen van een thema in de juiste categorie plaatsen  (ordenen en logisch redeneren)
  • De belangrijkste gebeurtenissen uit een verhaal visualiseren (verhaalopbouw)
  • Woorden indelen op categorie (woordsoorten, spellingscategorie) (taalvorm)

Bij taalzwakke kinderen kun je eerst starten met de concrete voorwerpen te categoriseren in hoepels. Dit wordt dan later vertaald naar de takken van de mindmap.

 

Spelen met een mindmap


Het is de bedoeling, dat de kinderen, na het maken van een mindmap, bijvoorbeeld tijdens de werkles, met een  ‘mindmapspel’ aan de slag gaan.

wanneer je het spel ook in volgende jaren wilt gebruiken, dan is het verstandig, om het spel vóór gebruik te lamineren.
Wanneer je beschikt over een digibord kan een spel natuurlijk ook digitaal gespeeld worden.
Heb je de beschikking over een magnetisch whiteboard dan kun je de plaatjes met magnetische tape op de mindmap vastzetten. Handig voor hergebruik.

7 spelvormen voor mindmaps op een rijtje

1. Puzzelen

Kopieer de mindmap. Knip het kopie in stukken en laat hem in elkaar puzzelen door de groep, een tweetal of een individuele leerling. Wanneer je de  mindmap meerdere keren kopieert kun je ook meerdere groepjes aan de slag zetten en er een wedstrijdelement aan koppelen met bijvoorbeeld een afgebakende tijd met een zandloper op je digibord. Dit is afhankelijk van je groep, het mag geen frustratie opleveren.

2. Sorteren en benoemen

Zorg dat je de mindmap-plaatjes kopieert en lamineert en stop  ze in een doosje. Ieder kind mag nu om de beurt een plaatje uit de doos halen, dit benoemen en op de juiste takkenkleur leggen.
Leg hiervoor 4 gekleurde papieren (of hoepels) waarvan de kleuren corresponderen met de kleur van de takken van de mindmap,
Dit spel kan ook in allerlei andere coöperatieve vormen gespeeld worden.
Je creëert dan meer overlegmomenten.
Wanneer je de plaatjes lamineert, kun je ze een volgend jaar hergebruiken.

3. Puzzel je eigen mindmap

Laat de kinderen de mindmap namaken op een A3 tekenvel. Kinderen die een zwakke motoriek of minder tekentalent hebben kun je ook de plaatjes (op een knipvel) geven. Het knippen, sorteren, ordenen en plakken is dan al een prachtige oefening op zichzelf.

4. Teken je eigen mindmap

Geef ze de opdracht om zelf een mindmap te maken bij een zelfgekozen boek of verhaal. Geef eventueel een lege mindmap als startpapier. Teken hiervoor bijvoorbeeld een cirkel in het midden met de eerste aanzet van een tak, alle begin is moeilijk en zo krijgen ze een klein duwtje in de goede richting.

 5. Maak een digitale mindmap

Wanneer je de Gynzy software hebt voor je digibord kun je de plaatjes van de mindmap van tevoren verzamelen onderaan een pagina.  Geef hier dus weer een keuzemogelijkheid of zoek samen naar een meer passende afbeelding in de afbeeldingsbibliotheek.
Erboven schrijf je op het bord een onderwerp in het midden en teken je takken met de digitale pen. Daarna laat je de kinderen de takken met de plaatjes vullen. Eventueel kun je nog meer verdieping aan brengen door de juiste woorden erbij te laten zoeken of zelf te laten intypen.
De favoriete digitale mindmaptools met beschrijving vind je op deze pagina.

6. Lees de mindmap voor aan elkaar

Lamineer je mindmap en laat hem in de leeshoek nog eens “nalezen” door de kinderen.  Dit kan ook in een coöperatieve werkvorm gegoten. Denk bijvoorbeeld eens aan tweepraat, raad mijn plaatje of zoek dezelfde. 

7. Speel de mindmap na

Hang de mindmap bij de verteltafel en maak met de afbeeldingen van de Wie en Waar takken voorwerpen en poppetjes door ze op een wcrol te plakken. De kinderen kunnen nu handelend het verhaal nog eens naspelen.

Dit verhaal kun je vervolgens weer filmen met bijvoorbeeld de app Stopmotion.

 

Digitale aanvullingen voor mindmappen

Er zijn natuurlijk veel apps op de markt waarmee je mindmaps kunt maken.
Bekijk mijn artikel voor een top 5 van mindmaptools , of gebruik simpelweg de whiteboardfunctie van je digibord.
Er zit binnen Gynzy natuurlijk een schoolbord waarin je zelf kunt gaan tekenen, binnen Prowise vind je een speciale mindmaptool.
Sinds kort is er de mogelijkheid om gratis aan de slag te gaan met de site Mindmapmaker.

 

Dit is een voorbeeld van de site Mindmapmaker.org.
Ga vooral eerst thuis aan de slag met deze site, en ontdek de mogelijkheden. 

Heb je een vraag, stel hem hieronder in een reactie of via de Facebookgroep Digitaal met het jonge kind.

Ga jij ook aan de slag met mindmaps?

Gebruik een app of maak een Mindmap op papier. Kies de vorm die bij jou het beste past,

Kies er vervolgens een spelvorm bij !

Verhalen vertellen in de klas

Verhalen vertellen in de klas

Verhalen vertellen, wat is dat eigenlijk?

 

Voor sommigen is verhalen vertellen het leukste wat er is, ze doen niets liever, voor leerkrachten is het ook vaak een favoriete bezigheid.

De een vertelt prachtige verhalen met veel fantasie en kan het zo brengen dat je het helemaal voor je ziet. Veel intonatie, veel voorbeelden en mooi taalgebruik ligt daar vaak aan ten grondslag. Zelfs een boek zonder afbeeldingen voorlezen lukt ook deze vertellers perfect. Ze boeien hun luisteraars.
Er zijn ook vertellers waarbij je al snel wegdroomt of afgeleid wordt. Vaak is er dan geen inspirerende verteller aan het woord. Het is dan vaak iemand  met weinig intonatie, te moeilijk taalgebruik, je kunt je er geen echte voorstelling bij maken.

Verhalen vertellen vraagt dus best wel wat van de verteller.
En wat als je als kind zelf een verhaal moet vertellen. Dan moet je dus ook rekening houden met je luisteraar. Je moet rekening houden met je intonatie, je zinsgebruik, je volgorde. Daarnaast moet je ook nog eens beeldend vertellen.  Deze componenten zitten namelijk in een goed verhaal.
En dat maakt het precies zo lastig voor kinderen met een TOS.
Zij moeten goed nadenken over het verhaal. Wat vertel ik eerst, hoe heette dat ook weer? Wat is het spannende stuk, wat is de clou, hoe ontvangt de luisteraar mijn verhaal? Moet ik aanpassingen maken, meer uitleg tussendoor geven? Best een flinke klus dus.

Ontwikkeling van verhalend vertellen

Kinderen van 4 jaar ontwikkelen naast woordenschat en zinsvormingsvaardigheden ook vertel- en gespreksvaardigheden. Ze ontdekken hoe een normaal gesprek verloopt en hoe je een verhaal kunt vertellen.
Je snapt het al, dit leer je niet in een korte tijd, maar hier gaan jaren overheen. 

Vierjarige kinderen brengen van verhalen vertellen nog weinig terecht. Ze drukken nog moeilijk verband uit tussen verschillende gebeurtenissen en maken onvoldoende onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Bij verhalend vertellen bij een prentenboek beperken ze zich niet tot de zaken die voor het verhaal van belang zijn, maar ze beschrijven ook kleine details.
Bovendien zal een 4-jarig kind nog geen verband aanbrengen tussen de plaatjes in het verhaal.
6-jarigen doen dat al wel, maar toch zijn er ook zelfs 8-jarige kinderen die dit nog altijd moeilijk vinden.

Bij leerlingen met een normale taalontwikkeling duurt dit proces vaak tot ver in de bovenbouw, (en daarna).
Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen heel moeilijk nadenken over taal en over hun eigen taaluitingen (Metalinguïstiek) , dus verhalen vertellen is super lastig.
Die ontwikkeling beslaat bij hen een nog langere periode, zelfs tot ver na de basisschoolleeftijd.

De metalinguïstische ontwikkeling vindt plaats in de basisschoolperiode. Het kunnen denken en praten over taal is belangrijk om taal bewust te leren en te oefenen 

Deij, 2017

Waarom is het vertellen

van verhalen belangrijk?

Verhalen vertellen gebruik je eigenlijk bij heel veel verschillende activiteiten, meer dan je in eerste instantie zou denken. Wanneer je oefent met actief verhalen vertellen oefen je natuurlijk ook het begrijpen van verhalen en de verhaalstructuur.

Verhalen vertellen gebruik je als jong kind:

  • Bij de sociale interactie met andere kinderen.
  • Bij het begrijpen en verwoorden van gedragsregels
  • Bij het oplossen van problemen
  • Bij het jezelf aansturen bij de uitvoering van opdrachten (innerlijke taal)
  •  Bij het plannen en organiseren voor jezelf of met anderen.

Op latere leeftijd komen daar bij:

  • Het maken van verhaalsommen
  • Het begrijpend lezen
  • Het leren van studieteksten.

Het oefenen met verhalen vertellen is dus een goede en belangrijke taalactiviteit.

 

Waarom is verhalen vertellen

belangrijk bij een TOS

Leerlingen met een TOS hebben vaak een kleine woordenschat. Ze hebben moeite met zinsbouw en hebben daarnaast moeite om te bepalen welke informatie belangrijk is bij situaties omschrijven en verhalen vertellen.
Leerlingen met TOS profiteren van veel oefening met het vertellen en praten over taal. Je biedt ze hiermee inzicht in verhaalopbouw, zinsbouw en woordenschat.
Ontdek bijvoorbeeld samen in een gesprek of een verhaal dat een woord ook twee betekenissen kan hebben.
(“Hij loopt naar de bank”, gaat hij zitten of gaat hij geld halen??)

Vanaf groep 1 is aandacht voor taal, taalvorm, taalinhoud, oefenen met vertellen en taalbeschouwing daarom ook erg belangrijk.
Heel veel spreken en vertellen dus. Dat doe je met jonge kinderen het liefst betekenisvol. Met een onderwerp wat echt uit de belevingswereld komt.

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben meer stimulatie nodig om de metalinguïstiek te ontwikkelen. 

Hirschman, 2000

Verhalen vertellen met jonge kinderen

    4 Onmisbare factoren 

    1. Gunstige omgevingsfactoren

    • Omgeving en activiteiten die het vertellen stimuleren.
    • Onderwerpen die voor het kind relevant zijn .

    Je kunt pas een verhaal vertellen als je weet waarover je wilt vertellen.  Voor jonge kinderen is het dus belangrijk om een goed onderwerp of een betekenisvolle activiteit centraal te stellen.

    2. Ordening van informatie op een logische manier

    Een kind moet de inhoudelijke bestanddelen, dat wat het wil vertellen, in de juiste volgorde van gebeurtenissen kunnen indelen, bijv. begin, en toen, eind. Dit kun je zichtbaar maken met visueel beeldmateriaal (verhaalschema) of bijvoorbeeld het op volgorde zetten van concreet materiaal. (waterkoker> glas >theezakje).

    3. Verhaalopbouw visualisatie

    Een kind moet de vaardigheid hebben om een logisch verhaal op te bouwen en de luisteraar mee te nemen. Dit is erg lastig voor leerlingen met een TOS. Zij overzien de zinnen nog niet, laat staan de verhaalinhoud. Zorg hier dus voor visuele ondersteuning in verhaalopbouw. Zorg voor plaatmateriaal of ondersteunend ICT materiaal.

    4. Timing

    Een goed verteller weet de luisteraar te boeien, houdt het verhaal lang genoeg om de ander mee te kunnen nemen in het verhaal, maar niet te lang, vanwege de concentratieboog van de ander.
    Leerlingen met een TOS vinden het op het juiste tijdstip iets vertellen, erg lastig.
    Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vertellen van een mop. Om hierbij te helpen kun je denken aan een visuele cue.  Bedenk bijvoorbeeld een teken waardoor de leerling weet dat dat hij terug moet in zijn verhaal, omdat je een begin mist.
    Oefen dit vooraf in een kleine setting en leg ook uit waarom timing in het verhaal belangrijk is.
    Voor TOS leerlingen is dit niet vanzelfsprekend.

    Ideeën voor activiteiten m.b.t. verhaalopbouw

    Op mijn Pinterestbord voor verhaalopbouw en in veel methodes of ander kleutermateriaal vind je bij verhaalopbouw heel veel ideeën. 

    Het ene idee vraagt veel voorbereiding, het andere schud je zo uit je mouw als leerkracht.
    Belangrijk is altijd om van tevoren te bedenken:   

    • Welk doel je wilt bereiken, (benoem dit eventueel ook naar de groep)
    • Welk resultaat je aan het eind wil zien
    • Hoeveel tijd je eraan wilt besteden ( een korte of lange les, of meerdere lessen)

     

    5. Tips voor  verhaalactiviteiten

     

    1. Beeld en speel een (prentenboek)verhaal uit.

    Help de verschillende verhaalelementen eigen te maken door het te visualiseren in een verhaalschema of met de platen uit het betreffende prentenboek. Werk je vanuit een voorgelezen verhaal, probeer er dan samen met de leerlingen tekeningen bij te maken van de verschillende verhaalfases. (Op Pinterest vond ik de werkvorm Vensterruiten)
    Wil je de kinderen zelf een verhaal laten bedenken, werk dan met uitdagende hoeken.
    Zorg dat je in alle hoeken van jouw lokaal een verhaal kunt spelen. “Herfst” kun je niet spelen, “een wandeling door het bos wel”
    Gebruik drama, speel mee in de diverse hoeken of laat kinderen verhaallijnen bedenken en voorspelen aan elkaar.  

     

     2. Een verhaal vervolgen. 

    Zelf bedenken van een vervolg of een slot op een vertelplaat is een goede oefening voor het maken van een verhaalopbouw en het bedenken van een plot of clou.

    Heel geschikt hiervoor zijn oude voorleesboeken met 1 plaat per verhaal. Denk aan boeken met verhaaltjes voor het slapen gaan, of 100 dierenverhaaltjes. Wanneer je zo’n plaat gebruikt en bijvoorbeeld alleen de karakters omschrijft kun je de kinderen een stukje op weg helpen. Je geeft ze een soort kapstok waar ze hun verhaal aan kunnen ophangen.

    TIP: 

    1. Kopieer een plaat uit een boek en verwijder of verberg een gedeelte, zodat het spannend wordt om te bedenken wat daar zou kunnen gebeuren?
    2. Laat een personage zien met een afbeelding of woordkaart , waar het verhaal over zou moeten gaan en gooi daarna een dobbelsteen met actiepictogrammen erop (verteldobbelstenen). Hoe gaat dit verhaal verder.
    3. Bedenk een vervolg bij een bestaand verhaal, waarbij het kind de hoofdfiguren al kent en hun soort gebeurtenissen (bijv. Pluk van de Petteflet, of Jip en Janneke)
    4. Afloop bedenken: hoe zou jij willen dat het verhaal was afgelopen?
    5. Plot: je geeft de start van een verhaal, met een schets van een hoofdpersoon en van de situatie (bijvoorbeeld een beer in een donker bos) . Hierna stel je de vraag: wat zou de beer in het bos gaan doen, denk je? Help de kinderen eventueel weer op weg met pictogrammen van actiewoorden en laat ze daaruit kiezen of gebruik de verteldobbelsteen.


      3.Samen een verhaal opbouwen

    Dit kunnen verhalen zijn die door de kinderen worden ingebracht naar aanleiding van een gebeurtenis op school of thuis.

    Het kan ook een verhaal zijn wat ontstaat doordat jij als leerkracht of een kind iets in de groep brengt.

    • Zorg voor een gebeurtenis, een nieuwe beleving of een nieuw attribuut in je klas.
    • Je gaat samen met het kind hardop denken en praten over welk verhaal hier achter zit en hoe het verhaal gaat lopen. (Hoe komt dit ei in de klas, wat zou er gebeurd zijn?)
    • Bij een fantasieverhaal kun je om de beurt een volgende stap bedenken in het verhaal, waarbij de leerkracht kan bijsturen door vervolgstappen te maken, oplossing aan te dragen, en het slot in zicht brengen. Voor leerlingen met een TOS kan dit erg motiverend werken, omdat ze door jou steeds meegenomen worden in de volgende stap van het verhaal.
    • Gebruik afbeeldingen, illustraties uit een tijdschrift of van internet of gebruik de verteldobbelstenen. Kies minimaal 4 maximaal 6  items (Bijv:  voetstap, parachute, telefoon, tent, maan, huis) . Je maakt als leerkracht een voorbeeldverhaal en vraagt het kind zelf een ander verhaal te maken met deze plaatjes.
    • Tekenbord, of groot tekenvel, waarop de leerkracht het verhaal begint met een kleine tekening. Samen met het kind wordt een vervolg bedacht en getekend.

    4. Visualiseren is belangrijk

    Het is voor leerlingen met een TOS erg belangrijk om steeds een tekening te maken bij wat het kind verteld. 

    De manier en kwaliteit van tekenen is niet belangrijk, het is vooral een manier voor het kind om de gedachten helder te krijgen en te visualiseren. Daarna schrijf je de zinnen die de kinderen maken in correcte zinsbouw uit. Het is belangrijk dat je van het kind het eigen verhaal vertelt en dat ondersteunt met tekeningen. In een groep wordt het op die manier een groepsverhaal.

    Bekijk hieronder een voorbeeld van een verhaal wat samen met de kinderen bedacht is bij een ei, wat ineens in de klas lag. 

    • Zorg voor een verrassingseffect.
    • Ga in gesprek met je groep.
    • Pak er een groot flapoverbord of je digibord bij.
    • Schrijf het gesprek uit, dit zorgt meteen voor vertraging in het gesprek en herhaling. je legt immers tijdens het schrijven even het gesprek stil, leerlingen met TOS krijgen hierdoor denktijd, en je leest het voor, voordat je verder gaat.

    5. Stel tussendoor ook de juiste vragen en vat samen

    Dit zijn natuurlijk cruciale onderdelen voor zowel de inhoud van de les als het tempo van de les.

    Door de juiste vragen op de juiste momenten te stellen kun je de leerlingen helpen om zich niet te verliezen in details en daarnaast iedereen meteen geboeid houden.  Stel niet alleen gesloten vragen, maar stel open vragen aan de leerlingen volgens de taxonomie van Bloom. 
    Als leerkracht kun je tijdens het vertellen vragen stellen die helpen om:

    • de structuur in het vertellen te ondersteunen
    • de inhoud van het verhaal te verhelderen
    • de diepgang van het verhaal te bevorderen
    • onduidelijkheden toe te lichten
    • een verhaal op gang te houden, of op gang te brengen

    Door regelmatig samen te vatten en te herhalen wat je al hebt in het verhaal, geef je tijd voor de auditieve verwerking en het ordenen van de innerlijke taal die je bij de kinderen aan het werk hebt gezet.
    De hoofden zitten vol en worden op deze manier weer even geordend en klaar gemaakt voor de volgende denkstap.

    Open vragen stellen en nadenken over hoe je met die vragen het denken kunt stimuleren is soms best lastig in de drukte van het moment. Gebruik hiervoor de boom van Bloom. Onderstaande poster als reminder in jouw klas is misschien een goed idee.

     

    Wat doe jij met verhaalopbouw in je groep?

    Laat jouw idee of werkvorm hieronder achter  in een reactie 

    10 Tips voor een digitaal verhaal

    10 Tips voor een digitaal verhaal

    Digitaal verhalen vertellen

     

    In mijn  blog “Verhalen vertellen in de klas” heb ik je verteld over verhalen vertellen in de klas. 

    Het werken aan verhaalopbouw is voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis extra belangrijk.
    Een taalzwakke leerling is vaak communicatief beperkt redzaam door een zwakke woordenschat, door problemen met de taalvorm en het taalgebruik.

    Wanneer je woordenschat klein is, wordt het lastig om je verhaal goed te vertellen. Je zoekt steeds naar woorden en je kunt je verhaal hierdoor niet goed overbrengen. 
    Wanneer je problemen hebt met taalvorm. Je hebt dan vaak problemen met zinsbouw en grammatica of met de uitspraak van langere of meer complexe woorden.
    Het vertellen van een begrijpelijk verhaal wordt hierdoor lastig.
    Bij problemen met taalgebruik vind je het lastig om een verhaal logisch op te bouwen. Je vindt het lastig om rekening te houden met de voorkennis van de luisteraar. Je vertelt van de hak op de tak en de luisteraar kan het als snel niet meer volgen.

    Wanneer je aan de slag gaat met verhalen vertellen worden deze taaldomeinen allemaal in meer of mindere mate geoefend.
    Voldoende visuele ondersteuning is natuurlijk onmisbaar bij het werken aan verhaalopbouw. 
    Verschillende digitale mogelijkheden maken het visualiseren van verhalen erg makkelijk en hierdoor zeer geschikt voor taalzwakke leerlingen.
    Er zijn veel tools die hiervoor geschikt zijn.
    Ik zet in dit blog 10 tools in willekeurige volgorde voor jou op een rijtje.

    Een digitaal verhaal maken

    Wanneer zet je dit in?
    Maak een verhaal naar aanleiding van jullie gesprek, een mooi boek, een voorleesverhaal, een afbeelding, een activiteit, enz.
    Ga samen nadenken over de verhaalopbouw, en geef goede taal terug.
    Denk hier bij aan de VAT principes.
    In plaats van taal verbeteren herhaal je de uitspraak van het kind in een verbeterde zin. Het kind voelt zich gehoord en krijgt meteen auditieve feedback met goede taal en juiste zinsbouw.
    Om verhalen te digitaliseren geef ik je hieronder 10 tips.

     

    1. Aan de slag met Book Creator

    Je kunt aan de slag gaan met het maken van een boek met de iPad via de app Book Creator.
    Deze app is gratis voor 1 boek, en is beschikbaar voor de iPad.

    Book Creator kan ook met je digibord of PC

    De site www.bookcreator.com is gratis beschikbaar via de computer en het digibord. Je hebt dan wel afbeeldingen nodig die je zelf moet uploaden naar jouw computer.
    Een iPad is dan niet nodig.
    Een Chromebook of laptop met selfie-camera is bijvoorbeeld perfect voor het maken van een boek over jezelf (“Mijn Boek”)

    Bekijk zelf de mogelijkheden of schrijf je in voor één van mijn open workshops online.

    2. Creatief vertellen met Pages

    Deze app kun je gratis downloaden in de Appstore.
    Wanneer je vervolgens kiest voor “nieuw document”, daarna voor “verhaal” , krijg je een voorbeeld van hoe een verhaal eruit zou kunnen zien.

    In het voorbeeld zie je vier pagina’s gevuld ter inspiratie. Deze kun je met een leerling of een klein groepje aanpassen of via het + symbool met een lege pagina starten.
    Een handleiding voor Pages vind je via het menu rechtsboven in het scherm (3 puntjes) en door te kiezen voor Pages help.

    • Je kunt afbeeldingen toevoegen of wijzigen
    • je kunt tekst toevoegen
    • je kunt geluid toevoegen, een verhaal inspreken
    • je kunt in de nieuwste update zelfs een zelfgemaakte tekening laten bewegen.

    3. My Little bird Tales

    Deze app is gratis te downloaden op een iPad maar ook bereikbaar via PC of laptop. 

    Met deze app kun je eenvoudig verhalen maken met foto’s of zelfgemaakte tekeningen. De verhalen worden in de gratis versie 90 dagen opgeslagen.

    Voor €22,00 per jaar maak je een teacher account met 20 leerlingaccounts aan waarin de mogelijkheden veel groter zijn. Je kunt er namelijk ook korte lesinstructies in maken en het is daarnaast mogelijk om met een school een account aan te schaffen en zo lessen en verhalen onderling te delen. 

    Het leuke van deze app is dat leerlingen zelf kunnen tekenen en een verhaal kunnen inspreken. Deze hele app is zo simpel in elkaar gezet dat je kinderen zelf ermee aan de slag kunt zetten. 

    Ga naar de site en bekijk het menu via “Go TO” en kom je er niet uit dan kun je via “How do I….” een antwoord vinden op je vraag.

    4. Verhalen maken met Brikki

    Met de site van Brikki.nl maak je in een handomdraai met kinderen zelfstandig een verhaal met dit vriendelijke kleine leeuwtje. Via digibord, Chromebook of iPad bereikbaar. 
    Deze site is vooral erg geschikt voor groep 1 en jonger.

    Hoe werkt het? Je neemt wat vierkantjes, wat cirkeltjes en voegt er een driehoekje bij… die geef je wat kleurtjes… je zet ze op de juiste plaats en… klaar is Brikki! 
    Het is leuk en leerzaam. Je kunt Brikki zelfstandig laten maken of samen met jou als leerkracht. Op de site vind je ook online kleurplaten en de verhaaltjes worden met een nummer opgeslagen op de site, zodat je het altijd kunt terugvinden.
    Klik op de afbeelding om naar de site te gaan.

    5. Cartoons maken met Toontastic

    Met deze app maak je stripverhaaltjes met een duidelijke verhaallijn. Bekijk de settings voor de mogelijkheden. Toontastic is iets meer beperkt in de keuzes voor de achtergronden en de personages, maar dat kan ook juist de creativiteit aanwakkeren om een origineel verhaal te maken.

    Gebruik ook eens een storyboard vooraf, je vindt ze op mijn Pinterestbord verhaalopbouw

     

    6. Animaties maken met Puppet pals 2

    Dit is een animatie app om zelf verhaaltjes te maken. Kies de poppetjes en spreek ze in met je eigen stem. Met deze vernieuwde versie van Puppet Pals kun je je poppetjes nu echt laten bewegen en hun monden laten praten. Ook zijn ondergronden nu interactief. In de gratis versie kun je niet met je eigen foto’s werken, in de betaalde versie wel.

    Laat bijvoorbeeld een verhaal maken aan de hand van het thema in je groep.

    7. Vertellen met Stopmotion

    Met Stop motion maak je verhalen door heel veel foto’s achter elkaar te maken. De app zet ze dan snel achter elkaar. Denk bijvoorbeeld aan de filmpjes van Buurman en Buurman.

    Wanneer je zelf een verhaal maakt, kun je het met de juiste attributen en deze app in een filmpje zetten. 

    Gebruik een stopmotion app bij een verteltafel om een prentenboek na te maken. Maak een film van een bouwhoekactiviteit  of een thematisch spel in de huishoek of zandtafel. Zet de iPad stevig op een vaste plek. Stel de app in op automatisch foto’s maken per 3, 5 of 10 seconden en kijk na een kwartier naar het resultaat.

    8. Omnidu, maak je eigen verhaal

    Met Omnidu maak je heel snel een digitaal spel met zelfgemaakte content. Op de site van Omnidu kun je kiezen voor het format “verhaal”.
    Hier kun je vervolgens de platen of de zelfgemaakte tekeningen van leerlingen in een Omnidule plaatsen en samen inspreken. Zo maak je een digitaal verhaal, wat simpel via het digibord of thuis kan worden bekeken.

     

    9. Greenscreen verhalen

    Met de Greenscreen-techniek maak je verhalen in iedere setting die je maar kunt bedenken. Het  enige wat je nodig hebt is een groene achtergrond en een goed verhaal.

    Lees er meer over in mijn blog over Greenscreen in de klas .

    iMovie app0

    10. iMovie op de iPad

    Met iMovie kun je trailers met Hollywood-allure en prachtige films maken.

    Je hebt keuze uit veertien trailersjablonen met prachtige graphics en originele soundtracks van wereldberoemde filmcomponisten. Het materiaal voor je trailer kun je direct in iMovie opnemen. Met iMovie maak je hierdoor prachtige filmpjes voor themapresentaties of weeksluitingen.

    Zet jij digitale apps in voor verhaalopbouw?

    Welke app gebruik jij al?

    TOS, herken de signalen

    TOS, herken de signalen

    TOS: Herken de signalen en download de poster

    Heb je vragen bij de taalontwikkeling van jouw kind?
    Heeft je kind moeite met praten of vind je kind het begrijpen van taal lastig? 
    Moet je dingen vaak herhalen, voordat je kind het begrijpt of erop reageeert?
    Praat je kind nog niet of komt het praten lastig op gang? 
    Het kan zijn dat je kind een taalontwikkelingsstoornis heeft. 

    Met deze posters leer in binnen 1 oogopslag de signalen herkennen!

    Download ze gratis en hang ze op in de teamkamer van je school of kinderdagverblijf. Ben je logopedist, hang hem dan op in je praktijkruimte. Ben je een ouder, gebruik hem dan als inspiratie of checklist om een vragenlijstje te maken voor een gesprek met je huisarts of het consultatiebureau.

    Samen zetten we TOS op de kaart!

    Wat zijn de kenmerken van TOS?

    • Het kind zet weinig taal in.
    • Het kind praat (nog) niet of weinig.
    • Het kind is niet goed te verstaan. (Dit is wisselend per kind.)
    • Het kind wordt boos als hij of zij niet begrepen wordt.
    • Wanneer het kind de ander niet begrijpt wordt het boos of keert in zichzelf.
    • Het kind heeft moeite om op een woord te komen, gaat daarbij dan vaker lege taal zoals “uh” of woorden als “dinges”  gebruiken in een zin.
    • Het kind maakt korte zinnen of veel fouten bij het vormen van zinnen.
    • Het kind lijkt niet te luisteren, lijkt vaker afgeleid of ongeinteresseerd.
    • Het kind kan de eigen wensen en grenzen niet met taal aangeven.
    • Het kind is niet communicatief redzaam.
    • Het kind heeft weing taal om gevoelens en emoties te verwoorden.

    Bekijk hier actuele video's met uitleg over TOS

    Hulp bieden vanaf jonge leeftijd

    Het is belangrijk dat we kinderen met TOS zo snel mogelijk helpen en de taal- en spraakontwikkeling stimuleren. De taal- en spraakontwikkeling is namelijk het sterkst tot ongeveer het zevende levensjaar. Ga voor hulp op maat naar de site van SIMEA.
    Deze website geeft informatie over de mogelijkheden bij de vier instellingen en hoe u zich kunt aanmelden. Ook vindt u informatie over hoe zij samenwerken en gezamenlijke afspraken die gemaakt zijn.

     

    .sMet de TOS-check app krijg je snel een beeld van de taal- en spraakontwikkeling.
    Download de TOS-check app voor iOS of Android.


    Om zeker te weten of een kind TOS heeft, is uitgebreid onderzoek nodig door onder meer een logopedist, een audioloog, een psycholoog en soms een KNO arts. Meer informatie over aanmelden en onderzoek vindt u hier op de site van Auris.

     

     

    Apptip: DE TOS-CHECK

    In de appstore vind je de app TOS-CHECK.

    Door het beantwoorden van een aantal vragen geeft deze handige app je direct een advies voor de leerling of je kind. Het advies is meteen te verzenden naar jouw mail, zodat je het altijd achteraf nog eens kunt nalezen of kunt gebruiken bij een gesprek.

    Klik hier om de app gratis te downloaden in de appstore.

     

    Heb je vragen over TOS?

    Ga naar de logopedist van je kind of laat hieronder je vraag achter.

    Digitaal aan de slag met klanken en letters

    Digitaal aan de slag met klanken en letters

    Apps en digitale tools klanken en letters

     

    Er zijn veel apps en digitale tools beschikbaar voor het jonge kind, ik kan ze dan ook onmogelijk allemaal noemen. Er komen er ook dagelijks weer nieuwe bij.

    Met digitale toevoegingen maak je de oefenmogelijkheden voor klanken en letters nog uitgebreider. Voor veel leerlingen vanaf groep 2 kan dit de extra uitdaging zijn om meer met klanken en letters te oefenen. 

    Bij leerlingen met een extra taalbehoefte is het belangrijk om ze gericht aan een oefening te zetten.
    Laat ze niet teveel raden om foute inprenting te voorkomen en probeer bij iedere tool of app eerst zelf goed de instellingen te bekijken. 
    Het doel is dat kinderen gaan begrijpen dat geschreven letters samen hangen met klanken. 
    Voor volwassenen is het heel vanzelfsprekend dat er een één op één relatie is tussen de klank en een letter, maar voor een kind is dat nog absoluut niet zo. Dat geldt ook voor het feit dat een woord kan worden opgedeeld in verschillende klanken.
    Dat die relatie tussen de klank en de letter gemaakt wordt, is een heel belangrijke stap in de leesontwikkeling en iets wat expliciet moet worden aangeboden bij kinderen met een TOS (Taalontwikkelingsstoornis).

    Uit onderzoek is verder gebleken dat onnodige of niet relevante achtergrondgeluiden in een digitale omgeving storend kunnen werken op de concentratie en een te groot beroep doen op het werkgeheugen.
    Dit verstoort vervolgens de opnamen van de leerstof, de klanken en letters in dit geval. Controleer daarom altijd of je de overtollige geluiden uit kunt schakelen in de settings van het spel of de app.

    Hieronder vind je een lijstje met  inspiratietips op willekeurige volgorde.

     

    10 digitale tips voor klanken en letters voor groep 2 en 3

    1. De app Woordwijs (een sprekende letterdoos)
    2. De app Letterschool (met bij elke letter een schrijfmotorische oefening)
    3. De app Tinytap (met in de bibliotheek veel kant en klare tiny apps)
    4. De Bee Bot met een lettermat of met de losse lettterkaarten
    5. De tool letterbingo spel van Gynzy (Er zijn op dit platform meerdere tools te vinden voor klanken en letters)
    6. De digitale stempelset Kiene Klanken van Heutink
    7. De Osmo Play words set, met het interactieve spiegeltje op de iPad
    8. Big Points (Drukknoppen waarop je tekst of klanken kunt inspreken en waarmee je een interactief spel kunt maken)
    9. De houten letters van Marbotic met 3 gratis bijbehorende apps
    10. Letters in beweging; een programma dat hoort bij het platform Bereslim.
      Lees er alles over op de speciale website.
      • Door het spelen van Letters in beweging eind groep 1/begin groep 2 laten kinderen eind groep 4 betere leesprestaties zien dan kinderen die geen Letters in beweging hebben gespeeld.
      • Letters in beweging is een goede voorbereiding op Bouw!
      • een kort en doelgericht computerprogramma zoals Letters in beweging kan een nuttig hulpmiddel zijn bij de preventie van leesproblemen.

    Vanaf het moment dat het leesproces start zijn er natuurlijk ook veel digitale voorbeelden te benoemen.

    Hieronder 4 bonustips voor leerlingen vanaf medio groep 2

     

     

    1. SQULA Spelling

    Op Squla https://www.squla.nl/spelling  kunnen kinderen op een leuke manier oefenen met spelling. Met behulp van games, filmpjes en dictees van meester Jesper leren kinderen op een interactieve manier woorden op de juiste manier te spellen. De quizzen sluiten aan bij de lesstof en zijn op vrijwel ieder device te spelen.

    2. Spelling oefenen in de klas vanaf groep 3

    Op Spelling.nl vind je alles wat te maken heeft met de Nederlandse spelling. Zo is er  bijvoorbeeld het kopje ‘Spelling op de basisschool’. Je kunt dan kiezen in welke groep je zit. Je leest dan precies wat je dit jaar allemaal gaat leren en hoe het ook alweer zit met de spellingregels.

    3. De Methodiek Taal in Blokjes

    Met de methodiek  “Taal in blokjes”  worden letters aangeleerd en geoefend met een vaste kleurcodering. Op die manier krijgen de leerlingen een visuele kapstok bij het aanleren van de letters. Deze methodiek is bruikbaar naast elke andere leesmethode, inzetbaar vanaf groep 2 en zeer bruikbaar bij taalzwakke leerlingen. De methodie heeft een goede software aanvulling waarmee je moeiteloos  teksten uit de leesmethode kunt lezen met  een kleurcodering.

    4. Bouw!

    Het remediërende programma BOUW! Bekijk hier de website.
    Bouw! is een online programma dat effectieve ondersteuning biedt bij beginnende geletterdheid en leren lezen.
    Het programma helpt leerlingen van groep 2 tot en met de bovenbouw die risico lopen op problemen met lezen en spelling inzicht te krijgen in alfabetische principes als teken-klankkoppeling en fonemisch bewustzijn en het lezen van steeds langere woorden.Bouw! is gericht op het voorkomen van leesproblemen en daarmee effectiever dan remediëren wanneer achterstanden al zijn ontstaan. Het programma is bewezen effectief: scholen die ermee werken zien een blijvende afname van ruim 60% in het aantal leerlingen met leesproblemen en dyslexie. Voor deze leerlingen is remedial teaching niet meer nodig.
    De behaalde resultaten beklijven en zijn zelfs in groep 8 nog zichtbaar.

    Ken jij nog meer apps of tools?

    Geef ze door in een reactie, dan voeg ik ze toe in dit overzicht.

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest