Wat is TOS?

Wat is TOS?

ITOS op de kaart

Het is mijn missie om meer bekendheid te genereren voor TOS, oftewel taalontwikkelingsstoornis.
Tos op de kaart krijgen bij alle onderwijsprofessionals, pedagogisch medewerkers en zorgprofessionals dus.
Sinds 1987 werk ik binnen het cluster 2 onderwijs wat speciaal gericht is op kinderen met een TOS of een gehoorprobleem. Eerst jarenlang als leerkracht en sinds 2018 als ambulant dienstverlener.
het is nog steeds een zoektocht voor veel mensen om goede informatie te vinden rondom TOS.
Want wat is precies een TOS? Wat voor gevolgen een TOS heeft op het dagelijkse leven van iemand met een TOS?
Daarom ben ik deze website gestart, deel ik informatie via sociale media en mijn podcast “TOS en de digitale wereld” en heb ik  meegewerkt aan een korte documentaire over TOS.
Deze blog is speciaal voor WereldTOSdag gepubliceerd.
Jaarlijks valt deze dag rond 17 oktober.  Wereldwijd wordt het DLD Awareness day genoemd. 
Oktober is daarom in Nederland uitgeroepen tot TOS maand.


Om nog meer informatie te delen ben ik o
p zoek gegaan naar aanvullend filmmateriaal rondom TOS.
Op deze pagina vind je onder meer de documentaire “Kennismaken met een taalontwikkelingsstoornis” waar ik een klein stukje aan heb mogen bijdragen.
In een aantal andere video’s kun je zien wat de kenmerken zijn van een TOS zijn, hoe je een TOS herkent en wat je kunt doen in de klas of thuis.
Wil je meer blogs lezen over een taalontwikkelingsstoornis, ga dan naar mijn speciale pagina Taal en TOS.

Kennismaken met een taalontwikkelingsstoornis

In deze reportage krijg je uitleg over wat een taalontwikkelingsstoornis betekent vanuit vier verschillende invalshoeken.
Heleen Gorter (auteur van vechten voor mijn kind met een TOS), Constance Vissers (Hoogleraar taalontwikkelingsstoornissen), Meike van Genugten (ervaringsdeskundige en) en (leuk detail) ikzelf in mijn rol als ambulant dienstverlener zijn in de reportage te zien.

De reportage geeft een beeld van de kenmerken en de impact van een TOS op het gezin, de emotionele ontwikkeling en de schoolloopbaan.

 

Kennisclip

In deze kennisclip wordt met visuele ondersteuning uitgelegd wat een TOS is. Je leert wat de bevorderende en belemmemerende factoren zijn en wat je in de klas kunt doen om een leerling met een TOS te helpen.

Als taal niet vanzelfsprekend is

Marielle Vermeulen heeft zelf een TOS en is dus ervatingsdeskundige. Op deze TEDex talk legt ze prachtig uit wat het is om een TOS te hebben en wat de beste tips zijn voor iedereen om haar heen.
Prof Dr. Constance Vissers van de Radboud Universiteit is klinisch neuropsycholoog en bijzonder hoogleraar Taalontwikkelingsstoornissen. Zij vertelt hier ook kort wat een TOS is.

De gesloten deur

Folkert Bil heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en dyslexie. Hij volgt een HBO-opleiding. Met dit filmpje, dat hij zelf heeft gemaakt, legt hij aan anderen uit wat het verschil is tussen een persoon met TOS en zonder TOS.

TOS en de sociaal emotionele ontwikkeling

Als een kind of jongere TOS heeft, merk je dat ook op sociaal-emotioneel gebied. Hoe komt dat? Bekijk dit filmpje.

Kennisclip: Wat is een TOS?

TOS, wat is dat nou eigenlijk. Tos is een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis.De taal in de hersenen wordt minder goed verwerkt. Bekijk hier de hele clip. 

TOS in een animatie

In deze animatie leggen we de signalen van een taalontwikkelingsstoornis uit bij basisschoolkinderen. Hoe herken je een taalontwikkelingsstoornis en waar moet je op letten bij je kind? Hoe praat een kind met een taalontwikkelingsstoornis? Bekijk het hier!

Hoe herken je een TOS?

Begrijpt je kind anderen vaak niet of maakt hij wel erg korte zinnen? Of is hij bijvoorbeeld slecht verstaanbaar? Het kan zijn dat hij een taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft. Raadpleeg je huisarts of consultatiebureau. Zij kunnen je doorverwijzen naar een logopedist of audiologisch centrum.

Hoe bied je een rijke taalomgeving

Op enkele maanden tijd zetten de kleuters van juf Jelke grote stappen in hun taalontwikkeling. Jelke werkt dan ook hard aan een rijke taalomgeving in de klas. Ze krijgt daarvoor tips van taaldocenten. Lees het volledige artikel op de website van Klasse: https://www.klasse.be/132595/hoe-werk…

Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

De taalontwikkeling van een kind verloopt via verschillende fases. De meeste kinderen beginnen rond de zes maanden met brabbelen en zeggen hun eerste woordje rond hun eerste verjaardag. Maar hoe zit dat met kinderen die opgroeien met twee talen? Hebben zij meer tijd nodig bij het doorlopen van deze fases? Bekijk ook het bijbehorende artikel: http://www.taalcanon.nl/vragen/hebben…

Wat is TOS?

TOS staat voor TaalOntwikkelingStoornis. In deze minidocu wordt uitgelegd wat TOS is en wat het betekent om TOS te hebben. VierTaal leerlingen Serife, Justyn, Jimmy en Layla vertellen hun eigen TOS verhaal. Dit filmpje is gemaakt door medewerkers en leerlingen van

TOS, de infographic van NSDSK

Op deze infographic vind je alle kenmerken van TOS op een overzichtelijke flyer. Bekijk hem hier.

TOS, de helperskaart

Elke dag is gevuld met taal.
En elke dag leveren kinderen/ jongeren (mensen!) met een taalontwikkelingsstoornis TOPsport, want taal is dé uitdaging in hun leven.
Als je TOS hebt, is het daarom lastig om, om hulp te vragen. Daar heb je namelijk..
taal voor nodig!
Angela (Ziezo Almere)en Pien van der Most(Ondersteunend Tekenen bij TOS / STOS) hebben daar iets moois voor ontwikkeld, namelijk deze Helperskaart TOS. 
Met deze Helperskaart TOS set, inclusief gesprekskaartjes, posters, video’s en de helperskaart zelf, kun jij met je leerling in gesprek gaan en samen met hem of haar erachter komen wat écht werkt.
De visuele ondersteuning geeft houvast die hard nodig is in deze talige en snelle wereld.
En natuurlijk niet enkel geschikt voor een leerling met TOS, maar eigenlijk voor alle leerlingen in het PO én het VO!

Bestel de helperskaart 2.0 en de bijbehorende video’s via deze link.

 

Een film van Deelkracht over zelfstandigheid. Hoe leer je zelfstandig te zijn? Kun je daar hulp bij krijgen? Bij TOSkoploper hebben volwassenen met TOS over hun ervaring met zelfstandigheid verteld. Daarover is een kort filmpje gemaakt. Kijk op https://www.deelkracht.nl/toskoploper/ voor meer informatie!

In de aanloop naar #WereldTOSdag verzamelde Annemiek Deij  links naar een aantal nieuwe filmpjes, ervaringsverhalen, boeken, onderzoeken, filmpjes en podcasts die ze tegenkwam het afgelopen jaar, alle op het gebied van taalontwikkelingsstoornissen. Heel mooi om te zien, horen en lezen hoe ieder vanuit een eigen perspectief informatie deelt over TOS, zo ontzettend belangrijk. Hierbij een foto, maar in de pdf-versie van deze flyer brengt elke knop je naar de bijbehorende website.
De flyer (en ook andere flyers die Annemiek eerder maakte) kun je downloaden via https://taalontwikkelingsstoornis.jouwweb.nl/flyers.

Podcast:  TOS en de digitale wereld

Wil je meer deskundigen over TOS horen praten? Wil je meer uitleg horen of ervaringen beluisteren rondom TOS? Volg dan mijn podcast: TOS en de digitale wereld via Spotify of Soundcloud.

Klik op de afbeelding voor meer informatie.

Heb jij nog tips?

Ken jij nog filmpjes die ik bij deze verzameling kan toevoegen?
Laat het mij weten in een reactie, dan voeg ik ze toe.

Gratis downloads

Gratis downloads

Gratis downloads

Wanneer je lid bent van mijn nieuwsbrief, krijg je steeds onderaan de nieuwsbrief het wachtwoord voor de gratis downloadpagina.

Word daarom ook lid, en download  bijvoorbeeld de QR code albums of de ICT themaplanner.

Na inschrijving ontvang je meteen de gratis checklist met tips voor TOS.

 

Word lid van de nieuwsbrief

De hulpwaaier TOS geeft lucht?

De hulpwaaier TOS geeft lucht?

De TOSwaaier, geeft lucht?

Afgelopen zomer, tijdens een basisschoolbezoek op een warme dag, noemde ik bij een eerste gesprek de TOSwaaier als hulmiddel  voor een leerkracht.

Hij keek mij vragend aan en dacht eerst dat ik een grapje maakte. “Is dat een methode of een spel?” vroeg hij. Toen ik de TOSwaaier tevoorschijn haalde moesten we er samen even flink om lachen.
“Oh de hulpwaaier, ja die ken ik wel, maar dan van autisme

Natuurlijk is het een waaier, maar “de officiële naam is natuurlijk: Hulpwaaier TOS uitgegeven door PICA | Kentalis en Jet Isarin.
In de wandelgangen wordt deze echter meestal de TOSwaaier genoemd.

 

Een review over de hulpwaaier TOS

De hulpwaaier TOS is gemaakt om professionals in het onderwijs en in de zorg te informeren over TOS en om tips en strategieën te geven voor het handelen.

In dit blog geef ik je een inkijkje in de inhoud van de hulpwaaier TOS van uitgeverij Pica door 7x enkele tips alvast te delen waardoor jij absoluut nieuwsgierig zal worden naar meer.

De waaier is niet nieuw, maar wel super handig!

In 2016 is deze hulpwaaier TOS op de markt gebracht. Zelf kreeg ik hem een jaar later in mijn bezit via een PICA congres.
De waaier staat vol tips en strategieën over TOS en is ingedeeld in zeven overzichtelijke secties.

Dit is extra duidelijk gemaakt doordat iedere sectie een andere kleur pagina heeft.

Ik zal je hieronder een inkijkje geven in iedere sectie van de hulpwaaier TOS en enkele tips met je delen.

 

Waarom moet een hulpwaaier TOS op iedere school aanwezig zijn?

Zoals je misschien al weet is een taalontwikkelingsstoornis (TOS) een stoornis die voorkomt bij 5-7% van de bevolking. Dat betekent grofweg dat er in ieder klas van ongeveer 30 leerlingen minimaal 1 leerling met een TOS aanwezig is.

Een TOS kan zich op heel veel verschillende manieren manifesteren, dat maakt het onderkennen van een TOS juist zo lastig.

Deze waaier helpt je om de kenmerken te herkennen en om tips  te vinden voor in de praktijk. Ook vind je in de hulpwaaier TOS onder meer  tips voor thuis. voor het onderwijs en voor stage. 
De waaier heeft een klein formaat en is daarmee super overzichtelijk. Hij past in iedere burealade, handig om steeds even snel te kunnen inkijken voor tips.

In 7 overzichtelijke secties wordt informatie gegeven over de kenmerken en signalen van TOS, de gevolgen ervan voor de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling en over diagnostiek, behandeling en prognose. Ook worden tips en strategieën aangereikt voor het stimuleren van de taalontwikkeling en het vergemakkelijken van de communicatie, het leren en het sociaal functioneren.

“Het is lastig om TOS te hebben, maar het is nog lastiger dat niemand weet wat het is!”

Een jongere met TOS. Uit SpraakSaam, 2010

 

Jet Isarin is filosoof en onderzoeker bij de Kentalis Academie. Ze promoveerde in 2001 op onderzoek naar de ervaringskennis van ouders met een gehandicapt kind. Sinds 2005 doet Jet onderzoek naar de ervaringen en de ervaringskennis van kinderen en jongeren met een auditieve of communicatieve beperking.

“Ik vind dat de mensen die worden onderzocht, zelf zeggenschap moeten hebben over wat er wordt onderzocht en hoe dat gebeurt”.

Samen met jongeren met TOS deed Jet onderzoek naar communicatie, identiteit en lotgenotencontact, wat resulteerde in de website www.spraaksaam.com,
het boek 
Spraaktaalgids voor jongeren met een taalstoornis en de Vereniging SpraakSaam.

Ook is zij de schrijfster van de methode voor psychoducatie voor jongeren met TOS van 4-14 jaar: Spraaktaalkids.

Jet Isarin

Schrijfster Hulpwaaier TOS

Hulpwaaier overzicht

7x tips bij de hulpwaaier TOS

Zoals ik al vertelde is de hulpwaaier TOS verdeeld in 7 secties.

Ik deel hieronder per sectie een tip om direct in te zetten voor jouw praktijk.

1. Wat is een TOS

De kortste definitie van TOS is afkomstig van een jonge met TOS: “Taal gaat moeilijk in je op”.

Niet iedere leerling met een taalachterstand heeft een TOS, maar alle kinderen met een TOS hebben wel een taalachterstand.

 

Kenmerken, meertaligheid, diagnostiek en behandeling en prognose komen vervolgens aan bod in deze eerste uitgebreide sectie.

 

2. Gevolgen van TOS

Invloed van taalfuncties op sociaal emotionele ontwikkeling.

Kinderen met een TOS hebben het gevoel er niet helemaal bij te horen binnen het gezin of de familie. Ze beheersen de taal van hun naasten onvoldoende om te kunnen deelnemen aan de gesprekken tijdens het eten of bijvoorbeeld bij verjaardagen.

 

 3. Tips en strategieën voor iedereen

Met tips voor meertaligheid, identiteit en communicatieve redzaamheid.

Los problemen niet op, maar help kinderen bij het zelf oplossen van de problemen waar ze tegenaan lopen.

Zoek samen met kinderen naar trucjes of hulpmiddelen die het makkelijker maken zich communicatief te redden.

4. Tips en strategieën voor thuis

Met do’s en don`ts, VAT principes, mentaliseren en discussiëren.

De angst van ouders en kinderen, dat er in de communcatie en het sociale verkeer iets mis al gaan, vormt een belemmering voor het met vallen en opstaan zelfstandig worden.

Maak samen een stappenplan of zoek hulpmiddelen waarmee de zelfstandigheid wordt uitgebreid.

5. Handige tips voor het onderwijs

Zowel voor het didactische, als voor het pedagogische klimaat worden tips genoemd. Een groot aantal van die tips kun je ook op mij site in andere blogs teruglezen.

Zorg voor visualisatie en extra verwerkingstijd.
Gebruik functiewoorden zoals lidwoorden en voegwoorden.
Besteed met vaste routines aandacht aan woordenschat.
Werk met verhaalschema’s.

 6. Stage en werk bij TOS

In deze sectie vind je algemene tips voor stagebegeleiders, werkgevers en collega’s

Blijf in het begin in de buurt. Geeft de tijd om in te oefenen. Laat handelingen nadoen en verwoorden zodat je kunt zien of de opdracht goed begrepen is.

7. Boeken, websites en andere hulpmiddelen

 In deze laatste sectie vind je veel informatie  over diverse websites en verenigingen voor TOS. Voor contact met lotgenoten, hulp bij onderwijs en begeleiding in het dagelijks leven.

Ken jij de COM-pas al? De COM-pas is een hulpmiddel voor kinderen en jongeren met TOS.
De COM-pas is altijd bij de hand, als app op je telefoon of als kaartje in je broekzak of portemonnee. Ga naar www.com-pas.nl voor meer informatie.

 Bovenstaande tips zijn een greep uit de vele tips en strageieën die benoemd worden in de hulpwaaier TOS.

mening:

Zelf werk ik al meer dan 30 jaar binnen het cluster 2 onderwijs voor leerlingen met een TOS en ik vind deze hulpwaaier TOS nog steeds handig om in de buurt te hebben. Even iets opzoeken of even een tip gericht op woordenschat of verhaalopbouw duidelijk maken naar een leerkracht of ouder? het gaat eenvoudig en snel met deze waaier. Ik kan hem dan ook van harte aanbevelen als naslagwerk.
Hij is handzaam, klein en overzichtelijk en past makkelijk in je tas of bureaulade.

Hulpwaaier TOS
Doelgroep:po/vo
Uitvoering: stevige waaier
Omvang: 92 pagina’s
Formaat: 20 x 8 cm
ISBN 9789491806988
Auteur(s): Jet Isarin

Heb jij al een TOSwaaier?

Denk jij dat deze hulpwaaier TOS een aanwinst kan zijn voor jouw klas of voor jullie teamkamer?
Laat het me weten.

Eind oktober 2020 verloot ik hier op de site  1 exemplaar van de hulpwaaier TOS

 

Laat mij hieronder in een reactie weten waarom jij hem goed kunt gebruiken en doe mee.  

Deel dit artikel gerust onder andere collega’s die hier belangstelling voor zouden kunnen hebben. Laat hen ook meedoen aan deze actie.

Met dank aan uitgeverij PICA

Samen zetten we TOS op de kaart !

 

Rijke Taal, waarom en hoe?

Rijke Taal, waarom en hoe?

Rijke taal, een compleet aanbod

 

 Afgelopen maand las ik het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits.

Het is best een  dikke pil (432 pagina’s) maar gek genoeg ging dit op geen enkel moment tegenstaan terwijl ik het boek las.

Integendeel, hoe verder ik kwam in het boek, hoe meer ik erin werd getrokken door de vele herkenbare voorbeelden, de kijkjes in de klas en natuurlijk door de strekking van het verhaal.

 

het boek Rijke taal is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan.

 

Waar gaat het boek over?

De titel zegt het al; Rijke taal, krachtige taal en leesdidactiek voor de basisschool.
helemaal aansluitend bij mijn interesses dus.

Ik las dit boek met mijn “speciaal-onderwijs-bril”. Dus continu met de leerling met een taalontwikkelingsstoornis in het achterhoofd.

Tijdens het lezen van het boek maakte ik aantekeningen.
Voor mij persoonlijk altijd een teken dat er veel interessante informatie in staat, die het waard is om samen te vatten.

Dit boek is een pleidooi voor rijke taal in het onderwijs

In dit blog wil ik geen samenvatting geven, het boek is te interessant en te veelomvattend hiervoor.
Eigenlijk is dit boek een pleidooi voor rijk taalonderwijs. Vanuit die visie pleit ik ervoor dat ieder leerkracht in het basisonderwijs dit boek leest, en vervolgens er naar gaat proberen te handelen.
Want dit boek lezen is 1 ding, handelen in de praktijk is iets anders en die praktijk is vaak weerbarstig.

Daarom meteen een gouden tip van mij aan alle leerkrachten die dit lezen;
Zet het onderwerp “Rijke taal, hoe doen wij dit? “ op de agenda van een studiedag of een terugkerend vergadermoment.
Ga samen wat vaker in overleg, laat “good practice” voorbeelden zien en/of horen aan elkaar, deel je ervaringen, inspireer elkaar en durf de methode soms los te laten.

Een mooi voorbeeld van rijke taal en verdiepende gesprekken is de methode Grej of the day.
Lees hier meer over in mijn artikel Grej of the day, kennis is cool.

Rijke taal in de 21e eeuw

Het bieden van rijke taal, door alle vakken heen, moet een essentieel onderdeel worden voor het basisonderwijs.
Taal is immers de manier om het lezen en de kennis van de wereld van alle leerlingen op een hoger plan te tillen en hiermee kun je effectief  laaggeletterdheid tegen gaan.

En willen we dat niet allemaal?
Leerlingen die daardoor wèl actief deelnemen aan onze talige maatschappij? Die brieven van de overheid kunnen lezen, maar ook kunnen praten over krantenartikelen of actualiteiten uit de media?

Uiteindelijk worden leerlingen die zich mondeling en schriftelijk competent genoeg voelen om mee te doen uiteindelijk werknemers. Op die werkvloer moeten ze vervolgens mee kunnen denken en van daaruit durven te overleggen, durven samen te werken en te handelen.

Wat kun je lezen in het boek?

De schrijvers gaan per hoofdstuk in op onder meer de volgende vragen.

  • Hoe draagt het aanbieden van rijke teksten (en hier interactie aan te verbinden) bij aan duurzaam taalonderwijs?
  • Hoe doe je dit met taalzwakke leerlingen?
  • Waar kan het gebruik van ICT dit aanbod verrijken en/of ondersteunen?

Scaffolding bij taalzwakke leerlingen

Een mooie aanvulling is het gedeelte in het boek over Scaffolding.
Taalzwakke leerlingen en NT 2 leerlingen hebben hier vaak behoefte aan en dit wordt in het boek uitgebreid beschreven.

Scaffolding is het ondersteunen van het onderwijs met denkbeeldige steigers (scaffolds)  in de vorm van hulpmiddelen voor beter begrip van de leerstof.
Dit kan bij begrijpend lezen bijvoorbeeld een verklarende woordenlijst zijn met de belangrijkste contextbegrippen uit de tekst. (Eventueel ook in de moedertaal uitgelegd)

In hoofdstuk 2 wordt bijvoorbeeld digitale scaffolding omschreven.

De schrijvers noemden dit ondersteunen, verrijken en vieren met ICT.

  • Ondersteunen met ICT zoals digitale prentenboeken, luisterboeken, leessoftware, structureren en visualiseren van leerstofaanbod, groepsdiscussies, enz. door middel van mindmapping, interactieve tools of een digitale quiz
  • Verrijken met ICT zoals met digitale teksten, instructiefimpjes, websites, werken aan mediawijsheid door teksten te vergelijken op het web, interactie via een digitaal platform als Padlet.
  • Vieren met ICT door leerwinst zichtbaar te maken of leerprocessen te visualiseren zoals bijvoorbeeld een digitaal portfolio.

Hieronder en voorbeeld van een groepsgesprek via een Padlet. De onderzoeksvraag wordt geformuleerd door alle leerlingen voor optimale betrokkenheid. Samen komen we tot een overeenstemming.

padlet_onderzoeksvragen

 

Wat kun je nog meer vinden in dit boek? 

Het boek is onderverdeeld in 8 hoofdstukken. In al die hoofdstukken komen een aantal begrippen en opvattingen steeds weer terug. Ook worden steeds inzichten gedeeld die in veel gevallen een eyeopener zijn.

Een aantal belangrijke inzichten zet ik hier voor je op een rijtje:

  • Leesmotivatie en leesplezier zijn onlosmakelijk verbonden met leesontwikkeling.
  • Zowel bij leerlingen met een TOS als bij NT2 leerlingen is het talig functioneren in de maatschappij sterk afhankelijk van de kennis van de wereld in combinatie met de taalontwikkeling.
    Je kunt pas over dingen meepraten, leesteksten met veel schooltaal begrijpen, zodra jouw mentale lexicon breder wordt. Het los aanbieden van woordenlijsten is niet genoeg.
  • De interactie in de klas over interessante teksten die ingebed zijn in overkoepelend thema’s, actuele onderwerpen, het bespreekbaar maken van meningen en hier actief over nadenken, over praten en over schrijven biedt ook de taalzwakke leerling de kans om aan te sluiten in de talige maatschappij.
  • Scaffolding met en zonder ICT is cruciaal voor de zwakke lezer om niet af te haken bij het groepsproces rondom  taal-leesonderwijs.
  • Digitaal lezen kan skimmend lezen worden, houd continu aandacht voor dieper leesbegrip door de activiteiten in de klas en het aanbod aan teksten en de verwerking hierbij daarop af te stemmen.
  • Frequent (voor)lezen uit rijke teksten, verhalen en boeken is essentieel voor de toekomst van leerlingen. Het Nederlands onderwijs werkt teveel en te vaak met verarmde teksten dor AVI-restricties.
  • Het lezen uit teksten en boeken die misschien wat moeilijker zijn, maar wel de interesse van leerlingen hebben is onontbeerlijk voor goed en duurzaam taalonderwijs.
  • Kies altijd teksten waarover in gesprek kan worden gegaan met de leerlingen.

Rijke taal biedt ook veel tips voor goed leesonderwijs.

Enkele zet ik hieronder:

  • Zet vanaf AVI M4/E4 vrij lezen centraal met een goed boekenaanbod op school en de vrijheid voor leerlingen om zelfgekozen boeken te lezen.
  • Laat vakken geïntegreerd aan bod komen. Behandel bij begrijpend lezen een tekst vanuit het thema van de zaakvakken.
  • Durf te kiezen in je methode, richt je op overkoepelende begrippen waardoor gesprekken en discussies in jouw klas meer diepgang krijgen en de interesse en de kennis van de wereld automatisch wordt vergroot.
  • De schotten en begrenzingen tussen de vakken mogen kritischer bekeken gaan worden door het onderwijs, willen we leerlingen echt gaan onderwijzen voor de toekomst.  

 

Het zijn wellicht voor een aantal van jullie open deuren, maar toch denk ik dat ze aandacht verdienen in de curriculumdiscussie van dit moment.

Mijn mening over Rijke taal

 Het boek staat vol met tips voor de leerkrachten en tips voor de praktijk.
De schrijvers onderbouwen hun beweringen steeds met wetenschappelijke bronnen.

Het is een makkelijk leesbaar boek. De vele praktijkvoorbeelden en handzame tips geven inspiratie om meteen mee aan de slag te gaan.

Quote:

“De leesvaardigheid van leerlingen in Nederland komt als goed uit de onderzoeken, maar het leesbegrip en het leesplezier neemt af.

Hoe kom je tot duurzaam leren waarbij rijke verbindingen in de hersenen tot stand worden gebracht die leiden tot duurzame veranderingen in het lange termijn geheugen?”

En hiermee heb je meteen de rode draad in het boek te pakken. Want hoe krijg je leerlingen weer betrokken bij taal/leesonderwijs? 

Voor wie is dit boek bedoeld?
 

Het boek is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan. Dat kan iedereen zijn die op het gebied van educatie of logopedie het taalonderwijs een warm hart toedraagt. 

Dit boek biedt echt waardevolle informatie wanneer je als professional of als team aan de slag wilt met het taalonderwijs in je klas op op jullie school.

Tot slot

De inhoud van dit boek slaat een brug tussen theorie en praktijk. Het laat je zien hoe je duurzaam, betekenisvol taal- en leesonderwijs geeft.

De schrijvers laten je zien hoe je actief kunt gaan nadenken over teksten en hoe je dit kunt vormgeven in de klas. Je krijgt praktische voorbeelden op ieder niveau over hoe je hiermee jouw leerlingen een goede taalbasis (mee)geeft.

Rijke taal? Ja zeker wel!

Hoe bied jij dit aan?

Nieuw KETproject: Dino’s bestaan niet !

Nieuw KETproject: Dino’s bestaan niet !

Dino’s bestaan niet!

Dit is de titel van het nieuwste KETproject van Kleuteruniversiteit dat ontwikkeld is door onderwijsprofessionals uit het speciaal onderwijs en toevallig ook heel goed aansluit bij het thema van de kinderboekenweek van 2020 : “En toen….”.


En weet je wat nu zo superleuk is?
Ik mag dit project, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink,
in een supermooi pakket gaan weggeven door middel van een exclusieve winactie.

Lees snel verder hoe je dit mooie pakket in je bezit kunt krijgen.

Wat kun je winnen?

Omdat dit product zo prachtig aansluit bij mijn missie om TOS meer op de kaart te krijgen mag ik, in samenwerking met Kleuteruniversiteit en Leesvink, een prachtige actie aanbieden.

Een compleet pakket voor het thema:

  Dino’s bestaan niet!

Let op, je wint met dit totaalpakket niet alleen het KETproject van Kleuteruniversiteit maar ook het basisproject en het bijpassende boek van Mark Janssen..

Het complete pakket bestaat uit:

  • Het gewone project: Dino’s bestaan niet” van Kleuteruniversiteit
  • Het Ketproject: “Dino’s bestaan niet”  van Kleuteruniversiteit
  • Het boek: “Dino’s bestaan niet” van Mark Janssen, bekroond Met Vlag en Wimpel 2018!

Met het bijbehorende uitklapboek: “Dino’s bestaan niet” en het gelijknamige basisproject heb je alles in huis om het thema “en toen…” van de kinderboekenweek van 2020 helemaal in het teken te zetten van dit ongelooflijk fascinerende onderwerp voor kleuters.
Want dino’s …bestaan die nu eigenlijk wel of niet? 

Laat onderaan dit artikel een reactie achter en vertel hoe jij dit project gaat inzetten. Misschien wordt jij dan wel de winnaar van dit prachtige pakket.

Klik op de afbeeldingen hieronder voor meer informatie van de producten.

KETproject Dino's bestaan niet

Waarom een KETproject?

Een KETproject is een themaproject wat speciaal is geschreven voor leerlingen met taalproblemen of een taalachterstand, met extra aandacht voor de woordenschat.

Een tijdje geleden heb ik een brainstormsessie gehad met de ontwikkelaars van deze KETprojecten.
Allemaal stuk voor stuk ervaren leerkrachten uit het Cluster-2-onderwijs die zelf al langer met de projecten van Kleuteruniversiteit werken.
Rijke taalcontexten aanbieden vanuit een thema en diverse prentenboeken met veel ruimte voor leerdoelen en creativiteit. Het is een  gouden sleutel, maar toch….
Speciale en doordachte activiteiten voor de taalontwikkeling en de woordenschat, dat was wat we nog misten bij veel Kleuteruniversiteit projecten.

Dus werd er contact gelegd met Juf Sanne van Kleuteruniversiteit en een aantal collega’s in de praktijk. Er werd online overlegd, geschreven, feedback gegeven door onder andere mijzelf en uiteindelijk waren daar de eerste KETprojecten zoals die nu op de website te vinden zijn.
Ik ben best trots dat ik hier een kleine bijdrage aan heb mogen leveren.

Op de site van Kleuteruniversiteit lees je het volgende:

KETprojecten bevatten extra taalaanbod voor Kinderen met Extra Taalbehoefte (KET) op het gebied van taalverwerving.
In samenwerking met ervaren leerkrachten die al jaren in het speciaal onderwijs werken, hebben we het KET-concept bedacht om NT2 en TOS kinderen te bedienen met extra woordenschatactiviteiten die aansluiten bij een ‘gewoon’ Kleuteruniversiteit project.

De meesten van ons zijn zich helemaal niet bewust van hoe ze de taal eigenlijk hebben geleerd; het ging gemakkelijk en vanzelf. 
Voor kinderen met Nederlands als tweede taal (NT2) of een TOS (Taalontwikkelingsstoornis) is dat anders. Zij hebben problemen op het gebied van taalvorm, taalinhoud en/of taalgebruik. Hierdoor komt de taalontwikkeling in het gedrang.

Meer lezen over taalontwikkelingsstoornis oftewel TOS? Ga hier naar meer artikelen over dit onderwerp op mijn website.

Wat biedt dit KETProject?

Dit KETproject bevat woordenschatactiviteiten voor kinderen met een vertraagde taalverwerving die extra taalbehoeften hebben en sluit aan bij het reguliere Kleuteruniversiteit project, in dit geval het project ‘Dino’s bestaan niet’. 

Er wordt, net als bij het reguliere project, gebruik gemaakt van het gelijknamige boek van Mark Janssen.
Ook zit er bij dit KET-project een origineel liedje van Jeroen Schipper in MP3 formaat (gezongen én instrumentaal), waarin verschillende begrippen geoefend kunnen worden.

Hieronder wat voorbeelden uit het KETproject: Dino’s bestaan niet!

KETproject voorbeeld
Woordweb dino

 

Hoe zijn de KETprojecten opgebouwd?

KETprojecten zijn gemaakt voor NT2 kinderen, leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand.

Ze zijn steeds opgebouwd volgens een vaste indeling.

  • De introductiefase
    In deze fase worden er nieuwe woorden geïntroduceerd bij de kinderen.
  • De KET-fase
    Dit is een speciaal onderdeel voor Kinderen met Extra Taalbehoefte. Hier is aandacht voor extra herhaling.
  • De DOE fase
    Dit is de laatste fase, hier laat je de kinderen de woorden herhalen op een actieve manier. 

Na een weekaanbod aan activiteiten is er een controle-activiteit. Als er na deze activiteit nog steeds inoefening nodig blijkt, kun je de RAKETles inzetten.
RAKET staat voor: Remedieerende Acitiviteit Kinderen met Extra Taalbehoeften.

 

dino woordweb

Mijn naam is Aldri Veening-IJtsma, ik ben inmiddels twintig jaar leerkracht.

Ik heb altijd extra affiniteit gehad met leer- en gedragsproblemen en ben na vijftien jaar regulier onderwijs overgestapt naar Kentalis cluster 2 onderwijs.

Ik maak graag gebruik van projecten van Kleuteruniversiteit, maar moest er vaak wel wat aanpassingen in doen voor onze doelgroep.
Bij de KETprojecten die ik nu schrijf neem ik deze ervaringen mee.
Het is belangrijk om nieuwe woorden binnen een thema, geïntegreerd in je gehele klassenorganisatie aan te bieden.

Het is daarbij van belang dat de kinderen de woorden ervaren middels een doe-fase.
Ook een goede controle en remediëring is van belang.
De KETprojecten bieden dit gehele plaatje aan.

Met behulp van het spannende boek “Dino’s bestaan niet” neem je je klas mee naar de wondere wereld van de dino’s. Gegarandeerd een succes!

Aldri Veening Ijtsma

Schrijver van het project "Dino's bestaan niet" en Leerkracht cluster 2 onderwijs

Extra boeken bestellen voor dit project?

Het bijbehorende boek: “Dino’s bestaan niet’ wordt geleverd door Leesvink, de boekwinkel waar je alle boeken kunt vinden van ieder Kleuteruniversiteit project.
Bij Leesvink kun je trouwens nog veel meer mooie bijbehorende boeken vinden voor dit prachtige thema.

Wij vinden dat ieder kind recht heeft op mooie boeken, ongeacht zijn- of haar achtergrond.
In samenwerking met @kleuteruniversiteit mogen wij het prachtige boek ‘echte dino’s bestaan niet’, dat de basis vormt van het lesproject speciaal ontwikkeld voor het cluster 2 onderwijs,  weggeven onder een van onze volgers. Hoe leuk?! 

Merel van Leesvink

Win nu het prachtige pakket: “Dino’s bestaan niet”?

Bij deze winactie kun je dus een compleet pakket winnen wat prachtig aansluit bij de kinderboekenweek van 2020 met het thema “En toen…”
Maar ieder ander moment van het jaar staat dit thema ook altijd weer garant voor veel enthousiaste leermomenten.

Het pakket bestaat uit: 

  • Het basisproject “Dino’s bestaan niet” van Kleuteruniversiteit
  • Het aanvullende KETproject  Dino’s bestaan niet van Kleuteruniversiteit
  • Het prachtige en spannende uitklapboek “Dino’s bestaan niet” van Mark Janssen, bekroond Met Vlag en Wimpel 2018!

Wat moet je doen om kans te maken?

Laat hieronder in een reactie weten hoe je dit project in wil gaan zetten in jouw klas of begeleiding.
Vrijdag 18 september 2020 maak ik de winnaar bekend! 

Wil jij dit KETproject gaan inzetten?

Geef in een reactie aan hoe en waarom jij dit pakket wel kunt gebruiken.

Ontdek het verband tussen TOS en voorbereidend lezen

Ontdek het verband tussen TOS en voorbereidend lezen


Ontdek het verband tussen TOS en voorbereidend lezen

Wat doe jij met klanken en letters in de klas?


Veel collega’s werken met letters en klanken aan de hand van hun thema’s of aan de hand van een methode.
Maar hoe bereid je leerlingen met een TOS het beste voor op het lezen? 

Eerst even een observatie vanuit het veld. Er wordt in het basisonderwijs eigenlijk altijd aandacht besteed aan het voorbereidend lezen. Maar hoe ziet dit eruit in de praktijk?
In sommige gevallen worden de klanken vergeten en wordt er vooral getraind op visuele letterherkenning.
Maar de fonemische en  fonologische ontwikkeling gaat hier eigenlijk nog aan vooraf.
Spreekt ieder kind de klank wel correct uit, wordt de klank herkend? hoe is deze klank in de thuistaal verschillend aan die in het Nederlands?
In de onderbouw is werken met letters ook regelmatig een onderwerp van discussie.

Gaan we te ver, moet je kleuters wel in aanraking brengen met letters? Wat is het verschil tussen fonologisch en fonemisch bewustzijn, en waarom?

Wat is functionele geletterdheid?

 

Eerst even deze term verklaren, want wat is functionele geletterdheid?
Functionele geletterdheid heeft te maken met de lees- en schrijfvaardigheid en is te omschrijven als: “kennis en vaardigheden die een persoon in staat stellen om geschreven taal te gebruiken als middel voor communicatie en informatieverwerking”.
Het is een voorwaarde om te kunnen functioneren in onze maatschappij, zeker voor leerlingen met TOS.

Waarom is functionele geletterdheid  zo belangrijk?

  

  • Het geschreven woord is niet vluchtig: een leerling kan de informatie in stapjes tot zich nemen.
  • Geschreven tekst kan de snel opeenvolgende woorden in gesproken taal ondersteunen (Denk aan ondertiteling).
  • Het lezen van (informatieve) boeken heeft een sterke positieve invloed op de woordenschat, waardoor het begrip voor gesproken en geschreven taal toeneemt.
  • Het schrijven van een boodschap kan een compensatie zijn wanneer men zich niet goed kan uiten.
  • We leven in een geletterde maatschappij. Het lezen/ schrijven kan een compensatie zijn en lezen vergroot de woordenschat meer dan welke intensieve woordenschatmethode ook.
  • Lezen vergroot de kennis van de wereld. 

 

Allemaal redenen om functionele geletterdheid een serieuze plek te geven vanaf groep 1.

Maar hoe doe je dat vanaf die jonge leeftijd? Wordt het dan niet te snel te schools? En waar moet je beginnen?

 

Het verschil tussen fonemisch

en fonologisch bewustzijn

Het fonemisch bewustzijn is van groot belang voor het leren lezen. Vaak worden de termen fonologisch en fonemisch bewustzijn door elkaar gebruikt. De termen worden als gelijk gezien en gebruikt.

Dit is echter niet helemaal waar. 
Het fonologisch bewustzijn is breder, het is de opstap naar en ondersteuning van het fonemisch bewustzijn.

Onder fonologisch bewustzijn valt:

  • kunnen luisteren (kritisch en aandachtig naar geluiden, maar later ook naar woorden en zinnen)
  • woorden en zinnen kunnen  horen (samengestelde woorden als voetbal of de volgorde van woorden in zinnen)
  • het besef dat woorden kunnen rijmen (alert op klanken in woorden)
  • bewustzijn van lettergrepen, liever klankgroepen genoemd (man-da-rijn, a-ppel-taart)

Als er nog onvoldoende fonologisch bewustzijn is, zal het fonemisch bewustzijn zich ook niet goed ontwikkelen. Hierbij gaat het erom dat een kind de betekenis van een woord los kan laten en dat het kan kijken naar de vorm van het woord, de losse klanken. 

Onder fonemisch bewustzijn valt:

  • het isoleren van klanken (kunnen horen wat de eerste, middelste, laatste klank van het woord ‘vis’ is)
  • ‘plakken’ van klanken tot een woord; auditieve synthese (s-o-k wordt sok)
  • kunnen ‘hakken’ van een woord in losse klanken; auditieve analyse (teen wordt t-ee-n)
  • het kunnen manipuleren van klanken binnen een woord (de letter /t/ in ‘tak’ wordt een /p/; wat krijgen we dan voor woord?
  • Zorg dat je alert bent op een mogelijk verschil in klankvorming in de thuistaal.  Dit kan voor verwarring zorgen. Een E kan hier bijvoorbeeld op verschillende manieren worden uitgesproken, maar dat is misschien weer anders in de thuistaal.

In het boek “Technisch lezen in een doorlopende lijn” van Marita Eskes wordt beschreven dat deze bovengenoemde pijlers niet als opeenvolgende fasen gezien moeten worden.
Met andere woorden: mocht er iets niet lukken, dan is dat geen reden om een andere fase niet aan te bieden.
Het fonologisch bewustzijn komt weliswaar als eerste aan bod vanaf groep 1, maar loopt door tot ver in groep 3.
Het fonemisch bewustzijn komt later op gang en wordt ondersteund door het fonologisch bewustzijn.
Als voorbeeld noem ik het rijmen, mocht dit niet lukken dan is dat geen reden om niet verder te gaan met andere fonologische oefeningen en daarna fonemische oefeningen.  

Hoe werkt dat fonologisch bewustzijn?

 

Zodra we woorden horen, leren we de betekenis. Het woord, gerepresenteerd door klanken wordt niet alleen opgeslagen als woord, maar ook als betekenis.
De beginnende lezer moet leren dat een woord opgedeeld kan worden in kleinere eenheden, zoals de afzonderlijke lettergrepen en klanken. 

De volgende fonologische processen spelen een grote rol bij het leren lezen.

  • herkenning en opslag van spraakklanken
  • de auditieve discriminatie
  • het auditieve geheugen
  • de fonologische decodering (fonologische analyse van auditieve informatie)
  • het fonologisch bewustzijn (o.a. bewuste manipulatie van klanken bijv.: wat is boek zonder ‘k’, vervang de eerste letter van dief door ‘l’)
  • en de klank – letter koppeling

Werken aan fonologisch en fonemisch bewustzijn

is belangrijk voor het lezen!

 

Er is fonologisch en fonemisch bewustzijn nodig voor het leren lezen.
Maar het zich ontwikkelende leesproces verstevigt ook het fonologisch en fonemisch bewustzijn.

Kinderen die goed en snel kunnen verklanken kunnen hun aandacht meer richten op het begrijpen, ze komen dus eerder tot woordherkenning en tekstbegrip.
Daarnaast zijn ook het verbale werkgeheugen en benoemsnelheid van belang voor het aanvankelijk leesproces. (Aarnoutse, 2006)

De benoemsnelheid van letters is dus van grote invloed op directe woordherkenning en op het vlot lezen van een tekst in groep 3.  Kinderen die moeite hebben met klanken en taal, hebben meer oefening nodig om het fonologisch en fonemisch bewustzijn te ontwikkelen.
Hoe vroeger daarmee beginnen hoe beter dus.

 

Voor een succesvolle leesontwikkeling in groep 3 is dus een goede aanloop nodig in de kleutergroep. Hoe kun je daarvoor zorgen? 

 

De belangrijkste voorwaarden voor een succesvolle leesontwikkeling

Voordat de eigenlijke leesinstructie kan beginnen moet er aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

 

  1. Het kind kan moeiteloos een aantal letters of grafemen (klank -tekenkoppeling) herkennen (Vaak wordt het aantal 15 genoemd als richtgetal)
  2. Het kind heeft een goede ontwikkeling van de ruimtelijke oriëntatie (het moet weten dat de ‘b’ en de ‘d’ door hun verschillende ruimtelijke oriëntatie naar verschillende klanken verwijzen)
    en de allerbelangrijkste…
  3. De ontwikkeling van het fonemisch bewustzijn: het kind moet kunnen manipuleren met de klanken in een woord en het inzicht hebben dat bijvoorbeeld een andere volgorde van letters een andere betekenis tot gevolg heeft.

 

 Creëer een succesvolle leesontwikkeling

door te oefenen met:

 

  • geluiden herkennen
  • rijmen (versjes,liedjes, rijmpjes, 
  • auditieve analyse van geluiden/klanken/woorden/zinnen/enz.
  • auditieve analyse van woorden op klankniveau (welke woorden beginnen met een b)
  • auditieve synthese: het kunnen samenvoegen van klanken tot een betekenisvol woord
  • het kunnen aangeven van lettergrepen in een woord
  • een klank in een woord kunnen vervangen door een andere klank
  • een klank binnen een woord kunnen verplaatsen

 

Hoe verloopt de leesontwikkeling

bij leerlingen met een TOS?

 

Er zijn  3 grote risicofactoren voor het leesproces bij een leerling met een TOS

 

1.Leerlingen met een TOS hebben een zwakker werkgeheugen

Voordat het aanvankelijk lezen begint is er vaak al een sterke koppeling tussen de betekenis van woorden en de klankvorm.  Woorden worden in hun juiste klankvorm opgeslagen en geproduceerd. Bij beginnende geletterdheid komt daarbij de koppeling naar de geschreven vorm van het woord. Kinderen gaan bijvoorbeeld schrijven wat ze horen, het zogeheten fonetisch schrijven.

Kinderen met TOS hebben vaak een zwak verbaal korte-termijn-geheugen. Hierdoor zit het hoofd snel vol en haken ze daardoor sneller af. Het volle hoofd wordt niet altijd gezien, verminderde alertheid of soms zelf desinteresse wordt hier vaak mee verward.

Het zwakke werkgeheugen heeft ook invloed op het opslaan van het fonologisch woordbeeld. Het opslaan en vasthouden van een groot aantal eenheden (klanken, lettergrepen of woorden) lukt niet of niet voldoende.
Om een woord goed te kunnen synthetiseren of analyseren moet een kind alle klanken in de juiste volgorde onthouden. 
Vervolgens moeten de woorden in de zin ook weer worden onthouden om tot zinsbegrip en uiteindelijk tot leesbegrip te komen.  Leerlingen met een TOS  lezen bijvoorbeeld vaak over de bijwoorden en voegwoorden heen. 
Alleen de functiewoorden die er uit springen, worden onthouden. Een langere zin of tekst wordt daardoor niet voldoende begrepen. Het geheugen zit vol door het harde werken aan het verklanken van de afzonderlijke letters of woorddelen, waardoor het begrip van de uiteindelijke zin of tekst niet meer op gang komt.

Bij een zwak werkgeheugen loop je hiermee al snel vast. Een afbeelding naast de tekst, die bijdraagt aan het begrip, is dan bijvoorbeeld een goede steun.

Voorbeeld: 

De nieuwe weg loopt door de stad, richting het zwembad.

of:

De nieuwe weg loopt naast de stad, richting het zwembad.

— 

Freek loopt naast de koala door het bos.

of:

Freek loopt naast de koala richting het bos.

Lees jij direct het verschil? 

 

2. Leerlingen met TOS hebben vaker moeite met het taalverwerkingsproces.

Ze hebben moeite met het verwerken van elkaar snel opvolgende auditieve input zoals spraakklanken.
Het kind moet eerst de individuele letters en de volgorde van de letters in woorden kunnen herkennen voordat woorden herkend worden en het lezen van woorden geautomatiseerd wordt.

Het visualiseren en spelen met letters vanaf groep 1,  in allerlei taalstructuren zoals woordwebben, visualisaties van gesprekken, woordkaartjes in speelhoeken en letter/klank/woordspelletjes  met concreet materiaal, brengt de kinderen in aanraking met letters en klanken en hun rol ten opzichte van elkaar. Spelenderwijs aanbieden vanaf groep 1 betekent dus ook veel liedjes, versjes, woordspelletjes, luistervormen, enz.


Bijvoorbeeld:

De 2 verschillen tussen het woord ‘baard’ en het woord ’taart’ zijn lastig te horen, maar het geeft een groot verschil voor het taalbegrip.

Het is daarom belangrijk voor leerlingen met een TOS om klanken en letters intentioneel aan te bieden in de kleuterperiode. Dat betekent dat je de fonologische processen zoals eerder genoemd bewust in gaat plannen in je beredeneerd aanbod.

3. Leerlingen met een TOS hebben vaker automatiseringsproblemen

Automatiseren is natuurlijk een kwestie van veel en vaak oefenen. Gemiddeld moet een leerling iets 8-10 keer horen voordat het is opgeslagen in het lange-termijn-geheugen.
Bij een leerling met een TOS kun je dit minimaal verdubbelen, misschien zelfs wel verdriedubbelen.
Het duurt bij deze leerlingen een stuk langer, voordat iets geautomatiseerd is. Een multi-sensorische aanpak, met een link naar de eigen kennis van de wereld en eventuele visualisaties is belangrijk.

In alle fasen van geletterdheid zijn de leerresultaten het grootst wanneer activiteiten via verschillende zintuigen (multi-sensorieel of multi-dimensioneel) worden aangeboden.
Zowel auditief, visueel (plaatjes, gebaren, geschreven taal) of via tast, geur en/of smaak, afhankelijk van wat ‘aanslaat’ bij de leerling.

5 Aandachtspunten voor voorbereidend lezen i.c.m. TOS

1. Houd de vinger aan de pols

Fonemisch bewustzijn en letterkennis zijn belangrijke voorspellers voor het aanvankelijk leesproces. Start al vroeg, in groep 1, met voorbereidende leesactiviteiten. De voorschotbenadering biedt mogelijkheden voor intensivering van het aanbod.

2. Sta stil bij het nadenken over taal

Leerlingen met taalbegripsproblemen hebben vaak moeite met het nadenken over taal. In de kleuterjaren doen sommige oefeningen gericht op het fonemisch bewustzijn hier een beroep op (‘welk woord is langer, reus of kabouter?’; ‘welk ander woord begint met dezelfde letter als jouw naam’). Om het doel van deze oefeningen toch te bereiken hebben deze leerlingen meer expliciete instructie nodig, met zo veel mogelijk visuele ondersteuning. Nadenken over taal, metacognitie, moet visueel ondersteund worden. Schrijf de woorden op, laat zien dat het ene woord langer is dan het andere of dat ze een zelfde letter hebben vooraan.

3. Oefen op het juiste niveau

Bepaal eerst op welk niveau (zins- woord- lettergeep- of klankniveau) het kind de verschillende auditieve vaardigheden beheerst. Ga vanaf het beheersingsniveau dan verder oefenen. Een kind dat nog geen samengestelde woorden kan synthetiseren (brand-weer) zal dit ook zeker niet op klankniveau kunnen. Er zal dan eerst op woordniveau geoefend moeten worden, om dan via lettergreep-niveau pas op dat klankniveau uit te komen. 

4. Oefen klanken samen met letters

Stel vast of de leerling de klanken kan onderscheiden. Oefen de klanken niet afzonderlijk maar in combinatie met de lettertekens. Leerlingen kunnen baat hebben bij extra visuele ondersteuning, bijvoorbeeld met de gebaren van  Spreekbeeld of een andere methode.

 

5. Let op de taalproductie

Voor sommige leerlingen geldt dat zij vooral problemen hebben met de articulatie: zij kunnen de klanken niet produceren.
Voor sommige leerlingen levert dit problemen op voor de leesontwikkeling en het spellen. Dikwijls gaan hardnekkige articulatorische problemen samen met meer algemene taalproblemen en beïnvloeden zo de lees- en spellingontwikkeling. Besteed bij deze leerlingen daarom ook extra aandacht aan fonemisch bewustzijn in combinatie met letterkennis vanaf groep 1. Gebruik klankgebaren en oefen, oefen, oefen.
Hou dit zo gevarieerd mogelijk. Blijf niet eeuwig hangen in rijmen, maar pak bijvoorbeeld de map Fonemisch bewustzijn van CPS erbij en varieer in je oefeningen.

De schrijfhoek

In de schrijfhoek kunnen de kinderen vrij aan de slag met stempels, stiften, potloden, klei, papier en stof. Zorg dat alle woordkaartjes van de thematafel of themahoek hier ook nog eens liggen om te vergelijken en mee te werken. Of geef juist als opdracht om ze na te maken op een mooier kaartje dan dat van de juf. Zelf kaartjes bedenken voor de diverse hoeken of andere voorwerpen uit het lokaal is natuurlijk ook een mooie activiteit om aan de slag te gaan met klanken.

Speels aan de slag met letters? Organiseer wekelijks een taalcircuit.

De app rijmen maar

Lees er alles over in een speciaal blog wat ik hierover schreef.

Wil je digitale tips voor het werken met klanken en letters? Klik dan hier op de onderstaande knop.

TOS en voorbereidend of aanvankelijk lezen

Welke tips pas jij toe in jouw klas?

 

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest