10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

10 tips voor slechthorende leerlingen in de klas

Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Je krijgt een leerling in de klas met een gehoorapparaat of je kent een kind met slechthorendheid op jouw school. Wat zijn dan eigenlijk de beste tips en regels?

Slechthorende en dove kinderen hebben moeite met de gesproken taal. Ze kunnen die taal niet of niet goed genoeg horen. Zij leren de gesproken taal niet door veel met anderen te praten. Dit heeft gevolgen voor hun taalontwikkeling, voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling en voor het leren. Vooral het leren lezen is voor dove en slechthorende leerlingen lastig. (Bron: Auris.nl )

Buiten het voor de hand liggende zoals duidelijk praten (dit betekent dus niet veel te hard praten) en het kind aankijken wanneer je spreekt, blijken er toch vaak misverstanden te zijn in de benadering van deze kinderen in een klassensituatie. Wat moet je wel doen en wat moet je zeker niet doen?
In dit artikel vertel ik je in het kort over de verschillende soorten van slechthorendheid en geef ik je tips voor in de klas.

Wil je uitgebreid doorlezen over slechthorendheid, lees dan zeker door op de website: www.hoorzaken.nl  of op de website van Auris https://auris.nl/Voor-wie/4-12-jaar  

De oorzaken van slechthorendheid

De oorzaken van gehoorproblemen kunnen zich op verschillende plekken in het oor of de hersenen voordoen. 

Ik zet ze hier even voor je op een rijtje: 

1. De geleiding van het geluid richting het trommelvlies, de doorgifte van het geluid door het trommelvlies zelf of via de daaraan gekoppelde gehoorbeentjes (hamer, aambeeld, stijgbeugel) kan problemen veroorzaken. 

2. Ook bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis in zenuwsignalen kan het misgaan. 

3. Het doorsturen van de informatie richting de hersenen via de gehoorzenuw kan het probleem zijn. 

4. Is het in zenuwimpulsen omgezette geluid eenmaal in de hersenen aangekomen dan moet het daar ook natuurlijk goed verwerkt worden. Gaat de verwerking hier niet goed dan zal de persoon ook problemen ervaren met horen.

Conductief verlies of perceptief verlies?

Bij slechthorende leerlingen wordt er in de literatuur of audiologische verslagen verschil gemaakt tussen verschillende soorten slechthorendheid.

Wanneer er sprake is van een probleem in de geleiding van het geluid richting het slakkenhuis dan wordt er gesproken van een geleidingsverlies of conductief verlies. Dit wordt ook wel geleidingsslechthorendheid genoemd.
Het geluid kan het trommelvlies dan niet goed bereiken, het trommelvlies werkt zelf niet goed en ook kan het zijn dat de gehoorbeentjes niet meer goed kunnen bewegen.

Gaat er wat mis bij de omzetting van geluid in het slakkenhuis naar een zenuwsignaal, bij het doorsturen van informatie richting de hersenen of bij de verwerking in de hersenen zelf dan is er sprake van een perceptief gehoorverlies. 

Een gehoorstoornis kan ook optreden door een syndroom. Er zijn er ondertussen meer dan 450 syndromen beschreven waardoor slechthorendheid of doofheid ontstaat. Een van de meest voorkomende syndromen is het Syndroom van Usher. 

Afhankelijk van het soort en de ernst van het gehoorverlies en de eventuele schade aan het middenoor of de gehoorzenuw wordt per persoon uitgebreid onderzocht wat de beste oplossing is. Dit kan een hoortoestel zijn of een CI. 

Een cochleair implantaat (CI) is een klein elektronisch toestel dat doven en zeer ernstig slechthorenden in staat stelt geluiden toch waar te nemen.
Een chirurg implanteert het cochleair implantaat (CI) onder de huid.
Door de aangedane delen van het oor (de defecte haarcellen in het slakkenhuis) met een cochleair implantaat te omzeilen en via stroompulsjes de gehoorzenuwen te stimuleren zijn (zeer) ernstig slechthorenden en doven weer in staat geluiden op te vangen en spraak te verstaan. 

Waar hou je rekening mee in je klaslokaal?

Wanneer je een leerling in de klas krijgt met een hoortoestel of een CI zijn er een aantal belangrijke zaken waar je rekening mee moet houden. In een klaslokaal ontstaat namelijk altijd omgevingsruis. Wanneer het gehoor in orde is kan een leerling het geluid prima filteren en zich focussen op bijvoorbeeld de leerkracht als spreker, ondanks de schuivende stoelen, de vallende potloden of het gefluister van zijn klasgenoten. Voor een slechthorende leerling is dit erg lastig, omdat een hoortoestel alle geluiden versterkt, dus ook de omgevingsruis. De meest moderne hoortoestellen worden hier wel steeds beter in maar het blijft voor slechthorende leerlingen lastig.
Het klaslokaal moet daarom allereerst kritisch bekeken worden.
Hoe is de akoestiek? Hangen er gordijnen? Ligt er vloerbedekking?
Niets is zo vervelend voor de leerling om in een lokaal te zitten waar de hele dag het geluidsniveau te snel overprikkelend werkt.
Wat kun je doen? Luister eens kritisch naar het geluid in het lokaal.
Maak zelf eens een audio-opname (met de gratis app Dictafoon) van een doodgewone werkles of een andere veel voorkomende groepsactiviteit. Je zult verbaasd staan over het geluidsniveau en de omgevingsruis.
Vraag advies bij een audiologisch centrum, zij kunnen langskomen voor advies en eventuele metingen.
Pas je lokaal zo mogelijk dus aan.
TIP: Ga samen met je collega’s ook eens na of er misschien 1 lokaal op school aangepast kan worden, zodat er voor deze leerling niet ieder jaar opnieuw van alles hoeft te worden veranderd.

 

Gehoorapparaten met een kleurtje

Een hoorapparaat is voor iedereen, en zeker voor een kind, niet altijd leuk.
Daarom zijn er vaak allerlei leuke kleurtjes of hangertjes te krijgen om een oorhanger persoonlijk  te maken. Vooral jonge kinderen zijn vaak erg trots op hun eigen apparaten wanneer ze de kleurtjes zelf hebben uitgekozen.

Workshops en professionalisering

Wanneer je een slechthorende leerling in de klas krijgt zijn er veel dingen om rekening mee te houden.
Belangrijk is altijd om met het kind zelf en de ouders in gesprek te gaan.
Wat vindt het kind fijn, wat stoort qua geluid. Misschien kan het kind een spreekbeurt geven over zijn of haar slechthorendheid, of antwoorden geven tijdens een groepsgesprek, om hiermee begrip te kweken bij de klasgenootjes. Anderen kunnen immers pas rekening met je houden wanneer ze weten wat er speelt.

Tot slot raad ik iedereen aan om de workshop “Onderdompeling SH” bij Auris te volgen.
In deze zeer praktische workshop ervaar je zelf ongeveer hoe het is om slechthorend te zijn door het maken van opdrachten met oordoppen in en oorkappen op je hoofd.
Tussendoor vertellen de workshopdocenten alles over slechthorendheid en geven ze nog veel meer tips voor in de klas.
Kijk onderaan de pagina voor meer informatie over dit aanbod.

 

10 tips voor een slechthorende leerling in de klas

  1.  Spreek rustig en duidelijk. Verlaag je spreektempo door tussendoor te visualiseren met tekeningen, gebaren of door de boodschap te noteren op het digibord.
    2. Maak zoveel mogelijk gebruik van natuurlijke expressie gebaren en mimiek. Lees ook mijn artikel over gebaren bij jouw taalaanbod.
    3. Zorg dat de leerling een frontaal zicht heeft op het mondbeeld van de spreker. Praat bijvoorbeeld altijd gericht naar de klas. Draai je hoofd niet weg tijdens het spreken en praat niet met je rug naar de klas terwijl je iets op het bord noteert.
    4. Laat de leerling niet tegen het licht inkijken, die kan dan het mondbeeld niet goed zien. Ga bijvoorbeeld zelf niet voor een raam staan terwijl je spreekt en denk goed na over de plaats van de leerling in de klas.
    5. Controleer altijd of de opdracht goed gehoord en begrepen is. Vraag dit na, laat de opdracht indien mogelijk herhalen in eigen woorden. Wanneer een leerling niet graag op de voorgrond staat, spreek dan bijvoorbeeld samen met je leerling af om een nonverbaal teken te gebruiken wanneer hij of zij extra uitleg wil of het niet begrepen heeft.
    6. Geef één opdracht tegelijk. Visualiseer zoveel mogelijk bij meer informatie. Gebruik ondersteunend tekenen als hulpmiddel bij jouw talige boodschap zodat de taal niet te snel “wegvliegt”. 
    7. Aandacht voor een goede signaal-ruisverhouding. Wees je bewust van het effect van achtergrondgeluid. Schuivende stoelen, vallende potloden, een grasmaaier naast de school of een open raam kunnen veel ruis veroorzaken.
    8. Probeer geen fluisterspraak gebruiken, dit is erg lastig te volgen voor de leerling en geeft vaak onzekerheid en een onveilig gevoel.
    9. Wanneer de leerling gehoorapparatuur gebruikt of een CI, zorg dat de accu altijd opgeladen is aan het begin van de dag. Zorg voor reserve batterijen voor de hoortoestellen in de klas.   Vanaf kleuterleeftijd kan gewerkt worden aan zelfstandigheid t.a.v. de hoortoestellen, het gebruik en het verwisselen van batterijen.
    10. Controleer regelmatig of de batterij is opgeladen van de leerkrachtmicrofoon. Leg een korte handleiding met een reminder klaar voor eventuele invallers.

Heb ik al je vragen kunnen beantwoorden?

Stel anders gerust je vragen hieronder in een reactie. Ik probeer ze zo snel mogelijk te beantwoorden.

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

Taalmuur in de klas? 10 tips op een rij

De taalmuur in de klas

heb jij hem al ?

     

    Taal en Woordenschat 

    Taal  is de basis voor je ontwikkeling, alles in het dagelijkse leven draait om taal, iedereen gebruikt taal. Een taalmuur in de klas levert een grote bijdrage aan de visuele ondersteuning van de taalles voor TOS leerlingen. Taal is het voertuig van het leren. Maar zonder een woordenschat op leeftijdsniveau is taal lastig, goede communicatie wordt vaak onbereikbaar, begrijpend luisteren en lezen gaat moeizaam en communicatieve redzaamheid geeft flinke problemen. Een taalmuur kan hier hulp bieden voor de leerling.

    Dagelijkse sociale interactie en taalonderwijs op school leveren een grote bijdrage aan de ontwikkeling van de woordenschat van een kind.
    Veel lezen draagt ook enorm bij aan het ontwikkelen van een grote leeswoordenschat. Op het einde van de basisschool is de gemiddelde omvang van de leeswoordenschat 15000 woorden volgens Aarnoutse en Verhoeven (2003)

    Waarom een taalmuur in je klas?

    Met een taalmuur geef je de leerlingen een visueel ankerpunt. Een centrale plek waar ze alles rondom de woordenschat, de taalregels en de gevoerde gesprekken of behandelde thema’s kunnen terugvinden.

    Dit geeft taalsteun voor de taalzwakke leerlingen of de leerlingen met een TOS.  Voor jezelf is het meteen een dagelijkse reminder om je consolideeroefeningen te plannen en een handige plek om naar terug te verwijzen bij uitleg of herhaalde instructie.

    Kies voor ruimte en zichtbaarheid

    Kies voor een zichtbare plek, niet achterin de klas maar voorin of aan een zijwand.
    Houdt meteen rekening met lichtinval, op een raam is niet echt een fijne plek dus.
    Kies ook voor ruimte en formaat. Een A4 is niet leesbaar achterin en bijvoorbeeld een rood papier met zwarte letters leest ook lastig op een afstandje.

     

    De taalmuur zorgt voor rust

    Door een centrale plek te creëren houd je ook de broodnodige rust in je lokaal. Niets is zo storend als een lokaal met overal en nergens allerlei reminders, posters, kalenders en meer van dat soort dingen. Bewaar daarom ook een aparte plek voor de taalmuur, baken hem af, dat geeft rust en structuur.
    Je kunt dit bijvoorbeeld doen met gekleurd isolatietape op de muur (makkelijk te verwijderen) of door een groot prikbord of whiteboard op te hangen.

    Voor de volledigheid pleit ik hier meteen ook voor een rekenmuur, er zijn veel begrippen, regels of afkortingen binnen het rekenonderwijs die met een visuele ondersteuning op de rekenmuur voor veel leerlingen een fijne reminder of een extra hulp kunnen bieden.

     

    Bouwen aan een semantisch netwerk

    Woordenschat is vaak een stukje taalonderwijs wat wel als aparte leerlijn wordt gezien , maar waar men soms niet zo goed raad mee weet. Natuurlijk staat er in de taalboeken woordenlijsten en worden er bij thematisch onderwijs trouw per thema woorden gekozen of gezocht, maar dan…hoe ga je daar mee verder?
    Een goede woordenschatopbouw is immers cruciaal voor de algehele taalontwikkeling en het leesproces. Lees hier verder over tips voor TOS in de klas

      Eén keer samen de betekenis opzoeken van een themawoordenlijst, daarna voor een dictee die woordenlijst uit het hoofd leren, dat is spellingonderwijs.
    Hierdoor leer je geen betekenis maar alleen het woordbeeld en de spelling, je leert echter onvoldoende woordbetekenissen en woordgebruik.

    Je kunt heel veel woorden kennen, dat betekent nog niet dat je ze ook kunt gebruiken.
    Binnen woordenschatontwikkeling is naast een goede uitbreiding en een goede verdieping, ook een goede opslag in het brein  erg  belangrijk om woorden weer gemakkelijk terug te vinden in je geheugen, zodat je ze daarna ook adequaat kunt gebruiken.  Woorden moeten verankerd worden in het geheugen en gekoppeld worden aan de eigen kennis van de wereld.

    Binnen het “netwerk” van het brein moet je op de juiste “schijf” het juiste “document” kunnen opslaan en terugvinden!

    Dit “document” in de hersenen moet dan daarnaast goed gevuld zijn met de juiste informatie.
    Woorden moeten dus verankerd en vindbaar zijn in het geheugen. Dit noemt men ook wel een goed “semantisch netwerk”. 
    Om dit te bewerkstelligen zul je  intentioneel woordenschat moeten aanbieden met vaste routines en dit vervolgens visualiseren op een taalmuur. 

    Tips om met grafische modellen aan de slag te gaan

     

    Wil je aan de slag met grafische modellen? Ga dan zeker kijken op de site van Rezulto en klik op het tabblad:  Met woorden in de weer: praktijkmateriaal.

    Hier vind je naast veel informatie over de viertakt van Verhallen en de kwaliteitskaarten voor alle onderdelen van de viertakt , ook een aantal handige downloads waarmee je zelf woordwebben, woordparachutes en woordkasten en woordtrappen op je digibord kunt  maken. Hieronder zie je voorbeelden van de diverse downloads die op de site staan.

    Wanneer moet ik dit doen?

    Vaak hoor ik van leerkrachten dat ze de modellen niet gebruiken, omdat het er gewoonweg niet van komt.
    Mijn tip: kopieer een aantal lege modellen op minimaal A3 formaat en leg die bij de taalmuur klaar.
    Je kunt dan op ieder geschikt moment, tijdens een uitleg, in een leesles of tijdens een instructie een grafisch model invullen, samen met de leerlingen. Op deze manier is het betekenisvol en werkt het als een visuele kapstok voor de auditieve informatie. Ondersteun dit met simpele tekeningen of  afbeeldingen van het internet die je er later bijplakt. Geef eventueel bij oudere leerlingen op een later tijdstip de mogelijkheid om er bijpassende afbeeldingen bij te zoeken op het internet.

    Praktijkmaterialen voor de taalmuur

    Wanneer je op de site van Rezulto bent, bij het tabblad praktijkmaterialen, vind je daar onder meer de volgende gratis downloads:

    • Les voorbereidingsschema’s voor de viertakt (een uitgebreide en een  verkorte versie)
    • Een formulier voor registratie  in de groep (welke woordclusters je hebt behandeld en wanneer)
    • Een woordwebben Powerpoint met uitleg over hoe je de diverse formats kunt gebruiken
    • 16 gratis formats van woordparachutes, woordkasten woordtrappen die je zelf op je digibord kunt vullen.

    Hoe download je deze  voorbeelden?

    1. Ga je op een afbeelding staan met je cursor
    2. Klik je met je linkermuisknop op de afbeelding
    3. Er volgt nu een menu om deze afbeelding te downloaden als powerpoint.
      4. Wanneer je daarna deze powerpoint (van steeds 1 pagina) opent en je klikt op de knop “bewerken inschakelen” , dan kun je hem aanpassen en vullen met jouw woorden en afbeeldingen. 

    TIP: Wanneer je binnen deze powerpoint kiest voor pagina dupliceren, kun je de originele, lege pagina bewaren en de andere steeds vullen.  Zo creëer je in diezelfde powerpoint een serie van dezelfde parachutes.

    Je kunt er ook voor kiezen om de parachute op te slaan (en eventueel af te drukken) als PDF. Je kunt er dan niets meer aan veranderen maar het lege origineel in de powerpoint wordt dan ook bewaard.

    10 tips voor een taalmuur

    1. De plaats in het lokaal

    Bedenk goed welk plekje je kiest in de klas. Het mag een grote plek zijn, maar het moet wel afgebakend zijn en overzichtelijk blijven. Een taalmuur die eindeloos is, kan erg rommelig worden. Trek bijvoorbeeld een omlijning met tape op je muur en werk altijd van links naar rechts.

    2. Vol = vol

    Ververs met regelmaat de inhoud van de taalmuur. Eindeloos dingen laten hangen heeft geen effect.  Wanneer je thematisch onderwijs geeft, houd dan deze periode aan en begin een nieuwe muur bij een nieuw thema.
    Heb je een aantal vaste regels of nieuwe woordsoorten, laat die bijvoorbeeld op een hoek van de muur hangen zolang het nodig is.

    3.  WOordbewustzijn bij de leerlingen

    Het is te allen tijde belangrijk om alle kinderen een houding aan te leren om zich bewust te worden van woorden die ze (nog) niet kennen. Met de taalmuur heb je hier een visuele reminder voor. Zodra je een lastig woord tegenkomt in je les, bij welk vak dan ook, kun je samen beslissen of dit woord op de taalmuur thuishoort. Doe dit hardop denkend voor. Blijf dit herhalen.  Noteer niet alle moeilijke woorden, maak keuzes hierin.

     

    4. Strategieën aanleren

    Om kinderen strategieën aan te leren waarmee ze nieuwe woorden kunnen leren, is een taalmuur een goed middel. Laat ze alert worden en actief meedenken over de inhoud. “Hé, dat is een nieuw woord, kennen we dit woord al? Waar heeft het mee te maken? Kunnen we er iets over opzoeken? Welk deel van het woord kennen we al wel? Met welk woord heeft dit een verband?” (denk aan vergrotende trap, tegenstelling, categorie, enz)
    Leer ze bewust aan wat ze kunnen doen met een taalmuur en hoe ze hem kunnen gebruiken of zelfs aanvullen.

     

    5. Modeling met een taalmuur

    Het is belangrijk om als leerkracht een voorbeeldrol te spelen door woordenschat een belangrijke en (visueel) zichtbare plek te geven in de dagelijkse lessen. Vakoverstijgend woordenschatonderwijs en aandacht voor taal, klanken en letters geef je liefst een aparte plek in de klas, dit kun je doen door het gebruik van een taalmuur.
     

    6. Aandacht voor netwerken

    Er moet aandacht zijn voor semantische netwerken, figuurlijke taal, homoniemen, synoniemen, schooltaalwoorden zoals vaktaal, verwijswoorden, lidwoorden, werkwoorden, begrippen, tegenstellingen, aanwijswoorden, enz.
    Deze geef je het beste een (vaste) plek op een taalmuur. Dit kan al vanaf groep 2.

     

     7. Maak taal zichtbaar met een taalmuur

    In de onderbouw moet er expliciet aandacht zijn voor woordenschat en de klanken van taal. Het fonemisch bewustzijn moet getraind worden, dit maak je zichtbaar op de taalmuur. Laat bijvoorbeeld zien dat woorden rijmen met kleur of laat zien dat woorden het tegenovergestelde betekenen met een woordkast.  Taal is auditief en vervliegt daarom makkelijk, met een taalmuur geef je een visuele plek aan die taal.
    De taalmuur is een visueel handvat voor zowel de leerkracht als de leerling.
    Laat kinderen door de dag heen alert zijn op bepaalde beginklanken, eindklanken of rijmwoorden. Horen ze er weer een, dan wordt die toegevoegd op de taalmuur.
    Door het visualiseren van de rijmwoorden, de beginklanken en de eindklanken, gaan kinderen letterlijk zien wat je bedoelt. Vooral bij taalzwakke kinderen is dat erg belangrijk! 

     

    8. Aandacht voor taalvorm en zinsbouw op de taalmuur

    Gebruik functiewoorden zoals lidwoorden en voegwoorden of verwijswoorden en sta expliciet stil bij de functie van verwijswoorden of voegwoorden in een zin.
    Voor verwijswoorden kun je met een pijl boven de zin werken.  Je kunt lidwoorden en andere woordsoorten bijvoorbeeld een vaste kleur geven. Geef aandacht aan functiewoorden door er een vast gebaar aan te koppelen. Dit wordt bijvoorbeeld ook gedaan in de methode “zien is snappen”. Zij gebruiken bij het lidwoord “de” altijd een vast gebaar ( duim omhoog) , zodat je visueel duidelijk maakt dat dit een los woord is.

     

    9. Maak leerlingen eigenaar van de taalmuur, creëer woordbewustzijn

    Een taalmuur moet iets van de leerlingen worden, zij moeten hem gaan gebruiken, ermee aan de slag te gaan en zo mede eigenaar te worden van hun taalleerproces. Laat ze daarom zelf afbeeldingen zoeken, mindmaps aanvullen of tekeningen maken voor de taalmuur. Zelfgemaakt betekent vaak meer en blijft beter hangen dan een prachtig strak voorbeeld van de leerkracht. 

    10. Vergeet niet te consolideren

    Er moet met vaste regelmaat geconsolideerd worden, de taalmuur is hiervoor een visueel handvat voor zowel de leerkracht als de leerling. Bespreek woorden en kom er gedurende een week een aantal keren op terug. Je kunt er een spelletjes bij bedenken zoals raadsels of omschrijvingen van het woord. Bedenkt hier een vaste routine voor.
    Hang bijvoorbeeld een poster naast de taalmuur op met daarop een dobbelsteen en 6 spelvormen.  Of zet een grabbelpot op je bureau met kaartjes met consolideerspelletjes erop en laat elke middag iemand een spelvorm grabbelen.
    Speel bijvoorbeeld het spel: ‘raad het woord’ (neem een woord in gedachten en laat de leerlingen raden welk woord het is door vragen te stellen waarop je alleen met ja of nee mag antwoorden) 

     

    Een picto voor een op hoofd
    Mindmap voor de taalmuur
    Taalmuur overzicht op een raam
    Vraagpicto voor de taalmuur

    Op zoek naar voorbeelden?

    Kijk op mijn Pinterest pagina:  Een taalmuur in de klas.

    De nationale voorleesdagen

    De nationale voorleesdagen

    De nationale voorleesdagen komen er weer aan

     

    De Nationale Voorleesdagen 2020 worden op woensdag 22 januari ingeluid met Het Nationale Voorleesontbijt en duren tot en met zaterdag 1 februari.

    Doelstelling van deze jaarlijkse campagne is het stimuleren van voorlezen aan kinderen die zelf nog niet kunnen lezen. De doelgroep zijn ouders van kinderen tussen ½ en 6 jaar. 

    Ga jij aandacht besteden aan de nationale voorleesdagen?
    Hoe ga je dit in het vat gieten?

    Veel scholen werken met een voorleesontbijt. Lekker in pyjama een mooi verhaal voorlezen als start van de dag. Zo kun je elke dag een ander boek aanbieden en op die manier de boekenhonger bij jouw leerlingen proberen aan te wakkeren.

     

    Laaggeleterdheid in Nederland

    Voor de laaggeletterdheid in ons land zijn deze dagen natuurlijk een prima idee. Hoe meer kinderen in aanraking komen met boeken hoe beter.

    Hoeveel procent laaggeletterdheid, of andere taalproblemen kom jij in jouw klas of praktijk tegen? Zo ongeveer? Of gemiddeld per schooljaar? 

    Laaggeletterdheid, wat zijnde cijfers?

    Uit onderzoek is gebleken:
    TOS komt voor bij 5-7% van de bevolking
    Taalachterstand : de cijfers zijn onduidelijk, omdat ze vaak met laaggeletterdheid worden verward in onderzoeken.
    Laaggeletterdheid komt voor bij 1 op de 10 schoolverlaters van 16 jaar.

    Op de website van de voorleesdagen kun je lezen welke effecten ieder jaar gezien worden .

    1. Voorlezen maakt je leuker
    2. Positief effect op woordenschat, spelling en tekstbegrip
    3. Meer verkoop en uitlening van prentenboeken

     

    Maar welke boeken kies je dan?

    Hier is door een speciale commissie natuurlijk goed over nagedacht.

    ieder jaar worden er kerntitels gekozen. Het Prentenboek van het Jaar is Moppereend van Joyce Dunbar en Petr Horacek.

     

    Een jury van bibliothecarissen kiest uit het complete aanbod van peuterboeken van het voorafgaande jaar. Het belangrijkste criterium is dat het boek, naast een goed verhaal en aantrekkelijke illustraties, voldoende aanknopingspunten biedt voor interactie met de peuters en verwerking in hun spel na het voorlezen.

    Dat is met dit prachtige prentenboek zeker gelukt. Het boek biedt een schat aan emotietaal en is zeer herkenbaar voor het jonge kind. Ieder kind kan zich herkennen in Moppereend die graag wil spelen met iemand, maar niemand doet iets wat hij zelf ook leuk vindt.

    De taal rondom alle emoties is natuurlijk prachtig gespreksmateriaal.
    Denk alleen maar eens aan alle synoniemen voor het woord mopperen

    mopperen

    De bijbehorende synoniemen:

    mopperen (ww):
    brommen, foeteren, klagen, kniezen, knorren, moffelen, mokken, morren, murmelen, pruttelen, reclameren, sakkeren, sputteren.

    Veel te vaak blijven we hangen bij de basale uitingen: bang, boos, blij en verdrietig. Maar er zijn zoveel meer woorden waarmee we emoties kunnen omschrijven.
    Ga de emoties uitbeelden, in zinnen gebruiken, herkennen, vergelijken, enz.

    Ga daarom ook op zoek naar emotietaal in andere boeken, liedjes of filmpjes.
    Voor taalzwakke kinderen is emotietaal vaak extra lastig, met woordvindingsproblemen of een kleine woordenschat is het uiten van emoties nog eens extra moeilijk. Zeker belangrijk dus om aandacht aan te besteden. 

     

    Moppereend en NmG

    Dit boek is door de schat aan emotietaal, uitermate geschikt voor kinderen met een TOS of slechthorendheid.

    Emoties zijn namelijk gekoppeld aan abstracte begrippen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen enorm veel leren van voorlezen, het is belangrijk voor de taalontwikkeling, en het geeft bovendien veel plezier en rust. Voorlezen is een must, zeker ook voor dove en slechthorende kinderen en anderen die communiceren met gebaren.

    Het Nederlands Gebarencentrum wil graag een bijdrage leveren aan de Nationale Voorleesdagen vanaf 22 januari 2020 t/m 1 februari .

    Klik hieronder op de afbeeldingen voor het leidje “Mopperdag” en de video van het prentenboek “Moppereend” verteld met gebaren .

    Aan de slag met Moppereend

    Wil je meer leuke ideeen rondom het boek moppereend, kijk dan eens op de site van Juf Janneke of ga naar mijn speciale Yurlspagina over de voorleesdagen, dit leuke prentenboek en de andere bijpassende titels.

    Ga jij aan de slag met Moppereend?

    Hoe ga jij dat aanpakken? Ga je gebaren gebruiken?

    Laat het me weten in een reactie hieronder.

    Begrijpend luisteren bij kleuters.

    Begrijpend luisteren bij kleuters.

    Begrijpend luisteren bij kleuters.

    Begrijpend luisteren in de onderbouw

     

    Bij ons op school stond een tijdje terug het onderwerp begrijpend luisteren op de agenda. Maar wat is dat eigenlijk en hoe oefen je dat bij kleuters?

    Op de kwaliteitskaart van begrijpend luisteren van “School aan zet” staat de volgende tekst te lezen.

    “Onder begrijpend luisteren bij kleuters verstaan we het luisteren naar een voorgelezen verhaal of andere tekst. Het is het equivalent van begrijpend lezen voor leerlingen in de hogere groepen. Begrijpend luisteren doet immers, net als begrijpend lezen, een integraal beroep op een aantal essentiële taal- en denkvaardigheden. De kern van tekstbegrip is het kunnen leggen van verbanden binnen en buiten de tekst, of die nu wordt gelezen of voorgelezen. “
    Onderbouwleerkrachten kunnen kinderen hierbij helpen door aandacht te besteden aan deze vaardigheden.
    Het belangrijkste verschil met de hogere groepen is dat kleuters vooral op een speelse manier, passend bij het leren in de onderbouw, kennismaken met luistervaardigheden.

     

    De kwaliteitskaart begrijpend luisteren 

    Op de kwaliteitskaart wordt een checklist gegeven die je kunt gebruiken tijdens je lesvoorbereiding.

    Omdat je hier ook een mooi overzicht kunt lezen van de 5 fasen van een begrijpend luisteractiviteit heb ik deze hieronder voor jullie samengevat.

    Wat vind je nog meer op de kwaliteitskaart:

    1. Een goede checklist voor begrijpend luisteren en woordenschat.
    2. Een schema met uitleg van werkwijzen voor het gebruik van Tweepraat bij verhalen en informatieve teksten.
    3. Werkvormen voor differentieren

    Een erg handige aanvulling dus, deze kwaliteitskaart.

    5 Verschillende fasen van begrijpend luisteren

     

    Een goede begrijpend luisteractiviteit bevat  steeds dezelfde onderdelen.

    Je kunt een les verdelen in 5 fases.

    Een prentenboek wordt meerdere keren herhaald aangeboden en tijdens iedere les komen alle 5 de fases in meer of mindere mate aan bod.
    Het is natuurlijk logisch dat het voorspellen bij de eerste aanbieding meer tijd krijgt en dat het samenvatten en het verhaalschema bij de tweede herhaling wat meer aandacht krijgen. 

    1. Voorspellen

    • Praat over de kaft en de titel.
    • Vraag waar het verhaal over zou gaan.
    • Leg verband met de kennis en ervaringen van kinderen. Zorg voor interne “kapstokhaakjes”in het mentale lexicon. Hiermee verminder je de cognitieve belasting die kan ontstaan bij kinderen met een zwakkere woordenschat.
    • Niet vergeten: Controleer na het lezen nog eens of de voorspelling klopte. (dit kan ook bij de herhaalde aanbieding van het boek gebeuren)

    Voorbeeld uit het boek “Welterusten kleine beer”:

    Voorspel met de kinderen of er iemand in slaap zal gaan vallen, zal dat kleine beer zijn of grote beer?

    2. Samenvatten

    • Vat het verhaal na het voorlezen met de kinderen samen; verwijs naar de voorspelling.
    • Vraag de volgende keer waar het verhaal ook weer over ging.
    • Gebruik bijvoorbeeld een visualisering in tekst en beeld of een mindmap die het verhaal samenvat, deze kun je daarna gebruiken bij een verteltafel of in een themahoek als taalsteun bij het spel.

    Voorbeeld bij het boek “Welterusten kleine beer”: 

    Gebruik attributen om het verhaal mee samen te vatten en nog eens visueel te herhalen.

     

    3. Verhaalstructuur begrijpen

    • Gebruik wie-wat-waar picto’s om over onderdelen van het verhaal te praten.
    • Bespreek de samenhang tussen de onderdelen. Dit is vooral belangrijk omdat je hier ook aandacht kunt geven aan lastige verwijswoorden in een tekst of bijvoeglijke naamwoorden. 
    • Vul met de kinderen een verhaalschema in. 

     

    Wat is een verhaalschema?

    Een verhaalschema maak je bijvoorbeeld op een digibord, flapover of een groot papier.

    Vaak worden er picto’s voor gebruikt. Op Pinterest vind je heel veel voorbeelden hiervan, maar de inhoud komt eigenlijk altijd op hetzelfde neer.

    1. De hoofdpersoon is …
    2. En die wil graag … 
    3. Maar het probleem is …
    4. Op het eind …

     

    Veel verhaalschema’s delen de onderdelen van een verhaal op in wie, wat, waar, enz. Het is belangrijk om met de leerlingen steeds de onderlinge samenhang te blijven bespreken.

    Voorbeeld bij het boek “Welterusten kleine beer”: 
    Waar speelt het verhaal zich af? In een hol, want beren wonen niet in een huis net als mensen.

     Via deze link vind je ook een download van andere labels die ik op de site sparklebox gevonden heb.

     

    4. Woordleersstrategieën 

    Woordleerstrategieen zijn een wezenlijk onderdeel van de leesstrategie in een later stadium.
    In alle teksten zullen kinderen vroeger of later moeilijke woorden tegenkomen. 

    Het bewust leren omgaan met lastige woorden en hiervoor oplossingsstrategieën  te bespreken, te modelen en zelf te oefenen is erg belangrijk.
    Het zelfbewustzijn van lerling t.a.v.  de lastige woorden, het woordbewustzijn, creëert een kritische en bewuste leesstrategie.
    Voor kinderen waarbij lezen niet vanzelf gaat is dit op latere leeftijd een wezenlijk onderdeel van het voortgezet technisch en begrijpend lezen.

    Model daarom regelmatig een strategie bij een onbekend woord, doe het letterlijk voor. 
    Stel jezelf hardop de vragen en bespreek ze interactief met de leerlingen.

    Bijvoorbeeld:

    • Welk stukje van dit woord ken ik al? (koppelen aan eigen kennis van de wereld)
    • Vooruit- of teruglezen. (Kan je in de zin of in de tekst ervoor lezen wat het woord zou kunnen betekenen?)
    • Kijken naar afbeelding. (Wat zie je op de plaat, wat heeft dit met het woord te maken?)

     

    5. Vragen stellen

    • Doe voor hoe je vragen stelt bij de tekst en hoe je het antwoord vindt. Bijvoorbeeld terugkijken in het verhaal naar de prenten.
    • Laat leerlingen vragen bij de tekst beantwoorden.
    • Gebruik platen uit het verhaal om verdiepende vragen te stellen. (Maak kopieën of scan ze in voor op het digibord.) 

    Een verhaalschema in prentenboeken

    De prentenboeken die met de kinderen worden gelezen kun je selecteren met een verhaalschema in gedachten.
    Er moet sprake zijn van een duidelijke hoofdpersoon, een heldere verhaallijn en een probleem dat wordt opgelost.

    Binnen ons cluster 2 onderwijs gebruiken wij i.p. v. een verhaalschema een mindmap. Dit naar aanleiding van een inspirerende workshop Van Rianne Hofma bij de Kleuteruniversiteit inspiratiedag. Wij gebruiken daarnaast ook de praatdomino op onze school om kinderen te helpen met symbolen voor het oefenen van verhaalopbouw en begrijpend luisteren en lezen.Hieronder zie je de mindmap met de praatdomino-picto’s erin verwerkt.

     

    Een combinatie van de mindmap en de praatdomino.

    Binnen het cluster 2 onderwijs hebben wij een combinatie gemaakt met de praatdomino en de mindmap.
    Hier kun je een voorbeeld van zo’n mindmap voor groep 2/3. downloaden

    Wie, wat, waar

    In groep 1 houden we het bij de vragen wie. waar en wat. 
    Het is voor jonge kinderen met een TOS al echt superlastig om tijdens een verhaal deze componenten uit het verhaal te filteren. Het bewust luisteren naar een meermaals aangeboden verhaal is echt iets wat moet worden opgebouwd.

    Probleem en oplossing

    In groep 2 voegen we daaraan  de picto’s probleem en oplossing toe.
    Gaandeweg de onderbouw en de middenbouw groepen komen de begrippen wanneer, hoe en waarom erbij.

    De praat-domino

    Hieronder zie je de volledige praatdomino-kaart , deze is onderdeel van de communicatiekoffer en hangt bij ons in het cluster 2 onderwijs in alle lokalen vanaf groep 4.

    Vanaf de middenbouw gebruik je pas de begrippen wanneer, waarom en hoe omdat dit vrij abstracte begrippen zijn die een bepaald niveau van denken en innerlijke taal vragen.
    In groep 1 tot en met 3 hangen dus alleen de tot dan toe gebruikte picto’s op als reminder.

    TIP: je kunt de praatdomino trouwens ook als losse kaart bestellen op de site van de communicatiekoffer.

     

    Handige map

    In de map van het CPS “Begrijpend luisteren en woodenschat”‘ vind je trouwens ook veel inspiratie, theorie en ideeen voor in de praktijk.

    Deze map kan ik dan ook van harte aanbevelen als naslagwerk in je klas.

    Tijdsinvestering voor begrijpend luisteren?

    Op de kwaliteitskaart wordt gesproken over 2 a 3 keer 15 minuten in kleine en/of grote kring. 
    Deze tijd zou moeten worden besteed aan begrijpend luisteren.

    Mijn mening

    Aangezien begrijpend luisteren de basis is voor het begrijpend lezen ben ik het hier natuurlijk helemaal mee eens.

    Ik denk zelf dat je  makkelijk aan die 45 minuten per week komt wanneer je alle momenten meetelt waarop je in gesprek bent over een prentenboek of je thema.
    Het maken van een mindmap is echter een tijdrovender werkje dan een gesprek dus dat zou je minimaal 1 keer per thema rondom het centrale prentenboek kunnen doen.

    Het werken rondom een centraal prentenboek en thema is  trouwens aan te bevelen vanuit meerdere taalaspecten, je krijgt er meer betekenisvolle taal mee in de klas, meer betekenisvol spel en gerichte woordenschatuitbreiding. Door ook steeds de nieuwe woorden te koppelen aan de kennis van de wereld die de leerlingen al hebben krijg je verdieping van taal en woordenschat rondom het thema.

     

      Begrijpend luisteren is een belangrijk onderdeel van het taalaanbod.

      Hoe is dit bij jullie ingeroosterd is? laat het me weten in een reactie hieronder.

      Tos tips op een rijtje!

      Tos tips op een rijtje!

      De TOS maand Oktober

      De maand oktober  staat ieder jaar in het teken van de Wereld TOS dag. Dus ook hier bij Digitaalspeciaal.

      Dagelijks geef ik TOS tips en links via Instagram, Facebook en Twitter om meer bekendheid te geven aan de diagnose TOS oftewel Taalontwikkelingsstoornis.

      TOS is nog veel te onbekend als diagnose en wordt heel vaak verward met ASS of ADHD. De leerlingen met een TOS verdienen bekendheid en erkenning.
      Want een TOS heeft invloed op je denken, je sociale contacten….ja op alles dus!

      Wil je mijn tips lezen, of gewoon meer informatie over TOS krijgen?
      Heb je een leerling met een TOS in de klas en zoek je handvatten?
      Klik dan hieronder door naar mijn artikelen of lees alle TOSTips op een rijtje.

       

      TIP:

      Downlaod hieronder mijn poster met TOStips  en hang hem op in jouw lokaal, wachtruimte of in de koffiekamer van jouw school. Want samen zetten we TOS op de kaart!

       

      20 TOStips voor in de klas op een rijtje

      20 TOStips voor in de klas op een rijtje

      Oktober is TOS maand

      Ieder jaar op 20 oktober is het wereld TOS dag. Deze dag is wereldwijd erkend en is bedoeld om meer bekendheid te geven aan de diagnose Taalontwikkelingsstoornis.

      Sinds 1987 werk in in het cluster 2 onderwijs, dit is het speciaal onderwijs wat gericht is op leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis en slechthorendheid.
      Ik ben hier als beginnend leerkracht begonnen via een stageplek tijdens  mijn opleiding, na wat omzwervingen in het regulier onderwijs kreeg ik een parttime baan  aangeboden op de Spreekhoorn in Breda.
      Vanaf dat moment is mijn liefde voor de TOS leerling en het cluster 2 onderwijs alleen maar gegroeid.

      Na 31 jaar voor de groep te hebben gestaan vond ik het in 2018  jaar geleden tijd voor een nieuwe uitdaging.
      Inmiddels werk ik als ambulant dienstverlener voor Auris AD Breda en ga  ik naar reguliere basisscholen om leerlingen met een cluster 2 arrangement en hun leerkrachten te begeleiden in de praktijk. 
      Hier blijkt iedere dag weer dat de diagnose TOS en de begeleiding hiervan nog vaak te weinig bekend is.

       

      Handvatten voor in de klas

      Via mijn Facebookpagina, mijn Instagram account en Twitter deel ik daarom veel handvatten, tips en tops voor in de klas om in te zetten bij het begeleiden van een TOS leerling.

      Omdat het er best veel zijn, en jij natuurlijk niet iedere dag jouw Social Media minutieus volgt, heb ik de tips van deze maand hieronder op een rijtje gezet.
      Handig om zo bij elkaar te hebben dacht ik zo.

      Heb je toevallig een leerling met een TOS in de klas, of heb je leerlingen met een taalachterstand?
      Voor beide groepen zijn deze tips bruikbaar.

       

      20 TOS-tips op een rijtje

       

      1. Weet wat TOS betekent.
      TOS is een relatief onbekende diagnose, maar wist je dat 5 tot 7% van de bevolking een taalontwikkelingsstoornis heeft?
      TOS is een aangeboren stoornis en het is per persoon afhankelijk hoeveel invloed de TOS heeft op het leervermogen en algeheel functioneren.

      2. Verwar woordvindingsproblemen niet met iets anders.
      Woordvindingsproblemen worden vaak verward met de aanname dat een leerling het antwoord niet weet.
      Geef denktijd, kondig je vraag aan en kom er later op terug. Een TOS leerling heeft die extra tijd hard nodig.

      3. Beperk de onzekerheid zoveel mogelijk.
      Leerlingen met een TOS zijn vaak onzeker. Woordvindingsproblemen leiden tot onzekerheid, niet meer deelnemen aan een gesprek, een zwakke communicatieve redzaamheid en frustratie. Leg geen druk op een antwoord, ga eerst naar een andere leerling en kom later bij die TOS-leerling terug.

      4. Download de Spiekkaart van Auris.
      Vertel eens , Wat is dat? TOS?


      Deze kaart geeft korte informatie over mogelijke oorzaken, aantallen, signalen, aanpak en invloed.
      Download hem gratis en leg er een aantal in jullie teamkamer.

       

      5. Straal rust en vertrouwen uit.
      Wanneer je ziet dat een leerling een vraag verwerkt, laat dan door je houding en gezichtsuitdrukking zien dat je de leerling tijd geeft.

      6. Kies voor een taalmuur.
      Het is te allen tijde belangrijk om alle kinderen een houding aan te leren om zich bewust te worden van woorden die ze (nog) niet kennen. Met de taalmuur heb je hier een visuele reminder voor. Zodra je een lastig woord tegenkomt in je les, bij welk vak dan ook, kun je samen beslissen of dit woord op de taalmuur thuishoort. Doe dit hardop denkend voor.
      Blijf dit herhalen.  Noteer niet alle moeilijke woorden, maak keuzes hierin.

       

      7. Werk met de viertakt van Verhallen.
      Wist je al dat de viertakt van Verhallen (Met woorden in de weer) een hele goede manier is om woordenschat aan te bieden. De methode LOGO 3000 werkt ook via dit principe. Maar je kunt deze viertakt natuurlijk toepassen op alle woordenschatlessen. 

      8. Maak een persoonlijk  woordenboek.
      Probeer eens een persoonlijk woordenboek te maken voor alle lastige woorden voor een leerling. Laat de leerling er zelf tekeningen bij maken of laat er foto’s bij zoeken. Maak het woordenboek persoonlijk.

      9. Zorg voor Pre-teaching bij zaakvakken.
      Pre-teaching en voorbespreken van teksten bij zaakvakken helpt om tijdens de les beter aan te haken. Bespreek samen de moeilijke woorden, kies er een paar uit om te visualiseren, doe dit samen tijdens een les of kleine kringmoment.

      10. Houd Formats voor visuele taalpresentaties bij de hand.
      Zorg dat je altijd lege visualisatieschema’s zoals woordwebben, woordkasten, enz. bij de hand hebt, die je ter plekke, waar de kinderen bij zitten, kunt invullen en op je taalmuur kunt toevoegen. Het kost tijd, maar levert des te meer op!

      11. Gebruik zoveel mogelijk visuele taalpresentaties.
      Semantische netwerken worden versterkt, woordenschat wordt vastgelegd in het geheugen wanneer er een visuele taalpresentatie wordt gemaakt waar de leerling kan zien hoe dit nieuwe woord zich verhoudt tot de andere woorden die hij of zij al kent.

      12. Download gratis.
      Wist je dat je gratis formats  voor woordwebben, woordkasten en dergelijke kunt downloaden op de site van Rezulto?
      Handig om kant en klaar in je lokaal te leggen zodat je ze ter plekke, samen met de leerlingen, kunt vullen en op je taalmuur kunt toevoegen. Kijk op
      https://www.rezulto.nl/praktijkmateriaal/

      13. Neem spreekpauzes.
      Heel veel leerkrachten praten op een hoog tempo tijdens de instructie. Er moet van alles gebeuren, de dag is zo om, je bent lekker bezig, je ziet dat de meeste kinderen het kunnen volgen, maar………… wat doet de leerling met een TOS? Die haakt af. Wist je dat je heel gemakkelijk denktijd aan een leerling kunt geven door gebruik te maken van bewuste
      #adempauzes tijdens jouw instructies? 
      Besef dat je door een hoog spreektempo weinig verwerkingstijd geeft aan leerlingen. Neem dus regelmatig een adempauze, teken of schrijf even iets op het digibord. Neem spreekpauzes!

      14. Verlaag je spreektempo.
      Laat tijdens instructies iets zien, teken iets op het digibord of laat gewoon even een stilte vallen? Neem een slokje koffie of thee. Geef verwerkingstijd, beurtstokjes worden hiervoor vaak gebruikt bij het controleren, maar begin eens met je eigen instructie, verlaag je spreektempo.

      15. Model jouw denkstrategieen.
      Het is belangrijk om tijdens het voorlezen af en toe uit je rol als voorlezer te stappen en voor te doen (modelen) hoe je denkt over een bepaalde zin of een woord uit de tekst. Laat zien en horen hoe je nadenkt, wat je gedachten zijn bij de tekst en wat jouw vragen zijn die je krijgt tijdens het lezen. Visualiseer dit kort met een steekwoord, een tekening of een aanwijsgebaar naar een herkenningspunt in de klas of op de taalmuur.

      16. Maak gebruik van de sterke kant van een TOS-leerling.
      Leerlingen met een TOS zijn visueel sterker dan auditief, maak hier gebruik van.
      Ga bijvoorbeeld bij een themaopening ergens kijken, regel een bezoek of zorg voor materialen die kunnen worden bekeken, gevoeld, ervaren. Zo wordt (nieuwe) taal betekenisvol.

      17. Consolideer de nieuwe woorden.
      Wist je dat je leerlingen met een TOS nieuwe woorden zelf actief moeten gebruiken in spel, oefeningen of coöperatieve werkvormen voordat ze echt geconsolideerd worden?

      Ga dus met vaste regelmaat aan de slag met consolideerspelletjes rondom de nieuwe, lastige woorden. 

      18. Besteed extra aandacht aan abstracte taal.
      Wist je dat het aanleren en bespreken van taalgrapjes en spreekwoorden heel belangrijk is bij leerlingen met een TOS?
      Je kunt dit doen door middel van gesprek/spel en ondersteunend tekenen.
      Boekentip: Gooi het maar in mijn pet van Annelies Karelse (uitdrukkingen en zegswijzen getekend en uitgelegd)

      19. Visualiseer zoveel mogelijk.
      Wist je dat visualiseren echt heel goed helpt voor leerlingen met een TOS om beter deel te nemen aan een gesprek?
      Het zorgt voor denktijd en door betekenisvolle ervaringen eraan te koppelen maak je de taal meer zichtbaar en herkenbaar.

      20. Gebruik gebarentaal.
      Gebarentaal komt niet alleen van pas in de communicatie met dove of slechthorende cliënten.
      ‘Gebaren’, zoals Crasborn het spreken van de taal noemt, heeft meer praktische voordelen. Je kunt er beter mee communiceren in lawaaiige ruimtes, je kunt er op afstand mee communiceren of door een raam heen. Bovendien is er in de multiculturele samenleving een grote kans dat je leerlingen hebt die niet goed Nederlands spreken. Ook in gesprekken met hen zal ondersteuning met gebaren het begrip van de gesproken taal vergroten.

      Sterker in taal door spel

      Seizoen 3, aflevering 2. Sterker in taal door spel"Een goede taalontwikkeling is de basis om te komen tot communicatie en interactie, stelt ons in staat gedachten en emoties te benoemen en te ordenen, is van groot belang om te leren redeneren en problemen op te...

      TOS en fonologische problemen

      Een kind met fonologische problemen in de klas Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Je krijgt een kind in de klas wat moeilijk verstaanbaar is.  Het kind vervangt veel klanken of spreekt ze anders uit. Vaak is het al in behandeling bij een logopedist die een passend...

      Meertaligheid en TOS

      Seizoen 3, aflevering 1 In gesprek met Riet GrauwelsSeizoen 3, Aflevering 1 "Meertaligheid: Een kans, geen probleem" Ik ben geboren in Vlaanderen en ben oorspronkelijk logopedist en stottertherapeut. Tegenwoordig werk ik al vele jaren bij de ambulante dienst van Auris...

      Review TOS in basisonderwijs en speciaal basisonderwijs

      Taalontwikkelingsstoornissen in het basisonderwijs en speciaal basisonderwijs Er is een nieuw boek van Bernadette Sanders op de markt gekomen. TOS in het basisonderwijs en speciaal basisonderwijs.In haar reeks: TOS in de klas, TOS en het jonge kind, TOS in het VO en...

      Fonologische problemen en lezen

      Je hebt het vast wel eens meegemaakt. Je krijgt een leerling in de klas die moeilijk verstaanbaar is.De leerling vervangt veel klanken of spreekt ze anders uit. Vaak is deze leerling al wel in contact gekomen met een logopedist die een compleet behandeltraject met het...

      Schooltas inpakken met een app

      TOStips.nl heeft een een superhandige tool uitgebracht.De Schooltas inpakken web-app voor kinderen met (en zonder) een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Je staat er niet altijd bij stil, maar ogenschijnlijk simpele opdrachten (denk aan: ga naar je bed of pak je...

      Review taal in het kwadraat

      Taal in het kwadraat  In deze review het boek van prof. dr. Constance Vissers e.a. over TOS, innerlijke taal en executieve functies.TOS ofwel taalontwikkelingsstoornis blijft een van de meest onbekende diagnoses, maar gelukkig wordt er steeds meer onderzoek gedaan...

      Een stappenplan voor Close Reading en TOS

      Een stappenplan voor Close Reading en TOS   Hoi, mijn naam is Monique en in dit gastblog neem ik je mee in mijn werk als leerlingbegeleider van leerlingen met een TOS.Vanuit mijn werk als leerlingbegeleider bij Auris ambulante dienstverlening werk ik vaak met...

      Bouke bouwt, een app voor zinsbouw bij TOS

      [][/]Een review van de app Bouke Bouwt Dit keer gaat deze review over een serious game die speciaal voor en door logopedisten is ontwikkeld om kinderen van 7-10 jaar te laten oefenen met zinsstructuren.In het voorjaar van 2022  volgt ook een app release. In Bouke...

      TOS en het jonge kind

      Taalontwikkelingsstoornissen bij het jonge kind Dit is de titel van het nieuwste boek van Bernadette Sanders. Ik zei het al in een eerdere review, er zijn meer boeken geschreven over TOS, maar de boeken van Bernadette Sanders  lezen steeds weer als een trein en...

      Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

      Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

      Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

      Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
      Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

      Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

      Pin It on Pinterest