Waarom schooltaalwoorden thuishoren in jouw les!

Waarom schooltaalwoorden thuishoren in jouw les!

Schooltaalwoorden wat zijn dat?

Vanaf het moment dat een leerling in groep 1 de school binnenstapt, krijgt het woorden te horen die thuis in de dagelijkse setting niet zo vaak voorkomen.
Leerkrachten die een instructie geven, regels van de klas uitleggen of een gesprek voeren in een kring gebruiken nu eenmaal andere woorden dan ouders of familie thuis. Dit zijn schooltaalwoorden.

In verschillende bronnen op het internet wordt ook wel gesproken over DAT woorden en CAT woorden.

DAT staat voor: Dagelijkse algemene taalvaardigheid.
CAT staat voor: Cognitieve academische taalvaardigheid.

DAT woorden noemen we hoogfrequente woorden

Dit zijn de woorden die in de dagelijkse omgang vanaf de geboorte worden aangeleerd en vaak ook in betekenisvolle contexten gebruikt worden.
Deze taal gaat over het hier en nu, over concrete woorden en zinnen met een duidelijke context. Vaak wordt hiervoor de BAK-lijst gebruikt, een basiswoordenlijst met 3000 woorden. In die lijst zie je dat 90% hoogfrequente woorden zijn die vaak aangeboden worden in thema’s, maar die eigenlijk voor veel kinderen al bekend zijn.

CATwoorden noemen we laag frequente woorden oftewel schooltaalwoorden.

Dit zijn de woorden die in kringgesprekken,  leesteksten, in boeken en bij vakgebieden zoals aardrijkskunde, maar ook bij rekenen steeds vaker voorkomen. Ook in de BAKlijsten vind je er een aantal, zodra je weet waarop je moet zoeken.

Als kinderen ouder worden en meer taal leren, is het belangrijk dat de stap naar de Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT) wordt gemaakt. Deze overgang is een geleidelijk proces, waarin er een overgang plaatsvindt van concreet naar abstract taalgebruik. Er worden nu ook complexe verbanden gelegd. En de taal wordt steeds nauwkeuriger en specifieker. Een voorbeeld is: Het wordt warmer (DAT) > De temperatuur stijgt (CAT). Omdat de ontwikkeling van CAT meestal op school plaatsvindt, wordt CAT ook wel schooltaal genoemd.

Bron: https://www.onderwijswereld-po.nl 

 

Schooltaalwoorden in groep 1-3

In groep 1-3 zijn dit veelal woorden die in een kring en bij instructiemomenten gebruikt worden zoals (vinger) opsteken, de beurt krijgen, eerst, daarna.

Maar ook woorden die de leerlingen aanzetten tot denken en doen zoals: doorgeven, bijzetten, direct, voor het eerst, daardoor, zometeen, volgens, eigenlijk, natuurlijk, (echt)waar, zeker, zomaar, vergeten.
Deze woorden worden benoemd als schooltaalwoorden.

Schooltaalwoorden voor de onderbouw zijn dus woorden die niet frequent gebruikt worden in de dagelijkse setting, die dus nieuw zijn en waarbij een leerling niet direct een handeling, fysieke actie of voorwerp kan bedenken.

Schooltaalwoorden in groep 4-8

In groep 4 tot en met groep 8 komen er nog veel meer schooltaalwoorden bij. 
Dit is niet zo vreemd, we starten in die groepen immers ook met de zaakvakken en het begrijpend lezen.

 

Bij schooltaal vanaf groep 4 onderscheiden we drie soorten moeilijke woorden:

1. Algemene schooltaalwoorden, woorden die in allerlei schoolse teksten voorkomen
   (zoals mogelijkheid, functie, gevolg etc.).
2. Algemene vaktaalwoorden, woorden die in veel teksten binnen één vak voorkomen
   (zoals bij wereldoriëntatie: bevolking, vulkanisch, erosie of landbouw).
3. Specifieke vakwoorden, tekst- en vakgebonden woorden
   (zoals zandverstuiving, Februaristaking of kasteelheer).

 

De beide categorieën algemene schooltaalwoorden blijven in de les vaak onbesproken, terwijl het accent vaak op de specifieke vaktaalwoorden ligt.

Dit is jammer, want juist die algemene schooltaalwoorden zijn voor taalzwakke kinderen en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis niet zo makkelijk.
Het zijn namelijk woorden die ze zelf niet zo snel zullen gebruiken, en daardoor minder snel zullen opnemen in hun mentale lexicon, hun interne woordenboek. 
Het zijn ook woorden die je slecht kunt visualiseren zonder context, maar die wel degelijk een zin of een tekst kunnen bepalen qua betekenis.
Want hoe leg je eigenlijk het woord “meteen” uit?

 

Waarom horen schooltaalwoorden in jouw lesaanbod thuis?

Juist die algemene schooltaalwoorden zorgen er dus vaak voor dat een tekst niet goed begrepen wordt.  
Het zijn woorden waar je niet direct een afbeelding of associatie bij kan bedenken. Het zijn woorden die om context vragen om ze te begrijpen.
Het is dus van belang om aan deze woorden aandacht te besteden in een betekenisvolle context.

 

 

Wist je dat....

Voor het volledig kunnen begrijpen van een tekst heb je kennis nodig van 95% van de gebruikte woorden in die tekst!

Waar vind ik die schooltaalwoorden?

 Speciaal voor dit artikel ben op het internet gaan zoeken. Er zijn veel publicaties over schooltaalwoorden, maar heel vaak gericht op het VMBO onderwijs of de bovenbouw van het primair onderwijs.

Ook is er veel geschreven over DAT en CAT woorden bij meertalige kinderen. Hierover meer in een ander blog.

Daarom ben ik zelf aan de slag gegaan.

Download hieronder mijn schooltaalwoordenlijst voor groep 1 -4.

Dit zijn woorden die ik uit de BAK-lijst van groep 1-2 heb gelicht en in een apart document voor jou heb verzameld.
Deze woorden zijn zeker ook bruikbaar en belangrijk voor leerlingen uit groep 3 en 4 met een zwakke woordenschat.

Als bonus heb ik ook de emotiewoorden er aan toegevoegd. Ook deze woorden zijn belangrijk om in hun diverse vormen aan te bieden en te bespreken. Waarom? Dat lees je ook op deze download.

Werk je in groep 5 of hoger, download dan via de knop hieronder de overzichtslijst van het CED. Hier vind je een lange lijst met schooltaalwoorden op alfabetische volgorde.

 

Hoe bied je deze schooltaalwoorden aan?

Het aanbieden vraagt dezelfde discipline als de overige woordenschat.

  • Spreiden en herhalen van het aanbod
  • Aanbieden via de viertakt van Verhallen.
  • Altijd aanbieden in een betekenisvolle context
  • Altijd binnen deze context visualiseren.

Op de website van Weerwoord vind je goede voorbeelden hiervan.

Ga naar de site van Kentalis en zoek bij het tabblad “losse weerwoorden” naar schooltaalwoorden.

 

Aan de slag met schooltaal of CAT woorden?

Deze woordenlijsten zijn vooral bedoeld als richtlijn en hulpmiddel. Schooltaal leer je het beste door rijke teksten en boeken en andere media te lezen en te bespreken. Hierdoor implementeer je de woorden in een betekenisvolle context.
Voor jezelf als begeleider is het goed om attent te blijven op deze woorden, aan de hand van de lijsten dus.
Zoek je toch een manier om ermee aan de slag te gaan? Ga met je leerling teksten of verhalen lezen die net boven het leesniveau zitten. Deze bevatten sneller rijke taal en de inhoud is vaak wat uitdagender.

Samen lezen van wat moeilijker teksten kan een uitdaging vormen. 
Er zijn verschillende manieren om het lezen toch te begeleiden en niet op frustratie te laten uitdraaien.

  • Lees voor-koor-door. (Stap 1: je leest een pagina of alinea voor, Stap 2: je leest hardop samen. Stap 3: je laat de leerling hardop de pagina of alinea nog eens lezen)
  • Lees in duo (Om en om 2 regels hardop lezen)
  • Lees als een papegaai (Lees ieder 2 zinnen waarbij de ander steeds de laatste zin van de voorganger herhaalt en zelf weer een nieuwe zin leest).

 

Bespreek altijd je gelezen teksten en kies 1 keer per week ervoor om de schooltaalwoorden te arceren.
Bespreek dit ook weer en kies (samen) 1 of 2 woorden voor die week uit. Die woorden schrijf je dan vervolgens ergens op een centrale plek waar je vaak langsloopt zodat het in het oog springt en je zelf en de leerlingen steeds herinnerd worden aan de woorden.
Denk aan een poster op de klassendeur, een lichtbak (action) of een whiteboard en probeer de hele week door in allerlei contexten en activiteiten het woord van de week  (of allebei de woorden) te herhalen en te gebruiken in allerlei vormen.
Stimuleer en motiveer de hele groep om actief mee te doen. Complimenteer ook wanneer leerlingen zelf komen met een voorbeeld van het gebruik van dat woord Zo oefen je terloops en vooral veel en regelmatig, wat voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) erg belangrijk is.

 

Meer lezen?

 

Besteed jij expliciet aandacht aan schooltaalwoorden?

Laat in een reactie hieronder weten hoe jij dit soort woorden in jouw (les)aanbod inpast.

Ik ben benieuwd naar jouw input!

Woordenschat en leerlijnen

Woordenschat en leerlijnen

Werken aan woordenschat, waarom en hoe?

Het klinkt als iets waar iedere leerkracht eigenlijk automatisch aan werkt, en eigenlijk is het dat ook.

Toch krijg ik nog best vaak vragen zoals:

  • Hoe is die leerlijn nu ook weer opgebouwd?
  • Waar moet ik op letten bij mijn woordenschatonderwijs?
  • Hoe kan ik het beste extra aandacht geven aan mijn woordenschatonderwijs?

 

Woordenschat onderwijs, dat doe je de hele dag

 

Bij alle activiteiten in jouw klaslokaal of bij al je gesprekken thuis of tijdens een ondersteuningsmoment gebruik je taal.
Je bent continu iets aan het vertellen, iets aan het vragen, iets aan het uitleggen.  Je bent de hele dag aan het communiceren.  zowel verbaal als nonverbaal. Je gebruikt je mimiek, je intonatie en je stemvolume om bepaalde woorden te verduidelijken of kracht bij te zetten
Ben je hier ook bewust van en ga vooral de moeilijker woorden niet uit de weg maar leg ze uit, verduidelijk ze tijdens je verhaal. Gebruik ook regelmatig informatieve boeken om zo de de taal te verrijken van kinderen.

Een voorbeeld

 

Uit het boek “Een haan gaat op wereldreis” van Eric Carle

Na het citaat het extra stukje taalaanbod wat je zou kunnen geven om woorden in de context te verduidelijken.

We zijn zo bang mompelen de vissen.  

De vissen schamen zich en durven het niet hardop te zeggen.  Ze mompelen maar een beetje. Ze zeggen niet hardop “wij zijn zo bang”, maar ze mompelen “wij zijn zo bang”. (Gebruik hierbij dus je intonatie als voorlezer.)

Aan dat soort dingen had de haan niet gedacht.
Hij wil wel op wereldreis, maar hij heeft niet voor eten en onderdak gezorgd.

De haan had voor eten gezorgd, maar de dieren moesten natuurlijk ook ergens slapen. Niet ergens buiten maar liefst ergens binnen, een huisje, een holletje of een nestje, ergens waar ze onderdak hebben, een fijn plekje om te slapen. Een veilig onderdak.

 

Eigenlijk werk je continu aan woordenschat.

Als leerkracht ga je bewust met je taalaanbod om.
Je gebruikt niet alleen de dagelijkse algemene woordenschat maar je gebruikt ook steeds vaker themawoorden in je gesprek, je gebruikt vaktermen wanneer je over een bepaald onderwerp praat en je gebruikt minder alledaagse woorden zoals voegwoorden (omdat, daarom, als), verwijswoorden(hij, zij, haar, hem,dit,dat), schooltaalwoorden (woorden die de woordenschat verdiepen en verbreden en aanzetten tot taaldenken)  en verschillende vormen van werkwoorden (gezwommen, gebleven, liepen).

 

Het verloop van de opbouw van woordenschat

Hoe verloopt eigenlijk de leerlijn van woordenschat? 

Volgens het CED kun je de woordenschat leerlijn als volgt indelen:

Groep 1-3

De leerlingen:

  1. Beschikken over een basiswoordenschat 
  2. breiden gericht hun (basis)woordenschat uit
  3. leiden nieuwe woordbetekenissen af uit verhalen
  4. zijn erop gericht woorden productief te gebruiken
  5. maken onderscheid tussen betekenisaspecten van woorden.                                    (CED)

 

In eerste instantie worden vooral zelfstandige naamwoorden en werkwoorden verworven.
Vanaf de leeftijd 3 a 4 jaar gaat dit versneld omdat kinderen dan naar school gaan.
Woorden van buiten hun belevingswereld komen er in een rap tempo bij.

 

De BAK-lijsten (BAK staat voor Basiswoordenlijst Amsterdamse kleuters. ) zijn toonaangevend voor de groepen 1-2.

De BAK-lijsten staan in het onderwijs bekend als ‘de placemats’.  De lijsten zijn ingedeeld per groep en bieden verdeling in een themagericht aanbod, een minimumaanbod en een uitbreidingsaanbod. 

De 3000 woorden zijn de basis voor een goede woordenschat aan het eind van groep 2.

TIP: Download onderaan de pagina de Baklijsten voor groep 1 en 2

 

Groep 4-5

De leerlingen:

  1. verbreden en verdiepen hun woordkennis
  2. hanteren strategieën voor het afleiden van woordbetekenissen
  3. hanteren strategieën voor het onthouden van woorden
  4. kennen betekenisrelaties tussen woorden (onderschikking/bovenschikking, bijvoorbeeld: fruit-appel)
  5. begrijpen figuurlijk taalgebruik.                                    (CED)

 

Woorden kun je halen uit woordenschatlijsten via Digiwak.

Kijk maar eens op deze lijst met woorden.
Hier zijn woordenschatlijsten per groep en per thema op te roepen.
Om alle schoolse activiteiten en de lesstof van alle vakken bij te kunnen benen is een goede woordenschatverwerving nodig. Woordbetekenissen worden verdiept. Er worden strategieën aangeleerd om woorden en hun betekenis te ontdekken en er worden steeds meer betekenisrelaties tussen woorden gelegd.
Vanaf groep 5 komt figuurlijk taalgebruik herkennen er ook bij.

 

TIP: bekijk via de link onderaan de pagina de digiWAKlijst voor groep 3-8

 

Groep 6-8

De leerlingen:

  1. kunnen hun woordenschat zelfstandig verbreden en verdiepen
  2. kunnen strategieën verwoorden voor het afleiden en onthouden van woordbetekenissen
  3. kunnen woorden buiten de context definiëren
  4. leggen zelf betekenisrelaties tussen woorden
  5. passen figuurlijk taalgebruik toe.                                    (CED)

 

Vanaf groep 6 worden nieuwe, veelal abstracte woorden geleerd op basis van een aantal bekende woorden.

Bijvoorbeeld:

  • Bij boos denk je nu aan woedend en furieus
  • Bij boom denk je nu aan loofboom, spar, naalden of bladkroon
  • Maar ook woorden als alsmaar, aandachtig, echter, hoewel.

 

Er wordt voortgebouwd op woorden die het kind al kende.
Minder frequente woorden worden aangeboden en geleerd, zodat de eerdere bekende woorden meer diepgang krijgen. Ook figuurlijke taalgebruik komt erbij.
Schooltaalwoorden worden belangrijk om alle vaktermen en begrijpend leesteksten te kunnen volgen.

 

Klik hieronder op de link om meer over schooltaalwoorden te lezen, wat dit zijn en waar je ze kunt vinden.

 

Grote verschillen vanaf de kleuterleeftijd.

Er bestaan grote verschillen tussen kinderen op het gebied van hun taalontwikkeling, wanneer ze groep 1 binnenwandelen.
Dat maakt het voor leerkrachten lastig differentiëren. De verschillen tussen de kinderen die met een beperkte woordenschat starten met school en kinderen met een rijke woordenschat worden in de loop van de basisschool alleen maar groter.

Een kleutergroep bevat al snel drie verschillende startniveaus op het gebied van woordenschat en taal. 
Wat is dan de oplossing? 

 

Wist je dit van woordenschat?:

  • Wist je dat een gemiddelde leerling groep 3 binnenkomt met gemiddeld 3000 woorden?
  • Wist je dat dit aantal bij leerlingen met een TOS of een taalachterstand vaak maar de helft is (1500=peuterniveau).
  • Wist je dat een Nederlandstalige leerling in groep 8 gemiddeld 17.000 woorden kent?
  • Wist je dat een anderstalige leerling in groep 8 gemiddeld 10.000 woorden kent?
  • Wist je dat een anderstalige leerling vaak een taalachterstand heeft, en dat een taalstoornis alleen maar duidelijk wordt door ook de moedertaal ook te screenen?
  • Wist je dat jij en ik, als volwassene, gemiddeld 60.000 woorden kennen?
  • Wist je dat je een tekst pas goed kunt begrijpen wanneer je 95% van de woorden in die tekst ook kent?

 

Wat kun je doen met woordenschat in de klas

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of een taalachterstand hebben veel in te halen.
Stel je voor dat je het verschil tussen 1500 en 3000 in de kleutergroepen wilt oplossen, of dat je de leerlingen aan het eind van groep 8 al die 17.000 woorden wil hebben aangeboden.

Dat vereist een sterke discipline. je praat dan al snel over 14.000 woorden verdeeld over groep 3-8. Dat is meer dan 2000 woorden per leerjaar. Omgerekend zijn dat dan 50 nieuwe woorden per week!!

 Gelukkig leren de leerlingen veel woorden incidenteel, tussendoor in gesprekken of verhalen. Ze worden in een context aangeboden, in zinnen, of verhalen, die de woordbetekenis duidelijk maken.

Toch zullen er zeker een aantal woorden ook intentioneel moeten worden aangeboden, volgens een vaste en beproefde methode met voldoende aandacht en terugkerende aandacht waardoor de woorden ook goed geconsolideerd worden.

De viertakt van Verhallen, beter bekend als “met woorden in de weer”is hiervoor een beproefde methode.
Klik hieronder om verder te lezen wat het is en hoe je het toepast in de klas of in jouw begeleiding.

 

De 5 belangrijkste pijlers voor goed woordenschatonderwijs

 

  1. Ieder intentioneel gekozen woord wordt in een juiste context aangeboden worden.
  2. Een intentioneel gekozen woord moet moet minimaal 7 x herhaald worden. (liefst 10-15 keer)
  3. Een intentioneel gekozen woord moet altijd en in relatie tot andere woorden worden geplaatst en dit moet worden  gevisualiseerd met bijvoorbeeld een woordweb, een woordkast of een woordparachute.
  4. Wanneer je een moeilijk woord tegenkomt, model dan hoe je achter de betekenis zou kunnen komen. Denk hardop na , gebruik voor de voor jouw leerlingen bekende strategieën zoals terugkijken in het boek, opzoeken op het internet, teruglezen in de tekst, opzoeken op de taalmuur, enz. 
  5. Gebruik een vaste plek in jouw lokaal voor een taalmuur. Hierop gebruik je een vast gedeelte als ruimte  voor woordenschat. gebruik niet te kleine materialen, maak het zichtbaar voor alle leerlingen en kom er gedurende de week regelmatig op terug met bijvoorbeeld de consolideeroefeningen.

Bonustips:

Wil je de woordenschat van je basisschoolleerlingen vergroten?

2 tips vanuit de geheugenpsychologie: herhaal en spreid!

Uit onderzoek is gebleken dat twee strategieën bijzonder effectief zijn bij het opdoen van nieuwe woorden: het spreiden van leermomenten en het ophalen van kennis uit het geheugen.

Wil je leerlingen bijvoorbeeld iets nieuws leren, prop dan niet alle instructie in één of twee sessies, maar spreid de instructie over de tijd. En wil je ze laten oefenen met nieuwe kennis, vraag ze dan niet om de informatie nog eens te lezen, maar laat ze antwoorden geven op (zelfbedachte) vragen. 

Bron:

Gino Camp en Nicole Goossens, ‘Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool’. Open Universiteit/NRO, 2016 in Didactief online 

 

Hoe zet jij in op woordenschat in jouw praktijk?

Laat het hieronder weten in een reactie.

Nieuwe review met winactie

Nieuwe review met winactie

Review met winactie

Een prentenboek speciaal geschreven voor jonge kinderen met een taaontwikkelingsstoornis (TOS) of gehoorstoornissen (slechthorend/doof D/SH)

Prentenboek Sam en Mia met bijpassende app

In dit boek worden 48 woorden rondom het thema kleding behandeld in een leuk en herkenbaar verhaal. 

Aangevuld met een app, een luisterverhaal, een spel en gebaren in NGT en NmG is dit een must in iedere groep met leerlingen waar woordenschattraining en taal een uitdaging is.

win een gratis app!

Van de makers van het boek mag ik een promocode van de app verloten.

Wil jij de app graag inzetten voor jouw leerlingen of thuis?

Ga dan snel naar de reviewpagina en laat je reactie daar achter.

Op 31 mei kies ik een winnaar!

Weerwoord van Kentalis online

Weerwoord van Kentalis online

Weerwoord van Kentalis is Online !!

 

Sinds deze maand is de site Weerwoord van Kentalis online. Dat is goed nieuws voor iedereen die werkt met Nieuwsbegrip en leerlingen met een Tos of een taalachterstand.
Deze site is namelijk een superhandig hulpmiddel om de lessen begrijpend lezen en Nieuwsbegrip  op een prachtige manier aan te vullen met woordenschatlessen volgens de methode “Met woorden in de weer”.
Werk je met jongere kinderen, lees dan ook even de tips voor gebruik van deze site in de onderbouw.

 

Wat kun je doen met Weerwoord? 


Bij het vak begrijpend Lezen wordt op scholen vaak gebruik gemaakt van Nieuwsbegrip.
Kentalis Weerwoord bestaat uit semantisatielessen waar woorden uit Nieuwsbegrip visueel worden gemaakt, zodat leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) deze woorden beter leren te begrijpen.

Bekijk hieronder het filmpje met uitleg.

Met woorden in de weer

De semantisaties zijn gemaakt volgens de methode “Met woorden in de weer”

Nieuwe en lastige woorden uit de lessen van nieuwsbegrip, worden met visuele hulpmiddelen zoals afbeeldingen of filmpjes in een Powerpoint presentatie wekelijks klaargezet door logopedisten van Kentalis.
De uitleg en het aanleren van de woorden gebeurt volgens vaste taalstructuren die we kennen van de methode “Met woorden in de weer”.

Je kent ze wel, de woordparaplu (voor woordcategorieën) , de woordkast (voor tegenstellingen) , het woordweb (voor brainstorm en verzamelclusters) en de woordtrap (voor vergelijkingen)
Elke dinsdagochtend om 12.00 uur verschijnt de nieuwe aanvulling, gemaakt naar aanleiding van de lessen van Nieuwsbegrip van die week.
Altijd up to date en bruikbaar in iedere klas.  En helemaal gratis en vrij toegankelijk voor iedereen!!

Veel leerlingen zullen baat hebben bij deze prachtige presentaties, niet alleen leerlingen met een TOS of een taalachterstand.
Ontzettend bedankt dus aan onze collega’s van Kentalis!

 

Waarom weerwoord?

Kinderen met TOS hebben intensief woordenschatonderwijs nodig waarbij woordclusters worden aangeboden en gedurende langere tijd worden herhaald en ingeoefend. Daarnaast hebben zij breed woordenschatonderwijs nodig, waarbij veel woorden worden aangeboden en in context worden uitgelegd. Weerwoord is bedoeld om de leerlingen beter te laten participeren bij de lessen van Nieuwsbegrip. Weerwoord vervangt niet het intensieve woordenschatonderwijs, dat kinderen met TOS nodig hebben. Het is een ondersteuning en aanvulling.

Weerwoord is volgens mij voor heel veel leerlingen een welkome aanvulling op onze taallessen. Veel leerlingen zullen gebaat zijn bij deze prachtige visuele ondersteuning in de taallessen.

 

Niet alleen handig voor nieuwsbegriplessen

De site Weerwoord is niet alleen handig voor nieuwsbegriplessen. Op een speciale pagina krijg steeds je uitleg over meerdere aspecten en gebruikerstips.

Je kunt er lezen:

  • Hoe je weerwoord kunt gebruiken, voorafgaand aan een Nieuwsbegrip-les.
  • Er wordt uitgelegd hoe je een taalmuur laat aansluiten op jouw woordenschatlessen.
  • Je krijgt tips over het gebruik in de praktijk.
  • Je kunt je inschrijven voor een nieuwsbrief zodat je een melding krijgt bij nieuwe updates.
  • Op de pagina weerwoordlessen kun je  lessen terugzoeken, gefilterd op datum, onderwerp en niveau.
  • Op de pagina Losse weerwoorden vind je semantisaties op inhoud.
  • Je vindt er tips voor consolideerspelletjes. Hieronder heb ik mijn verzameling consolideerspelletjes als download klaargezet.
    TIP: Lamineer en knip ze tot kleine kaartjes. Maak er vervolgens een dagelijkse routine van om twee spelletjes per dag te kiezen.

 

Schooltaalwoorden en losse weerwoorden

Een van de dingen die ik vaak benoem in mijn begeleiding  bij leerlingen vanaf groep 4 is het aandacht geven aan schooltaalwoorden. De site Weerwoord is hier een prachtige aanvulling op.
Op de pagina losse weerwoorden vind je namelijk losse weerwoordlessen gerangschikt,  en het geweldige van die pagina is dat je precies kunt zien welke weerwoordlessen schooltaalwoorden bevatten.
Superhandig dus.

 

Wat zijn schooltaalwoorden?

Schooltaalwoorden zijn woorden die niet direct in de belevingswereld worden geleerd , maar vooral in leesteksten en tijdens les-instructies vaker voorkomen vanaf groep 4.
Ze dragen de betekenis in een zin en ze belichten de logische structuur van een tekst, bijvoorbeeld in het geval van een opsomming (eerst … daarna), een tegenstelling (maar) of een voorwaarde (als … dan). Het gaat niet alleen om dit soort voegwoorden. Schooltaalwoorden fungeren ook vaak als signaalwoorden.
Er staan in teksten vanaf groep 4 heel vaak algemene schooltaalwoorden, vaktaalwoorden en vaktaalspecifieke woorden. Veel algemene schooltaalwoorden zijn zo abstract dat ze vooraf, zonder de omringende tekst, moeilijk uit te leggen zijn.

 Op de site van Weerwoord kun je dus semantisaties vinden rondom schooltaalwoorden, die daardoor ook inzetbaar zijn bij andere teksten en niet alleen bij Nieuwsbegrip.

Aanrader voor begrijpend luisterlessen en leeslessen

De site Weerwoord van Kentalis kan ik van harte aanbevelen aan iedereen die zijn taalonderwijs verder wil optimaliseren en visualiseren. Voor diegene die met jongere kinderen werken kan ik de site ook aanraden om inspiratie op te doen, en ik weet zeker dat er woorden op de pagina “losse weerwoorden” voorkomen die ook terug te vinden zijn in prentenboeken of voorleesverhalen. 

    Tips voor de onderbouw:

    • Lees je prentenboek kritisch door en ontdek welke moeilijke woorden er zijn die lastig zijn uit te leggen. Zoek dan op de site van Weerwoord of er al semantisaties van zijn.
    • Bekijk de semantisaties op de site van Weerwoord en maak een zelfde soort format voor de woorden uit je boek. Wil je de formats digitaal, ga dan naar de site van Rezulto; praktijkmaterialen.
    • Start vanaf groep 1 met een taalmuur, zorg dat hier alles terug te vinden is voor jouw leerlingen op het gebied van taal en het thema van jouw groep.  Wil je meer lezen over de leerlijn woordenschat en het bouwen aan een taalmuur, ga dan via de knop hieronder naar meer uitleg en tips voor bouwen aan een taalmuur. 

    Ga jij de site gebruiken bij jouw lessen?

    Winnaars zijn bekend


    Ja hoor, de winnaars van de gebarenchallenge zijn bekend 

     .

    Deze dames hebben een gratis deelname gewonnen!!

    • Luciette Vincenten
    • Monique van Weel
    • Astrid Reijman

    Gefeliciteerd dames !

    Ik geef jullie naam door aan Bianca van der Horst, zij zal verder contact met jullie opnemen.

     

    Gebaren bij jouw taalaanbod

    Gebaren bij jouw taalaanbod

    Gebaren worden steeds bekender.

    Gebaren worden steeds vaker ingezet en het onderwijs ontdekt ook steeds beter wat gebaren kunnen betekenen binnen het taalaanbod. We kennen allemaal de diverse methoden die klankgebaren inzetten bij het aanleren van letters.

    NmG en NGT,  wat is het verschil?

    Deze afkortingen komen vaak voorbij wanneer het over gebarentaal gaat maar wat is nu eigenlijk het verschil?
    NmG is de afkorting voor Nederlands met Gebaren (met stem)
    NGT is de afkorting voor Nederlandse gebarentaal. (zonder stem)

    Het grootste verschil is dat NmG het gesproken Nederlands dus ondersteunt, met stem en gebaren dus.
    Het NGT is een eigen gebarentaal met een eigen grammatica, vooral gebruikt in de dovenwereld, zonder stem, en alleen met gebaren.
    Je kunt het misschien een beetje vergelijken met het ABN en het Fries. Beiden een taal uit Nederland maar toch verschillend.

    De gebaren zelf zijn allemaal hetzelfde. Je kunt dus in NGT én NmG communiceren met dove, slechthorende en goedhorende mensen die gebarenvaardig zijn. 

     

     

    Gebaren inzetten om taal zichtbaar te maken.

    Voor slechthorende en dove mensen klinkt dat logisch, maar wist je dat dit concept ook super goed werkt bij taalzwakke kinderen en kinderen met een TOS?

    Kinderen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis) hebben een zwak taalgevoel. Ze vinden het lastig om auditief woorden te onderscheiden van elkaar en horen al snel een lange brij van woorden achter elkaar. Gebruikt een spreker dan ook nog langere zinnen, dan haakt die luisteraar met een TOS al snel af.
    Wanneer de spreker gebaren gebruikt krijgt de luisteraar met een TOS echter een extra visuele steun en kan de taal zo beter verwerken en vasthouden. Voor kinderen met een taalachterstand of een spraakprobleem kunnen gebaren ook een visuele steun geven om de communicatieve redzaamheid te verbeteren.

    Op mijn Yurlspagina heb ik daarvoor 4 speciale pagina’s gevuld met heel veel links rondom NmG.  Handig voor op je digibord in de klas, of thuis om lekker mee te zingen.

    Dit zijn de links naar de pagina’s:

     

    5 Voordelen voor jouw taalonderwijs met gebaren

    • Wanneer je gebaren gebruikt geef je een visuele steun voor het auditief geheugen.
    • Wanneer je gebaren gebruikt is er een visueel onderscheid tussen woorden in een zin.
    • Wanneer je gebaren gebruikt worden de belangrijke woorden en details uit de zin ondersteund.
    • Wanneer je gebaren gebruikt kun je een leerling de kans geven om zich uit te drukken, ondanks bijvoorbeeld grote articulatieproblemen, een zwakke woordenschat of de aanwezigheid van selectief Mutisme.
    • Wanneer je gebaren gebruikt bij bijvoorbeeld letters, cijfers of woordenschat aanbieden, kan dit het consolideerproces (het leren) ondersteunen en zelfs versnellen.

    Communicatie en contact maken

    Zelf heb ik het diploma NmG behaald en heb ik er goed gebruik van kunnen maken in mijn werk als leerkracht voor een cluster 2 groep.
    In mijn huidige werk als ambulant begeleider merk ik echter ook dat het regelmatig van pas komt.
    Een paar weken terug bijvoorbeeld, observeerde ik een 4 jarig jongetje met een hele kleine woordenschat en een zeer zwakke communicatieve redzaamheid. Ik nam naast hem plaats bij een knutselactiviteit en begon met praten, met gebruik van NmG.
    Het jongetje snapte meteen wat ik bedoelde en je zag zijn oogjes oplichten van interesse en herkenning, ik had contact! Prachtig toch?

    NmG is dus heel goed om te gebruiken om contact te maken met kinderen, maar ook met andere mensen, mensen met een andere taal of dove of slechthorende mensen.

    Doe jij mee met de GebarenChallenge?

    Ken jij Bianca van der Horst  van de gebarenchallenge al?
    Zij organiseert sinds een paar jaar een jaarlijkse gebarenchallenge.

    De gebarenChallenge is een online gebarencursus van precies 1 jaar. Zo leer je het jaar rond ook alle gebaren van de seizoenen en feestdagen. In totaal leer je ruim 500 gebaren.

    Elke week word je verrast met 10 gebaren rond een nieuw thema en heuse gebarenzinnetjes waar je gewoon heel blij van wordt!
    Iedere les begint met het weetje van de week en tussendoor komen er regelmatig bonusfilmpjes, tips en verhaaltjes voorbij waardoor het gebaren een heel natuurlijke en vooral leuke uitdaging blijft.

    In de GebarenChallenge leert Bianca je via een unieke online stap-voor-stapmethode ruim 500 gebaren uit de Nederlandse Gebarentaal. Je gaat ontdekken hoe ontzettend leuk en laagdrempelig het kan zijn om gebaren te leren! zij kan niet wachten om ook samen met jou de handen te laten wapperen!

    De website is heel duidelijk opgebouwd en erg overzichtelijk.
    Klik hier om meer te lezen over de GebarenChallenge.

     

    Lijkt het jou nu ook super leuk om…

    • Gebaren vaker  in te zetten bij jouw dagelijkse taalaanbod in de klas?
    • Je gebarenkennis op een leuke manier op te frissen?
    •  Gebaren te leren samen met je collega’s of vriendinnen
    • Te kunnen gebaren met je (dove of slechthorende) kind, kleinkind of slechthorende collega of met jouw TOS-leerling?
    • Om in gebaren een klein gesprekje aan te knopen met bijvoorbeeld je dove buurvrouw of die slechthorende man op het station

    Schrijf je dan zeker in voor de gebarenchallenge van Bianca van der Horst. 

    Voor een minimaal bedrag heb je een jaar lang een wekelijkse les , met veel extra’s en daarna nog een jaar gratis toegang.

    Ik ben benieuwd naar je reactie!

     

    Gebruik je al vaker gebaren als taalondersteuning?

    Laat dan in een reactie hieronder weten waarom jij gebaren gebruikt!

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest