Taal en TOS, wat weet jij er eigenlijk al van?

Taal en TOS, wat weet jij er eigenlijk al van?

wist je dat……..?

Veel artikelen op het internet beginnen op deze manier. Je leert soms nog best veel van dit soort lijstjes, en soms is het een lijstje vol bevestigingen van wat je eigenlijk al wel wist.

Dit artikel is ook  zo’n  “wist je dat”  lijst. Ik geef je een aantal feiten over TOS.
Waarom? TOS is een vrij onbekende diagnose in Nederland. Veel (onderwijs)mensen weten eigenlijk niet precies wat TOS is.

“Dat zijn toch kinderen die slecht praten?

Dat TOS veel meer is dan dat, dat ga je vanzelf merken wanneer je de lijst doorleest. Hopelijk ben je dan aan het eind weer iets wijzer geworden rondom TOS.

Wist je dat:

  • TOS  een neurocognitieve ontwikkelingsstoornis in het verwerven van taal is.
  • meertaligheid niet tot TOS leidt.
  • kinderen met TOS meestal een normale intelligentie hebben?
  • kinderen met TOS laat leren praten.
  • kinderen met TOS moeite hebben om zich de grammaticale regels eigen te maken.
  • kinderen met TOS tot in de volwassenheid(grote) problemen houden met het uiten en/of het begrijpen van taal.
  • kinderen met TOS vaak moeite hebben met het reguleren van hun emoties.
  • kinderen met TOS het moeilijk vinden te plannen en hun dag of activiteit te organiseren.
  • De executieve functies bij kinderen met TOS minder goed ontwikkeld zijn .
  • Een taalachterstand niet hetzelfde is als een TOS.
  • niet alle kinderen met een taalachterstand een TOS hebben.
  • wel alle kinderen met een TOS  een taalachterstand hebben.
  • kinderen met een TOS  problemen kunnen hebben met  taalaspecten zoals zinsbouw, woordenschat en grammatica terwijl daarnaast de articulatie eigenlijk redelijk voldoende kan zijn.
  • kinderen met een TOS vaak ook problemen hebben met Theory of Mind (ToM).
  • Tos onder te verdelen is in Expressieve stoornissen ( taalproductieporoblemen) en receptieve stoornissen( taalbegripsproblemen).
  • maar dat er bij receptieve stoornissen altijd ook taalproductieproblemen zijn, omdat ze de taalregels niet begrijpen en ook niet kunnen toepassen op hun eigen taaluitingen.
  • internationaal ervan wordt uitgegaan dat 5 procent van de kinderen een TOS heeft.
  • er meer jongens dan meisjes zijn met een TOS (verhouding 3:1)
  • De oorzaak van TOS nog steeds niet bekend is?
  • Dylsexie, ASS, en ADHD vaker voorkomen bij kinderen met een TOS dan bij kinderen zonder een TOS?
  • er in een gemiddelde schoolklas van 30 leerlingen dus minimaal 1 a 2  leerlingen met TOS zit.
Bron: Pica Onderwijs> Hulpwaaier TOS

En? Wijzer geworden?

Deel dit gerust voor meer bekendheid rondomTOS.

Wil je meer weten, bestel dan de super informatieve hulpwaaier TOs aan bij PICA onderwijs.

Deze hulpwaaier staat vol met achtergrondkennis maar ook met tips voor thuis, voor op school en allerlei handige tips voor boeken, literatuur en websites over TOS.

Wil je samen met collega’s en mij tijdens  een workshop in gesprek over TOS, met diverse ervaringsmomenten en uitwisseling van praktijkvoorbeelden? Kom dan naar een workshop over Taal en Tos bij de kleuterinspiratiedagen van de Kleuteruniversiteit. De eerstvolgende met nog een plekje vrij  in mijn workshop vind je op de site van de kleuteruniversiteit.

Wie weet tot ziens!

Klik hier voor meer info over de workshop.

 

 

 

 

 

Effectief Woordenschatonderwijs, hoe doe je dat?

Effectief Woordenschatonderwijs, hoe doe je dat?

Woordenschatonderwijs, dit is toch wel een van de leerlijnen in het basis en speciaal onderwijs waar heel veel online over vinden is.

Wil je werken met een methode, een methodiek of vanuit de beleving van kinderen? Wat is wijsheid en wat werkt?

Woordenschatonderwijs is vaak ondergeschoven bij een taalmethode, maar met een goede woordenschat ben je meer verzekerd van succes in jouw schoolloopbaan.

Taalzwakkere kinderen pikken die woordenschat niet vanzelf op, het moet intentioneel worden aangeboden, maar hoe doe je dat dan? Wat werkt en hoe doe ik het zelf in mijn praktijk in het cluster 2 onderwijs?

Ik ging snuffelen op het internet en vond ook nog een paar interessante links. Lees hier verder.

 

 

 

 

 

 

 

Woordenschatonderwijs, wat werkt?

Woordenschatonderwijs, wat werkt?

Woordenschatonderwijs, Wat werkt en wat niet?

Woordenschatonderwijs, dit is toch wel een van de leerlijnen in het basis en speciaal onderwijs waar heel veel online over vinden is.

Wil je werken met een methode, een methodiek of vanuit de beleving van kinderen?

Wat is wijsheid en wat werkt?

 

Op de site van Taalunieversum.org vind ik het volgende:

Als het gaat om de vraag wat werkt in het woordenschatonderwijs, bestaat er in ieder geval overeenstemming over de volgende punten:

  1. Een beetje woordenschatinstructie is voor alle leerlingen beter dan geen woordenschatinstructie (Graves, 2006).
  2. Woorden worden het beste verworven wanneer ze in een betekenisvolle context en in samenhang met andere woorden worden aangeleerd (o.a. Graves, Verhelst, M., 2002).
  3. Taalleerders zijn voortdurend onbewust bezig met het uitbreiden van hun woordenschat (impliciet leren). Maar voor taalzwakkere leerlingen is dat niet genoeg, bij hen zal ook het bewust leren van woorden gestimuleerd moeten worden (expliciet leren) (o.a. Van Daalen-Kapteijns e.a., 2001).

In mijn eigen praktijk binnen het cluster 2 onderwijs (Onderwijs voor Taalontwikkelingsstoornissen) zie ik zowel impliciet als expliciet woordenschatonderwijs terug. 

Wij bieden woorden aan vanuit een betekenisvolle context (impliciet) en worden hierbij geholpen door de methode LOGO3000 in de kleutergroepen en de methode Staal inde groepen 4-8. 

In de groepen 3 werken we met Veilig Leren Lezen. Dit zijn dus alle drie methodes die werken met thema’s, die wij in de praktijk zoveel mogelijk concreet aanvullen met thematisch aanbod zodat het woordenschataanbod  betekenisvol wordt.

 

  • Bij een methode als LOGO3000 hebben we dit zelfs zo georganiseerd dat onze eigen thema’s leidend zijn voor de volgorde van aanbod. Geen slaafs volgen van de methode, maar bewust kiezen voor woordclusters die passend zijn bij het leerstofaanbod in de klas.
  •  Bij de methode Staal en Veilig Leren Lezen wordt de lijn van de methode wel gevolgd en worden woordenlijsten extra aangevuld met de methodiek van “Met woorden in de weer”. (Expliciet)

Met woorden in de weer“wordt bij ons op school ingezet als extra methodiek die wij bij visualisering van gesprekken door middel van leeslessen, mindmaps, woordvelden en woordmuren gebruiken.
De leerkracht kiest uit het aanbod zelf de labelwoorden uit en verwerkt die verder in woordtrappen, woordparachutes, woordkasten, mindmaps of leeslessen. (Expliciet)

Op de site van Taaluniversum.org lees ik verder dat een combinatie van impliciet en expliciet woordenschatonderwijs het meest effectief is voor vooral taalzwakke kinderen:

Er zijn samengevat twee manieren om te kijken naar woorden leren:

  1.  Incidenteel vs. intentioneel
  2. impliciet (indirect) vs. expliciet (direct)

Op basis hiervan onderscheiden Verhallen & Verhallen (2003) vier vormen van woordenschatonderwijs:

 

  1. Incidenteel-indirect
    alle talige activiteiten waarbij leerlingen toevallig nieuwe woorden tegenkomen en zich de betekenis ervan onbewust eigen maken;

  2. Incidenteel-direct
    momenten waarop toevallig een onbekend woord gebruikt wordt, waarna dat wordt aangegrepen om er een expliciet leermoment van te maken;

  3. Intentioneel-indirect
    de leerkracht heeft van te voren nagedacht over doelwoorden, en gebruikt deze in een context zonder er expliciet aandacht aan te besteden. Leerders leren de woorden onbewust.

  4. Intentioneel-direct
    echte woordenschatoefeningen waarbij zowel leerkracht als leerling doelgericht bezig zijn met het leren van nieuwe woorden.

Bij mij in de praktijk ( groep 2) resulteert dit in de volgende practische aanpak die , zo blijkt uit bovenstaande, intentioneel-direct kan worden genoemd:

Wij starten elke week met minimaal 1 prentenboek of voorleesverhaal.

  1. Wij kiezen bij het aangeboden thema de passende woordclusters en praatplaten van LOGO3000
  2. Wij kiezen labelwoorden uit die we selecteren vanuit de aangeboden prentenboeken/verhalen of groepsgesprekken en verzamelen deze op de woordenmuur in diverse verzamelvormen (web, parachute, trap of kast).
  3. Wij oefenen vervolgens de woorden van de woordenmuur en LOGO3000 met dagelijkse consolideeroefeningen.
  4. Wanneer er nieuwe woorden vanuit gesprekken naar voren komen, gebruiken we die ook en voegen ze toe aan de woordenmuur.

Drama, muziek, fonemisch bewustzijn en begrijpend luisteren wordt  tijdens de consolideeroefeningen ingepast.  Zelf vind ik de methodiek van “Speel je wijs, drama en woordenschat” hierbij een erg goede aanvulling.

Wil je meer over de methodiek van “Speel je wijs” lezen, kijk dan hier.

Wij zijn een taalschool, en dit mag dus ook gezien worden in ons aanbod. De dagelijkse strijd blijft echter wel…..wanneer kom ik toe aan mijn overige lesaanbod? Woordenschat is en blijft de basis van al het leren. Zonder woordenschat geen begrijpend lezen, wat toch noodzakelijk is voor al het verdere leren.

 

Nu is mijn vraag aan jou:

 

 

 

Hoe bied jij woordenschat aan?

Gebruik je er een methode voor? En hoe pas jij het toe in jouw dagelijkse praktijk?

Een handpop in het directe instructiemodel, kan dat wel?

Een handpop in het directe instructiemodel, kan dat wel?

Op onze school werken wij volgens het lesmodel ADI of EDI, oftewel het Activerende (of Expliciete) Directe Instuctiemodel. Ik schreef hier al eerder een artikel over waarin ik aangaf dat ik dit bij kleuters toch best lastig vind. En eerlijk gezegd pas ik het ook niet altijd toe. Soms zijn alle fasen gewoon niet in een kringactiviteit of andere les te vangen. Dan lopen ze simpelweg door je dag of weekprogramma heen.
Daarnaast werk ik met kleuters met een TOS en wil ik het liefst elke dag een uitdagend aanbod bieden binnen mijn thematisch onderwijs met betekenisvolle taal als uitgangspunt.

Deze week kwam onze teamleider bij mij in de klas om dit te observeren en te beoordelen met een heuse checklist, dus had ik er uiteraard even goed over nagedacht.
Wij zijn bezig met thema dino’s. Logisch dat dit mijn onderwerp werd. In mijn projectvoorbereiding deze week waren de doelen samenwerken, meten en emoties aan de beurt. Dus de les met de handpop was al gepland. nu nog even nadenken of dit in het ADI model gegoten kon worden. Wanneer er iemand met een checklist naar je les komt kijken wil je toch goed voor de dag komen natuurlijk.

Wanneer je zo over nadenkt is dit vreemd, het ADI model zit eigenlijk altijd in je lessen verweven maar bij kleuterlessen loopt het een vaak over in het ander, momenten zijn flexibeler en we werken de hele dag (of week) door aan verschillende doelen en lessen.
Het is niet echt opgedeeld in een rooster, het is eigenlijk all-inclusive onderwijs 🙂

Maar goed, terug naar mijn les deze week.
Vorige week hadden we al een brief van de dinojager ontvangen en vandaag hadden we dus toch echt een Driehoorn in de klas ontdekt die zijn kudde kwijt was.Foto 20-06-16 16 26 26

Hoe heb ik de les ingedeeld volgens de officiële fasen van het ADI Model?
Ik zal ze hier in het kort omschrijven, heb je tips voor verbetering, laat het me vooral weten.

 

 

project
Voorkennis activeren>Weet je nog dat we vorige week een brief hadden gekregen? Wat stond er ook weer in? (Er volgt een kort gesprekje en daarna horen we een geluidje en vinden we uiteindelijk de Driehoorn.

 

 

 

gedachten leegDoel van de les benoemen> Wat zou die Driehoorn willen van ons? Na wat vragen van de juf blijkt dat hij moe is, en al drie dagen niet meer heeft geslapen. Hij wil na een lekker dutje wel terug naar zijn kudde maar hij durft niet goed meer te gaan slapen want zijn oude hol is klein, nat geregend en ook nog half ingestort tijdens een aardbeving. Kunnen wij niet een fijn hol voor hem bouwen? Dat zullen we dus maar gaan proberen te doen vandaag!

 

luisteren leerkrachtInstructie>Maar wat wil die Driehoorn eigenlijk voor hol? Na een spannend gesprek weten we precies wat hij wil. Of we voor hem een hol willen maken met drie belangrijke kenmerken. Het moet stevig zijn, goed passend zijn en met een dak tegen de regen. Deze drie voorwaarden noteren we op een flapover om niet te vergeten.

 

 

 

vinger vraag speelplaatsControleren van begrip> Ik laat nu nog even met de  beurtstokjes iedereen verwoorden wat we nu weten en ik controleer of iedereen de opdracht van de Driehoorn goed heeft begrepen.

Controlevragen zijn onder andere:

  • hoe komt de Driehoorn bij ons in de klas?
  • Waarom is de Driehoorn zo moe?
  • Waarom is de Driehoorn een beetje nat?
  • Wat wil de Driehoorn van ons als hulp?
  • Waar moeten we op letten bij het bouwen van een schuilplaats (3 dingen)
  • Hoe gaan we testen op stevigheid?
  • Hoe gaan we testen op waterdichtheid?
  • Hoe gaan we testen op grootte?

Bij deze laatste drie dingen laat ik de kinderen wat ideetjes aanleveren (waarbij ik aanstuur op een bewegende ondergrond en een plantenspuit uit de klas).

 

fluisteren 2 (1)Begeleide verwerking> We werken samen een voorbeeld in de kring uit met een beperkte hoeveelheid blokken en evalueren na de bouw met 3 testen of alles klopt.

  1. Is het dak waterdicht? (We testen dit met een plantenspuit.)
  2. Is het hol passend en fijn? (We testen dit met de Diehoorn erin en vragen het hem.)
  3. Is het hol stevig genoeg om een aardbeving te doorstaan? (We testen dit door de ondergrond van het hol wat heen en weer te schudden.)

positieve en negatieve puntjes

Evaluatie en vooruitblik> Is het gelukt? Nee, de aardbevingstest gaf een instortingsgevaar. Dat moet beter dus. De kinderen hebben genoeg ideeën en kunnen niet wachten om zelf aan de slag te gaan. Toch raakt de concentratie en de luistergerichtheid nu echt op. Goed samenwerken zal nu echt niet meer lukken.

We sluiten daarom af  met de mededeling dat we vanmiddag
aan de slag gaan in groepjes van 2 of 3 leerlingen. Ze mogen het dan zelf nog eens proberen. We doen dit tijdens het rekencircuit. Ik geef dit aan met de dagritmekaarten.

 

fluisteren 2 (1)Zelfstandige verwerking> Die middag herhalen we het doel van de les, controleren we kort het begrip nog een keer met de visuele ondersteuning van de flapover en mogen ze aan de slag met een afgemeten aantal blokken, plankjes en sponsjes in een circuit.
Daarna per groepje test als evaluatie.

  1. De meettest met de dino. Past hij er goed in?
  2. De regentest met een plantensproeier. Blijft de Driehoorn droog?
  3. Daarna de aardbevingstest( de tafel bewegen) Is het hol stevig gebouwd?

Tijdens het circuit begeleid ik steeds twee groepjes aan 1 tafel en de andere kinderen zitten verdeeld over twee groepstafels en zijn zelfstandig aan de slag met andere activiteiten. We maken foto’s van de resultaten en bekijken elkaars werk en geven advies of tips door.

Eindevaluatie: De kinderen vonden het heel leuk en hebben van alles geleerd over stevig bouwen en passend maken. Ze willen nu een nieuw hol maken in de bouwhoek, met meer blokken. Morgen weer verder dus.  De driehoorn slaapt dus maar weer een nachtje op een kussentje op de thematafel. 🙂

Oh ja,  volgende week mijn functioneringsgesprek, hoeveel boxen zullen er aangevinkt zijn op de checklist van het ADI Model?

Picto’s die ik gebruik voor de ADI-les zijn hier te downloaden.

Impressiefoto’s:

20160628_143326
20160628_141626 20160628_140155

20160616_202326

TOS in het nieuws!

TOS in het nieuws!

Het is fijn dat er steeds meer aandacht komt voor TOS,  weet jij al wat TOS betekent?

Ondanks dat er geschat wordt dat 5% van de bevolking TOS heeft, weten veel mensen niet wat TOS is. TOS wordt vaak verward met dyslexie, stotteren, een algemene taalachterstand of autisme. Wat is het dan wel?
TOS is een Taalontwikkelingsstoornis die niet voortkomt uit een achterstand in taalaanbod.
Leerlingen met een TOS zijn procentueel gezien net zo vaak aanwezig in het onderwijs als leerlingen met ASS of ADHD.
En toch is er veel minder bekend over TOS en over hoe je het kunt herkennen.

Een taalontwikkelingsstoornis kan helaas niet genezen worden. Wel kan specifieke begeleiding kinderen helpen beter om te gaan met hun taalontwikkelingsstoornis en kan bijvoorbeeld logopedie deze kinderen helpen.

Het mooie is ook dat steeds meer tijdschriften en online platformen er aandacht aan besteden. Daarom ben ik ook weer blij met het artikel in J/M ouders.nl over hoe je een Taalontwikkelingsstoornis kunt herkennen.

Er wordt hierin beschreven wat TOS is en er wordt een rijtje kenmerken benoemd van een Taalontwikkelingsstoornis. Kijk eens of je er iets uit herkent in jouw klas of bij jouw kind?
Diagnose op jonge leeftijd kan helpen bij interventie en later veel frustratie en problemen voorkomen.

Wat kun jij doen?

  1. Door prof. dr. S.M. Goorhuis-Brouwer zijn minimum spreeknormen opgesteld, die je kunnen helpen bij het signaleren van problemen. Je leest deze minimum spreeknormen hier.
  2. Download de checklist van Simea hier en gebruik hem in je klas of thuis, vooral bij leerlingen of kinderen waarbij je twijfelt. Raadpleeg vrijblijvend een aanmeldpunt in jouw buurt voor meer informatie of advies.
  3. Lees op de site van stichting Hoormij.nl eens verder over TOS
  4. download de TOS check-app van kentalis gratis bij een niet pluis gevoel.
  5. Download de van-nul-tot-taal app van Auris voor tips en voorbeelden van taalaanbod bij TOS.

Blijf mij volgen op mijn Facebookpagina en deze site om op de hoogte te blijven!

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest