CITO oefenen, ja of nee?

CITO oefenen, ja of nee?

Komen bij jullie de CITO toetsen er ook weer aan volgende week? Of ben je al begonnen?
Wij beginnen er volgende week aan.
Wij nemen midden 2 en eind 2 van de CITO toets taal voor kleuters en rekenen voor kleuters af. Dit betekent in de praktijk een toets eind januari en begin juni.
Maar elke toets heeft 2 onderdelen. Dat zijn dus totaal 4 toetsen. Met een beetje geluk kun je die vier onderdelen ook in vier momenten plannen. De praktijk is echter weerbarstig. Niet ieder kind kan deze concentratie opbrengen, waardoor je meerdere momenten moet zoeken of zelfs individueel of in kleine groepjes moet toetsen. Er zijn soms kinderen ziek, die je dan weer op een ander moment moet zien te plannen.
Mijn mening:
Persoonlijk vind ik de CITO toetsen een opgelegde verplichting in groep 2. Ik haal er, na de analyse na afloop en de observatie tijdens de toets, wel informatie uit. Vaak voegt die echter niet iets toe wat ik van tevoren nog niet wist. De leerling krijgt er echter wel iets bij: Stress!
Hoe leuk je het ook verpakt en hoe goed je pedagogisch je ook bent onderlegd.
Kinderen ervaren het in de kleuterklas eerst nog als spannend, maar dat is vaak het eerste gedeelte of soms alleen de eerste 10 minuten, daarna zijn ze het beu en willen ze actief en ontdekkend leren. Zoals het eigenlijk ook hoort in een kleutergroep. Niet iets wat bij een CITO toets voor kleuters gevraagd wordt. Daar komt nog bij dat er bij de taaltoets voor kleuters zelfs woorden zitten die eigenlijk erg weinig gebruikt worden maar die ze dus wel moeten herkennen vanaf een plaatje! Niet eens een levensechte foto maar een plaatje! Hoe driedimensionaal wil je het hebben?
De rekentoets is daarnaast dermate talig dat kinderen met een TOS er helemaal al weinig touw aan vast kunnen knopen.
Wij gebruiken op onze cluster 2 school de SO versie, speciaal voor cluster 2 kinderen. Ondanks die speciale versie blijft de CITO voor kleuters voor mij een draak van een toets.
En ook al zegt de handleiding dat je geen kinderen moet toetsen die nog niet toetsbaar zijn, toch wil men een meetmoment.

Natuurlijk heb ik via mijn beredeneerde aanbod al heel veel aan bod laten komen in mijn groep. Maar wel op een ontdekkende of interactieve manier in een bouwhoek, een huishoek, met ontwikkelingsmateriaal, via digibord en Ipad of in de kring.
De vraagstelling van de CITO is echter taai en lastig voor kleuters, maar zeker voor kleuters met een TOS.

Oefenen dus maar? Ja en nee!
Nee, en toch zeker niet met werkbladen. Kleuters worden hiermee al “geplaagd” tijdens de CITOtoets, laten we dit dan niet nog eens extra verlengen.
Maar oefenen op de manier van vraagstelling dan?  Het is namelijk best even wennen.
Ja, dat kan wel, en daarop heeft Gynzy een mooi antwoord gegeven.

In het programma van Gynzy zitten kant en klare lessen, speciaal gemaakt om de manier van vraagstelling van CITO te oefenen met je groep.
Er zijn 4 kant en klare lessen waarmee je op de computer of je digibord aan de slag kunt met de leerlingen.

  1. kritisch luisteren groep 1,2
    Leerlingen leren kritisch te luisteren naar informatie. ook maken ze kennis met de vraagstelling welke tijdens CITO toetsen gebruikt wordt.
  2. woordenschat groep 1,2
    Leerlingen leren hun passieve woordenschat vergroten en maken kennis met de vraagstelling welke tijdens CITO toetsen gebruikt wordt.
  3. verhaalsommen voor groep 1
    Leerlingen proberen uit de contextopgave de som op te lossen en maken kennis met het taalgebruik dat bij CITO toetsen gebruikt wordt.
  4. verhaalsommen voor groep 2
    Leerlingen proberen uit de contextopgave de som op te lossen en maken kennis met het taalgebruik dat bij CITO toetsen gebruikt wordt.

    Hieronder zie je een screenshot uit de les Kritisch luisteren.

    gynzy_screenshot_cito

Ik ben hier deze week op twee momenten mee aan de slag gegaan, en de meeste leerlingen waren geboeid, betrokken en deden actief mee.

Wat heb ik eraan gehad?
De leerlingen hebben alvast een voorproefje gehad van de manier van vragen stellen.
Voor mijzelf was het meteen een goed observatiemoment om te bekijken bij welke leerlingen ik intensiever moet begeleiden tijdens het toetsmoment volgende week, of wie ik zelfs individueel moet gaan toetsen.

Heb jij nog geen gynzy in je klas? Vraag dan nu nog een gratis proefabonnement aan via de Gynzy website. Dan kun je er direct mee aan de slag. De lessen vind je bij het tabblad Tools. Zoek op CITO. Succes alvast met de toetsmomenten.

TIP:
Ook voor collega’s uit andere leerjaren is er genoeg oefen materiaal bij Gynzy te vinden.
Er zijn bijvoorbeeld ook 2 CITO oefenlessen gemaakt groep 4. (woordenschat en rekenen).
Heb je interesse in Gynzy? Ik geef knoppentrainingen en workshops op aanvraag.

Wat is eigenlijk het verschil tussen een TOS en een taalachterstand?

Wat is eigenlijk het verschil tussen een TOS en een taalachterstand?

Dit is een vraag die ik,  als leerkracht op een cluster 2 school,  best nog vaak te horen krijg.
Via Facebook kwam ik laatst een website tegen waarin het verschil tussen een TOS en een taalachterstand duidelijk en simpel uitgelegd werd. Ben jij ook benieuwd naar wat nu eigenlijk het verschil is en wat de oorzaken kunnen zijn, maar vooral ook hoe je het kunt herkennen? Lees dan vooral hier verder.

Wat is eigenlijk het verschil tussen een TOS en een taalachterstand?

Een taalstoornis of een taalachterstand?


Een taalstoornis of een taalachterstand?

Wat is nou precies het verschil tussen een taalstoornis of een taalachterstand?”

Deze vraag hoor ik bij ouders of collega’s vaak terug.
Het kortste antwoord is dan het meest logische antwoord.

Een taalachterstand kan nog ingehaald worden door middel van extra woordenschattraining of intensief taalonderwijs. Een taalontwikkelingsstoornis (TOS)  is een blijvende stoornis in taalverwerking en/of taalproductie die niet meer weg gaat maar waar wel,  met intensief taalonderwijs, aan gewerkt kan worden.

Er zijn veel websites die het verschil tussen deze twee uiteenzetten. Op de website van De Babytolk werd het verschil helder en met begrijpelijke taal duidelijk gemaakt, en daarom vond ik het zeker ook een aanrader voor ouders van jonge kinderen.
Jammer genoeg lijkt de site offline te zijn.
Een aantal stukjes van de website heb ik hieronder even uitgelicht.

Wat is een taalstoornis?

Wanneer er sprake is van een taalstoornis betekent dit dat de taalontwikkeling anders verloopt bij een kind dan bij de meeste leeftijdsgenootjes het geval is.
Wanneer je kind een taalstoornis heeft kan hij mogelijk goed begrijpen wat er gezegd wordt, maar moeite hebben met het verwoorden van hetgeen hij of zij wil vertellen.
Bij kinderen met een taalstoornis kan een onderscheid worden gemaakt tussen niet-specifieke taalontwikkelingsstoornissen en specifieke taalontwikkelingsstoornissen.

 

Wat is een niet-specifieke taalstoornis

Bij een niet-specifieke taalontwikkelingsstoornis kan de afwijkende taalontwikkeling het gevolg zijn van of in combinatie voorkomen met een ander probleem. Het kind heeft bijvoorbeeld een verminderd gehoor, moeite met contact maken of een verstandelijke beperking. Hierbij zal de aanpak gericht zijn op de factor die het meest op de voorgrond staat.

Wat is een specifieke taalstoornis?

Wanneer je kind een specifieke taalstoornis heeft is er sprake van uitsluitend problemen in de taalontwikkeling.

 

 

 

Hoe ontstaat een taalstoornis?


Vaak is er geen duidelijke oorzaak bekend en wordt er verondersteld dat er ergens in de hersenen een storing optreedt.
Daarbij is taal een kwestie van aanleg. De gebieden in de hersenen waarin de taalverwerking en taalplanning tot stand komen kunnen anatomisch anders zijn of neurologisch niet optimaal functioneren. Dit is vaak erfelijk bepaald.

 

 

Wat zijn de gevolgen van een taalstoornis?


Problemen met taal en daarbij problemen met het praten kunnen grote gevolgen hebben tos_signalering_bij_baby_peuterwanneer deze niet worden onderkend.
Als het kind dingen niet goed begrijpt en zich niet goed duidelijk kan maken, kan dat leiden tot veel misverstanden in de communicatie.
Het kind zal zich hierdoor sneller gefrustreerd gaan voelen.
Dit zie je terug in bijvoorbeeld agressief of juist teruggetrokken gedrag.
Een stoornis in de vroege taalontwikkeling kan ook leiden tot lees- en spellingproblemen op de basisschool. Doordat taal een belangrijke rol speelt bij het denken kunnen taalproblemen leiden tot leerproblemen of leerachterstanden.
Lees hier verder voor hoe je de kenmerken van TOS kunt herkennen en wat je zelf als ouder of leerkracht zou kunnen doen.

 

 

Taalachterstand

Er zijn veel definities en beschrijvingen te vinden van het begrip ‘taalachterstand’. Een taalachterstand houdt in dat het kind op taalvlak niet goed functioneert en daardoor minder goed kan functioneren in de maatschappij (in het bijzonder op school) in vergelijking met leeftijdsgenootjes.
Het kind maakt wel een goede taalontwikkeling door, maar deze is vertraagd.
De taalachterstand kan worden gemeten door de scores verkregen uit taaltesten van het kind te vergelijken met het landelijke gemiddelde. Wanneer hij hierbij ver onder het gemiddelde zit is er sprake van een taalachterstand.
Daarnaast kan er bij het meten van een taalachterstand worden gekeken naar de vaardigheden met betrekking tot taal die het kind minimaal zou moeten beheersen.
Wanneer het kind deze vaardigheden niet beheerst zou hij een taalachterstand op kunnen lopen.
Het kan moeilijk zijn een taalachterstand te ontdekken.
Mogelijke kenmerken die op kunnen vallen zijn dat het kind niet mee kan komen qua taal met zijn leeftijdsgenootjes, hij moeite heeft met het benoemen van dagelijkse zaken of dat hij laag scoort op veel van de voor zijn leeftijdsgroep vereiste technische taalvaardigheden.

 

 

loesjeHoe ontstaat een taalachterstand?

Een taalachterstand kan verschillende oorzaken hebben.
Je kind kan verlegen en terughoudend zijn waardoor hij weinig oefent met taal.
Taalproblemen kunnen ook ontstaan wanneer het gehoor van het kind beschadigd is, daarom is het belangrijk altijd na te gaan of het probleem mogelijk hier kan liggen.
Het is daarnaast mogelijk dat er sprake is van een taalachterstand bij één of beide ouders.
Hierdoor zou het kind in zijn vroege levensjaren mogelijk te weinig geleerd hebben op het gebied van taal.
Een prikkelende thuissituatie is erg belangrijk voor de taalontwikkeling van een kind.

 

 

 

Vaak zijn ouders zich niet bewust van het belang van een stimulerende omgeving, wanneer hier geen sprake van is wordt er weinig met taal geoefend met het kind.
Een taalachterstand kan ook opgelopen worden wanneer de ouders geen Nederlandse afkomst hebben, waardoor het kind mogelijk in de eerste levensjaren niet in aanraking is gekomen met de Nederlandse taal.

 

Heb je vragen? Stel ze dan gerust hieronder in het reactieformulier.

Zoek je nog meer informatie?

 Kijk dan eens rond op mijn Yurlspagina : Zorg: TOS >Taalontwikkelingsstoornis

Je vind hier ook de download-links voor de beide posters van Jos met zijn TOS.

Apps van Jop de giraf en waarom ik ze gebruik!

Apps van Jop de giraf en waarom ik ze gebruik!

Kennen jullie de apps van Jop de giraf al? Dit zijn apps die gemaakt zijn voor kinderen van 3 tot 7 jaar. De hoofdpersoon in alle apps is uiteraard de giraf Jop die verschillende avonturen beleeft. In dit artikel vertel ik je waarom ik deze apps graag inzet bij mijn leerlingen met #taalontwikkelingsachterstanden en hoe jij de apps “Jop zoekt dezelfde” en “Jop gaat naar school  kunt winnen! Lees hier verder.
Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Woordenschatonderwijs met LOGO3000, wat en hoe?

Wat is LOGO3000?

In LOGO3000 zijn alle 3000 bakwoorden van de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters uitgewerkt. Dit zijn meteen alle woorden die kinderen moeten kennen wanneer ze de overstap naar groep 3 maken. Onderzoek laat zien dat de kennis van deze woordenlijst in de kleuterleeftijd, een voorspeller is voor het begrijpend lezen in groep 3.

Maar 3000 woorden is wel erg veel!!
Deze methode bied je handvatten om woordenschatuitbreiding als een routine in te zetten in je groep. Het is een soort voorraadkamer waar je uit kunt putten. Dus weg met alle zelf geknutselde woordclusterkaarten en woordwebben. LOGO3000 heeft dit allemaal keurig op stevig papier gezet, met prachtige kleuren en goed uitgewerkt volgens de BAK lijst.

Hoe werkt het?

Het materiaal is misschien nieuw maar de uitwerking kennen de meesten van jullie waarschijnlijk al van Dirkje van der Nulft en Marianne Verhallen. Hun aanpak “Met woorden in de weer” is in LOGO3000 volledig terug te vinden. Niet zo heel gek trouwens, want de dames zijn (mede)auteur van deze methode.
Eigenlijk is het geen methode maar basismateriaal dat leerkrachten en leidsters meteen kunnen inzetten voor dynamisch woordenschatonderwijs.
De methode heeft drie delen:

  1. Peuters : aanbod van 500 woorden.
  2. Groep 1:  aanbod van 1000.
  3. Groep 2:  aanbod van 1500 woorden.

Voor het overzicht is er gebruik gemaakt van vier tijdvakken (Herfst, winter, lente, zomer). Verder zijn de woorden gegroepeerd in logische clusters. Zo wordt het haalbaar om meerdere woorden in een keer aan te bieden. Dit zorgt voor een goede netwerkopbouw bij het kind.

Er wordt gewerkt volgens de bekende viertakt van Verhallen.

  1. Uitleggen/uitbeelden (korte uitleg per woord met eventueel materiaal erbij of uitbeelden).
  2. Voorbewerken en semantiseren (kort stukje waarin jij in een verhaaltje de woorden herhaald aanbiedt, de kinderen mogen een paar minuten niet inbreken).
  3. Interactieve verwerking (kinderen mogen nu reageren en jij stelt vragen, kinderen mogen aanhaken en het woordconcept wordt uitgebreid met reeds bekende woorden).
  4. Consolideren en controleren(je gaat in activiteiten, liedjes of andere momenten van die dag proberen om de woorden te verankeren in de woordenschat van de kinderen en je controleert ook af en toe op een speelse manier of woorden nu bekend/gekend zijn).
    Het handigste is het cluster steeds als routine in de eerste ochtendkring aan te bieden, zodat je nog de rest van de dag hebt om te consolideren en te controleren.

Achtergrond:

Woordenschat is iets wat vaak logischerwijs en bijna vanzelf gaat. Behalve wanneer er in de thuissituatie een andere taal wordt gesproken dan op school of wanneer er een arm taalaanbod is thuis, of wanneer taal leren gewoon niet vanzelf gaat zoals bij kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Dan zul je in het onderwijs explicieter aandacht moeten gaan besteden aan het vergroten van de woordenschat van die kinderen.
Woordenschat is gekoppeld aan kennisopbouw. Een woord is niet alleen een etiket, woorden spelen ook een essentiële rol in het denken, woorden worden woordconcepten. Een pakketje kennis rondom dat woord dus.
Kinderen vergaren in de kleuterleeftijd steeds meer woordconcepten die ook weer in verschillende woordnetwerken samen komen.

woordenschatwoordlabel =                             Neus
woordlabel+woordconcept=  neus+ruiken, snuiten, 2 gaatjes, lichaamsdeel
netwerkstructuur=                   lichaamsdeel is ook mond en kin. uit de neus komt  snot wanneer je snuit maar je   kunt er ook mee ademen en ruiken

Als het goed gaat is dit uitgebreide kennisnetwerk een basis voor verder leren. Later worden bijvoorbeeld woorden als geur of  kaak sneller aangehaakt bij het al eerder bekende netwerk rondom neus.

 

Wat voor materialen horen er bij LOGO3000?

  • Handleiding voor de leerkracht (ook digitaal in de software terug te vinden)
  • Map met woordwebben/clusters
  • Map met praatplaten
  • Map met speel/werkbladen en CD’s
  • Woordkalender voor op je bureau (Hier vind je de woorden die niet echt bij een cluster horen maar die tussendoor aan bod moeten komen zoals terwijl, tenzij, intussen, enz.)
  • Ophangsysteem voor woordwebben/clusters
  • Digitale software (zeer uitgebreid) Ook vanuit thuis te benaderen!!

Volgens de makers van LOGO3000 kan ieder kind een goede woordenschat opbouwen, mits het aanbod rijk en gevarieerd is, zowel op  school als thuis.
Taalontwikkelingsstoornissen blijken ook gebaat te zijn met veel herhaling van aanbod op allerlei manieren.En daar ligt soms het probleem, het aanbod,  daarom moet er op school bewuster aangeboden worden.
LOGO3000 is dan voor ons het perfecte hulpmiddel.

 

 

Voorbeeldpagina van de woordkalender

Voorbeeld van een woordcluster

Voorbeeld van een speelscherm in de digitale oefensoftware

7 x WAT vind ik zo fijn aan LOGO3000?

  1. Je moet deze methode niet zien als een vaste planning maar meer een vaste routine. Je kunt de clusters, woordwebben en praatplaten aanbieden op volgorde van de vier katernen maar dan vind ik dat je hier ook een beetje je thema’s op moet aanpassen. Ik heb het al eens eerder gezegd, het kind heeft kapstokken nodig voor de taal die je aanbied. Je kunt geen woordcluster over huisdieren aanbieden wanneer je het daar die dag of week verder helemaal niet meer over gaat hebben. Er moet een herkenning zijn. Daarom hebben wij alle clusters door elkaar ingedeeld, passend bij ons thema-aanbod. Dat is natuurlijk wel even een hele puzzel, maar je profiteert hier weer van in de jaren daarna.
  2. Wij hebben er ook bewust voor gekozen om sommige clusters over te slaan, wanneer ze niet in de thema’s van dat jaar passen. Wanneer je als leerkracht dit helder voor ogen hebt kun je deze woorden eventueel een keer tussendoor aanbieden wanneer de situatie zich voordoet. Ik vind zelf dat je hier flexibel in kunt en moet zijn bij kleuters. Het is een hulpmiddel, geen strak keurslijf.
    Voorbeeld: je biedt de clusters rondom ziek zijn niet  aan bij een thema (omdat je dat thema dit jaar niet aanbied) maar tussendoor wanneer er iemand ziek is.
  3. Het materiaal is mooi om te zien, voelt stevig aan en spreekt de kinderen goed aan. De woordwebben zijn mooi en groot, de praatplaten zitten in een handige sta-map en de woordkalender past prima op je bureau.
  4. Bij elk cluster vind je een leerkrachtkaart met daarop, per onderdeel van de viertakt, uitleg en voorbeelden om het cluster aan te bieden. Tips en adviezen, handige hulpmiddelen en benodigdheden kun je op een handige kaart (2 x A4) snel en overzichtelijk even van tevoren doornemen. Zo kun je heel snel voorbereiden en het is makkelijk door te geven aan duocollega’s of invallers. Ander voordeel is dat alle collega’s dezelfde routines gebruiken voor het woordenschatonderwijs. Herkenning geeft altijd een beter leereffect.
  5. Er zit prachtige digitale software bij die je op school op het digibord maar ook individueel kunt aanbieden. Er zit een goed leerlingvolgsysteem bij waarin je precies kunt lezen wat jouw kinderen hebben gedaan en hoe ze hebben gescoord. Dit kan ook via een app op de iPad. Ook kun je licenties nemen voor thuisgebruik. Jij zet de clusters en praatplaten klaar die de kinderen moeten oefenen in die week. Voor de kinderen is er keuze uit een aantal spelvormen met de woorden van die week.
  6. Het is nu ook mogelijk om toetsen klaar te zetten voor je leerlingen of per leerling individueel om te kijken in hoeverre  ze de geleerde woorden beheersen.
  7. Er zit een complete handleiding bij met gebruikerstips maar ook om ouderavonden te organiseren over het gebruik van LOGO3000 in de klas en over hoe dit thuis verder opgepakt kan worden.

Wat moet en wat niet?

Het standaardaanbod bij peuters is 1 woordcluster, 1 praatplaat en 3 kalenderwoorden per week.
Het standaardaanbod voor groep 1 en 2 is 4 woordclusters, 1 praatplaat per 2 weken, 1 tot 3 kalenderwoorden per week.
Dit werd in het eerste jaar bij ons op school als vrij belastend ervaren. Is er dan nog wel tijd voor muziek, versjes, prentenboeken en andere kleuteractiviteiten.
De valkuil is dat je vaak denkt dat alles wat je aanbiedt ook meteen gekend moet zijn. Maar het gaat om het aanbod, de opname volgt daarna pas. Dat kan zelfs een aantal dagen of zelfs weken erna zijn. Daarom hangen wij de clusters van de week ervoor ook nog op  in de gang, zodat ze nog niet helemaal weg zijn. De clusters van de actuele week hangen in de klas op een vaste plaats.
Het is volgens ons dus geen methode maar een routine,  met alle handigheid van een methode maar de voordelen van flexibel gebruik.

Hieronder vind je de link naar de downloadknop van ons schema zoals wij dat hebben ingezet in groep 2. Logo 3000 is hier ingepast in ons thematisch aanbod van het schooljaar. met daarnaast de mogelijke projecten van de Kleuteruniversiteit, NMG en extra prentenboektitels. We hebben in de loop van dit schooljaar hier en daar weer wat aangepast. Zodra er een nieuwe versie is zal ik die hier toevoegen.

Wil je meer weten ga dan naar de website van LOGO3000 of stel je vragen aan mij via mijn facebookpagina.

Wij zijn fan…en jij?

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest