Geen Resultaten Gevonden
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
In eerste instantie denk je misschien dat dit niet werkt bij kinderen, dat het te zweverig is of dat kinderen hier niet op zitten te wachten. Het tegendeel is waar,. Wanneer je mindfulness toe gaat passen door oefeningen in de klas zoals de teenkabouter, de vulkaan of de duif. zie je dat kinderen hier heel goed op reageren. Het is vaak een oase van rust die ze door de dag heen niet zo vaak tot zich laten komen.
Toen ik het boek “Spelen in stilte” van Irma Smegen las en de oefeningen in de klas ging uitproberen, ontdekte ik het zelf ook. Je brengt rust en stilte in een hectische dag.
Voor kinderen met een TOS is dit extra fijn. De hele dag is het voor hen al een ontzettende uitputtingsslag om de talige wereld bij te houden en te duiden.
Even alleen voelen, bewegen, zien en ervaren geeft een rustig gevoel. .
“Hey juf, ik voel mij heel zacht van binnen”
In het boek “Spelen in stilte” vind je inspiratie en uitleg over mindfulness.
Je leest hoe je mindfulness kunt inzetten, hoe je het kunt begeleiden en je krijgt 52 praktische en direct toepasbare oefeningen voor in de klas.
Met namen als Nijlpaard, Helikopter, zonnestraal, schildpad en slinger spreken de oefeningen meteen tot de verbeelding en ze zijn allemaal heel makkelijk toepasbaar in de groep. Er wordt steeds aangegeven hoeveel tijd het kost (gemiddeld 4-5 minuten) en er staat vaak een mooie quote bij van een leerling die de oefening heeft ervaren.
Deze oefeningen zijn geschikt voor alle leeftijden op de basisschool. Bij het oudere kind zijn misschien hier en daar wat aanpassingen nodig.
Bij het boek is aanvullende informatie en rustgevende muziek beschikbaar op de bijbehorende website www.Speleninstilte.nl
Omdat heel veel oefeningen fijn zijn op ieder moment zou ik aanraden om bijvoorbeeld een aantal kaartjes te maken met de namen van de oefening erop en ze vervolgens in een grabbelpot te stoppen.
Maak er daarna een vaste routine van om aan het eind van een dag of dagdeel even een oefening te grabbelen en uit te voeren. Je kunt het ook inzetten na een activiteit die veel energie heet gekost of veel onrust heeft gebracht.
Je zult zien dat de leerlingen het heerlijk vinden om te doen en te ervaren.
“Juf; gaan we weer stil spelen?”
Deze zomer mocht ik het schattige prentenboekje “Mindfulness? Jij? Yes!” ontvangen en wat is het een schattig boekje!
Het is ook weer geschreven door Irma Smegen en Jolanda Kranenburg en gaat over een klein haasje wat de jonge lezer rechtstreeks toespreekt om ook eens niets te doen.
Met dit boekje kun je het spelen in stilte prachtig inleiden in jouw kleutergroep.
Je doet vaak je best.
Nu hoeft dat even niet.
Adem in…adem uit…
en merk hoe je lichaam en adem beweegt.
Naast het praktische boek vol lestips en het prentenboekje is er nu ook “Connect en create” een leuke kaartenset met creativity boosters.
Het zijn 40 creatieve opdrachtkaarten (8 x 12 cm.) in een doosje. Je kunt ze alleen doen of samen.
Connect and Create bestaat alleen uit tekeningen, dus ook wie niet (graag) leest of de taal nog niet (goed) kent kan hier plezier aan beleven.
Ideaal te gebruiken bij kinderen met een TOS of taalprobleem dus.
Iedereen kan meedoen op een eigen niveau. Zelfs peuters kunnen een deel van de opdrachten met een beetje hulp al doen. Kleuters kunnen het met een beetje instructie vaak individueel en oudere kinderen zonder hulp.
Op elke kaart zie je in drie getekende stappen of je materialen nodig hebt en wat je kunt doen. De opdrachten gaan over iets maken, observeren, je zintuigen gebruiken, uitproberen, experimenteren, jezelf uitdagen en verbinding vinden. Bekijk de eerste stap, dan de tweede en tot slot de derde stap op de achterkant van de kaart. Laat het op je inwerken, geef er je eigen invulling aan, start en laat je inspireren!
Creativiteit is de een-na meest gevraagde kwaliteit in de wereld. Net als andere vaardigheden, kun je je creativiteit verder ontwikkelen als je oefent. Creativiteit ontplooit het best als je geprikkeld wordt met een inspirerende opdracht, en tegelijk voldoende ruimte hebt om je eigen weg te bewandelen. Daarom geeft Connect and Create vrijheid. Er is geen goed of fout en er is alle ruimte voor uitprobeersels, misbaksels, experimenten en wie weet ontstaan er wel prachtige kunstwerken.
Ik ben heel benieuwd of jij dit al toepast of er nu ontzettend nieuwsgierig naar bent geworden.
Ik mag van Irma Smegen een gratis “connect en create” kaartenset weggeven dus laat vooral weten of jij dit kunt gebruiken en hoe je het wilt gaan inzetten!

Zondag 31 oktober2021 verloot ik de kaartenset op instagram en Facebook!
Mijn zoon Logan heeft een TOS. Maar deze diagnose hebben we niet zomaar gekregen, daar hebben we een ware zoektocht en strijd voor moeten voeren.
Ik zie wat er nog mist in het werkveld, ik zie de ontwikkelingen en waar ouders zoals wij tegenaan lopen. Juist omdat ik mijn eigen ervaring als ouder en mijn pedagogische achtergrond in kan zetten, heb ik een ander beeld over situaties dan grote zorginstellingen. Hierin ben ik eigenlijk zelf de juiste doelgroep. Want ik kan nu de zorg faciliteren waar ik als ouder, en mijn zoon, zo’n behoefte aan had toen Logan nog klein was.
Super Family is ontstaan vanuit een zorgvraag en hulpvraag die in het huidige systeem niet beantwoord kon worden. De zorg die Martijn Snoek en Kitty Loduvica Hiert nodig hadden voor hun zoon bestond niet en andere vormen was lastig te bereiken of uberhaupt niet toegankelijk. Door onmacht en onkunde, zelfs binnen een instelling waar de expertise in huis is, kreeg Logan een verkeerde diagnose. Iets vertelde Kitty dat het niet zo was. Martijn en Kitty wisten dat er iets met hun zoon was en dat het enkel taalgerelateerd was, maar wisten zeker dat het niet was wat de diagnose stelde. Ze zijn blijven vechten en vroegen een second-opinion aan bij iemand waarvan zij wisten dat zij alle expertise in huis heeft. Deze Dr. Professor stelde Martijn en Kitty in het gelijk wat leidde tot een lange weg naar de juiste begeleiding en uiteindelijk de geboorte van onze Superhelden methode!
Tijdens het gesprek vertelt Kitty wat ze met haar bedrijf wil bereiken en wat haar drijft om dit te doen. Specifiek voor gezinnen met taalzwakke kinderen en kinderen met een TOS zet ze zich onvermoeibaar in, samen met haar collega’s.
Sinds haar zoon gediagnostiseerd is met een TOS, heeft ze ontdekt dat de informatie over TOS namelijk niet altijd heel toegankelijk of makkelijk te vinden is. Ze organiseert daarom onder meer webinars, ouder-kind-cafe’s en ouder-kind-taalcafe’s
Super Family staat voor persoonlijke begeleiding binnen gezinnen en voor professionals.
Ze zetten zich bijvoorbeeld ook in voor professionaliseren van speciale zweminstructeurs voor kinderen met een TOS.
Binnen die visie maken ze gebruik van eigen evidence based methodieken en reguliere methodieken uit de pedagogie en psychotherapie. Bij Superfamily staan de ontwikkeling en kwaliteiten van het gezin en de kinderen centraal.
De Superhelden methode vindt grondslag binnen de sociaal emotionele ontwikkeling en is gebaseerd op de theorie van Dr. Neeltje van den Bedem en Prof. Dr. Sieneke Goorhuis-Brouwer.
Tijdens ons gesprek noemt Kitty een aantal mooie digitale tips. Ik noem ze hier onder.
Tijdens ons gesprek vertelt Kitty uitgebreid over de documentaire die ze heeft gemaakt. De premiere van deze docu staat gepland voor Wereld Tos dag 15 oktober 2021.
Aflevering 14, seizoen 2, 42 minuten
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl
TOS, oftewel een taalontwikkelingsstoornis is iets wat voorkomt bij 5 tot 7 % van de bevolking. Grote kans dus dat er een leerling met TOS in jouw klaslokaal plaats neemt.
Waar moet je dan op letten? Wat is een do? En wat is een don’t ?
In dit blog ga ik hier dieper op in.
Je zult merken dat de tips die ik geef ook heel goed toepasbaar zijn voor andere kinderen met concentratiestoornissen of prikkelgevoeligheid. Bekijk de lijst dan ook met een brede blik.
In dit blog zal ik gebruik maken van tips uit het boek van Bernadette Sanders : Taalontwikkelingsstoornissen in de klas, waar ik al eerder een uitgebreid blog over schreef.
Zij geeft in dit boek niet alleen een zeer uitgebreide beschrijving van TOS, maar ze geeft ook allerlei tips en handvatten. Zo ook voor het klaslokaal.
In dit blog wil ik graag een aantal tips en handvatten op een rijtje zetten met aanvullingen vanuit mijn eigen ervaring.
Lees hier mijn blog over het boek Taalontwikkelingsstoornissen in de klas
Gebruik de tips niet als een lijst die je stuk voor stuk afvinkt, maar als inspiratie om eens kritisch naar je lokaal te kijken. Wat kan wellicht beter? Niet iedere tip zal namelijk van toepassing zijn op jouw lokaal of jouw leerling(en).
In de gratis download hieronder aan de pagina staan alle tips voor jou op een rijtje, met extra ruimte om zelf een aantal tips toe te voegen.
Ik ben erg benieuwd naar jouw aanvullingen of ervaringen met deze lijst. Het lijkt mij dan ook erg waardevol om van jou terug te horen hoe jij de lijst ziet en inzet.
Wil jij met jouw lokaal aan de slag? Download dan de gratis checklist en neem jouw lokaal kritisch onder de loep. Bedenk dat de tips en handvatten zeker voor meer leerlingen goed kunnen werken.
Naast de inrichting van je lokaal is het belangrijk om jouw lessen zo veel mogelijk te ondersteunen met rijke taal. Ik schreef hier al eerder een blog over, naar aanleiding van het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits. Lees hier meer over op Rijke taal, waarom en hoe.
Wil je ook dit onderdeel checken, download dan de speciale checklist die ik hiervoor heb gemaakt, vanuit een voorbeeld van de Belgische versie behorend bij het project Kleine Kinderen Grote Kansen.
Hoe taalrijk is jouw lokaal? Wat doe jij om zoveel mogelijk rijke taal in jouw klaslokaal te krijgen? Download de checklist om te kijken wat je al doet, en wat je nog zou kunnen verbeteren.
Ik zou het superleuk vinden wanneer jij hiermee aan de slag wilt gaan. En ik ben je enorm dankbaar wanneer je een rreactie zou willen plaatsen hieronder, nadat je jouw lokaal onder de loep hebt genomen. Of misschien heb jij nog aanvullingen? Laat ze vooral weten via de reacties.
Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie.
Eigenlijk ben ik altijd op zoek naar mooie boeken voor leerlingen die gaan over een taalontwikkelingsstoornis ofwel een TOS.
De diagnose TOS is namelijk nog steeds heel vaak onbekend en vooral voor kinderen met een TOS en hun omgeving is dat lastig.
Niet alleen om te begrijpen wat er nu precies met taal in hun eigen hoofd gebeurt, maar ook om dit bespreekbaar te maken met leeftijdsgenootjes of in de klas. Want wat gebeurt er in je hoofd met taal? Het lijkt af en toe wel of er een taalmonster in zit!
Van Janneke Ipenburg en Esther van Niel
Kaat heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Dat betekent dat je taal moeilijk vindt. Het begrijpen van wat andere mensen zeggen is lastig, maar ook zelf dingen vertellen is moeilijk. Kaat weet nog niet dat zij een taalontwikkelingsstoornis heeft. Daarom denkt ze dat ze een monster in haar hoofd heeft, een Taalmonster. Dat monster maakt een rotzooi van alle taal in haar hoofd.
In dit boek lees je hoe het leven voor Kaat is, met dat monster in haar hoofd. Ook lees je hoe Kaat uiteindelijk door veel mensen geholpen wordt om samen met het monster minder in de war te raken van taal.
Dit prentenboek is in de eerste plaats geschreven voor kinderen met TOS vanaf zes jaar. Het boek maakt het mogelijk om over de symptomen en gevolgen van TOS te praten met een ouder en/of begeleider. De begeleider kan een logopedist, maar ook een ambulant begeleider of leerkracht zijn.
In de tweede plaats is dit boek geschreven om deze stoornis bekender te maken in de omgeving van een kind met TOS, waardoor deze begripvoller kan reageren op de problematiek. TOS is een nog relatief onbekende ontwikkelingsstoornis, in tegenstelling tot bijvoorbeeld ADHD of dyslexie, maar in elke schoolklas zit ook gemiddeld een of twee leerlingen met TOS. Het komt dus vaker voor dan je denkt.
De schrijfsters hebben dit boek gemaakt vanuit hun overtuiging dat het belangrijk is en blijft om de herkenning van een TOS en de impact die het heeft op een kind, bespreekbaar te (blijven) maken. Er waren tot nu toe nog geen prentenboeken voor kinderen met een TOS. Daarin is nu verandering gekomen.
We hopen in de eerste plaats dat kinderen met een TOS herkenning kunnen vinden in het verhaal van Kaat en naar aanleiding hiervan het gesprek kunnen voeren mnet hun omgeving over wat deze stoornis voor hen betekent. En we hopen dat het een gesprek opent om te zoeken naar oplossingen om met TOS te leren leven. Hierbij hoort ook acceptatie van de stoornis en het terugwinnen van het zelfvertrouwen door het benoemen van de talenten van het kind.
Het boek is goed te gebruiken door logopedisten als onderdeel van psycho-educatie als onderdeel van de behandeling bij kinderen met een TOS.
Dit kan gebruikt worden met het kind met een TOS zelf, maar ook met omgeving; ouders, leerkracht, ambulant begeleider of een andere persoon in de omgeving van het kind.
Op iedere bladzijde staan korte vragen in een apart vak.
Deze vragen kun je na het lezen van de bladzijde bespreken. Er ontstaat meer herkenning bij omgeving. De vragen gaan over dingen die moeilijk zijn, maar ook over positieve dingen! Voorbeelden: “Kom jij soms ook niet op woorden? En wat doe je dan?” Maar ook: “Waar ben jij goed in”? Ook de positieve eigenschappen van het kind worden besproken. De rol van de logopedist komt mooi naar voren. Uiteindelijk helpt zij Kaat om het Taalmonster te temmen.
Aan het einde van het boek wordt een mooi overzicht gegeven van tips voor thuis, op school en voor vrienden. Concrete voorbeelden geven weer hoe deze tips in de praktijk gebruikt kunnen worden. Zo kan het kind samen met zijn/haar omgeving, het taalmonster temmen!
Kortom: Een mooie bijdrage aan het bekender maken van een TOS en een leuke manier om kinderen en omgeving psycho-educatie te bieden.
Bron: de Praatmaatgroep, Esther van der Wal
Dit boek is zeker een aanwinst in de nog steeds te kleine stapel boeken voor kinderen met een TOS.
Het boek wordt omschreven als prentenboek, maar is bruikbaar vanaf 6 jaar. Door de grote platen en in verhouding kleine hoeveelheid tekst voelt het echter aan als een prentenboek.
Met enige creativiteit van de voorlezer denk ik dat het boek ook geschikt zou kunnen zijn bij de wat jongere kinderen vanaf vier jaar.
Mits je de beeldende platen van het taalmonster op het hoofd van Kaat goed toelicht met toegankelijke taal . Leg steeds uit dat de woorden in haar hoofd door het monster in de war worden gemaakt.
De prachtige platen geven ook duidelijk de mimiek van Kaat weer, wat gesprekken over emoties teweeg kan brengen.
Een compliment ie hierbij zeker op zijn plaats voor de illustrator Janneke Ipenburg.
De platen in het boek zijn zo sprekend dat ik denk dat je met dit boek ook bij de iets jongere kinderen vanaf 4 of 5 jaar TOS bespreekbaar zou kunnen maken.
Gebruik dan niet de letterlijke tekst, maar laat je als voorlezer leiden door de platen en de interactie met je luisteraar(s). Start samen een gesprek over praten of lastige woorden en emoties/gevoelens.
Een leuke en zinvolle opdracht zou kunnen zijn om aan de leerling te vragen wat het taalmonster bij hem of haar steeds doet tijdens het praten met anderen. Ondersteun dit met tekenen of laat de leerling het zelf tekenen. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld de voorbeelden van de binnenkant van de boekenkaft.
Kortom, dit boek mag zeker niet ontbreken in je collectie!
In mijn werk als ambulant begeleider ga ik dit boek zeker inzetten of aanraden aan leerkrachten voor de psycho-educatie van een TOSleerling. Want over TOS praten en begrip krijgen voor de (onderwijs)behoeften en kwaliteiten van een TOSleerling blijft belangrijk.
TIP: Bestel het bij Levendig Uitgeverij en je betaalt géén verzendkosten!
Auteurs: Janneke Ipenburg en Esther van Niel
32 pagina’s, hardcover
ISBN 9789491740930
Levendig Uitgever
€ 14,95

In je les of in je begeleiding?
Laat jouw ervaringen hieronder achter in een reactie!
Heb jij ook een mooie tip, geef hem dan door. Ik zorg ervoor dat hij op deze pagina komt te staan.
In dit blog review ik het boek Bordwerk en aantekeningen van Marcel Schmeier. De titel gaf mij in eerste instantie het idee dat dit een nieuwe kijk zou zijn op visualiseren in de klas. Dit blijkt niet het geval, maar desondanks heb ik het met veel plezier doorgelezen.
Vanuit mijn werk met leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis en hun afhankelijkheid van goede visualisering van een les was ik erg nieuwsgierig naar de inhoud van dit boek.
Hieronder kun je lezen wat ik uit dit boek heb gehaald voor mijn werk als ambulant dienstverlener cluster 2.
Het boek is opgebouwd uit 5 hoofdstukken en heeft totaal 184 pagina’s.
Het begint met een hoofdstuk over de geschiedenis van het bordwerk in de klas. Hier kun je lezen hoe men in de oudheid en later in de daaropvolgende eeuwen lesgaf en wie het schoolbord heeft uitgevonden. Verder deelt de schrijver collectieve onderwijskennis over bordwerk.
Het hele boek , en ook dit hoofdstuk, is doorspekt is met voorbeelden waarmee je meteen een beeld krijgt van goed en doordacht bordwerk.
De schrijver spreekt van collectieve onderwijskennis over bordwerk, de kennis van alles wat de leerkracht op het bord schrijft ter verduidelijking van de mondelinge uitleg en wat bijdraagt aan het behalen van het lesdoel.
Het gaat dus om didactisch bordwerk en niet om kunstzinnige bordtekeningen zoals je vaak ziet bij verjaardagen of feesten.
Hiermee is de toon gezet. De schrijver geeft in dit hele boek eigenlijk een les over het gebruikmaken van visualisaties in de klas. En dan bedoelt hij niet een plaatje toevoegen van internet, of een lijstje met icoontjes ophangen voor het dagrooster.
Nee, hij bedoelt hiermee het stevig visueel opbouwen van je lesinhoud. Jouw leerlingen meenemen op een visuele reis door de les.
(Foto via Twitter@onderwijsgek)
Vanuit kennis uit het verleden en oude bronnen komt de schrijver van dit boek tot 5 aspecten voor effectief bordgebruik.
Deze 5 aspecten kun je mijns inziens rechtstreeks overnemen wanneer je na gaat denken over visualiseren bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Mijn persoonlijke toevoeging:
Zorg voor een ankerplek in je klas, waar de leerling een bordschets of bordschema terug kan vinden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een taalmuur.
Met de digitale borden van tegenwoordig is een print van een bordschets of schema snel gemaakt. Dit sluit goed aan bij de inhoud van het derde hoofdstuk.
In het boek kom je heel veel voorbeelden tegen van bordschetsen en aantekeningen waarbij je de leerlingen ook opdrachten geeft om het bordwerk na te tekenen en aan te vullen.
Hiermee kom je bij TOSleerlingen tegemoet aan de vraag om tijd. Taalverwerking kost meer tijd bij deze leerlingen. Taal vervliegt sneller, wanneer je tussendoor dingen kunt noteren en visualiseren beklijft de informatie beter.
Zelf ga je vertragen doordat je meer tijd gaat besteden aan je bordwerk, dit vertraagt je les.
Door ordelijk en netjes te werken, zonder haast en met een duidelijke opbouw ben je in meerdere opzichten een voorbeeld voor je leerlingen.
Het is mooi om te ontdekken hoe bordwerk ook weer aansluit bij de doelstellingen en gedachten achter ondersteunend tekenen bij TOS.
In het tweede hoofdstuk van dit boek lees je meer over de opkomst van het digibord, over didactische dilemma’s rondom gepersonaliseerd onderwijs en opmerkelijk genoeg over heel veel leerkrachten die naast het digibord met zijn vele mogelijkheden, ook graag een versie van het oude krijtbord terug willen in hun lokaal en dat inmiddels ook voor elkaar hebben gekregen.
Het gedeelte over aandacht , concentratie en focus heb ik met extra aandacht doorgelezen. Schermtijd is een groot discussiepunt, het digibord is tenslotte ook een beeldscherm.
Zeker in tijden van de lockdown willen we niet dat de kinderen teveel tijd achter een scherm doorbrengen.
Het pleidooi om een balans te vinden tussen analoog en digitaal lesgeven onderschrijf ik. Gebruik een digibord wijs, zet het in zoals het bedoeld is. Gebruik het voor bijvoorbeeld de 3D modellen, bewegende beelden om de kennis van de wereld binnen te halen en lesstof interactief te maken. Durf daarnaast te kiezen voor bordschema’s en aantekeningen die de leerlingen kunnen en mogen overnemen.
Dit geeft een goed moment van focus, rust en stilte. Dit versterkt het groepsgevoel en leert kinderen meteen een studiehouding aan. Focus in een wereld vol afleiding vraagt om klaslokalen met rust.
Bron: Blz 82: Bordwerk en aantekeningen, Marcel Schmeier
In het derde hoofdstuk vind je een aantal goede tips en belangrijke elementen over bordwerk en de verschillende borden die tegenwoordig in alle klassen te vinden zijn.
- De kracht van schrijven op het schoolbord is dat de inhoud van de les langzaam wordt gedeeld met de leerlingen. Dit noem ik ‘slow teaching’.
- Goed bordwerk activeert de leerlingen. laat ze daarom overnemen, aanvullen, verklaren en stel er vele vragen over.
- Zorg ervoor dat het bord voor iedereen goed zichtbaar is, ook vanaf de zijkanten en achterin de klas.
Bron: blz 88: Bordwerk en aantekeningen, Marcel Schmeider
In het derde hoofdstuk vind je voorbeelden van bordwerk met veel afbeeldingen en quotes van onderzoekers.
In het vierde hoofdstuk lees je meer over de kracht van aantekeningen en de verschillende soorten aantekeningen zoals Cornell-aantekeningen, Visuele aantekeningen en kenniskaarten. Vooral ook handig voor de minder begaafde tekenaars onder ons.
In het laatste hoofdstuk vind je tenslotte mooie kleurrijke voorbeelden van prachtige bordwerk en aantekeningen van leerlingen. Ingestuurd door leerkrachten uit heel Nederland en België.
Hierdoor krijg je meteen zin om morgen aan de slag te gaan met beter bordwerk in jouw klas.
Na het lezen van dit boek ben ik zeer zeker geïnspireerd geraakt door de vele voorbeelden van bordwerk en aantekeningen om meer te gaan doen met visualiseren.
Vooral het pleidooi om het whiteboard, wat vaak naast een digibord hangt, effectiever te gaan gebruiken voor een bordschema of aantekeningen spreekt mij erg aan. Om dit langzaam gedurende de les of de lesweek te laten staan en steeds verder aan te vullen. Dit vergt voor heel veel leerkrachten een stukje omdenken. Die whiteboards worden nu voornamelijk ingezet voor dagroosters, korte reminders of terloopse notities. Wat als we dit nu eens anders zouden gaan doen?
De 5 aspecten voor effectief bordgebruik sluiten heel goed aan bij de onderwijsbehoeften van heel veel leerlingen, maar zeker ook bij die van TOSleerlingen.
Wanneer een TOS leerling ambulante begeleiding krijgt is vraag om visualiseren in heel veel ondersteuningsdocumenten terug te vinden.
Hoe en wat dit inhoudt wordt helaas lang niet altijd uitgelegd aan de leerkrachten die het daadwerkelijk moeten gaan uitvoeren.
Met dit boek heb je hierbij een goede aanvulling voor die leerkrachten die vragen hebben bij de praktische invulling hiervan.
Het boek is zeker ook een aanrader voor iedereen die zich meer wil verdiepen in visualiseren en visueel lesgeven in de klas. Heel veel leerlingen zullen erbij gebaat zijn.
Veel oudere leerkrachten zullen dingen herkennen uit vroeger tijden, toen het krijtbord nog in de klas hing.
Ik ben benieuwd of we met dit boek het ‘slowteachen’ met behulp van goed opgebouwde visualiseringen weer in ere kunnen herstellen in de klaslokalen van nu!
Doelgroep: po/vo
Auteur: Marcel Schmeier
Uitgeverij Pica € 16,95
Bij het boek hoort een gratis download zoals je die hierboven ziet.
Klik op de afbeelding om te downloaden.
Hoe gebruik jij je digibord en je whiteboard in de klas?
Heb jij ook een mooie tip of een idee voor een blog? Of heb je een vraag naar aanleiding van een blog? Laat het mij weten in een reactie.
Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.
Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.