Geen Resultaten Gevonden
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Marcel van As is onderwijsadviseur bij Edux en geeft als expert regelmatig inspiratiesessies rondom de aanpak: Close Reading.
Marcel heeft daarnaast onder meer als leerkracht gewerkt op een cluster 2 school in Goes.
In deze podcast deelt hij zijn visie op Close Reading en geeft hij antwoord op een aantal van mijn vragen. Want hoe kun je TOSleerlingen optimaal betrekken bij de Close Reading sessies?
“Begrijpend lezen is geen vak!
Het is een integratieve vaardigheid die ook nog eens heel complex is. De wereld kunnen begrijpen is heel erg belangrijk.
Zoals Paulo Freire al zei: “Laten we de kinderen niet leren om het woord te lezen, maar om de wereld te lezen. (vrij vertaald)
En dat is voor mij nog steeds wel een belangrijk motto!”
Sinds januari 2020 werkt Marcel als onderwijsadviseur. Daarvoor was hij directeur op een basisschool in Middelburg.
Zijn kennis en interesse van en voor TOS leerlingen stamt uit zijn tijd daarvoor. Hij heeft bijna 9 jaar als leerkracht en later als teamleider gewerkt binnen het cluster 2 onderwijs bij de koninklijke Aurisgroep in Goes.
In 2012 behaalde hij zijn Master’s degree in ecologische pedagogiek.
Marcel is bereikbaar via zijn Linkedinprofiel
Aan het eind van het gesprek heeft Marcel een aantal prachtige tips. Specifiek voor leerkrachten met taalzwakke leerlingen in de klas deelt hij mooie adviezen. Maar voor de ambulant dienstverleners en begeleiders van leerlingen met een TOS die luisteren heeft hij ook een aantal praktische adviezen.
Close Reading en TOS, gaat dat samen? Hoe hou je leerlingen met een TOS of leerlingen met een taalachterstand of zwakke lezers actief betrokken bij de diverse sessies? Lees er meer over in mijn uitgebreidere artikel Close Reading en TOS.
Seizoen 1, Aflevering 8 | 44 min
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl
Alweer geruime tijd geleden volgde ik een studiedag op het PICA congres over Close Reading. Dit is een aanpak om te werken aan dieper tekstbegrip via begrijpend lezen. Vanaf dat moment was ik erg benieuwd naar ervaringsverhalen in de klas, en dan met name natuurlijk bij leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of leerlingen met een zwakke taalvaardigheid of leesproblemen.
Zelf heb ik Close Reading een aantal keer kunnen toepassen in een kleutergroep binnen het cluster 2 onderwijs, maar liep hier regelmatig tegen obstakels aan zoals een zwakke woordenschat of een gebrek aan metacognitie (nadenken over taal) bij mijn TOS leerlingen. Het werd soms al snel te auditief. Door oplossingen zoals visualiseren met digitale tools als mindmaps en afbeeldingen op het digibord was er vaak wel een oplossing te vinden.
Mijn interesse voor Close Reading is vanuit mijn werk als ambulant dienstverlener opnieuw aangewakkerd.
Vragen als : “Hoe betrek ik de TOSleerling actief bij de Close Readinglessen” hoor ik steeds vaker terug.
In dit artikel vertel ik je nog eens kort wat Close Reading is, wat de kenmerken zijn van deze aanpak en wat de meerwaarde kan zijn van het gebruik van deze aanpak.
Draagt Close Reading echt bij tot dieper tekstbegrip en wordt begrijpend lezen hiermee een feestje? Telt dat ook voor kinderen met een TOS?
In dit hele artikel noem ik trouwens steeds de TOSleerling. Interpreteer dit vooral zo breed mogelijk. Je kunt hiervoor ook steeds een leerling voor ogen nemen met een zwakke leesvaardigheid of een leerling met een taalachterstand. Ook zij hebben vaak problemen met woordenschat of de metacognitieve vaardigheden.
In mijn podcast: TOS en de digitale wereld; seizoen 1, aflevering 8, heb ik een gesprek met Marcel van As.
Hij is onderwijsadviseur bij Edux en specialist op het gebied van Close Reading.
Daarnaast heeft hij onder meer zelf een aantal jaren gewerkt als leerkracht in het cluster 2 onderwijs. Hierdoor kan hij de koppeling tussen TOS en Close Reading maken vanuit eigen praktijkervaring.
In de speciale Podcast aflevering gaat hij dieper in op de mogelijkheden van Close reading en de valkuilen die je kunt tegenkomen als leerkracht wanneer je leerlingen met een TOS actief wilt betrekken bij de Close Reading lessencyclus. In dit blog zal ik ook een aantal inzichten van hem delen.
Close Reading is een specifieke vorm van begrijpend lezen, afkomstig uit de Verenigde Staten, en stamt uit 2012. Het is een vorm van verdiepend lezen. In het kort kun je zeggen dat je drie keer aan de slag gaat met een tekst om dieper begrip te krijgen.
Nederland is in Europa het enige land wat begrijpend lezen als een apart vak op het rooster heeft staan. Nergens in Europa worden leesstrategieën apart geoefend zoals in Nederland.
Toch laat Nederland geen betere resultaten zien op het gebied van begrijpend lezen ten opzichte van de omringende landen. Hoe kan dit?
Begrijpend lezen is eigenlijk de basis voor alle vakken. Vooral zaakvakken drijven op het niveau van begrijpend lezen. Lukt het leerlingen niet om een tekst te begrijpen, te doorgronden, dan vallen de vele zaakvakteksten ook niet op hun plek.
Complexere teksten, verdiepende teksten, zoals die bij zaakvakken vaak te vinden zijn, lenen zich heel goed voor de aanpak van Close Reading. Deze aanpak werkt namelijk het beste bij teksten die complex, uitdagend, aansprekend zijn en meerdere lagen bevatten.
Kees Vernooij noemt begrijpend lezen een cruciale vaardigheid voor het leven. Volgens hem geeft deze aanpak aan scholen de handvatten om leerlingen een vaardigheid voor hun schoolloopbaan en het leven bij te brengen.
Wil je meer lezen over hoe je zaakvakken kunt linken aan taalonderwijs en andersom, lees dan ook mijn blog over het boek Rijke taal. En bekijk ook eens het informatieve boek van Marianne Verhallen en Wim van Beek: Taal, een zaak van alle vakken.
Dit boek is te koop via uitgverij Couthino. Op hun website kun je het volgende lezen:
Taal is de sleutel tot succes op school. Kinderen die sterk zijn in taal behalen op school goede resultaten, niet alleen bij taal, maar ook bij de andere vakken. Minder taalvaardige kinderen presteren over de hele linie meestal minder goed. Dit boek laat zien hoe beter onderwijs ontstaat als leerkrachten taallessen en zaakvaklessen bij elkaar brengen.
Hieronder bespreek ik in het kort de drie fasen van de Close Reading aanpak.
De lessencyclus van Close Reading bestaat steeds uit drie fasen
In de eerste fase van het Close Reading proces wordt de tekst in zijn geheel gelezen of voorgelezen. Bij jonge kinderen wordt vooral voorgelezen, bij oudere kinderen kun je de tekst eerst zelf laten lezen, of mee laten lezen.
Bij leerlingen met een TOS is het belangrijk dat ze de tekst als geheel de eerste keer goed te horen krijgen. Lees hem daarom goed voor, of laat een goede lezer hem voorlezen.
Marcel van As noemt dit in het podcast gesprek “het wegnemen van overbodige ballast.
Maak het opnemen van de tekst als geheel zo toegankelijk mogelijk voor die TOSleerling.
Wanneer je de mogelijkheid hebt van ambulante begeleiding van de leerling, zorg dan voor preteaching van de tekst. Fase 0 noemt Marcel van As dit.
Bespreek de tekst vooraf met de leerling. Blijf de tekst echter wel als geheel zien, ook in die fase 0. Je kunt er de lastige woorden even uit filteren voor die leerling en consolideren via de viertakt, maar blijf de tekst steeds als een geheel benaderen. Deze fase moet bijdragen aan het begrip van de hele tekst.
In de groep, in de eerste fase, gaat het om het doorzien van de tekst in grote lijnen. De leerkracht kan kort een introductie modelen, een context introduceren voorafgaand aan het eerste leesmoment, maar er wordt nu nog niet ingegaan op lastige woorden of de structuur van een tekst. het gaat nu nog even om de kern van de tekst. De tekst als geheel dus.
Zorg er ook voor dat je voorkennis activeert die past bij je leesdoel/lesdoel. Beluister de podcast om te horen hoe Marcel dit uitlegt met enkele voorbeelden.
Tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn bijvoorbeeld :
In de tweede fase gaan leerlingen aan de hand van tekstgerichte vragen aan de slag. Ze gaan meer informatie proberen te verkrijgen. De leerkracht modelt een strategie, stuurt het leren, maar er wordt in deze fase gewerkt met specifieke tekstgerichte vragen.
Deze vragen kunnen bij iedere tekst anders zijn.
In het boek: “Close Reading”van Diane Lapp e.a. staan per leeftijdsgroep een aantal ideeën voor tekstgerichte vragen bij verhalende teksten en voor informatieve teksten genoemd in de bijlagen.
Bij leerlingen vanaf groep 3 kun je ze in deze fase met de pen in de hand laten meelezen. De tekst print je uit op een ruim papier, met in de zijlijn ruimte voor aantekeningen. Vervolgens ga je aan de hand van afspraken woorden arceren, of voorzien van bijvoorbeeld uitroeptekens of vraagtekens. Vaak worden hier speciale picto’s voor gebruikt die steeds het zelfde zijn. Ga hier naar mijn pinterestboard: Digitaalspeciaal en begrijpend lezen en kies diegene uit die jou het meest aanspreken.
Bij jonge kinderen kun je in deze fase een mindmap of visualisatie maken waarin je de vragen met kerntekeningen, plaatjes en woorden beantwoord.
Voor de TOSleerling is het belangrijk dat die bij deze fase mee op reis wordt genomen bij de activiteit. Koppel een taalmaatje aan de leerling of zorg voor extra visualisering zoals ondersteunend tekenen of een mindmap.
Marcel van As vertelt in de podcast ook hoe belangrijk het is voor die TOSleerling om zeker in deze fase mee te doen met de hele groep. Het samen praten over een tekst, het ontdekken van details in die tekst en verwerken van die details dragen allemaal bij aan de vergroting van de kennis van de tekst en de wereld eromheen.
Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :
In de derde fase ga ja weer met specifieke vragen aan de slag om de diepere betekenis van de tekst te vinden. De kinderen gaan nu “als een detective de tekst lezen.” het gaat om het begrijpen van de tekst, wat de auteur met de tekst wil overbrengen. Wat heb je aan deze tekst? Welk verband zie je in het dagelijks leven terug, en klopt dit volgens jou als lezer?
Ook in deze fase kun je weer met de pen in de hand laten meelezen. Bij jongere kinderen kun je nu op de mindmap of visualisatie van de vorige keer, nieuwe aantekeningen maken of verbanden duidelijk maken.
Voor TOSleerlingen is deze fase het meest lastig. Je moet hier letterlijk in de gedachten van de schrijver(s) gaan graven en bedenken wat de achterliggende gedachte is geweest.
Bij TOSleerlingen is het nadenken over de eigen taal al lastig, laat staan over de taal van een ander. De nuances van taalgebruik, figuurlijke taal en zeker de ongeschreven taal, die voor een goede lezer tussen de regels door te lezen valt, wordt door een TOSleerling lag niet altijd gezien.
Je moet hiervoor veel modelgedrag als leerkracht laten zien. Laat TOSleerlingen hier ook vooral samenwerken met een sterker taalmaatje of voer gesprekken met de groep waarbij je weer veel zorgt voor extra visualisering.
Om de boodschap van de schrijver te verwerken kun je ook denken aan diverse presentatietools zoals presenteren met Padlet, Canva of de app Clips (Apple).
Laat een poster maken met de app Pages (Apple) of via Canva of Word.
In het podcastgesprek noemt Marcel ook nog een paar mooie voorbeelden hiervan.
Voorbeelden van tekstgerichte vragen in de onderbouw zijn :
De aanpak Close Reading is absoluut een aanrader, maar het vervangt niet de bekende leesstrategieën zoals:
Deze strategieën zie je terug in de verschillende fases en blijven belangrijk. Ook het koppelen van de kennis van de wereld aan de verhaalelementen is een belangrijke strategie die steeds gebruikt wordt.
Aandacht voor het vlot leren lezen en de leesmotivatie mag niet vergeten worden.
Wanneer voortaan iedere tekst in drie lessen wordt uitgeplozen, zou dit demotiverend kunnen werken op de leerlingen, zeker op de leerlingen die een zwakker leesniveau hebben. Close reading is dus een aanpak die je mijns inziens zeker niet op iedere tekst moet toepassen.
Voor leerlingen met een zwakker leesniveau of met een TOS kan de methode erg talig zijn. Bij alle fasen wordt een vrij hoog taalniveau, een goede woordenschat en een goed taal-denk-niveau verondersteld.
Bij het samenwerken, het overleggen, wordt uitgegaan van een vlotte taalproductie. Je snapt dat dit voor leerlingen met een TOS niet altijd het geval is. Zij kunnen bij deze methode dan ook flink overvraagd worden wat weer demotiverend kan werken. Houd hier altijd rekening mee en anticipeer hierop door bijvoorbeeld taalmaatjes aan elkaar te koppelen of als leerkracht bij een vaste groep te ondersteunen door modeling.
Preteachen van de tekst, voorafgaand aan les 1, zodat de lastige woorden/zinnen voor de TOS leerling al zijn ontdekt en besproken, kan helpen om beter aan te haken vanaf fase 1. (Marcel van As beschrijft dit als Fase 0)
Het werken op een groot A3 papier heeft ook de voorkeur, zo kan de TOS leerling al voorafgaand zijn aantekeningen maken en meenemen naar de eerste lesfase in de groep.
In Fase 2 en 3 moet zeker aandacht blijven voor het taalbegrip van de TOS Leerling. Begrijpt hij of zij de vragen? Kent de leerling de gebruikte woorden inmiddels wel? Waar kan de leerling terugkijken? Is er een visueel ankerpunt (taalmuur) waar hij of zij nog even kan terugkijken wat er de vorige keer is besproken? Visualiseer!!
Plaats een taalzwakke leerling regelmatig naast een sterker taalmaatje, wat hem of haar af en toe op weg kan helpen. Preteaching en/of een plekje aan de herhaalde instructietafel is ook niet verkeerd. Bekijk dit per tekst en per leerling.
Wanneer je gebruikt kunt maken van een ambulant dienstverlener of onderwijsassistent kun je een vierde fase toevoegen, zoals Marcel die benoemt in de podcast. In die vierde fase ga je met je TOSleerling nog eens in gesprek over de tekst. Geef hier vooral ook de ruimte voor eigen inbreng omdat dit in de grote groep vaak niet altijd lukt. De TOSleerling heeft vaak een vertraagde taalverwerking, waardoor groepsdiscussies en gesprekken snel gaan en lastig zijn In zo’n vierde sessie neem je nog eens extra de tijd voor zijn of haar specifieke inbreng. Geef een podium aan de leerling wanneer die bijvoorbeeld extra geïnteresseerd is in het onderwerp. Laat een poster maken of iets anders voor op de taalmuur.
Vaak kunnen kinderen met een taalprobleem zich onvoldoende een beeld vormen van de tekst die ze lezen. Dit maakt het begrijpen van een tekst en het praten over de inhoud erg lastig.
Leerlingen met een TOS hebben moeite met taaldenken. De innerlijke taal en het vermogen om na te denken over gesproken en geschreven taal (metalinguistiek) zorgt vaak voor problemen.
Momenteel wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar de mogelijkheden en onmogelijkheden van Close Reading bij leerlingen met een TOS.
Is dit een goede combinatie of maak je het leerlingen met een TOS juist veel te lastig?
Bij eventuele nieuwe inzichten zal ik die aanvullen hier op de website.
Het boek Close reading is te verkrijgen bij uitgeverij Pica.
Ook kun je hier terecht voor meer informatie rondom scholing.
Vanaf januari 2021 zijn er nu mooie verzamelboeken met lessenseries te koop voor onderbouw tot bovenbouw.
Met de lessenseries doe je volop ideeën op voor hoe je met allerlei teksten in je groep aan de slag kunt gaan. Je krijgt onder meer vele suggesties voor tekstgerichte vragen en werkvormen.
Ook kun je handige posters voor in de klas gratis downloaden op de website van PICA.
Heb jij TOSleerlingen of taalzwakke leerlingen en pas je speciale technieken toe of heb je andere aanvullingen die je gebruikt in de klas? Laat ze hieronder achter in een reactie!
Voor sommigen is verhalen vertellen het leukste wat er is, ze doen niets liever, voor leerkrachten is het ook vaak een favoriete bezigheid.
De een vertelt prachtige verhalen met veel fantasie en kan het zo brengen dat je het helemaal voor je ziet. Veel intonatie, veel voorbeelden en mooi taalgebruik ligt daar vaak aan ten grondslag. Zelfs een boek zonder afbeeldingen voorlezen lukt ook deze vertellers perfect. Ze boeien hun luisteraars.
Er zijn ook vertellers waarbij je al snel wegdroomt of afgeleid wordt. Vaak is er dan geen inspirerende verteller aan het woord. Het is dan vaak iemand met weinig intonatie, te moeilijk taalgebruik, je kunt je er geen echte voorstelling bij maken.
Verhalen vertellen vraagt dus best wel wat van de verteller.
En wat als je als kind zelf een verhaal moet vertellen. Dan moet je dus ook rekening houden met je luisteraar. Je moet rekening houden met je intonatie, je zinsgebruik, je volgorde. Daarnaast moet je ook nog eens beeldend vertellen. Deze componenten zitten namelijk in een goed verhaal.
En dat maakt het precies zo lastig voor kinderen met een TOS.
Zij moeten goed nadenken over het verhaal. Wat vertel ik eerst, hoe heette dat ook weer? Wat is het spannende stuk, wat is de clou, hoe ontvangt de luisteraar mijn verhaal? Moet ik aanpassingen maken, meer uitleg tussendoor geven? Best een flinke klus dus.
Kinderen van 4 jaar ontwikkelen naast woordenschat en zinsvormingsvaardigheden ook vertel- en gespreksvaardigheden. Ze ontdekken hoe een normaal gesprek verloopt en hoe je een verhaal kunt vertellen.
Je snapt het al, dit leer je niet in een korte tijd, maar hier gaan jaren overheen.
Vierjarige kinderen brengen van verhalen vertellen nog weinig terecht. Ze drukken nog moeilijk verband uit tussen verschillende gebeurtenissen en maken onvoldoende onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Bij verhalend vertellen bij een prentenboek beperken ze zich niet tot de zaken die voor het verhaal van belang zijn, maar ze beschrijven ook kleine details.
Bovendien zal een 4-jarig kind nog geen verband aanbrengen tussen de plaatjes in het verhaal.
6-jarigen doen dat al wel, maar toch zijn er ook zelfs 8-jarige kinderen die dit nog altijd moeilijk vinden.
Bij leerlingen met een normale taalontwikkeling duurt dit proces vaak tot ver in de bovenbouw, (en daarna).
Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis kunnen heel moeilijk nadenken over taal en over hun eigen taaluitingen (Metalinguïstiek) , dus verhalen vertellen is super lastig.
Die ontwikkeling beslaat bij hen een nog langere periode, zelfs tot ver na de basisschoolleeftijd.
De metalinguïstische ontwikkeling vindt plaats in de basisschoolperiode. Het kunnen denken en praten over taal is belangrijk om taal bewust te leren en te oefenen
Verhalen vertellen gebruik je eigenlijk bij heel veel verschillende activiteiten, meer dan je in eerste instantie zou denken. Wanneer je oefent met actief verhalen vertellen oefen je natuurlijk ook het begrijpen van verhalen en de verhaalstructuur.
Verhalen vertellen gebruik je als jong kind:
Op latere leeftijd komen daar bij:
Het oefenen met verhalen vertellen is dus een goede en belangrijke taalactiviteit.
Leerlingen met een TOS hebben vaak een kleine woordenschat. Ze hebben moeite met zinsbouw en hebben daarnaast moeite om te bepalen welke informatie belangrijk is bij situaties omschrijven en verhalen vertellen.
Leerlingen met TOS profiteren van veel oefening met het vertellen en praten over taal. Je biedt ze hiermee inzicht in verhaalopbouw, zinsbouw en woordenschat.
Ontdek bijvoorbeeld samen in een gesprek of een verhaal dat een woord ook twee betekenissen kan hebben.
(“Hij loopt naar de bank”, gaat hij zitten of gaat hij geld halen??)
Vanaf groep 1 is aandacht voor taal, taalvorm, taalinhoud, oefenen met vertellen en taalbeschouwing daarom ook erg belangrijk.
Heel veel spreken en vertellen dus. Dat doe je met jonge kinderen het liefst betekenisvol. Met een onderwerp wat echt uit de belevingswereld komt.
Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) hebben meer stimulatie nodig om de metalinguïstiek te ontwikkelen.
Verhalen vertellen met jonge kinderen
Je kunt pas een verhaal vertellen als je weet waarover je wilt vertellen. Voor jonge kinderen is het dus belangrijk om een goed onderwerp of een betekenisvolle activiteit centraal te stellen.
Een kind moet de inhoudelijke bestanddelen, dat wat het wil vertellen, in de juiste volgorde van gebeurtenissen kunnen indelen, bijv. begin, en toen, eind. Dit kun je zichtbaar maken met visueel beeldmateriaal (verhaalschema) of bijvoorbeeld het op volgorde zetten van concreet materiaal. (waterkoker> glas >theezakje).
Een kind moet de vaardigheid hebben om een logisch verhaal op te bouwen en de luisteraar mee te nemen. Dit is erg lastig voor leerlingen met een TOS. Zij overzien de zinnen nog niet, laat staan de verhaalinhoud. Zorg hier dus voor visuele ondersteuning in verhaalopbouw. Zorg voor plaatmateriaal of ondersteunend ICT materiaal.
Een goed verteller weet de luisteraar te boeien, houdt het verhaal lang genoeg om de ander mee te kunnen nemen in het verhaal, maar niet te lang, vanwege de concentratieboog van de ander.
Leerlingen met een TOS vinden het op het juiste tijdstip iets vertellen, erg lastig.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vertellen van een mop. Om hierbij te helpen kun je denken aan een visuele cue. Bedenk bijvoorbeeld een teken waardoor de leerling weet dat dat hij terug moet in zijn verhaal, omdat je een begin mist.
Oefen dit vooraf in een kleine setting en leg ook uit waarom timing in het verhaal belangrijk is.
Voor TOS leerlingen is dit niet vanzelfsprekend.
Op mijn Pinterestbord voor verhaalopbouw en in veel methodes of ander kleutermateriaal vind je bij verhaalopbouw heel veel ideeën.
Het ene idee vraagt veel voorbereiding, het andere schud je zo uit je mouw als leerkracht.
Belangrijk is altijd om van tevoren te bedenken:
Help de verschillende verhaalelementen eigen te maken door het te visualiseren in een verhaalschema of met de platen uit het betreffende prentenboek. Werk je vanuit een voorgelezen verhaal, probeer er dan samen met de leerlingen tekeningen bij te maken van de verschillende verhaalfases. (Op Pinterest vond ik de werkvorm Vensterruiten)
Wil je de kinderen zelf een verhaal laten bedenken, werk dan met uitdagende hoeken.
Zorg dat je in alle hoeken van jouw lokaal een verhaal kunt spelen. “Herfst” kun je niet spelen, “een wandeling door het bos wel”
Gebruik drama, speel mee in de diverse hoeken of laat kinderen verhaallijnen bedenken en voorspelen aan elkaar.
Zelf bedenken van een vervolg of een slot op een vertelplaat is een goede oefening voor het maken van een verhaalopbouw en het bedenken van een plot of clou.
Heel geschikt hiervoor zijn oude voorleesboeken met 1 plaat per verhaal. Denk aan boeken met verhaaltjes voor het slapen gaan, of 100 dierenverhaaltjes. Wanneer je zo’n plaat gebruikt en bijvoorbeeld alleen de karakters omschrijft kun je de kinderen een stukje op weg helpen. Je geeft ze een soort kapstok waar ze hun verhaal aan kunnen ophangen.
TIP:
3.Samen een verhaal opbouwen
Dit kunnen verhalen zijn die door de kinderen worden ingebracht naar aanleiding van een gebeurtenis op school of thuis.
Het kan ook een verhaal zijn wat ontstaat doordat jij als leerkracht of een kind iets in de groep brengt.
4. Visualiseren is belangrijk
Het is voor leerlingen met een TOS erg belangrijk om steeds een tekening te maken bij wat het kind verteld.
De manier en kwaliteit van tekenen is niet belangrijk, het is vooral een manier voor het kind om de gedachten helder te krijgen en te visualiseren. Daarna schrijf je de zinnen die de kinderen maken in correcte zinsbouw uit. Het is belangrijk dat je van het kind het eigen verhaal vertelt en dat ondersteunt met tekeningen. In een groep wordt het op die manier een groepsverhaal.
Bekijk hieronder een voorbeeld van een verhaal wat samen met de kinderen bedacht is bij een ei, wat ineens in de klas lag.
Dit zijn natuurlijk cruciale onderdelen voor zowel de inhoud van de les als het tempo van de les.
Door de juiste vragen op de juiste momenten te stellen kun je de leerlingen helpen om zich niet te verliezen in details en daarnaast iedereen meteen geboeid houden. Stel niet alleen gesloten vragen, maar stel open vragen aan de leerlingen volgens de taxonomie van Bloom.
Als leerkracht kun je tijdens het vertellen vragen stellen die helpen om:
Door regelmatig samen te vatten en te herhalen wat je al hebt in het verhaal, geef je tijd voor de auditieve verwerking en het ordenen van de innerlijke taal die je bij de kinderen aan het werk hebt gezet.
De hoofden zitten vol en worden op deze manier weer even geordend en klaar gemaakt voor de volgende denkstap.
Open vragen stellen en nadenken over hoe je met die vragen het denken kunt stimuleren is soms best lastig in de drukte van het moment. Gebruik hiervoor de boom van Bloom. Onderstaande poster als reminder in jouw klas is misschien een goed idee.
Laat jouw idee of werkvorm hieronder achter in een reactie
In mijn blog “Verhalen vertellen in de klas” heb ik je verteld over verhalen vertellen in de klas.
Het werken aan verhaalopbouw is voor kinderen met een taalontwikkelingsstoornis extra belangrijk.
Een taalzwakke leerling is vaak communicatief beperkt redzaam door een zwakke woordenschat, door problemen met de taalvorm en het taalgebruik.
Wanneer je woordenschat klein is, wordt het lastig om je verhaal goed te vertellen. Je zoekt steeds naar woorden en je kunt je verhaal hierdoor niet goed overbrengen.
Wanneer je problemen hebt met taalvorm. Je hebt dan vaak problemen met zinsbouw en grammatica of met de uitspraak van langere of meer complexe woorden.
Het vertellen van een begrijpelijk verhaal wordt hierdoor lastig.
Bij problemen met taalgebruik vind je het lastig om een verhaal logisch op te bouwen. Je vindt het lastig om rekening te houden met de voorkennis van de luisteraar. Je vertelt van de hak op de tak en de luisteraar kan het als snel niet meer volgen.
Wanneer je aan de slag gaat met verhalen vertellen worden deze taaldomeinen allemaal in meer of mindere mate geoefend.
Voldoende visuele ondersteuning is natuurlijk onmisbaar bij het werken aan verhaalopbouw.
Verschillende digitale mogelijkheden maken het visualiseren van verhalen erg makkelijk en hierdoor zeer geschikt voor taalzwakke leerlingen.
Er zijn veel tools die hiervoor geschikt zijn.
Ik zet in dit blog 10 tools in willekeurige volgorde voor jou op een rijtje.
Wanneer zet je dit in?
Maak een verhaal naar aanleiding van jullie gesprek, een mooi boek, een voorleesverhaal, een afbeelding, een activiteit, enz.
Ga samen nadenken over de verhaalopbouw, en geef goede taal terug.
Denk hier bij aan de VAT principes.
In plaats van taal verbeteren herhaal je de uitspraak van het kind in een verbeterde zin. Het kind voelt zich gehoord en krijgt meteen auditieve feedback met goede taal en juiste zinsbouw.
Om verhalen te digitaliseren geef ik je hieronder 10 tips.
Je kunt aan de slag gaan met het maken van een boek met de iPad via de app Book Creator.
Deze app is gratis voor 1 boek, en is beschikbaar voor de iPad.
De site www.bookcreator.com is gratis beschikbaar via de computer en het digibord. Je hebt dan wel afbeeldingen nodig die je zelf moet uploaden naar jouw computer.
Een iPad is dan niet nodig.
Een Chromebook of laptop met selfie-camera is bijvoorbeeld perfect voor het maken van een boek over jezelf (“Mijn Boek”)
Bekijk zelf de mogelijkheden of schrijf je in voor één van mijn open workshops online.
Deze app kun je gratis downloaden in de Appstore.
Wanneer je vervolgens kiest voor “nieuw document”, daarna voor “verhaal” , krijg je een voorbeeld van hoe een verhaal eruit zou kunnen zien.
In het voorbeeld zie je vier pagina’s gevuld ter inspiratie. Deze kun je met een leerling of een klein groepje aanpassen of via het + symbool met een lege pagina starten.
Een handleiding voor Pages vind je via het menu rechtsboven in het scherm (3 puntjes) en door te kiezen voor Pages help.
Deze app is gratis te downloaden op een iPad maar ook bereikbaar via PC of laptop.
Met deze app kun je eenvoudig verhalen maken met foto’s of zelfgemaakte tekeningen. De verhalen worden in de gratis versie 90 dagen opgeslagen.
Voor €22,00 per jaar maak je een teacher account met 20 leerlingaccounts aan waarin de mogelijkheden veel groter zijn. Je kunt er namelijk ook korte lesinstructies in maken en het is daarnaast mogelijk om met een school een account aan te schaffen en zo lessen en verhalen onderling te delen.
Het leuke van deze app is dat leerlingen zelf kunnen tekenen en een verhaal kunnen inspreken. Deze hele app is zo simpel in elkaar gezet dat je kinderen zelf ermee aan de slag kunt zetten.
Ga naar de site en bekijk het menu via “Go TO” en kom je er niet uit dan kun je via “How do I….” een antwoord vinden op je vraag.
Met de site van Brikki.nl maak je in een handomdraai met kinderen zelfstandig een verhaal met dit vriendelijke kleine leeuwtje. Via digibord, Chromebook of iPad bereikbaar.
Deze site is vooral erg geschikt voor groep 1 en jonger.
Hoe werkt het? Je neemt wat vierkantjes, wat cirkeltjes en voegt er een driehoekje bij… die geef je wat kleurtjes… je zet ze op de juiste plaats en… klaar is Brikki!
Het is leuk en leerzaam. Je kunt Brikki zelfstandig laten maken of samen met jou als leerkracht. Op de site vind je ook online kleurplaten en de verhaaltjes worden met een nummer opgeslagen op de site, zodat je het altijd kunt terugvinden.
Klik op de afbeelding om naar de site te gaan.
Met deze app maak je stripverhaaltjes met een duidelijke verhaallijn. Bekijk de settings voor de mogelijkheden. Toontastic is iets meer beperkt in de keuzes voor de achtergronden en de personages, maar dat kan ook juist de creativiteit aanwakkeren om een origineel verhaal te maken.
Gebruik ook eens een storyboard vooraf, je vindt ze op mijn Pinterestbord verhaalopbouw
Dit is een animatie app om zelf verhaaltjes te maken. Kies de poppetjes en spreek ze in met je eigen stem. Met deze vernieuwde versie van Puppet Pals kun je je poppetjes nu echt laten bewegen en hun monden laten praten. Ook zijn ondergronden nu interactief. In de gratis versie kun je niet met je eigen foto’s werken, in de betaalde versie wel.
Laat bijvoorbeeld een verhaal maken aan de hand van het thema in je groep.
Met Stop motion maak je verhalen door heel veel foto’s achter elkaar te maken. De app zet ze dan snel achter elkaar. Denk bijvoorbeeld aan de filmpjes van Buurman en Buurman.
Wanneer je zelf een verhaal maakt, kun je het met de juiste attributen en deze app in een filmpje zetten.
Gebruik een stopmotion app bij een verteltafel om een prentenboek na te maken. Maak een film van een bouwhoekactiviteit of een thematisch spel in de huishoek of zandtafel. Zet de iPad stevig op een vaste plek. Stel de app in op automatisch foto’s maken per 3, 5 of 10 seconden en kijk na een kwartier naar het resultaat.
Met Omnidu maak je heel snel een digitaal spel met zelfgemaakte content. Op de site van Omnidu kun je kiezen voor het format “verhaal”.
Hier kun je vervolgens de platen of de zelfgemaakte tekeningen van leerlingen in een Omnidule plaatsen en samen inspreken. Zo maak je een digitaal verhaal, wat simpel via het digibord of thuis kan worden bekeken.
Met de Greenscreen-techniek maak je verhalen in iedere setting die je maar kunt bedenken. Het enige wat je nodig hebt is een groene achtergrond en een goed verhaal.
Lees er meer over in mijn blog over Greenscreen in de klas .
Met iMovie kun je trailers met Hollywood-allure en prachtige films maken.
Je hebt keuze uit veertien trailersjablonen met prachtige graphics en originele soundtracks van wereldberoemde filmcomponisten. Het materiaal voor je trailer kun je direct in iMovie opnemen. Met iMovie maak je hierdoor prachtige filmpjes voor themapresentaties of weeksluitingen.
Welke app gebruik jij al?
Afgelopen maand las ik het boek Rijke taal van Erna van Koeven en Anneke Smits.
Het is best een dikke pil (432 pagina’s) maar gek genoeg ging dit op geen enkel moment tegenstaan terwijl ik het boek las.
Integendeel, hoe verder ik kwam in het boek, hoe meer ik erin werd getrokken door de vele herkenbare voorbeelden, de kijkjes in de klas en natuurlijk door de strekking van het verhaal.
het boek Rijke taal is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan.
De titel zegt het al; Rijke taal, krachtige taal en leesdidactiek voor de basisschool.
helemaal aansluitend bij mijn interesses dus.
Ik las dit boek met mijn “speciaal-onderwijs-bril”. Dus continu met de leerling met een taalontwikkelingsstoornis in het achterhoofd.
Tijdens het lezen van het boek maakte ik aantekeningen.
Voor mij persoonlijk altijd een teken dat er veel interessante informatie in staat, die het waard is om samen te vatten.
In dit blog wil ik geen samenvatting geven, het boek is te interessant en te veelomvattend hiervoor.
Eigenlijk is dit boek een pleidooi voor rijk taalonderwijs. Vanuit die visie pleit ik ervoor dat ieder leerkracht in het basisonderwijs dit boek leest, en vervolgens er naar gaat proberen te handelen.
Want dit boek lezen is 1 ding, handelen in de praktijk is iets anders en die praktijk is vaak weerbarstig.
Daarom meteen een gouden tip van mij aan alle leerkrachten die dit lezen;
Zet het onderwerp “Rijke taal, hoe doen wij dit? “ op de agenda van een studiedag of een terugkerend vergadermoment.
Ga samen wat vaker in overleg, laat “good practice” voorbeelden zien en/of horen aan elkaar, deel je ervaringen, inspireer elkaar en durf de methode soms los te laten.
Een mooi voorbeeld van rijke taal en verdiepende gesprekken is de methode Grej of the day.
Lees hier meer over in mijn artikel Grej of the day, kennis is cool.
Het bieden van rijke taal, door alle vakken heen, moet een essentieel onderdeel worden voor het basisonderwijs.
Taal is immers de manier om het lezen en de kennis van de wereld van alle leerlingen op een hoger plan te tillen en hiermee kun je effectief laaggeletterdheid tegen gaan.
En willen we dat niet allemaal?
Leerlingen die daardoor wèl actief deelnemen aan onze talige maatschappij? Die brieven van de overheid kunnen lezen, maar ook kunnen praten over krantenartikelen of actualiteiten uit de media?
Uiteindelijk worden leerlingen die zich mondeling en schriftelijk competent genoeg voelen om mee te doen uiteindelijk werknemers. Op die werkvloer moeten ze vervolgens mee kunnen denken en van daaruit durven te overleggen, durven samen te werken en te handelen.
De schrijvers gaan per hoofdstuk in op onder meer de volgende vragen.
Een mooie aanvulling is het gedeelte in het boek over Scaffolding.
Taalzwakke leerlingen en NT 2 leerlingen hebben hier vaak behoefte aan en dit wordt in het boek uitgebreid beschreven.
Scaffolding is het ondersteunen van het onderwijs met denkbeeldige steigers (scaffolds) in de vorm van hulpmiddelen voor beter begrip van de leerstof.
Dit kan bij begrijpend lezen bijvoorbeeld een verklarende woordenlijst zijn met de belangrijkste contextbegrippen uit de tekst. (Eventueel ook in de moedertaal uitgelegd)
In hoofdstuk 2 wordt bijvoorbeeld digitale scaffolding omschreven.
De schrijvers noemden dit ondersteunen, verrijken en vieren met ICT.
Hieronder en voorbeeld van een groepsgesprek via een Padlet. De onderzoeksvraag wordt geformuleerd door alle leerlingen voor optimale betrokkenheid. Samen komen we tot een overeenstemming.
Het boek is onderverdeeld in 8 hoofdstukken. In al die hoofdstukken komen een aantal begrippen en opvattingen steeds weer terug. Ook worden steeds inzichten gedeeld die in veel gevallen een eyeopener zijn.
Enkele zet ik hieronder:
Het zijn wellicht voor een aantal van jullie open deuren, maar toch denk ik dat ze aandacht verdienen in de curriculumdiscussie van dit moment.
Het boek staat vol met tips voor de leerkrachten en tips voor de praktijk.
De schrijvers onderbouwen hun beweringen steeds met wetenschappelijke bronnen.
Het is een makkelijk leesbaar boek. De vele praktijkvoorbeelden en handzame tips geven inspiratie om meteen mee aan de slag te gaan.
“De leesvaardigheid van leerlingen in Nederland komt als goed uit de onderzoeken, maar het leesbegrip en het leesplezier neemt af.
Hoe kom je tot duurzaam leren waarbij rijke verbindingen in de hersenen tot stand worden gebracht die leiden tot duurzame veranderingen in het lange termijn geheugen?”
En hiermee heb je meteen de rode draad in het boek te pakken. Want hoe krijg je leerlingen weer betrokken bij taal/leesonderwijs?
Het boek is bedoeld voor iedereen die inzicht wil krijgen in wat goed taal- en leesonderwijs is en daarmee aan de slag wil gaan. Dat kan iedereen zijn die op het gebied van educatie of logopedie het taalonderwijs een warm hart toedraagt.
Dit boek biedt echt waardevolle informatie wanneer je als professional of als team aan de slag wilt met het taalonderwijs in je klas op op jullie school.
De inhoud van dit boek slaat een brug tussen theorie en praktijk. Het laat je zien hoe je duurzaam, betekenisvol taal- en leesonderwijs geeft.
De schrijvers laten je zien hoe je actief kunt gaan nadenken over teksten en hoe je dit kunt vormgeven in de klas. Je krijgt praktische voorbeelden op ieder niveau over hoe je hiermee jouw leerlingen een goede taalbasis (mee)geeft.
Hoe bied jij dit aan?
Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.
Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.