Geen Resultaten Gevonden
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Chantal werkt als logopediste en ontwikkelaar van online trainingen over taalproblemen.
Haar specialisatie is TOS en Dyslexie
Een van haar passies is TOS op de kaart krijgen.
Hoog tijd dus voor een uitgebreid gesprek met Chantal.
“Iedereen met een TOS verdient het om een professional of ouder in de omgeving te hebben die de taalontwikkeling op de juiste en passende manier kan ondersteunen”.
Chantal kan zich hier helemaal in vinden. Toch zet ze ook kritische vraagtekens.
Geen één kind met een TOS is het zelfde vertelt Chantal in deze podcast.
De diagnose is fijn om de onderwijsbehoefte helder te krijgen, maar er moet voorzichtig mee worden omgesprongen. Leerlingen houden deze diagnose namelijk hun leven lang bij zich.
Een TOS is namelijk niet iets wat overgaat, de persoon met een TOS ontwikkelt routines en compensatiestrategieën om in onze talige wereld aan te kunnen sluiten en deze bij te houden. Dit is vaak erg lastig.
Hierdoor kun je met recht stellen dan leerlingen met een TOS de hele dag topsport bedrijven.
Veel leerlingen met een TOS proberen vaak niet teveel op te vallen.
Ze willen niet anders zijn dan de rest, maar lopen wel de hele dag achter de realiteit aan en zijn overal een fractie later of zelfs te laat bij om goed te kunnen aanhaken.
Ondanks dat de diagnose steeds meer onder de aandacht komt, worden deze leerlingen nog te weinig gezien en hierdoor vaak verward met bijvoorbeeld leerlingen met een Autisme stoornis (ASS) of ADHD.
Hoe geeft Chantal dit vorm in de praktijk? Wat is haar missie en hoe raakt dit aan de moderne digitale wereld van vandaag?
In de praktijk van Chantal, Logomedia Dordrecht, wordt veel gewerkt met digitale ondersteuning van de logopedische behandeling en worden zelfs online trainingen ontwikkeld en gegeven zowel voor ouders, leerkrachten als voor de leerlingen zelf.
Digitaal ondersteunen mag echter nooit een vervanging zijn voor communicatie vertelt Chantal.
Totale communicatie vraagt om oogcontact, mimiek, beweging, interactie en een veilig gevoel. Het is soms lastig om dit te rijmen met digitale apps.
Het blijft daarom belangrijk om ouders hiervan bewust te maken. Zij moeten soms geholpen worden om taal en communicatie in het dagelijkse leven met hun kind weer een prominente plek te geven. Dit kost echter tijd en energie.
Er moet een bewustwordigsproces op gang gebracht worden. Chantal vertelt in de Podcast over haar praktijkervaringen met deze dilemma’s.
Natuurlijk heb ik Chantal ook weer om tips gevraagd aan het eind van ons gesprek. Ze zijn absoluut de moeite waard om te horen.
Specifiek voor leerkrachten en ouders deelt ze mooie adviezen. Maar voor de mensen met een TOS die luisteren heeft ze een prachtige boodschap.
Mijn advies aan de luisteraars met een TOS:
Vertel aan anderen wat jouw hulpvraag is.
Je hebt een taalprobleem en zorg dat die leerkracht of begeleider dit weet. Geef hem handvatten, wijs op websites of andere mogelijkheden waar je de nodige informatie kan vinden. Die leerkracht of begeleider is er namelijk voor jou!
Zorg dat je gehoord wordt, want je bent absoluut de moeite waard. Nooit opgeven dus!
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Stuur mij een mail via info@digitaalspeciaal.nl
Op woensdag 10 juni 2020 ging ik in gesprek met Heleen Gorter voor mijn podcastserie: Experts over TOS en de digitale wereld.
Zij is ervaringsdeskundige in het omgaan met een taalontwikkelingsstoornis en de schrijfster van het boek “Vechten voor mijn kind met een TOS”.
In deze podcast praten we over het verhaal van haar zoon Matthijs en het gevecht in de wereld van onderwijs en zorginstanties.
Deze aflevering van de podcastserie is geïnspireerd op dit prachtige boek wat Heleen onlangs heeft gepubliceerd.
In de meivakantie van dit jaar heb ik het boek “Vechten voor mijn kind met een TOS ” van Heleen Gorter in een adem uitgelezen.
Zodra ik begon met lezen kon ik eigenlijk niet meer stoppen. Het verhaal gaat over de zoon van Heleen, Matthijs (pseudoniem), en zijn ontwikkeling vanaf de geboorte tot eind groep 8. Matthijs heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS).
Het gevecht wat het hele gezin al die jaren moet leveren om de juiste begeleiding te krijgen voor Matthijs en zijn TOS is indrukwekkend.
De prachtige voorbeelden van goede en passende begeleiding zijn inspirerend om te lezen.
De vervelende ervaringen met zorginstanties die verantwoordelijkheden doorschuiven zijn confronterend om te lezen.
Het resultaat, wat zich uit in onderwijsuitval en thuiszitten in de laatste 3 maanden van zijn lagere schoolloopbaan, is schokkend om te lezen.
Als ambulant begeleider in het cluster 2 en TOS-professional was ik zelf heel erg benieuwd naar dit boek.
Nadat het boek nog een weekje bij mij op de leesstapel lag, ben ik gestart en eigenlijk daarna niet meer gestopt. Wauw wat een verhaal!!
Het verhaal vond ik zelf van A tot Z tegelijkertijd inspirerend en confronterend.
Het is vooral inspirerend om te lezen hoe Heleen vecht voor haar kind. Dat ze keer op keer nieuwe energie vindt om haar kind te helpen. Het is mooi hoe ze ook haar twijfels en donkere gedachten durft te delen. De manier hoe ze tot inzichten komt gaven ook mij weer inzichten tijdens het lezen van dit boek. Heleen ging steeds weer op zoek naar de juiste mensen om haar zoon en haar hele gezin te helpen.
Het is confronterend om te lezen hoeveel fouten er worden gemaakt bij de signalering en diagnose van TOS. Hoe er door scholen, maar ook door commissies van leerlingenzorg, enkel wordt gekeken naar cijfers en uitslagen van onderzoeken en niet naar het kind achter die cijfers.
De impact van de zorg om een kind met een TOS en zijn begeleidingsvragen op het complete gezin is groot.
Het is voor mij op sommige punten herkenbaar.
Meer dan 30 jaar heb ik als leerkracht in het cluster 2 onderwijs gewerkt. Nu werk ik sinds 2 jaar als ambulant begeleider. In al die jaren heb ik natuurlijk veel contactmomenten gehad met ouders van leerlingen met een TOS.
Hierdoor zag ik bij iedere nieuwe wending in het verhaal van Heleen weer een ander kind in mijn herinneringen waarop dit beeld van toepassing was.
Ook was het verhaal voor mij herkenbaar omdat ik tijdens het lezen ontelbare gesprekken in mijn herinnering voorbij zag komen die een soortgelijke ervaring brachten voor andere ouders.
Vooral het vechten voor een TOSdiagnose en het onbegrip van sommige mensen uit de naaste omgeving van het kind waren pijnlijk herkenbaar.
In mijn werk als ambulant begeleider kom ik nog dagelijks tegen dat een leerling met een TOS niet voldoende gezien of begrepen wordt.
Gedragskemerken van leerlingen met een TOS worden dan verward met gedragskenmerken van leerlingen met ASS of ADHD.
Tijdens het Simea congres van afgelopen april 2020 was het mijn intentie om de lezing van Heleen Gorter bij te wonen.
Helaas is dit congres door de Coronacrisis niet doorgegaan.
Ik hoop dat er in de toekomst een nieuwe kans komt want dit verhaal moet namelijk gehoord en gelezen worden.
Door iedereen die werkt met leerlingen met een TOS.
Maar eigenlijk door iedereen die werkt in het onderwijs.
Want TOS is nog steeds bij veel professionals onbekend, terwijl TOS voorkomt bij 5-7% van de bevolking.
In 2015 tot 2018 is er een uitgebreid onderzoek gedaan naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen met een Taalontwikkelingsstoornis door de Universiteit van Leiden in samenwerking met Kentalis.
Doctor Neeltje van Bedem heeft hier in maart 2020 een presentatie over gegeven op het Taalstaal Congres in Utrecht.
Dit congres heb ik zelf bijgewoond en ik was toen al erg onder de indruk van de resultaten.
Het onderzoek en de bijbehorende website is gepubliceerd naar aanleiding van een uitgebreid Emo-TOS-onderzoek.
Alle informatie is terug te vinden via de speciale website van het EmoTOS projectJe vindt hier naast de wetenschappelijke verantwoording en de download naar een uitgebreide samenvatting. TOS en gedrag zijn nauw verbonden, alle gedrag is verbonden met innerlijke taal. Wanneer je geen woorden hebt voor emoties, kun je er ook niet over nadenken en dus ook niet met anderen over praten.
Heleen omschrijft het in de podcast als volgt:
Elk gedrag is een hulpvraag, ook het gedrag van ouders!
Haar boek : vechten voor mijn kind met een TOS is niet alleen een meeslepend verhaal, maar staat ook vol met belangrijke overdenkingen die we uit dit prachtige boek kunnen en moeten halen.
Een van die overdenkingen mag ik hier als afsluiting citeren.
Het begon tot ons door te dringen dat Matthijs door zijn TOS al vroeg in zijn sociaal-emotionele ontwikkeling een zijspoor had genomen. Doordat hij geen woorden had voor emoties kon hij zich sociaal-emotioneel niet ontwikkelen in de periode die daarvoor de meest optimale was.
Pas veel later werden hem de woorden voor de emoties aangereikt en werd hem de sociaal-emotionele ontwikkeling aangeleerd. Een aangeleerde ontwikkeling wordt echter nooit zo eigen als een spontaan opgedane ontwikkeling.
Hij ontwikkelde zich anders dan andere kinderen. Het zijspoor had hem vertraagd, waardoor hij achterliep.
Langzamerhand kwamen wij ook tot de conclusie dat er geen wissel terug was naar het normale spoor.
Wellicht zou zijn taalontwikkeling nog in snelheid toenemen en zo op een leeftijdsadequaat niveau uitkomen, maar het zou nooit een normale sociaal-emotionele ontwikkeling worden.
Deze tweede aflevering is iets langer geworden dan de bedoeling was.
Hopelijk weerhoudt het jou als luisteraar niet om het verhaal van Heleen te beluisteren.
Het was een inspirerend en en tegelijk indrukwekkend gesprek, en een must om te luisteren voor iedereen die als professional werkt met kinderen of jongeren met een TOS. Maar ook voor ouders die op zoek zijn naar handvatten in hun zoektocht voor hun eigen kind met een taalontwikkelingsstoornis.
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Sinds woensdag 13 mei 2020 ben ik een heuse Podcast online gestart.
In deze podcastserie ga ik steeds in gesprek met een expert of een ervaringsdeskundige over de diagnose TOS, oftewel taalontwikkelingsstoornis. Deze diagnose kan nog veel meer bekendheid krijgen en wordt nog te vaak gemist in de wereld van onderwijs en zorg.
Ga hier naar het overzicht van alle podcast afleveringen in deze serie.
Ik start met een gesprek met Marielle Vermeulen. Een echte ervaringsdeskundige op het gebied van TOS. Marielle heeft namelijk zelf een taalontwikkelingsstoornis.
Zij heeft op haar 23e al flinke bekendheid als motivatiespreker binnen de wereld van Cluster 2 onderwijs, maar is altijd op zoek naar een groter publiek.
Naast haar eigen website www.mariellevermeulen.nl heeft ze ook een account op instagram ( ervaringsdeskundige_tos) , op Facebook en een eigen Youtubekanaal. (Marielle Vermeulen)
Zij heeft het tot haar missie gemaakt om jongeren met TOS te helpen in de talige wereld en ze wil graag meewerken aan onderzoeken rondom TOS.
Ze ontwikkelt zelf methodische materiaal voor leerlingen met een TOS, in samenwerking met invloedrijke onderzoekers op het gebied van Cluster 2.
Daarnaast schrijft ze ook boeken. Haar eerste boek is getiteld:
“Hoe begrijp ik taal als ik TOS heb”
en is te bestellen via haar website.
Ook staat ze regelmatig op congressen, geeft ze lezingen voor professionals en leerlingen op scholen en mag ze in het najaar van 2020 zelfs op een TEDx event haar verhaal vertellen over haar missie.
Reden genoeg dus om deze Podcast te starten met een interview met Marielle.
We voerden het gesprek via ZOOM, zodat we elkaar wel konden zien.
Zoals Marielle ook uitlegt tijdens de Podcast, is communicatie niet alleen luisteren, maar ook kijken, verwerken en vooral voelen.
Deze eerste aflevering is iets langer geworden dan de bedoeling was. Hopelijk weerhoudt het jou als luisteraar niet om het verhaal van Marielle te beluisteren.
Het was een prachtig en inspirerend gesprek, met op het eind wijze woorden van Marielle zelf.
“Voel je niet alleen, wanneer je TOS hebt. Ik ben er ook groot mee geworden.”
De pagina die u zocht kon niet gevonden worden. Probeer uw zoekopdracht te verfijnen of gebruik de bovenstaande navigatie om deze post te vinden.
Mocht je nog iemand weten die te gast zou willen zijn in deze Podcast?
Laat het mij weten hieronder in een reactie.
Welkom op mijn website staat er op de homepage van Steffie . Hier leggen ze moeilijke dingen op een makkelijke manier uit. Bijvoorbeeld daten, DigiD, de OV-chipkaart en een bezoek aan de huisarts. Zo wordt de wereld weer iets eenvoudiger!
Op de website www.Steffie.nl vind je de laatste nieuwtjes uit het nieuws maar ook heel veel handige uitlegteksten, visualiseringen en video’s over uitgaan, naar de dokter, geldzaken, reizen, gezondheid, liefde, vrije tijd, enz.
Steffie heeft een nieuwe stapsgewijze uitleg over het coronavirus gemaakt. De eenvoudige website is te vinden op corona.steffie.nl. De website is speciaal bedoeld voor mensen met een verstandelijke beperking en andere kwetsbare doelgroepen.
Maar eigenlijk iedereen kan terecht op corona.steffie.nl voor begrijpelijke en betrouwbare informatie over het nieuwe coronavirus.
De website is tot stand gekomen in samenwerking met de Rijksoverheid. Met deze website voorziet Steffie in de groeiende vraag naar betrouwbare en begrijpelijke informatie voor kwetsbare doelgroepen, zoals mensen met een licht verstandelijke beperking en laaggeletterden.
Voor leerlingen en jongvolwassenen met een TOS zijn websites ook vaak lastig, de taal is vaak lastig, zinnnen zijn lang, er worden veel onbekende woorden of er wordt vaktaal gebruikt. Ook zijn er meestal weinig visuele hulpmiddelen zoals uitlegvideo’s of infographics.
Een hele waardevolle aanvulling vind ik zelf ook dat er bij iedere tekst een mogelijkheid is om de tekst te beluisteren, je klikt op de microfoon en je hoort een fijne stem die alles voorleest.
Steffie beantwoordt vragen zoals: Welke symptomen kan je verwachten als je het virus krijgt?
Hoe zorg je ervoor dat je zelf en anderen niet ziek worden?
Ook komen onderwerpen zoals goed je handen wassen en het maken van een dagindeling aan bod.
In de volgende versie gaat Steffie ook aandacht besteden aan angstreductie en hoe iemand zijn of haar vrije tijd het beste kan indelen.
Juist in tijden van crisis heeft iedereen behoefte aan betrouwbare en begrijpelijke informatie. Dat voorkomt ook angstgevoelens, stress en mogelijk zelfs gezondheidsproblemen.
Vanwege de stapsgewijze uitleg, vriendelijke animaties en gesproken tekst is deze Steffie-module fijn voorlichtingsmateriaal voor meer dan 1,5 miljoen mensen.
Bron: Steffie.nl
Klik op de website naar de speciale pagina over Corona voor meer informatie over wat je wel en niet mag en kunt doen.
Laat het hieronder weten in een reactie
Veel collega’s werken met letters en klanken aan de hand van hun thema’s of aan de hand van een methode.
Maar hoe bereid je leerlingen met een TOS het beste voor op het lezen?
Eerst even een observatie vanuit het veld. Er wordt in het basisonderwijs eigenlijk altijd aandacht besteed aan het voorbereidend lezen. Maar hoe ziet dit eruit in de praktijk?
In sommige gevallen worden de klanken vergeten en wordt er vooral getraind op visuele letterherkenning.
Maar de fonemische en fonologische ontwikkeling gaat hier eigenlijk nog aan vooraf.
Spreekt ieder kind de klank wel correct uit, wordt de klank herkend? hoe is deze klank in de thuistaal verschillend aan die in het Nederlands?
In de onderbouw is werken met letters ook regelmatig een onderwerp van discussie.
Gaan we te ver, moet je kleuters wel in aanraking brengen met letters? Wat is het verschil tussen fonologisch en fonemisch bewustzijn, en waarom?
Eerst even deze term verklaren, want wat is functionele geletterdheid?
Functionele geletterdheid heeft te maken met de lees- en schrijfvaardigheid en is te omschrijven als: “kennis en vaardigheden die een persoon in staat stellen om geschreven taal te gebruiken als middel voor communicatie en informatieverwerking”.
Het is een voorwaarde om te kunnen functioneren in onze maatschappij, zeker voor leerlingen met TOS.
Allemaal redenen om functionele geletterdheid een serieuze plek te geven vanaf groep 1.
Maar hoe doe je dat vanaf die jonge leeftijd? Wordt het dan niet te snel te schools? En waar moet je beginnen?
Het fonemisch bewustzijn is van groot belang voor het leren lezen. Vaak worden de termen fonologisch en fonemisch bewustzijn door elkaar gebruikt. De termen worden als gelijk gezien en gebruikt.
Dit is echter niet helemaal waar.
Het fonologisch bewustzijn is breder, het is de opstap naar en ondersteuning van het fonemisch bewustzijn.
Als er nog onvoldoende fonologisch bewustzijn is, zal het fonemisch bewustzijn zich ook niet goed ontwikkelen. Hierbij gaat het erom dat een kind de betekenis van een woord los kan laten en dat het kan kijken naar de vorm van het woord, de losse klanken.
In het boek “Technisch lezen in een doorlopende lijn” van Marita Eskes wordt beschreven dat deze bovengenoemde pijlers niet als opeenvolgende fasen gezien moeten worden.
Met andere woorden: mocht er iets niet lukken, dan is dat geen reden om een andere fase niet aan te bieden.
Het fonologisch bewustzijn komt weliswaar als eerste aan bod vanaf groep 1, maar loopt door tot ver in groep 3.
Het fonemisch bewustzijn komt later op gang en wordt ondersteund door het fonologisch bewustzijn.
Als voorbeeld noem ik het rijmen, mocht dit niet lukken dan is dat geen reden om niet verder te gaan met andere fonologische oefeningen en daarna fonemische oefeningen.
Zodra we woorden horen, leren we de betekenis. Het woord, gerepresenteerd door klanken wordt niet alleen opgeslagen als woord, maar ook als betekenis.
De beginnende lezer moet leren dat een woord opgedeeld kan worden in kleinere eenheden, zoals de afzonderlijke lettergrepen en klanken.
Er is fonologisch en fonemisch bewustzijn nodig voor het leren lezen.
Maar het zich ontwikkelende leesproces verstevigt ook het fonologisch en fonemisch bewustzijn.
Kinderen die goed en snel kunnen verklanken kunnen hun aandacht meer richten op het begrijpen, ze komen dus eerder tot woordherkenning en tekstbegrip.
Daarnaast zijn ook het verbale werkgeheugen en benoemsnelheid van belang voor het aanvankelijk leesproces. (Aarnoutse, 2006)
De benoemsnelheid van letters is dus van grote invloed op directe woordherkenning en op het vlot lezen van een tekst in groep 3. Kinderen die moeite hebben met klanken en taal, hebben meer oefening nodig om het fonologisch en fonemisch bewustzijn te ontwikkelen.
Hoe vroeger daarmee beginnen hoe beter dus.
Voor een succesvolle leesontwikkeling in groep 3 is dus een goede aanloop nodig in de kleutergroep. Hoe kun je daarvoor zorgen?
1.Leerlingen met een TOS hebben een zwakker werkgeheugen
Voordat het aanvankelijk lezen begint is er vaak al een sterke koppeling tussen de betekenis van woorden en de klankvorm. Woorden worden in hun juiste klankvorm opgeslagen en geproduceerd. Bij beginnende geletterdheid komt daarbij de koppeling naar de geschreven vorm van het woord. Kinderen gaan bijvoorbeeld schrijven wat ze horen, het zogeheten fonetisch schrijven.
Kinderen met TOS hebben vaak een zwak verbaal korte-termijn-geheugen. Hierdoor zit het hoofd snel vol en haken ze daardoor sneller af. Het volle hoofd wordt niet altijd gezien, verminderde alertheid of soms zelf desinteresse wordt hier vaak mee verward.
Het zwakke werkgeheugen heeft ook invloed op het opslaan van het fonologisch woordbeeld. Het opslaan en vasthouden van een groot aantal eenheden (klanken, lettergrepen of woorden) lukt niet of niet voldoende.
Om een woord goed te kunnen synthetiseren of analyseren moet een kind alle klanken in de juiste volgorde onthouden.
Vervolgens moeten de woorden in de zin ook weer worden onthouden om tot zinsbegrip en uiteindelijk tot leesbegrip te komen. Leerlingen met een TOS lezen bijvoorbeeld vaak over de bijwoorden en voegwoorden heen.
Alleen de functiewoorden die er uit springen, worden onthouden. Een langere zin of tekst wordt daardoor niet voldoende begrepen. Het geheugen zit vol door het harde werken aan het verklanken van de afzonderlijke letters of woorddelen, waardoor het begrip van de uiteindelijke zin of tekst niet meer op gang komt.
Bij een zwak werkgeheugen loop je hiermee al snel vast. Een afbeelding naast de tekst, die bijdraagt aan het begrip, is dan bijvoorbeeld een goede steun.
De nieuwe weg loopt door de stad, richting het zwembad.
of:
De nieuwe weg loopt naast de stad, richting het zwembad.
—
Freek loopt naast de koala door het bos.
of:
Freek loopt naast de koala richting het bos.
Ze hebben moeite met het verwerken van elkaar snel opvolgende auditieve input zoals spraakklanken.
Het kind moet eerst de individuele letters en de volgorde van de letters in woorden kunnen herkennen voordat woorden herkend worden en het lezen van woorden geautomatiseerd wordt.
Het visualiseren en spelen met letters vanaf groep 1, in allerlei taalstructuren zoals woordwebben, visualisaties van gesprekken, woordkaartjes in speelhoeken en letter/klank/woordspelletjes met concreet materiaal, brengt de kinderen in aanraking met letters en klanken en hun rol ten opzichte van elkaar. Spelenderwijs aanbieden vanaf groep 1 betekent dus ook veel liedjes, versjes, woordspelletjes, luistervormen, enz.
De 2 verschillen tussen het woord ‘baard’ en het woord ’taart’ zijn lastig te horen, maar het geeft een groot verschil voor het taalbegrip.
Het is daarom belangrijk voor leerlingen met een TOS om klanken en letters intentioneel aan te bieden in de kleuterperiode. Dat betekent dat je de fonologische processen zoals eerder genoemd bewust in gaat plannen in je beredeneerd aanbod.
Automatiseren is natuurlijk een kwestie van veel en vaak oefenen. Gemiddeld moet een leerling iets 8-10 keer horen voordat het is opgeslagen in het lange-termijn-geheugen.
Bij een leerling met een TOS kun je dit minimaal verdubbelen, misschien zelfs wel verdriedubbelen.
Het duurt bij deze leerlingen een stuk langer, voordat iets geautomatiseerd is. Een multi-sensorische aanpak, met een link naar de eigen kennis van de wereld en eventuele visualisaties is belangrijk.
In alle fasen van geletterdheid zijn de leerresultaten het grootst wanneer activiteiten via verschillende zintuigen (multi-sensorieel of multi-dimensioneel) worden aangeboden.
Zowel auditief, visueel (plaatjes, gebaren, geschreven taal) of via tast, geur en/of smaak, afhankelijk van wat ‘aanslaat’ bij de leerling.
1. Houd de vinger aan de pols
Fonemisch bewustzijn en letterkennis zijn belangrijke voorspellers voor het aanvankelijk leesproces. Start al vroeg, in groep 1, met voorbereidende leesactiviteiten. De voorschotbenadering biedt mogelijkheden voor intensivering van het aanbod.
2. Sta stil bij het nadenken over taal
Leerlingen met taalbegripsproblemen hebben vaak moeite met het nadenken over taal. In de kleuterjaren doen sommige oefeningen gericht op het fonemisch bewustzijn hier een beroep op (‘welk woord is langer, reus of kabouter?’; ‘welk ander woord begint met dezelfde letter als jouw naam’). Om het doel van deze oefeningen toch te bereiken hebben deze leerlingen meer expliciete instructie nodig, met zo veel mogelijk visuele ondersteuning. Nadenken over taal, metacognitie, moet visueel ondersteund worden. Schrijf de woorden op, laat zien dat het ene woord langer is dan het andere of dat ze een zelfde letter hebben vooraan.
3. Oefen op het juiste niveau
Bepaal eerst op welk niveau (zins- woord- lettergeep- of klankniveau) het kind de verschillende auditieve vaardigheden beheerst. Ga vanaf het beheersingsniveau dan verder oefenen. Een kind dat nog geen samengestelde woorden kan synthetiseren (brand-weer) zal dit ook zeker niet op klankniveau kunnen. Er zal dan eerst op woordniveau geoefend moeten worden, om dan via lettergreep-niveau pas op dat klankniveau uit te komen.
4. Oefen klanken samen met letters
Stel vast of de leerling de klanken kan onderscheiden. Oefen de klanken niet afzonderlijk maar in combinatie met de lettertekens. Leerlingen kunnen baat hebben bij extra visuele ondersteuning, bijvoorbeeld met de gebaren van Spreekbeeld of een andere methode.
Voor sommige leerlingen geldt dat zij vooral problemen hebben met de articulatie: zij kunnen de klanken niet produceren.
Voor sommige leerlingen levert dit problemen op voor de leesontwikkeling en het spellen. Dikwijls gaan hardnekkige articulatorische problemen samen met meer algemene taalproblemen en beïnvloeden zo de lees- en spellingontwikkeling. Besteed bij deze leerlingen daarom ook extra aandacht aan fonemisch bewustzijn in combinatie met letterkennis vanaf groep 1. Gebruik klankgebaren en oefen, oefen, oefen.
Hou dit zo gevarieerd mogelijk. Blijf niet eeuwig hangen in rijmen, maar pak bijvoorbeeld de map Fonemisch bewustzijn van CPS erbij en varieer in je oefeningen.

In de schrijfhoek kunnen de kinderen vrij aan de slag met stempels, stiften, potloden, klei, papier en stof. Zorg dat alle woordkaartjes van de thematafel of themahoek hier ook nog eens liggen om te vergelijken en mee te werken. Of geef juist als opdracht om ze na te maken op een mooier kaartje dan dat van de juf. Zelf kaartjes bedenken voor de diverse hoeken of andere voorwerpen uit het lokaal is natuurlijk ook een mooie activiteit om aan de slag te gaan met klanken.
Speels aan de slag met letters? Organiseer wekelijks een taalcircuit.
Lees er alles over in een speciaal blog wat ik hierover schreef.
Wil je digitale tips voor het werken met klanken en letters? Klik dan hier op de onderstaande knop.
Welke tips pas jij toe in jouw klas?
Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.
Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.