Wereld TOS Dag

Wereld TOS Dag

 

Op 18 oktober is het internationale TOS Dag.

Wereldwijd wordt er die dag aandacht besteed aan mensen met een taalontwikkelingsstoornis beter bekend als TOS.
Internationaal  wordt het benoemd als Speech and Language Impairment ofwel SLI.

Kinderen met TOS zijn slimme kinderen die moeite hebben met praten en vertellen, en met het begrijpen van wat anderen zeggen.

Ellen Gerrits,

Lector Logopedie HU en hoogleraar Logopediewetenschap UU

Wat is TOS?

Ellen Gerrits heeft TOS hierboven mooi omschreven.
Het houdt dus in dat er op de taal na niets aan de hand is met deze kinderen. Ze hebben doorgaans een normaal IQ, maar problemen met het uiten en verwerken van taal. Het wordt dan ook niet veroorzaakt door verstandelijke beperking of een beperkt taalaanbod. Het is een onzichtbare handicap.

De definitie van TOS volgens de DSM:


‘Een TOS wordt gedefinieerd als een beperking in taalbegrip en/of taalproductie waarbij de taalproblemen niet kunnen worden verklaard door aantoonbaar hersenletsel, intelligentieproblemen, gehoorverlies, lichamelijke problemen of sociaal-emotionele problemen.’ (Kamphuis en Hermsen, 2015). TOS komt bij ongeveer 5% van de bevolking voor.

Een taalontwikkelingsstoornis is een neurologische ontwikkelingsstoornis van genetische oorsprong (Dale e.a., 1998). De precieze oorzaak is nog onbekend, maar er wordt wel, ook in Nederland, onderzoek naar gedaan.

Hoe vaak spreekt men van een TOS?

Een taalontwikkelingsstoornis is nog steeds een weinig bekende stoornis, ondanks. Tot 2014 noemde men het ESM: Ernstige Spraak- en Taal Moeilijkheden.
Toch komt het vaker voor dan Autisme Spectrum Stoornis: ASS (3%) en even zo vaak als ADHD (5-7%).

Naar schatting 7% (Tomblin e.a., 1997) van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar heeft te maken met een taalontwikkelingsstoornis.
Wanneer dit vertaald zou worden naar schoolklasniveau, zou het betekenen dat er in iedere schoolklas 2 kinderen zitten met een TOS.

Toch zijn maar weinig mensen bekend met de term Taalontwikkelingsstoornis. Dat maakt de herkenning en erkenning lastig voor kind en ouders, maar ook de diagnostisering en passende hulp in de klas leveren hierdoor problemen op.

Hoe herken je een TOS leerling? 

Kinderen met een TOS lijken vaker ongemotiveerd. Ze hebben een negatief zelfbeeld, want ze merken dat veel zaken niet lukken die anderen wel goed afgaan.
Bovendien krijgen ze vaak veel negatieve reacties van de omgeving en worden ze door andere kinderen soms raar gevonden en buitengesloten of gepest. Meedoen in de talige wereld van het onderwijs is voor hen een constante strijd, die ze vaak verliezen.
Op den duur stop je met proberen. Een talige opdracht zal negatieve gevoelens oproepen: angst (om weer te falen)boosheid, frustratie, schaamte, enz.
Je ziet daarom vaak aan de buitenkant bij deze kinderen signalen die helaas vaak foutief worden opgepikt.

Druk, vervelend, clownesk, storend, snel gefrustreerd, fysiek agressief (je kunt het immers niet met praten oplossen). Dit wordt dan vaak gelabeld als ADHD.

Maar het kan ook dat een leerling met een TOS  juist teruggetrokken, stil, verlegen, niet communicatief, in zijn eigen gedachtenwereld is. Dit wordt dan vaak gelabeld als ASS.

Lees meer over tips in de klas in mijn artikel: TOS in de groep, waar kun je op letten!

 

Houd het helder!

We communiceren de hele dag met elkaar. Pratend, gebarend, via mail, WhatsApp, telefoon, Skype, Facetime, Facebook, Messenger, twitter, Instagram…
Daar gaat nog wel eens iets mis. Hoe houden we het helder? Daarom is dit jaar het thema ‘Houd het helder’. Dat is voor iedereen belangrijk en zeker voor de 266.000 kinderen en jongeren met een taalontwikkelingsstoornis.

Op de website van Wereld TOS dag vind je informatie over achtergrondmateriaal, landelijke activiteiten en het thema van dit jaar.

 

Zelf meedoen om TOS meer bekendheid te geven?

Je kunt zelf meedoen en op de site jouw eigen activiteit melden, die je op wereld TOSdag wilt organiseren om meer bekendheid aan TOS te geven. 
Denk aan een Grej of the Day over TOS, een spreekbeurt door een leerling met een TOS of een zelfgemaakte poster, gemaakt door jouw klas, leerling of je eigen kind, die je gaat ophangen op school of thuis op het raam.

Wereld TOS dag

Laten we samen zorgen voor meer bekendheid en daarmee meer erkenning, want een TOS heeft effect op de totale belevingswereld van een persoon!

Aan de slag !


Doe je mee?
Download de poster voor Wereld TOS Dag 2019 op de site van wereld TOS dag. Je kunt hem gebruiken voor je eigen activiteit of gewoon om aandacht te vragen voor de Wereld TOS Dag 2019. In het lege vlak kun je zelf iets schrijven of tekenen. Vervolgens kun je hem bijvoorbeeld delen via Social Media. 
Je mag hem ook naar mij mailen, dan zorg ik voor publicatie hier op de site.

Laaggeletterdheid, oorzaken en interventies

Laaggeletterdheid, oorzaken en interventies

Laaggeletterdheid.

Heb jij er in jouw praktijk mee te maken? Wat is het? Hoe vaak komt het voor? Wat is het verschil met TOS of een taalachterstand? Wat kun je er aan doen? Voor al deze vragen deel ik hier tips en tops rondom dit onderwerp.

Want…1 op de 10 Nederlanders is laaggeletterd bij het verlaten van de middelbare school. In een land als Nederland is dit natuurlijk niet wenselijk, en eigenlijk ook best bijzonder.

Wat kunnen we er aan doen, hoe vroeg moet je beginnen met bijsturen?

De verschillen op een rijtje.

 

Wat is TOS?

TOS= Taalontwikkelingsstoornis

Taalachterstand= Een achterstand in de taalontwikkeling, opgelopen door interne problemen zoals ziekte, ontstekingen, hoorproblemen of externe problemen zoals gebrekkig of onderbroken onderwijs, andere moedertaal, enz.

 

Wat is laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid: Moeite met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Moeilijke woorden, officiële brieven, informatieve teksten, formulieren, bijsluiters, wegbewijzering of het gebruik van de computer leveren problemen. Het wordt ook wel functioneel analfabetisme genoemd. Wanneer de persoon vooral moeite heeft met digitale vaardigheden wordt die vaak een functioneel digibeet genoemd.Je kunt ook digibeet zijn, terwijl je wel kunt lezen en schrijven, maar niet kunt werken met een computer, iPad of telefoon.

Essentiële factoren voor het al dan niet ontwikkelen van laaggeletterdheid

De leerling

Leerlingen met een TOS of een taalachterstand hebben 50 % kans om leesproblemen te krijgen en hierdoor laaggeletterd de middelbare school te verlaten.
Laaggeletterden hoeven echter niet perse een TOS of een taalachterstand te hebben.
De leerling zelf, de intelligentie, de leesattitude, de leesmotivatie, dit alles speelt mee in het wel of niet ontwikkelen van laaggeletterheid.
Een taalachterstand kan echter de kans op laaggeletterdheid aanzienlijk vergroten. Vooral in combinatie met de twee andere factoren hieronder.

 

De school

Wanneer  er door onvoorziene omstandigheden hiaten in het onderwijs plaatsvinden, wanneer het onderwijs niet genoeg of onderbroken aandacht heeft besteed aan leesonderwijs, aan leesbeleving, of niet goed inspeelt op de hulpvraag van de leerling kan dit leiden tot het ontstaan van laaggeletterdheid. Regelmatige bijscholing van leerkrachten, het vroeg signaleren van de hulpvraag en het promoten van lezen door bijvoorbeeld een schoolbibliotheek is hierbij cruciaal

 

De thuissituatie

Wanneer ouders ook  laaggeletterd zijn is de kans op het ontwikkelen van laaggeletterdheid bij de kinderen groot. De school is dan de enige plek waar lezen en schrijven wordt aangeboden.
In de thuissituatie wordt er begrijpelijk weinig mee gedaan. Wanneer de ouders (of een van hen) zelf geen Nederlands spreken, of  lezen, schrijven en taal bijvoorbeeld niet belangrijk vinden, wordt de rol van onderwijs en de juiste begeleiding misschien wel doorslaggevend. Ouderbetrokkenheid kan een cruciale rol spelen bij het voorkomen of verminderen van laaggeletterdheid.

Percentages

Hoeveel procent laaggeletterdheid, of andere taalproblemen kom jij in jouw klas of praktijk tegen? Zo ongeveer? Gemiddeld per schooljaar? Doe een gok? Ik ben benieuwd!! Wat zijnde cijfers?

Uit onderzoek is gebleken:
TOS komt voor bij 5-7% van de bevolking
Taalachterstand : de cijfers zijn onduidelijk, omdat ze vaak met laaggeletterdheid worden verward in onderzoeken.
Laaggeletterdheid komt voor bij 1 op de 10 schoolverlaters van 16 jaar.

1 op de 10 schoolverlaters van 16 jaar is laaggeletterd

Laaggeletterdheid betekent problemen met lezen, schrijven , rekenen en digitale vaardigheden. Vanaf 16 jaar geeft het problemen met het verwerken van overheidsinformatie, het lezen van folders, het volgen van ondertiteling en het gebruiken van een computer of sociale media.

Als factoren van essentieel belang bij laaggeletterdheid worden genoemd: het kind zelf, het onderwijs en de thuissituatie. Het kan veroorzaakt worden door een leerprobleem of een negatieve leesattitude, maar de kwaliteit van het onderwijs speelt ook een rol. Vanuit de thuissituatie kan het meespelen of er iets gedaan wordt met lezen, wordt lezen gestimuleerd en is er interactie thuis rondom lezen en schrijven? 

Laaggeletterdheid

Met een aantal interventies vanaf jonge leeftijd is laageletterdheid wellicht te voorkomen.

10 interventies op een rijtje

Interventie 1: VVE

Zorg op jonge leeftijd voor gezinsgerichte educatie zoals een kwalitatief goed VVE programma. Je bent hiermee betekenisvol  gericht op taal, begrijpend luisteren en communicatie in zowel schrift als gebaar, wat een voorloper kan zijn voor goed leesonderwijs. Wek de interesse voor lezen en schrijven op een speelse manier die bij jouw doelgroep past.

 

Interventie 2: leesbevorderingsprojecten

Zorg voor allerlei leesbevorderingsprojecten gedurende het jaar. Werk vanuit allerlei soorten boeken, ga samen naar de bieb. Zorg dat kinderen plezier krijgen en houden in het lezen en bespreken van boeken en verhalen.
Plan met vaste regelmaat leesbevorderingsprojecten zoals voorleesdagen, bibliotheekuitjes, voorstellingen rondom boeken, enz. 
Boekwinkels en bibliotheken hebben vaak jaarplanningen hiervoor, gebruik die in jouw eigen planning en organiseer bijvoorbeeld zelf ook eens zo iets.

 

Interventie 3: gezinsgerichte begeleiding

Zorg zo vroeg mogelijk voor gezinsgerichte begeleiding en educatie met een goed doordacht (VVE) programma en activeer ouderbetrokkenheid via allerlei activiteiten.
Maak gebruik van de Voorlees-Express. Deze organisatie bestaat uit vrijwilligers die gratis aan huis komen voorlezen. Het hele gezin profiteert vaak mee. Ouders krijgen hierdoor een goed voorbeeld, goede tips en adviezen en zusjes of broertjes luisteren meteen mee. Zijn de kinderen al wat ouder, kijk dan eens op de site van de Dyslexie-express voor tips en handige leeshulpmiddelen.

 

Interventie 4: gevarieerd boekenaanbod

Gebruik zoveel mogelijk verschillende soorten boeken in je aanbod. Laat kinderen kennismaken met strips, informatieboeken, verhalen, prentenboeken, kijk- en zoek-boeken, picto-leesboeken, enz. Zelfs kinderkookboeken en reclamefolders zijn inzetbaar om samen te bekijken en te bespreken. Deel alle aangeboden titels ook met het thuisfront, zodat ze wellicht in de bieb ook gehaald kunnen worden, en zo thuis herhaald kunnen worden besproken of bekeken.
Niet te vergeten: Bij sommige kinderen werken een bepaald soort boeken beter dan bij andere kinderen. Gebruik deze voorkeur om de leeshonger optimaal te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan informatieboeken, stripboeken, kijkboeken, informatieve tijdschriften of digitale boeken.

 

Interventie 5: inzet van verteltassen

Gebruik verteltassen in de groep, geef een goed gevuld tas met een boek en bijbehorende materialen en spelletjes mee naar huis. Doe er ook een korte informatiefolder bij met wat tips voor de ouders over het gebruik ervan en een inventarislijst, zodat de tas compleet blijft.

Vul een tas (of meerdere) met een leesboek (wat centraal staat of past bij het thema van dat moment) en bijpassende materialen zoals een spelletje, een puzzel, een tijdschrift of een knuffel.
Maak ook een bijpassende  hulpkaart voor thuis waarop je tips , ideeën en adviezen geeft over het gebruik van de tas en de inhoud. Lamineer deze kaart zodat hij netjes blijft en geef de tas mee voor een vastgestelde tijd. (1 week?)
Versier de tas met textielstift zodat hij opvalt en de kinderen nieuwsgierig maakt. Vraag hulp om de verteltassen te maken, betrek ouders hierbij, zorg voor betrokkenheid!

Deel de foto van de tassen met de naam van het kind erbij op het nieuwsbord van jouw klas, zodat iedereen weet waar welke tas is. Handig voor het overzicht en het stimuleert weer  betrokkenheid bij de ouders.
Houd regelmatig gesprekjes met ouders over het gebruik en de inzet van de tassen, bijvoorbeeld op inloopmomenten.

Interventie 6: Vier een boekenfeest

Vier regelmatig boekenfeesten. Denk aan de jaarlijkse kinderboekenweek, de voorleesdagen in januari, maar organiseer ook zelf regelmatig een boekenfeest. Vier bijvoorbeeld steeds het einde van een thema met activiteiten geïnspireerd op alle boeken die je hierin hebt aangeboden.

Plan regelmatig een boekenfeest. Met een boekenfeest werk je direct aan leesplezier, leesbeleving en leeshonger. Vooral dat laatste is erg belangrijk om te ontwikkelen. Door een boekenfeest maak je kinderen nieuwsgierig naar meer en stimuleer je de thuissituatie om zich ook in het boek waar het feest over gaat of in meerdere boeken te verdiepen.

 

Interventie 7: organiseer contact

Bij laaggeletterde ouders is het belangrijk om met elkaar in contact te komen. Probeer een contactgroep te organiseren of vind er eentje in jouw buurt die aanspreekt bij ouders en/of leerlingen. Samen praten over dingen die wat lastiger zijn neemt een heleboel onnodige schaamte weg en kan leiden tot een verbetering en het helpen van elkaar met ieders talenten. Zorg voor koffieochtenden, inloopuurtjes, themavieringen, themavoorbereidingen. Laat ouders merken dat ze steun kunnen vinden bij elkaar. Geen schaamte maar samen werken en samen leren.

 

Interventie 8: een rijke taalomgeving

Zorg voor een rijke taalomgeving, door hoeken/plaatsen in je lokaal te creëren waar gedeeltes uit het boek of het hele verhaal nog eens herhaald kan worden. Een verteltafel om het verhaal na te spelen, een themahoek zoals in het boek om iets na te spelen, een ontdekhoek om het probleem uit het boek nog eens te verwerken, een knutselhoek om creatieve ideeën naar aanleiding van het verhaal een kans te geven.

Een rijk taalaanbod betekent ook dat je veel en vaak voorleest uit verschillende soorten boeken en daarbij gebruik maakt met mooi rijk taalgebruik. Gebruik tijdens de communicatie gebaren, intonatie en gezichtsuitdrukkingen om het verhaal te verlevendigen. Zowel in de klas als thuis is het belangrijk om materialen aan te bieden die uitnodigen tot een dialoog, een gesprekje of een ander taalmoment, graag in combinatie met boeken of verhalen. Dit kan bijvoorbeeld een emmer, een laars of een speelgoedauto zijn, maar het kan ook iets zijn wat je in de supermarkt koopt. Zoek het voorwerp of de vraag die gerezen is tijdens het gesprek, later thuis of in de klas samen op, in boeken, in tijdschriften via Google, op je telefoon, zoek naar bijbehorende afbeeldingen. (TIP: zorg voor een goed leeftijdsfilter.) Praat erover, lees erover en zorg dat het op een leuke manier verwerkt wordt door het talig brein van jouw leerling of kind. Zing er een liedje over, verzin er een rijmpje bij. zorg voor verwerking en consolidering want… Alles is taal!

 

Interventie 9: gebruik levende boeken

Zorg voor zowel papieren boeken als digitale boeken. Maak ook eens gebruik van levende boeken. Dit zijn de geanimeerde digitale boeken van Bereslim. Uit diverse onderzoeken is gebleken dat ze de woordenschat, het fonemisch bewustzijn en het verhaalbegrip bevorderen. De boeken van Bereslim zijn gratis te bekijken in iedere bibliotheek door ouders en kinderen. Voor logopedisten, ambulant behandelaars en scholen zijn speciale abonnementen af te sluiten. Lees er alles over op de site van http://bereslim.nl

 

Interventie 10: geef het goede voorbeeld

De laatste interventie is eigenlijk een open deur, zorg voor goed voorbeeldgedrag. Zien lezen, doet lezen. Plezier in boeken uitdragen zorgt voor een andere leesattitude. Voorlezen, interactief voorlezen en samen bespreken van verhalen werkt in alle gevallen prima voor de taalontwikkeling, en in de meeste gevallen voor leesplezier in de toekomst.

Geef daarom het goede voorbeeld. Zorg in jouw lokaal voor verschillende soorten boeken, ga zelf ook regelmatig in de leeshoek zitten en lees voor of bespreek de boeken. Zorg voor een duidelijke ordening van de boeken.
Maak bijvoorbeeld drie bakken op kleur gesorteerd met themaboeken, dierenboeken en seizoensboeken (of een andere ordening die jij op dat moment hanteert). Wanneer je vervolgens de boeken duidelijk codeert door middel van een kleursymbool (plakfiguur of sticker), kunnen de leerlingen dit prima zelf netjes ordenen.
Geef het goede voorbeeld en zorg voor overzicht.
Mijn tip: Beter goed geordend wat minder boeken en vaak rouleren, dan teveel boeken en een rommeltje.

 

Laaggeletterdheid en speelhoeken

Wat kun je met jouw hoeken in de klas?

 Eigenlijk kun je alle hoeken in jouw groep inzetten voor preventie van laaggeletterdheid.

Vooral de taalhoek, de verteltafel, de themahoek en de knutselhoek lenen zich prima om een aantal interventies zoals hierboven benoemd, te implementeren.

Doe het samen met de kinderen.

De hoeken steeds aanpassen per thema of zelfs per prentenboek is leuk, maar je creëert meer betrokkenheid wanneer je dit samen met leerlingen doet. Het is belangrijk om de kinderen hierbij te betrekken. 

Laat ze de verteltafel zelf inrichten per boek, geef materialen of ga samen op zoek en laat ze met hun eigen fantasie het verhaal uitbeelden. Betrek ouders erbij, maak samen met de klas een wensenlijst en hang die op waar ouders het kunnen zien. Verzamel zo samen de materialen voor de hoeken. Is er een mooi tafereel gebouwd, laat de kinderen dan foto’s nemen met een iPad of tablet, en hang die op of stop ze in een speciale map bij de verteltafel,  ter inspiratie voor de anderen.

In een bouwhoek kun je platen uit het boek of passend bij een verhaal ophangen ter inspiratie. Hang bijvoorbeeld foto’s op die je via Google hebt gevonden en hebt gebruikt op je digibord bij een gesprek over bijvoorbeeld gebouwen of woningen.
Ook hier is een foto van eigen werk, opgeslagen in een bouwhoek-boek super motiverend voor de leerlingen.

Bij de taalhoek of de rekenhoek is ook altijd wel een link te leggen met het centrale prentenboek of het thema van jouw groep.
Worden er in het boek bijvoorbeeld kastanjes verzameld, zet dan een weegschaal weg met een bak kastanjes erbij.

Wordt er in een boek een hol gebouwd door een dier, ga dan buiten samen op zoek naar materiaal en leg dat in de zandtafel. Voeg hierbij wat dieren toe en laat de kinderen ontdekken hoe ze een stevig hol kunnen maken.

 

Maak doelen zichtbaar!

Zorg in alle hoeken voor duidelijke regels, doelen en rijke inhoud. Maak dit duidelijk voor zowel leerlingen als voor ouders.

Voor elke hoek een informatiekaart

Op een Amerikaanse site voor Preschool teachers zag ik een voorbeeld van Centre-signs.
Dit zijn borden voor iedere hoek waarop je de regels van de hoek visualiseert maar ook de leerdoelen.
Dit laatste is dan vooral ook bedoeld voor ouders die in de klas komen en hierdoor meer inzicht krijgen in de activiteiten, de doelen en de achtergronden hiervan.
Ik heb een paar voorbeelden gemaakt met een Nederlandse tekst.

De boekenhoek kaart
de knutselhoek kaart

Ga jij aan de slag met hoeken en doelen?

Laat het weten in een reactie, ik ben benieuwd naar jouw ideeen .  

 

Bron: Dit blog is gebaseerd op praktijkervaring en desktop research.

Voor aanvullende en onderbouwde informatie over laaggeletterdheid kun je de volgende bronnen raadplegen:

  • Stichting Lezen en Schrijven: biedt uitgebreide informatie en statistieken over laaggeletterdheid in Nederland.

  • Taal voor het Leven: een programma dat zich richt op het verbeteren van taalvaardigheden bij volwassenen.

  • Rapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over taalvaardigheid en onderwijs.

  • Publicaties van het Kenniscentrum Taalontwikkeling over taalachterstanden en interventies.

Daarnaast is het boek Laaggeletterd Leren Lezen – Patricia Hazemeijer een waardevolle bron voor praktische tips en inzichten over het ondersteunen van laaggeletterde volwassenen.

Waarom schooltaalwoorden thuishoren in jouw les!

Waarom schooltaalwoorden thuishoren in jouw les!

Schooltaalwoorden wat zijn dat?

Vanaf het moment dat een leerling in groep 1 de school binnenstapt, krijgt het woorden te horen die thuis in de dagelijkse setting niet zo vaak voorkomen.
Leerkrachten die een instructie geven, regels van de klas uitleggen of een gesprek voeren in een kring gebruiken nu eenmaal andere woorden dan ouders of familie thuis. Dit zijn schooltaalwoorden.

In verschillende bronnen op het internet wordt ook wel gesproken over DAT woorden en CAT woorden.

DAT staat voor: Dagelijkse algemene taalvaardigheid.
CAT staat voor: Cognitieve academische taalvaardigheid.

DAT woorden noemen we hoogfrequente woorden

Dit zijn de woorden die in de dagelijkse omgang vanaf de geboorte worden aangeleerd en vaak ook in betekenisvolle contexten gebruikt worden.
Deze taal gaat over het hier en nu, over concrete woorden en zinnen met een duidelijke context. Vaak wordt hiervoor de BAK-lijst gebruikt, een basiswoordenlijst met 3000 woorden. In die lijst zie je dat 90% hoogfrequente woorden zijn die vaak aangeboden worden in thema’s, maar die eigenlijk voor veel kinderen al bekend zijn.

CATwoorden noemen we laag frequente woorden oftewel schooltaalwoorden.

Dit zijn de woorden die in kringgesprekken,  leesteksten, in boeken en bij vakgebieden zoals aardrijkskunde, maar ook bij rekenen steeds vaker voorkomen. Ook in de BAKlijsten vind je er een aantal, zodra je weet waarop je moet zoeken.

Als kinderen ouder worden en meer taal leren, is het belangrijk dat de stap naar de Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT) wordt gemaakt. Deze overgang is een geleidelijk proces, waarin er een overgang plaatsvindt van concreet naar abstract taalgebruik. Er worden nu ook complexe verbanden gelegd. En de taal wordt steeds nauwkeuriger en specifieker. Een voorbeeld is: Het wordt warmer (DAT) > De temperatuur stijgt (CAT). Omdat de ontwikkeling van CAT meestal op school plaatsvindt, wordt CAT ook wel schooltaal genoemd.

Bron: https://www.onderwijswereld-po.nl 

 

Schooltaalwoorden in groep 1-3

In groep 1-3 zijn dit veelal woorden die in een kring en bij instructiemomenten gebruikt worden zoals (vinger) opsteken, de beurt krijgen, eerst, daarna.

Maar ook woorden die de leerlingen aanzetten tot denken en doen zoals: doorgeven, bijzetten, direct, voor het eerst, daardoor, zometeen, volgens, eigenlijk, natuurlijk, (echt)waar, zeker, zomaar, vergeten.
Deze woorden worden benoemd als schooltaalwoorden.

Schooltaalwoorden voor de onderbouw zijn dus woorden die niet frequent gebruikt worden in de dagelijkse setting, die dus nieuw zijn en waarbij een leerling niet direct een handeling, fysieke actie of voorwerp kan bedenken.

Schooltaalwoorden in groep 4-8

In groep 4 tot en met groep 8 komen er nog veel meer schooltaalwoorden bij. 
Dit is niet zo vreemd, we starten in die groepen immers ook met de zaakvakken en het begrijpend lezen.

 

Bij schooltaal vanaf groep 4 onderscheiden we drie soorten moeilijke woorden:

1. Algemene schooltaalwoorden, woorden die in allerlei schoolse teksten voorkomen
   (zoals mogelijkheid, functie, gevolg etc.).
2. Algemene vaktaalwoorden, woorden die in veel teksten binnen één vak voorkomen
   (zoals bij wereldoriëntatie: bevolking, vulkanisch, erosie of landbouw).
3. Specifieke vakwoorden, tekst- en vakgebonden woorden
   (zoals zandverstuiving, Februaristaking of kasteelheer).

 

De beide categorieën algemene schooltaalwoorden blijven in de les vaak onbesproken, terwijl het accent vaak op de specifieke vaktaalwoorden ligt.

Dit is jammer, want juist die algemene schooltaalwoorden zijn voor taalzwakke kinderen en kinderen met een taalontwikkelingsstoornis niet zo makkelijk.
Het zijn namelijk woorden die ze zelf niet zo snel zullen gebruiken, en daardoor minder snel zullen opnemen in hun mentale lexicon, hun interne woordenboek. 
Het zijn ook woorden die je slecht kunt visualiseren zonder context, maar die wel degelijk een zin of een tekst kunnen bepalen qua betekenis.
Want hoe leg je eigenlijk het woord “meteen” uit?

 

Waarom horen schooltaalwoorden in jouw lesaanbod thuis?

Juist die algemene schooltaalwoorden zorgen er dus vaak voor dat een tekst niet goed begrepen wordt.  
Het zijn woorden waar je niet direct een afbeelding of associatie bij kan bedenken. Het zijn woorden die om context vragen om ze te begrijpen.
Het is dus van belang om aan deze woorden aandacht te besteden in een betekenisvolle context.

 

 

Wist je dat....

Voor het volledig kunnen begrijpen van een tekst heb je kennis nodig van 95% van de gebruikte woorden in die tekst!

Waar vind ik die schooltaalwoorden?

 Speciaal voor dit artikel ben op het internet gaan zoeken. Er zijn veel publicaties over schooltaalwoorden, maar heel vaak gericht op het VMBO onderwijs of de bovenbouw van het primair onderwijs.

Ook is er veel geschreven over DAT en CAT woorden bij meertalige kinderen. Hierover meer in een ander blog.

Daarom ben ik zelf aan de slag gegaan.

Download hieronder mijn schooltaalwoordenlijst voor groep 1 -4.

Dit zijn woorden die ik uit de BAK-lijst van groep 1-2 heb gelicht en in een apart document voor jou heb verzameld.
Deze woorden zijn zeker ook bruikbaar en belangrijk voor leerlingen uit groep 3 en 4 met een zwakke woordenschat.

Als bonus heb ik ook de emotiewoorden er aan toegevoegd. Ook deze woorden zijn belangrijk om in hun diverse vormen aan te bieden en te bespreken. Waarom? Dat lees je ook op deze download.

Werk je in groep 5 of hoger, download dan via de knop hieronder de overzichtslijst van het CED. Hier vind je een lange lijst met schooltaalwoorden op alfabetische volgorde.

 

Hoe bied je deze schooltaalwoorden aan?

Het aanbieden vraagt dezelfde discipline als de overige woordenschat.

  • Spreiden en herhalen van het aanbod
  • Aanbieden via de viertakt van Verhallen.
  • Altijd aanbieden in een betekenisvolle context
  • Altijd binnen deze context visualiseren.

Op de website van Weerwoord vind je goede voorbeelden hiervan.

Ga naar de site van Kentalis en zoek bij het tabblad “losse weerwoorden” naar schooltaalwoorden.

 

Aan de slag met schooltaal of CAT woorden?

Deze woordenlijsten zijn vooral bedoeld als richtlijn en hulpmiddel. Schooltaal leer je het beste door rijke teksten en boeken en andere media te lezen en te bespreken. Hierdoor implementeer je de woorden in een betekenisvolle context.
Voor jezelf als begeleider is het goed om attent te blijven op deze woorden, aan de hand van de lijsten dus.
Zoek je toch een manier om ermee aan de slag te gaan? Ga met je leerling teksten of verhalen lezen die net boven het leesniveau zitten. Deze bevatten sneller rijke taal en de inhoud is vaak wat uitdagender.

Samen lezen van wat moeilijker teksten kan een uitdaging vormen. 
Er zijn verschillende manieren om het lezen toch te begeleiden en niet op frustratie te laten uitdraaien.

  • Lees voor-koor-door. (Stap 1: je leest een pagina of alinea voor, Stap 2: je leest hardop samen. Stap 3: je laat de leerling hardop de pagina of alinea nog eens lezen)
  • Lees in duo (Om en om 2 regels hardop lezen)
  • Lees als een papegaai (Lees ieder 2 zinnen waarbij de ander steeds de laatste zin van de voorganger herhaalt en zelf weer een nieuwe zin leest).

 

Bespreek altijd je gelezen teksten en kies 1 keer per week ervoor om de schooltaalwoorden te arceren.
Bespreek dit ook weer en kies (samen) 1 of 2 woorden voor die week uit. Die woorden schrijf je dan vervolgens ergens op een centrale plek waar je vaak langsloopt zodat het in het oog springt en je zelf en de leerlingen steeds herinnerd worden aan de woorden.
Denk aan een poster op de klassendeur, een lichtbak (action) of een whiteboard en probeer de hele week door in allerlei contexten en activiteiten het woord van de week  (of allebei de woorden) te herhalen en te gebruiken in allerlei vormen.
Stimuleer en motiveer de hele groep om actief mee te doen. Complimenteer ook wanneer leerlingen zelf komen met een voorbeeld van het gebruik van dat woord Zo oefen je terloops en vooral veel en regelmatig, wat voor leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) erg belangrijk is.

 

Meer lezen?

 

Besteed jij expliciet aandacht aan schooltaalwoorden?

Laat in een reactie hieronder weten hoe jij dit soort woorden in jouw (les)aanbod inpast.

Ik ben benieuwd naar jouw input!

Gebaren bij jouw taalaanbod

Gebaren bij jouw taalaanbod

Gebaren worden steeds bekender.

Gebaren worden steeds vaker ingezet en het onderwijs ontdekt ook steeds beter wat gebaren kunnen betekenen binnen het taalaanbod. We kennen allemaal de diverse methoden die klankgebaren inzetten bij het aanleren van letters.

NmG en NGT,  wat is het verschil?

Deze afkortingen komen vaak voorbij wanneer het over gebarentaal gaat maar wat is nu eigenlijk het verschil?
NmG is de afkorting voor Nederlands met Gebaren (met stem)
NGT is de afkorting voor Nederlandse gebarentaal. (zonder stem)

Het grootste verschil is dat NmG het gesproken Nederlands dus ondersteunt, met stem en gebaren dus.
Het NGT is een eigen gebarentaal met een eigen grammatica, vooral gebruikt in de dovenwereld, zonder stem, en alleen met gebaren.
Je kunt het misschien een beetje vergelijken met het ABN en het Fries. Beiden een taal uit Nederland maar toch verschillend.

De gebaren zelf zijn allemaal hetzelfde. Je kunt dus in NGT én NmG communiceren met dove, slechthorende en goedhorende mensen die gebarenvaardig zijn. 

 

 

Gebaren inzetten om taal zichtbaar te maken.

Voor slechthorende en dove mensen klinkt dat logisch, maar wist je dat dit concept ook super goed werkt bij taalzwakke kinderen en kinderen met een TOS?

Kinderen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis) hebben een zwak taalgevoel. Ze vinden het lastig om auditief woorden te onderscheiden van elkaar en horen al snel een lange brij van woorden achter elkaar. Gebruikt een spreker dan ook nog langere zinnen, dan haakt die luisteraar met een TOS al snel af.
Wanneer de spreker gebaren gebruikt krijgt de luisteraar met een TOS echter een extra visuele steun en kan de taal zo beter verwerken en vasthouden. Voor kinderen met een taalachterstand of een spraakprobleem kunnen gebaren ook een visuele steun geven om de communicatieve redzaamheid te verbeteren.

Op mijn Yurlspagina heb ik daarvoor 4 speciale pagina’s gevuld met heel veel links rondom NmG.  Handig voor op je digibord in de klas, of thuis om lekker mee te zingen.

Dit zijn de links naar de pagina’s:

 

5 Voordelen voor jouw taalonderwijs met gebaren

  • Wanneer je gebaren gebruikt geef je een visuele steun voor het auditief geheugen.
  • Wanneer je gebaren gebruikt is er een visueel onderscheid tussen woorden in een zin.
  • Wanneer je gebaren gebruikt worden de belangrijke woorden en details uit de zin ondersteund.
  • Wanneer je gebaren gebruikt kun je een leerling de kans geven om zich uit te drukken, ondanks bijvoorbeeld grote articulatieproblemen, een zwakke woordenschat of de aanwezigheid van selectief Mutisme.
  • Wanneer je gebaren gebruikt bij bijvoorbeeld letters, cijfers of woordenschat aanbieden, kan dit het consolideerproces (het leren) ondersteunen en zelfs versnellen.

Communicatie en contact maken

Zelf heb ik het diploma NmG behaald en heb ik er goed gebruik van kunnen maken in mijn werk als leerkracht voor een cluster 2 groep.
In mijn huidige werk als ambulant begeleider merk ik echter ook dat het regelmatig van pas komt.
Een paar weken terug bijvoorbeeld, observeerde ik een 4 jarig jongetje met een hele kleine woordenschat en een zeer zwakke communicatieve redzaamheid. Ik nam naast hem plaats bij een knutselactiviteit en begon met praten, met gebruik van NmG.
Het jongetje snapte meteen wat ik bedoelde en je zag zijn oogjes oplichten van interesse en herkenning, ik had contact! Prachtig toch?

NmG is dus heel goed om te gebruiken om contact te maken met kinderen, maar ook met andere mensen, mensen met een andere taal of dove of slechthorende mensen.

Doe jij mee met de GebarenChallenge?

Ken jij Bianca van der Horst  van de gebarenchallenge al?
Zij organiseert sinds een paar jaar een jaarlijkse gebarenchallenge.

De gebarenChallenge is een online gebarencursus van precies 1 jaar. Zo leer je het jaar rond ook alle gebaren van de seizoenen en feestdagen. In totaal leer je ruim 500 gebaren.

Elke week word je verrast met 10 gebaren rond een nieuw thema en heuse gebarenzinnetjes waar je gewoon heel blij van wordt!
Iedere les begint met het weetje van de week en tussendoor komen er regelmatig bonusfilmpjes, tips en verhaaltjes voorbij waardoor het gebaren een heel natuurlijke en vooral leuke uitdaging blijft.

In de GebarenChallenge leert Bianca je via een unieke online stap-voor-stapmethode ruim 500 gebaren uit de Nederlandse Gebarentaal. Je gaat ontdekken hoe ontzettend leuk en laagdrempelig het kan zijn om gebaren te leren! zij kan niet wachten om ook samen met jou de handen te laten wapperen!

De website is heel duidelijk opgebouwd en erg overzichtelijk.
Klik hier om meer te lezen over de GebarenChallenge.

 

Lijkt het jou nu ook super leuk om…

  • Gebaren vaker  in te zetten bij jouw dagelijkse taalaanbod in de klas?
  • Je gebarenkennis op een leuke manier op te frissen?
  •  Gebaren te leren samen met je collega’s of vriendinnen
  • Te kunnen gebaren met je (dove of slechthorende) kind, kleinkind of slechthorende collega of met jouw TOS-leerling?
  • Om in gebaren een klein gesprekje aan te knopen met bijvoorbeeld je dove buurvrouw of die slechthorende man op het station

Schrijf je dan zeker in voor de gebarenchallenge van Bianca van der Horst. 

Voor een minimaal bedrag heb je een jaar lang een wekelijkse les , met veel extra’s en daarna nog een jaar gratis toegang.

Ik ben benieuwd naar je reactie!

 

Gebruik je al vaker gebaren als taalondersteuning?

Laat dan in een reactie hieronder weten waarom jij gebaren gebruikt!

TOS als onderwijskwestie

TOS als onderwijskwestie

Vakantie inspiratie

In juni van dit jaar was ik een weekend in Londen met mijn dochter en bewonderde ik WestMinster Abbey.
Wat een prachtig paleis en wat een imposante restauratie was daar tegelijkertijd aan de gang. Het paleis en de Big Ben stonden in de steigers voor restauratie.
Ondanks de vele toeristen die speciaal kwamen, moest de restauratie natuurlijk gewoon doorgaan. 

 

Onderwijsland onder constructie

De vergelijking met het onderwijs vond ik later toepasselijk. Sinds de invoering van de wet op passend onderwijs in 2012 is ons onderwijsland ook onder constructie.
Alle professionals hebben sindsdien de zeilen bij moeten zetten om voor iedere leerling een passend onderwijsaanbod te bieden. Dit verloopt niet altijd vlot en de professionalisering van onderwijspersoneel binnen het reguliere onderwijs laat helaas nog steeds te wensen over.
Leerkrachten voelen zich handelingsverlegen en overspoeld door werkdruk. In de tussentijd gaat de dagelijkse praktijk gewoon door en worden leerlingen met allerlei zorgplannen en dikke zorgdossiers zo goed en ze kwaad mogelijk begeleid binnen het reguliere PO in plaats van op het speciaal onderwijs.
Passend onderwijs, een krachtig concept maar zonder stevig fundament gedoemd te mislukken. De leerkracht moet professionaliseren, maar wanneer? Een dag heeft toch echt maar 24 uur.

Tijdens mijn zomervakantie kwam ik op het spoor van Simone Sarphatie.
Ik kwam haar tegen via Social Media en raakte geïnteresseerd in haar website. Ze schrijft op haar website Sarpathie onderwijs en onderzoek  over haar missie om in samenwerking met onderwijsprofessionals,   schoolorganisaties te begeleiden bij het ontwikkelen van passend onderwijs en bijbehorende arrangementen.

Daarnaast heeft ze een speciale ontmoetingsplaats gecreëerd. Het Paleis voor onderwijs. Dit schrijft ze erover op haar website.

Het Paleis voor Onderwijs

Mijn symbolische plek voor alles wat met onderwijs te maken heeft.

Het staat voor mijn missie om het onderwijs weer het aanzien te geven dat het verdient: belangrijk en indrukwekkend.

“Simone Sarphatie”

Lees hier meer op de speciale website.

Dit maakte mij nog nieuwsgieriger natuurlijk. Ik ontdekte haar podcastserie “De onderwijskwesties”.
Zij heeft met deze serie  podcasts in heel veel verschillende gesprekken, vanuit verschillende invalshoeken, naar het onderwijs in Nederland gekeken en professionals geïnterviewd.

Podcasts over onderwijskwesties

Via haar website kon je jezelf deze zomer inschrijven om een aantal keer per week zo’n podcast-link in je inbox te ontvangen.
Dit vond ik handig, want je kunt dan zelf je tijdstip en dag uitkiezen om de informatie te beluisteren.
Ik heb dit gedaan en een paar podcasts zijn mij bijgebleven. De podcasts ove TOS en over selectief Mutisme.
Deze wil ik graag hier met jullie delen.

Klik op de links hieronder om deze podcast te beluisteren.

Podcast #81 - TOS op de basisschool

Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een van de meest voorkomende stoornissen bij kinderen. Dat betekent dat iedere leraar ermee te maken krijgt en dat gemiddeld in elke klas van dertig kinderen twee kinderen een TOS hebben. Het komt hiermee vaker voor dan ADHD en veel vaker dan autisme.
Een inhoudelijk gesprek met Bernadette Sanders, auteur van ‘Taalontwikkelingsstoornissen in de klas – Praktische handelingsadviezen en tips’.

Meer informatie overhet boek van Bernadette Sanders, lees dan hier verder.

Zomerpodcast 13 - Over selectief mutisme

Een heldere uitleg over selectief mutisme van Eustache Sollman.

Hij is ambulant begeleider en een expert op het gebied van selectief mutisme. In deze podcast vertelt hij over deze angststoornis en over het boek wat hij daarover aan het schrijven is.

 

Zijn boek Breek de stilte (uitgeverij Pica) wordt verwacht in november 2018.

 

Heb je liever een boek in handen?

Alle Podcasts zijn verschenen in dit handzame boek, te bestellen via de website van Simone Sarphatie.
Het boek geeft een positief en realistisch beeld van het onderwijs. Ook met kritische geluiden, maar steeds met een constructieve intentie, kijkend naar oplossingen en kansen.

Mijn mening

Door het beluisteren van de podcasts  van Simone krijg je meer inzichten en gaat de diagnose TOS of Selectief Mutisme ineens meer leven voor jezelf. Je krijgt tips, adviezen en handige handvatten op een rijtje.

twee waardevolle audiodocumenten dus voor je eigen professionalisering.
Handig is ook dat je ze  simpel kunt beluisteren tijdens bijvoorbeeld een wandeling of sportactiviteit.

 

Beluister jij wel eens een podcast?

 

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest