Woordenschat op je digibord met Ponzie

Woordenschat op je digibord met Ponzie


Besteed jij genoeg aandacht aan woordenschat en zinsbouw?

Heb je wel eens het gevoel dat je niet voldoende aandacht besteed aan woordenschat of zinsbouw?

Leerlingen met een TOS (taalontwikkelingsstoornis) hebben vaak een zwakke woordenschat en problemen met zinsbouw, hoe meer oefening ze krijgen, hoe beter. 

Maar ook leerlingen zonder TOS  kunnen extra oefening op deze taaldomeinen vaak goed gebruiken.

Heb je vraagtekens wat je zou kunnen doen aan deze domeinen maar ontbreekt het je aan tijd om er inspiratie voor te zoeken?

Dan heb ik hier de ideale digitale tool voor jou, geschikt voor op je digibord of op een iPad of tablet.

 

Via de website www.pondr.space kun je in een handomdraai een leuke activiteit op je digibord of tablet zetten.

Deze website biedt veel mogelijkheden voor woordenschat en  zinsbouw activiteiten.

Wat is Ponzie en hoe werkt het?

Ponzie is het denkwolkje zoals je hier ziet op de foto en komt in beeld zodra je de website opent.

Je start door een woord in te typen, na een paar seconden wachten verschijnt er een woordwolk om jouw ingevoerde woord heen.

Met het scrolwiel op je muis kun je deze woordwolk groter of kleiner maken.
Handig wanneer je met jongere of taalzwakke leerlingen werkt, die een grote woordwolk niet ineens kunnen overzien.

Binnen de woordwolk kun je vervolgens woorden arceren of zelfs een woord eruit slepen om vervolgens weer een nieuwe woordwolk te creëren .

 

“To pondr” betekent letterlijk vertaald “overpeinzen”.

Met deze “digitool” kun je dan ook met behulp van Ponzie een semantisch netwerk rondom een woord overpeinzen.

 

 

Wat kan Pondr jou bieden in de klas?

Met je eerste woordwolk heb je vele mogelijkheden.

  • Je kunt zelf woorden toevoegen via het plusteken
  • Je kunt een woord vasthouden en verslepen, waarmee je een nieuwe subwolk creeert.
  • Je kunt op een leeg stuk van je canvas een nieuw woord intypen zodat je een andere wolk krijgt in hetzelfde scherm
  • Je kunt meerdere tabbladen openen, en deze onafhankelijk bewerken.

Bekijk in deze video hoe deze handige website precies werkt.

Wat zijn de mogelijkheden van Pondr in de klas?

Met Pondr kun je, zoals eerder gezegd, goed werken aan de taaldomeinen woordenschat en zinsbouw.

Hieronder een paar praktische tips voor in de klas.

1. Ontdek de betekenis

Kies een onbekend (thema)woord met jouw groep en voer het in op de website, ga vervolgens met jouw groep praten over de woorden in de wolk, komen ze er nu wel achter wat dit woord betekent?
Je bent op deze manier bezig met denken over taal, over taalrelaties, over semantische netwerken en werkt dus aan metacognitie.
Let op: laat de leerlingen hier niet teveel raden, de kans bestaat dan dat een woord met een verkeerde betekenis wordt opgeslagen in het geheugen.

 

 

2. Brainstorm rondom een woord

Kies een bekend woord en typ het in op de website. Voordat je Ponzie de woordwolk laat creëren,  ga je eerst je groep langs om te peilen wat zij denken dat Ponzie zal vinden.

Je zou deze woorden apart kunnen noteren op een papier of op een ander tabblad van je digibord.
Wanneer je daarna het woord invoert op pondr.space kijk je samen of Ponzie met dezelfde woorden komt als jouw leerlingen.
Welke woorden zijn niet genoemd, waarom denk je dat ze niet of juist wel genoemd worden door Ponzie?
Ook hier komt weer een behoorlijk stuk metacognitie om de hoek kijken.

 

 

3. Maak een mindmap vanuit een semantisch netwerk

Wanneer je een woordwolk hebt gecreëerd, kun je met de arceerfunctie van de website een aantal woorden in categorieën verdelen.

De woorden die een hoofdcategorie kunnen vertegenwoordigen, sleep je vervolgens eruit en hier omheen laat je een nieuwe wolk door Ponzie bedenken.

Heb je nog een nieuw categoriewoord bedacht, dubbelklik dan met je muis op een lege plek en maak een nieuwe woordwolk binnen hetzelfde canvas.

De woorden uit de diverse wolken kunnen dan vervolgens in een mindmap worden gesorteerd.

Voor tips voor een goede mindmaptool verwijs ik je naar mijn artikel over de top 5 van mindmaptools voor in de klas.

Laat er ook afbeeldingen bij zoeken en maak daarna een afdruk voor op de taalmuur van je klas.

4. Zinnen bouwen met Ponzie 

Kies een themawoord, laat Ponzie een woordveld creëren, en ga vervolgens met deze woorden zinnen maken. 

Bijvoorbeeld:

  • Zet de leerlingen individueel of in tweetallen aan de slag. Schrijf zoveel mogelijk zinnen op die je kunt bedenken.
  • Maak een zo lang mogelijke zin. Hoe meer woorden uit de wolk binnen een zin, hoe beter.
  • Geef een aantal bonuswoorden die de leerlingen in de zin moeten verwerken.
    Bijvoorbeeld  werkwoordsvervoegingen (loopt, liepen/gelopen),    verwijswoorden (hem, haar, die daar) of bijvoeglijk naamwoorden.

 

Vergeet het visualiseren niet!!


Wanneer je de website Pondr gebruikt, realiseer je dan wel dat je erg auditief bezig bent.

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis hebben grote moeite met puur auditieve informatie. Hun werkgeheugen is veel sneller overbelast, wanneer er geen visuele ondersteuning wordt gegeven

“Maar het woord staat er toch?”

Wanneer je de woorden niet voldoende ondersteunt met afbeeldingen of symbolen, zal dit slechter of helemaal niet beklijven bij de taalzwakke leerlingen.
Vergeet dus niet om de woorden of de zinnen te voorzien van een bijbehorende afbeelding.
Maak hier ruimte voor tijdens de verwerking.

Pondr geeft jouw een snelle en handige manier om aan taal te werken

Kun jij nog meer ideeën bedanken voor het gebruik van Pondr in de klas of tijdens individuele ondersteuning?

Geef jouw lesidee hieronder in een reactie!

 

Woordenschat en leerlijnen

Woordenschat en leerlijnen

Woordenschat en leerlijnen, het kan soms lastig zijn om er voldoende aandacht aan te besteden.
Door allerlei andere doelen in je jaarprogramma en methodes die de dag vullen, komt het woordenschatonderwijs soms in de knel.

Bij leerlingen met een TOS is dit echter een van de eerste dingen waar aandacht aan besteed moet worden.

De verbetering van de woordenschat, en daarmee de aandacht voor woordenschatonderwijs, is onlosmakelijk verbonden met een goed taalaanbod in de klas.

Maar hoe zitten die leerlijnen ook weer in elkaar? Wat zijn de pijlers voor goed woordenschatonderwijs?  Wat kun je doen met woordenschatonderwijs in de klas?

Lees het in dit artikel, over woordenschat en leerlijnen.

Woordenschat en leerlijnen

Woordenschat en leerlijnen

Werken aan woordenschat, waarom en hoe?

Het klinkt als iets waar iedere leerkracht eigenlijk automatisch aan werkt, en eigenlijk is het dat ook.

Toch krijg ik nog best vaak vragen zoals:

  • Hoe is die leerlijn nu ook weer opgebouwd?
  • Waar moet ik op letten bij mijn woordenschatonderwijs?
  • Hoe kan ik het beste extra aandacht geven aan mijn woordenschatonderwijs?

 

Woordenschat onderwijs, dat doe je de hele dag

 

Bij alle activiteiten in jouw klaslokaal of bij al je gesprekken thuis of tijdens een ondersteuningsmoment gebruik je taal.
Je bent continu iets aan het vertellen, iets aan het vragen, iets aan het uitleggen.  Je bent de hele dag aan het communiceren.  zowel verbaal als nonverbaal. Je gebruikt je mimiek, je intonatie en je stemvolume om bepaalde woorden te verduidelijken of kracht bij te zetten
Ben je hier ook bewust van en ga vooral de moeilijker woorden niet uit de weg maar leg ze uit, verduidelijk ze tijdens je verhaal. Gebruik ook regelmatig informatieve boeken om zo de de taal te verrijken van kinderen.

Een voorbeeld

 

Uit het boek “Een haan gaat op wereldreis” van Eric Carle

Na het citaat het extra stukje taalaanbod wat je zou kunnen geven om woorden in de context te verduidelijken.

We zijn zo bang mompelen de vissen.  

De vissen schamen zich en durven het niet hardop te zeggen.  Ze mompelen maar een beetje. Ze zeggen niet hardop “wij zijn zo bang”, maar ze mompelen “wij zijn zo bang”. (Gebruik hierbij dus je intonatie als voorlezer.)

Aan dat soort dingen had de haan niet gedacht.
Hij wil wel op wereldreis, maar hij heeft niet voor eten en onderdak gezorgd.

De haan had voor eten gezorgd, maar de dieren moesten natuurlijk ook ergens slapen. Niet ergens buiten maar liefst ergens binnen, een huisje, een holletje of een nestje, ergens waar ze onderdak hebben, een fijn plekje om te slapen. Een veilig onderdak.

 

Eigenlijk werk je continu aan woordenschat.

Als leerkracht ga je bewust met je taalaanbod om.
Je gebruikt niet alleen de dagelijkse algemene woordenschat maar je gebruikt ook steeds vaker themawoorden in je gesprek, je gebruikt vaktermen wanneer je over een bepaald onderwerp praat en je gebruikt minder alledaagse woorden zoals voegwoorden (omdat, daarom, als), verwijswoorden(hij, zij, haar, hem,dit,dat), schooltaalwoorden (woorden die de woordenschat verdiepen en verbreden en aanzetten tot taaldenken)  en verschillende vormen van werkwoorden (gezwommen, gebleven, liepen).

 

Het verloop van de opbouw van woordenschat

Hoe verloopt eigenlijk de leerlijn van woordenschat? 

Volgens het CED kun je de woordenschat leerlijn als volgt indelen:

Groep 1-3

De leerlingen:

  1. Beschikken over een basiswoordenschat 
  2. breiden gericht hun (basis)woordenschat uit
  3. leiden nieuwe woordbetekenissen af uit verhalen
  4. zijn erop gericht woorden productief te gebruiken
  5. maken onderscheid tussen betekenisaspecten van woorden.                                    (CED)

 

In eerste instantie worden vooral zelfstandige naamwoorden en werkwoorden verworven.
Vanaf de leeftijd 3 a 4 jaar gaat dit versneld omdat kinderen dan naar school gaan.
Woorden van buiten hun belevingswereld komen er in een rap tempo bij.

 

De BAK-lijsten (BAK staat voor Basiswoordenlijst Amsterdamse kleuters. ) zijn toonaangevend voor de groepen 1-2.

De BAK-lijsten staan in het onderwijs bekend als ‘de placemats’.  De lijsten zijn ingedeeld per groep en bieden verdeling in een themagericht aanbod, een minimumaanbod en een uitbreidingsaanbod. 

De 3000 woorden zijn de basis voor een goede woordenschat aan het eind van groep 2.

TIP: Download onderaan de pagina de Baklijsten voor groep 1 en 2

 

Groep 4-5

De leerlingen:

  1. verbreden en verdiepen hun woordkennis
  2. hanteren strategieën voor het afleiden van woordbetekenissen
  3. hanteren strategieën voor het onthouden van woorden
  4. kennen betekenisrelaties tussen woorden (onderschikking/bovenschikking, bijvoorbeeld: fruit-appel)
  5. begrijpen figuurlijk taalgebruik.                                    (CED)

 

Woorden kun je halen uit woordenschatlijsten via Digiwak.

Kijk maar eens op deze lijst met woorden.
Hier zijn woordenschatlijsten per groep en per thema op te roepen.
Om alle schoolse activiteiten en de lesstof van alle vakken bij te kunnen benen is een goede woordenschatverwerving nodig. Woordbetekenissen worden verdiept. Er worden strategieën aangeleerd om woorden en hun betekenis te ontdekken en er worden steeds meer betekenisrelaties tussen woorden gelegd.
Vanaf groep 5 komt figuurlijk taalgebruik herkennen er ook bij.

 

TIP: bekijk via de link onderaan de pagina de digiWAKlijst voor groep 3-8

 

Groep 6-8

De leerlingen:

  1. kunnen hun woordenschat zelfstandig verbreden en verdiepen
  2. kunnen strategieën verwoorden voor het afleiden en onthouden van woordbetekenissen
  3. kunnen woorden buiten de context definiëren
  4. leggen zelf betekenisrelaties tussen woorden
  5. passen figuurlijk taalgebruik toe.                                    (CED)

 

Vanaf groep 6 worden nieuwe, veelal abstracte woorden geleerd op basis van een aantal bekende woorden.

Bijvoorbeeld:

  • Bij boos denk je nu aan woedend en furieus
  • Bij boom denk je nu aan loofboom, spar, naalden of bladkroon
  • Maar ook woorden als alsmaar, aandachtig, echter, hoewel.

 

Er wordt voortgebouwd op woorden die het kind al kende.
Minder frequente woorden worden aangeboden en geleerd, zodat de eerdere bekende woorden meer diepgang krijgen. Ook figuurlijke taalgebruik komt erbij.
Schooltaalwoorden worden belangrijk om alle vaktermen en begrijpend leesteksten te kunnen volgen.

 

Klik hieronder op de link om meer over schooltaalwoorden te lezen, wat dit zijn en waar je ze kunt vinden.

 

Grote verschillen vanaf de kleuterleeftijd.

Er bestaan grote verschillen tussen kinderen op het gebied van hun taalontwikkeling, wanneer ze groep 1 binnenwandelen.
Dat maakt het voor leerkrachten lastig differentiëren. De verschillen tussen de kinderen die met een beperkte woordenschat starten met school en kinderen met een rijke woordenschat worden in de loop van de basisschool alleen maar groter.

Een kleutergroep bevat al snel drie verschillende startniveaus op het gebied van woordenschat en taal. 
Wat is dan de oplossing? 

 

Wist je dit van woordenschat?:

  • Wist je dat een gemiddelde leerling groep 3 binnenkomt met gemiddeld 3000 woorden?
  • Wist je dat dit aantal bij leerlingen met een TOS of een taalachterstand vaak maar de helft is (1500=peuterniveau).
  • Wist je dat een Nederlandstalige leerling in groep 8 gemiddeld 17.000 woorden kent?
  • Wist je dat een anderstalige leerling in groep 8 gemiddeld 10.000 woorden kent?
  • Wist je dat een anderstalige leerling vaak een taalachterstand heeft, en dat een taalstoornis alleen maar duidelijk wordt door ook de moedertaal ook te screenen?
  • Wist je dat jij en ik, als volwassene, gemiddeld 60.000 woorden kennen?
  • Wist je dat je een tekst pas goed kunt begrijpen wanneer je 95% van de woorden in die tekst ook kent?

 

Wat kun je doen met woordenschat in de klas

Leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis of een taalachterstand hebben veel in te halen.
Stel je voor dat je het verschil tussen 1500 en 3000 in de kleutergroepen wilt oplossen, of dat je de leerlingen aan het eind van groep 8 al die 17.000 woorden wil hebben aangeboden.

Dat vereist een sterke discipline. je praat dan al snel over 14.000 woorden verdeeld over groep 3-8. Dat is meer dan 2000 woorden per leerjaar. Omgerekend zijn dat dan 50 nieuwe woorden per week!!

 Gelukkig leren de leerlingen veel woorden incidenteel, tussendoor in gesprekken of verhalen. Ze worden in een context aangeboden, in zinnen, of verhalen, die de woordbetekenis duidelijk maken.

Toch zullen er zeker een aantal woorden ook intentioneel moeten worden aangeboden, volgens een vaste en beproefde methode met voldoende aandacht en terugkerende aandacht waardoor de woorden ook goed geconsolideerd worden.

De viertakt van Verhallen, beter bekend als “met woorden in de weer”is hiervoor een beproefde methode.
Klik hieronder om verder te lezen wat het is en hoe je het toepast in de klas of in jouw begeleiding.

 

De 5 belangrijkste pijlers voor goed woordenschatonderwijs

 

  1. Ieder intentioneel gekozen woord wordt in een juiste context aangeboden worden.
  2. Een intentioneel gekozen woord moet moet minimaal 7 x herhaald worden. (liefst 10-15 keer)
  3. Een intentioneel gekozen woord moet altijd en in relatie tot andere woorden worden geplaatst en dit moet worden  gevisualiseerd met bijvoorbeeld een woordweb, een woordkast of een woordparachute.
  4. Wanneer je een moeilijk woord tegenkomt, model dan hoe je achter de betekenis zou kunnen komen. Denk hardop na , gebruik voor de voor jouw leerlingen bekende strategieën zoals terugkijken in het boek, opzoeken op het internet, teruglezen in de tekst, opzoeken op de taalmuur, enz. 
  5. Gebruik een vaste plek in jouw lokaal voor een taalmuur. Hierop gebruik je een vast gedeelte als ruimte  voor woordenschat. gebruik niet te kleine materialen, maak het zichtbaar voor alle leerlingen en kom er gedurende de week regelmatig op terug met bijvoorbeeld de consolideeroefeningen.

Bonustips:

Wil je de woordenschat van je basisschoolleerlingen vergroten?

2 tips vanuit de geheugenpsychologie: herhaal en spreid!

Uit onderzoek is gebleken dat twee strategieën bijzonder effectief zijn bij het opdoen van nieuwe woorden: het spreiden van leermomenten en het ophalen van kennis uit het geheugen.

Wil je leerlingen bijvoorbeeld iets nieuws leren, prop dan niet alle instructie in één of twee sessies, maar spreid de instructie over de tijd. En wil je ze laten oefenen met nieuwe kennis, vraag ze dan niet om de informatie nog eens te lezen, maar laat ze antwoorden geven op (zelfbedachte) vragen. 

Bron:

Gino Camp en Nicole Goossens, ‘Schooltaal en woordenschat in taalonderwijs op de basisschool’. Open Universiteit/NRO, 2016 in Didactief online 

 

Hoe zet jij in op woordenschat in jouw praktijk?

Laat het hieronder weten in een reactie.

Weerwoord van Kentalis online

Weerwoord van Kentalis online

Weerwoord van Kentalis is Online !!

 

Sinds deze maand is de site Weerwoord van Kentalis online. Dat is goed nieuws voor iedereen die werkt met Nieuwsbegrip en leerlingen met een Tos of een taalachterstand.
Deze site is namelijk een superhandig hulpmiddel om de lessen begrijpend lezen en Nieuwsbegrip  op een prachtige manier aan te vullen met woordenschatlessen volgens de methode “Met woorden in de weer”.
Werk je met jongere kinderen, lees dan ook even de tips voor gebruik van deze site in de onderbouw.

 

Wat kun je doen met Weerwoord? 


Bij het vak begrijpend Lezen wordt op scholen vaak gebruik gemaakt van Nieuwsbegrip.
Kentalis Weerwoord bestaat uit semantisatielessen waar woorden uit Nieuwsbegrip visueel worden gemaakt, zodat leerlingen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) deze woorden beter leren te begrijpen.

Bekijk hieronder het filmpje met uitleg.

Met woorden in de weer

De semantisaties zijn gemaakt volgens de methode “Met woorden in de weer”

Nieuwe en lastige woorden uit de lessen van nieuwsbegrip, worden met visuele hulpmiddelen zoals afbeeldingen of filmpjes in een Powerpoint presentatie wekelijks klaargezet door logopedisten van Kentalis.
De uitleg en het aanleren van de woorden gebeurt volgens vaste taalstructuren die we kennen van de methode “Met woorden in de weer”.

Je kent ze wel, de woordparaplu (voor woordcategorieën) , de woordkast (voor tegenstellingen) , het woordweb (voor brainstorm en verzamelclusters) en de woordtrap (voor vergelijkingen)
Elke dinsdagochtend om 12.00 uur verschijnt de nieuwe aanvulling, gemaakt naar aanleiding van de lessen van Nieuwsbegrip van die week.
Altijd up to date en bruikbaar in iedere klas.  En helemaal gratis en vrij toegankelijk voor iedereen!!

Veel leerlingen zullen baat hebben bij deze prachtige presentaties, niet alleen leerlingen met een TOS of een taalachterstand.
Ontzettend bedankt dus aan onze collega’s van Kentalis!

 

Waarom weerwoord?

Kinderen met TOS hebben intensief woordenschatonderwijs nodig waarbij woordclusters worden aangeboden en gedurende langere tijd worden herhaald en ingeoefend. Daarnaast hebben zij breed woordenschatonderwijs nodig, waarbij veel woorden worden aangeboden en in context worden uitgelegd. Weerwoord is bedoeld om de leerlingen beter te laten participeren bij de lessen van Nieuwsbegrip. Weerwoord vervangt niet het intensieve woordenschatonderwijs, dat kinderen met TOS nodig hebben. Het is een ondersteuning en aanvulling.

Weerwoord is volgens mij voor heel veel leerlingen een welkome aanvulling op onze taallessen. Veel leerlingen zullen gebaat zijn bij deze prachtige visuele ondersteuning in de taallessen.

 

Niet alleen handig voor nieuwsbegriplessen

De site Weerwoord is niet alleen handig voor nieuwsbegriplessen. Op een speciale pagina krijg steeds je uitleg over meerdere aspecten en gebruikerstips.

Je kunt er lezen:

  • Hoe je weerwoord kunt gebruiken, voorafgaand aan een Nieuwsbegrip-les.
  • Er wordt uitgelegd hoe je een taalmuur laat aansluiten op jouw woordenschatlessen.
  • Je krijgt tips over het gebruik in de praktijk.
  • Je kunt je inschrijven voor een nieuwsbrief zodat je een melding krijgt bij nieuwe updates.
  • Op de pagina weerwoordlessen kun je  lessen terugzoeken, gefilterd op datum, onderwerp en niveau.
  • Op de pagina Losse weerwoorden vind je semantisaties op inhoud.
  • Je vindt er tips voor consolideerspelletjes. Hieronder heb ik mijn verzameling consolideerspelletjes als download klaargezet.
    TIP: Lamineer en knip ze tot kleine kaartjes. Maak er vervolgens een dagelijkse routine van om twee spelletjes per dag te kiezen.

 

Schooltaalwoorden en losse weerwoorden

Een van de dingen die ik vaak benoem in mijn begeleiding  bij leerlingen vanaf groep 4 is het aandacht geven aan schooltaalwoorden. De site Weerwoord is hier een prachtige aanvulling op.
Op de pagina losse weerwoorden vind je namelijk losse weerwoordlessen gerangschikt,  en het geweldige van die pagina is dat je precies kunt zien welke weerwoordlessen schooltaalwoorden bevatten.
Superhandig dus.

 

Wat zijn schooltaalwoorden?

Schooltaalwoorden zijn woorden die niet direct in de belevingswereld worden geleerd , maar vooral in leesteksten en tijdens les-instructies vaker voorkomen vanaf groep 4.
Ze dragen de betekenis in een zin en ze belichten de logische structuur van een tekst, bijvoorbeeld in het geval van een opsomming (eerst … daarna), een tegenstelling (maar) of een voorwaarde (als … dan). Het gaat niet alleen om dit soort voegwoorden. Schooltaalwoorden fungeren ook vaak als signaalwoorden.
Er staan in teksten vanaf groep 4 heel vaak algemene schooltaalwoorden, vaktaalwoorden en vaktaalspecifieke woorden. Veel algemene schooltaalwoorden zijn zo abstract dat ze vooraf, zonder de omringende tekst, moeilijk uit te leggen zijn.

 Op de site van Weerwoord kun je dus semantisaties vinden rondom schooltaalwoorden, die daardoor ook inzetbaar zijn bij andere teksten en niet alleen bij Nieuwsbegrip.

Aanrader voor begrijpend luisterlessen en leeslessen

De site Weerwoord van Kentalis kan ik van harte aanbevelen aan iedereen die zijn taalonderwijs verder wil optimaliseren en visualiseren. Voor diegene die met jongere kinderen werken kan ik de site ook aanraden om inspiratie op te doen, en ik weet zeker dat er woorden op de pagina “losse weerwoorden” voorkomen die ook terug te vinden zijn in prentenboeken of voorleesverhalen. 

    Tips voor de onderbouw:

    • Lees je prentenboek kritisch door en ontdek welke moeilijke woorden er zijn die lastig zijn uit te leggen. Zoek dan op de site van Weerwoord of er al semantisaties van zijn.
    • Bekijk de semantisaties op de site van Weerwoord en maak een zelfde soort format voor de woorden uit je boek. Wil je de formats digitaal, ga dan naar de site van Rezulto; praktijkmaterialen.
    • Start vanaf groep 1 met een taalmuur, zorg dat hier alles terug te vinden is voor jouw leerlingen op het gebied van taal en het thema van jouw groep.  Wil je meer lezen over de leerlijn woordenschat en het bouwen aan een taalmuur, ga dan via de knop hieronder naar meer uitleg en tips voor bouwen aan een taalmuur. 

    Ga jij de site gebruiken bij jouw lessen?

    TOS als onderwijskwestie

    TOS als onderwijskwestie

    Vakantie inspiratie

    In juni van dit jaar was ik een weekend in Londen met mijn dochter en bewonderde ik WestMinster Abbey.
    Wat een prachtig paleis en wat een imposante restauratie was daar tegelijkertijd aan de gang. Het paleis en de Big Ben stonden in de steigers voor restauratie.
    Ondanks de vele toeristen die speciaal kwamen, moest de restauratie natuurlijk gewoon doorgaan. 

     

    Onderwijsland onder constructie

    De vergelijking met het onderwijs vond ik later toepasselijk. Sinds de invoering van de wet op passend onderwijs in 2012 is ons onderwijsland ook onder constructie.
    Alle professionals hebben sindsdien de zeilen bij moeten zetten om voor iedere leerling een passend onderwijsaanbod te bieden. Dit verloopt niet altijd vlot en de professionalisering van onderwijspersoneel binnen het reguliere onderwijs laat helaas nog steeds te wensen over.
    Leerkrachten voelen zich handelingsverlegen en overspoeld door werkdruk. In de tussentijd gaat de dagelijkse praktijk gewoon door en worden leerlingen met allerlei zorgplannen en dikke zorgdossiers zo goed en ze kwaad mogelijk begeleid binnen het reguliere PO in plaats van op het speciaal onderwijs.
    Passend onderwijs, een krachtig concept maar zonder stevig fundament gedoemd te mislukken. De leerkracht moet professionaliseren, maar wanneer? Een dag heeft toch echt maar 24 uur.

    Tijdens mijn zomervakantie kwam ik op het spoor van Simone Sarphatie.
    Ik kwam haar tegen via Social Media en raakte geïnteresseerd in haar website. Ze schrijft op haar website Sarpathie onderwijs en onderzoek  over haar missie om in samenwerking met onderwijsprofessionals,   schoolorganisaties te begeleiden bij het ontwikkelen van passend onderwijs en bijbehorende arrangementen.

    Daarnaast heeft ze een speciale ontmoetingsplaats gecreëerd. Het Paleis voor onderwijs. Dit schrijft ze erover op haar website.

    Het Paleis voor Onderwijs

    Mijn symbolische plek voor alles wat met onderwijs te maken heeft.

    Het staat voor mijn missie om het onderwijs weer het aanzien te geven dat het verdient: belangrijk en indrukwekkend.

    “Simone Sarphatie”

    Lees hier meer op de speciale website.

    Dit maakte mij nog nieuwsgieriger natuurlijk. Ik ontdekte haar podcastserie “De onderwijskwesties”.
    Zij heeft met deze serie  podcasts in heel veel verschillende gesprekken, vanuit verschillende invalshoeken, naar het onderwijs in Nederland gekeken en professionals geïnterviewd.

    Podcasts over onderwijskwesties

    Via haar website kon je jezelf deze zomer inschrijven om een aantal keer per week zo’n podcast-link in je inbox te ontvangen.
    Dit vond ik handig, want je kunt dan zelf je tijdstip en dag uitkiezen om de informatie te beluisteren.
    Ik heb dit gedaan en een paar podcasts zijn mij bijgebleven. De podcasts ove TOS en over selectief Mutisme.
    Deze wil ik graag hier met jullie delen.

    Klik op de links hieronder om deze podcast te beluisteren.

    Podcast #81 - TOS op de basisschool

    Een taalontwikkelingsstoornis (TOS) is een van de meest voorkomende stoornissen bij kinderen. Dat betekent dat iedere leraar ermee te maken krijgt en dat gemiddeld in elke klas van dertig kinderen twee kinderen een TOS hebben. Het komt hiermee vaker voor dan ADHD en veel vaker dan autisme.
    Een inhoudelijk gesprek met Bernadette Sanders, auteur van ‘Taalontwikkelingsstoornissen in de klas – Praktische handelingsadviezen en tips’.

    Meer informatie overhet boek van Bernadette Sanders, lees dan hier verder.

    Zomerpodcast 13 - Over selectief mutisme

    Een heldere uitleg over selectief mutisme van Eustache Sollman.

    Hij is ambulant begeleider en een expert op het gebied van selectief mutisme. In deze podcast vertelt hij over deze angststoornis en over het boek wat hij daarover aan het schrijven is.

     

    Zijn boek Breek de stilte (uitgeverij Pica) wordt verwacht in november 2018.

     

    Heb je liever een boek in handen?

    Alle Podcasts zijn verschenen in dit handzame boek, te bestellen via de website van Simone Sarphatie.
    Het boek geeft een positief en realistisch beeld van het onderwijs. Ook met kritische geluiden, maar steeds met een constructieve intentie, kijkend naar oplossingen en kansen.

    Mijn mening

    Door het beluisteren van de podcasts  van Simone krijg je meer inzichten en gaat de diagnose TOS of Selectief Mutisme ineens meer leven voor jezelf. Je krijgt tips, adviezen en handige handvatten op een rijtje.

    twee waardevolle audiodocumenten dus voor je eigen professionalisering.
    Handig is ook dat je ze  simpel kunt beluisteren tijdens bijvoorbeeld een wandeling of sportactiviteit.

     

    Beluister jij wel eens een podcast?

     

    Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

    Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

    Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

    Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
    Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

    Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

    Pin It on Pinterest