Workshops en studiedagen

Workshops en studiedagen

Hebben jullie het ook in de gaten, “Time flies……….” We zitten al in april en voor je het weet zijn we al weer bezig met de voorbereidingen voor een nieuw schooljaar. Mijn collega’s en ik hebben al een mail ontvangen over voorkeur voor een functie in het nieuwe schooljaar.
Zodra de poppetjes op de juiste plekken staan gaat met dan verder aan de slag met het jaarrooster, het schoolplan en de studiedagen.

Maar de invulling van die studiedagen, wat willen jullie daar mee??  Er zijn natuurlijk altijd speerpunten die op de agenda moeten staan maar een aantal uren zouden ook gebruikt kunnen gaan worden voor inspirerende workshops voor de praktijk!

“Eindelijk een studiedag waarvan ik de opbrengst meteen kan
toepassen in mijn praktijk!”

Wil jij dat ook? Stuur dan deze post door naar je IB’er of directie,  of beter nog..stap er zelf naar toe, vertel wat je wilt oefenen of waarin je gecoacht wil gaan worden.  We hebben allemaal recht op bijscholing en waarschijnlijk is het voor een directie ook fijn wanneer de mensen van de werkvloer zelf laten horen wat ze nodig hebben. Vertel ze over mijn aanbod en wie weet kom ik bij jou op school langs en gaan we aan de slag. Lijkt mij in ieder geval ontzettend leuk.

Scholen kunnen deze training bekostigen vanuit professionaliseringsbudgetten.
Ook kan scholing onder “duurzame inzetbaarheid” worden opgenomen.

Meer info over mijn workshops vind je hier en op de speciale workshop pagina’s die je bovenin het menu kunt vinden.

Hopelijk tot ziens!

Autisme, wat doe ik ermee in mijn klas?

Autisme, wat doe ik ermee in mijn klas?

De week voor Autisme

Deze week is het de week voor Autisme, ook vaak  ASS (Autisme Spectrum Stoornis) genoemd. Heel Nederland en alle Social Media platformen geven meer  bekendheid aan Autisme.
Maar nu hoor ik je denken,  dit is toch al bekend bij de meeste mensen?
Waarom is zo’n week dan nog steeds erg belangrijk om te doen?

Autisme is een bekende diagnose maar wat voor impact heeft dit eigenlijk voor de persoon zelf, voor de directe omgeving thuis en voor de omgeving binnen het onderwijs?  Hieronder een aantal vragen op een rijtje, vanuit het perspectief van een leerkracht. Ik heb regelmatig een leerling met ASS in mijn groep gehad en ben dus alleen ervaringsdeskundige op school, niet in een thuissituatie.

Wat is autisme?

Op de site van de Nederlandse vereniging van Autisme (NVA)   staat de  volgende duidelijke omschrijving:

Bij mensen met autisme werkt de informatieverwerking in de hersenen op een andere manier. Met autisme word je geboren, en blijft gedurende je hele leven een rol spelen. Het wordt niet veroorzaakt door de opvoeding.

Alles wat mensen met autisme zien, horen, ruiken etc. wordt op een andere manier verwerkt. En dat brengt een andere mix van sterke en zwakke kanten met zich mee. Zo hebben mensen met autisme vaak een goed oog voor detail, zijn ze eerlijk, recht door zee, analytisch en hardwerkend, maar hebben ze moeite met overzicht houden (centrale coherentie) en sociale contacten en hebben ze een opvallend beperkt aantal interesses of activiteiten.

Autisme zie je niet aan de buitenkant, maar het heeft grote invloed op iemands leven. Hoe groot en op welke manier precies verschilt per persoon, en ook per levensfase. 

Dit is een heldere omschrijving maar kun jij jezelf er nu een voorstelling van maken? Dit onderstaande filmpje geeft een beeld van een Sensory Overload , een teveel aan prikkels dus, en hoe dat bij je binnen kan komen.

 

De verschillende vormen van autisme.

Op de site van NVA lees je verder dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen een aantal vormen.
Je hebt de verzamelnaam ASS:
“Autisme Spectrum Stoornis (ASS) is de verzamelnaam voor de verschillende vormen van autisme.  De term spectrum wordt gebruikt in de zin van een veelkleurige waaier, waarmee aangegeven wordt dat er een grote diversiteit is in de manier waarop autisme zich uit. In de nieuwe versie van het handboek voor psychiaters (DSM-5) zal ASS de officiële benaming worden voor alle vormen van autisme.”

Op de site worden daarna de verschillende vormen genoemd. Je kunt  daar verder lezen over de kenmerken van:

  • Klassiek Autisme
  • Syndroom van Asperger
  • PDD Nos

Wat voor impact heeft Autisme voor de persoon zelf?

Je begrijpt dat een leerling in jouw klas of groep met Autisme snel overprikkeld kan raken door een grote groep leerlingen en alle geluiden en activiteiten die daarbij horen.  |
Per persoon is het dan echter nog verschillend hoe die reageert.  Net zoals bij leerlingen zonder ASS heb je verschillende reacties op verschillende situaties. Met het verschil dat de reacties van een leerling met ASS vaak erg dwingend of heftig kunnen zijn.
Soms kunnen de reacties zelfs agressief zijn of met een paniekaanval gepaard gaan. Daarnaast heb je ook leerlingen die juist
terugtrekken in hun eigen “bubbel” en stil gaan zitten of repeterende bewegingen maken (fladderen/schommelen) en/of geluidjes maken (zoemen, woorden herhalen/enz). Het is dus nooit vanuit een dossier te zeggen wat je met deze leerling in de klas kunt doen. Vooral observeren en open staan voor elkaar geeft vaak een goede eerste verbinding om verder te bouwen aan een manier van samenwerking met jou als juf of met de leerlingen als groep. Kijk maar naar de serveerster in het bovenstaande  filmpje. Je ziet daar meteen dat begrip beter werkt dan wat dan ook.

De prevalentie cijfers

We weten uit cijfers dat ruim 1-2 % van de mensen in Nederland Autisme heeft. Met de invoering van Passend Onderwijs komen er nu veel meer leerlingen met Autisme op een reguliere basisschool terecht. Zeker de groep met de PDD-NOS diagnose vallen vaak een beetje tussen wal en schip. Dat betekent op een school van 300 leerlingen ongeveer 6 ASS diagnoses? Ik denk zelf dat dit er meer zullen zijn in de praktijk.

Binnen het Cluster 2 onderwijs (onderwijs voor taalontwikkelingsstoornissen) zitten ook veel kinderen met ASS. 

De taalontwikkelingsproblematiek moet voorliggend zijn op de ASS problematiek.
ASS leerlingen hebben uiteraard een probleem in de communicatie en de taalverwerking maar dit hoeft niet altijd een taalontwikkelingsstoornis te zijn.

Een leerling met een TOS en een leerling met een ASS hebben veel overeenkomsten, maar verschillen ook fundamenteel. 
Leerlingen met een ASS hebben, net zoals TOSleerlingen, problemen met innerlijke taal en verwoorden van emoties, gevoelens en gedachten.
Bij TOS leerlingen komt dit echter meestal voort uit een woordenschattekort, woordvindingsproblemen en taalbegrip- en/of taalproductieproblemen.
Bij leerlingen met ASS komt dit voort uit een gebrek aan centrale coherentie (het zien van verbanden) en het slecht kunnen interpreteren van anderen en hun taal (Theory of Mind).

In de praktijk van je klas.

Veel leerlingen vinden dus hun weg naar de reguliere basisscholen. Niet alleen het gedrag van leerlingen met ASS kan daar een obstakel vormen maar ook de manier van informatie verwerken.  Bekijk het filmpje van schoolTV op mijn Yurls maar eens.

Een leerling met ASS in je groep is altijd maatwerk. Iedere keer heb ik zelf ook weer eerst geobserveerd, contact gemaakt via interesse of spel en van daaruit een band opgebouwd. In een groep is het belangrijk dat het open en duidelijk wordt besproken dat deze leerling soms wat anders kan reageren maar dat dit geen probleem hoeft te zijn zolang we allemaal een beetje rekening houden met elkaar. Natuurlijk zijn er ook leerlingen die lastig te handhaven zijn in een groep maar ga dan eens goed na bij jezelf wat het probleem zou kunnen zijn.

Mogelijke problemen in de klas:

  • De groep is te groot.
  • De groep is te druk.
  • Er is veel omgevingsruis in de groep.
  • De opdracht is te moeilijk.
  • De opdracht onduidelijk.
  • De situatie te onverwacht.

Mogelijke oplossingen in de klas:

  • Probeer bij groepswerk of bij een grote groep een kleiner groepje te maken met de leerling met ASS daarin. Liefst een groepje met leerlingen die zelfstandig en rustig kunnen werken.
  • Zet een leerling met ASS niet naast leerlingen die druk en of chaotisch zijn. Het continu vallen van bijvoorbeeld een potlood, het maken van veel geluid of het stellen van veel vragen kan voor een ASS leerling erg storend zijn.
  • Maak een werkplek. Het is wenselijk om een werkplek te creëren  die de leerling naar eigen inzicht op kan zoeken zonder dat dit een gevoel geeft van straf. Benoem het als een fijne werkplek en houd deze ook echt speciaal voor die leerling. Bij meerdere kinderen met ASS zou je ervoor kunnen kiezen om een werkplek te maken voor dit hele groepje. Dit ligt enorm aan de leerlingen zelf, of dit een succes zal worden. Laat dit echter geen vaste plaats zijn, de leerling moet de keuze kunnen maken tussen samen of alleen. Zo voorkom je uitsluiting in de groep.
  • Ga per opdracht na of groepswerk een noodzaak is, zelfstandig werken op een rustige eigen werkplek is vaak voor fijner voor de leerling maar ook voor de groep en dus ook voor jou als leerkracht.
  • Vraag of de leerlingen de opdracht aan jou na kunnen vertellen of uit kunnen leggen. Door het controleren van het begrip, voorkom je in je hele groep een vragenvuur en onrust.
  • Maak met picto’s duidelijk wat er tijdens het werken van de leerling verwacht wordt. Bekend bij velen zijn hiervoor de beertjes van Meichenbaum.
  • Gebruik rustige picto’s in je groep voor de dagindeling en de klassenroutines. natuurlijk zijn al die gezellige picto’s met leuke stripfiguren of andere prenten heel leuk om te zien maar ze kunnen een leerling met ASS enorm afleiden van de kern. De Picto;s van Sclera zijjn een goed voorbeeld van een rustige en duidelijke vormgeving.
  • Wil je nog meer lezen over ASS en tips over literatuur, kijk dan verder op mijn yurlspagina over Zorg>Autisme, ASS en PDDNOS. Hier vind je nog een aantal filmpjes en veel links en tips.

 

Heb jij nog meer tips?

Laat ze hieronder achter in een reactie

1 april, humor en #TOS. Een lastige combinatie!

 

Het concept humor is altijd lastig met kleuters. Zeker bij kleuters met een lage taalvaardigheid. Het concept “echt of nep” en “wat is dan een grap en wat niet” kan tot vreemde situaties leiden en soms ook tot onbegrip of frustratie. Veel kinderen proberen soms ook onder dingen uit te komen door snel te roepen “grapje”. Maar wat is nu een grapje? Ik heb je gefopt is ook zo’n leuke uitspraak. Wanneer is iets dan grappig en wanneer kwets je er iemand mee? Dit blijft lastig bij kleuters maar zeker bij kinderen met een TOS.

Ter illustratie mijn blog van 2 jaar geleden.
In 2014 viel 1 april op mijn werkdag en heb ik in mijn toenmalige kleutergroep een grap uitgehaald naar aanleiding van het boek “Wie heeft er op mijn kop gepoept”.

Lees hier mijn verhaal.

Normaal ben ik niet zo snel van de 1 april grappen maar vandaag was een uitzondering.
Ik denk dat ik het gewoon even nodig had om lekker even  iedereen beet te nemen. Je hebt zo van die dagen :-). Het begon ermee dat ik vanochtend om 8.15 uur in de gang van school mijn teamleider tegen kwam.
“Hey …, ik kom straks even langs om mijn overuren te declareren en dan meteen mijn compensatieverlof te plannen. Is alles bij elkaar wel een jaartje denk ik” riep ik nonchalant.

Zijn gezicht sprak boekdelen. Eerst verbazing, toen verwarring en daarna lichte verbijstering!! (Meent ze dit nou echt????)

Na wat gestamel van zijn kant hielp ik hem maar uit zijn benarde positie en riep “1 april !!”
Hij kon er gelukkig wel om lachen en de toon was meteen gezet.

Even later haalde ik de kinderen op bij het speelplein en werd meteen verwelkomd met een keihard
“1 april, kikker in je bil, het is grapjesdaaaaag!!!”
Tja dan moet je er zelf ook maar niet de nadruk op leggen in de dagen ervoor. Eigen schuld, dikke…..?

De kinderen snappen het concept in zoverre dat je keihard mag roepen “1 april, kikker…enzovoort” maar verder is het lastig want wat is humor?
Ik heb vele vormen gehoord vandaag. Van sarcasme, tot onderbroekenlol. Maar de kinderen bleven hangen in het uitroepen van de hierboven genoemde kreet.

Dus maar eens een lesje eraan spenderen, want wat is dat eigenlijk….iemand beetnemen, met iemand een grapje uithalen, iemand foppen.  Lastig voor kinderen met #TOS. Aan de slag dus!

Na het voorlezen van het geweldige  boek “over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft” ben ik verder gegaan met mijn snode plannen.

Ik vertelde de kinderen dat ik naar de kinderboerderij was geweest en iets had meegebracht.
Met veel drama haalde ik 3 doosjes uit mijn tas. Wat zat daar nou toch in…..POEP!!!

“Weten jullie nu nog van welk dier deze poep was? ” Dat was geen moeilijke vraag.

Die vieze vlaai was duidelijk van de koe en die worst met dat puntje was van de hond. De bolletjes waren natuurlijk van de haas.
Toen vroeg ik of ze wisten hoe zoiets zou  proeven, en de daad bij het woord voegend nam ik meteen maar een klein hapje van de koeienvlaai.

De kinderen keken eerst met ogen als schoteltjes, vol verbazing vielen ze bijna letterlijk van hun stoel. Ze begonnen daarna vieze gezichten te trekken en toen ik vroeg of ze ook wilden proeven werd er meteen zeer duidelijk gereageerd. NEEEEEEEE!!!! Bweeeh…dat stinkt, dat is vies, gatver!!!!!! Er kroop zelfs een kind achter zijn stoel om maar niet te hoeven zien wat die juf nu toch deed.

Eén heldin wilde wel ruiken en kon toen vertellen dat het niet zo stonk maar zelfs best lekker rook???
“Het ruikt naar pepernoten”. Toch even proeven dan??? Ik nam ondertussen nog een stukje, “mmmm, best lekker hoor” zei ik.

Schoorvoetend kwamen de meesten nu dichterbij. Ja hoor, kleine kruimeltjes werden geproefd en goedgekeurd.  Hey, dat smaakte inderdaad naar koek????
Er werd nog steeds geen link gelegd met de datum totdat ik zei: “zeg, luister eens even…dit is gewoon neppoep hoor, dit is niet echt, ik zit jullie te foppen ……….. 1 april!!!”

“Haha, kikker in je bil” riepen er toen een paar. Wijzend naar mij. Duidelijk dus de clou missend.
“Nee, Ik heb jullie gefopt met de neppoep!!” zei ik.
Dat was toch even een nadenker voor sommigen.

Waarschijnlijk valt het kwartje pas echt als we wat verder in de week zijn, want was het nu voor iedereen duidelijk? Wie hield nu eigenlijk wie voor het lapje? Wie was er hier gefopt? Toch weer die vertraagde taalverwerking en zwak taalbegrip wat hier parten speelt bij een aantal kinderen!
Dit zal deze dagen nog wat vaker herhaald en besproken worden, ook al is het dan geen 1 april meer.

Want veel herhaling en visuele ondersteuning, met nog wat meer voorbeelden van grapjes, blijft nodig om dit lastige concept helder te krijgen.

Het wordt vast nog een grappige week! 🙂

Het moge duidelijk zijn, 1 april kan hilarisch maar ook zeer verwarrend  zijn. Dus heb je nog wat in petto voor deze week op 1 april, dan geef ik je hier nog 5 tips.

    1. Denk aan een goede nabespreking van de grap voor de kinderen met een lagere taalvaardigheid. Want het concept “grapje” blijft lastig! Het begrijpen gaat niet altijd vanzelf.bevraging gebruikers
    2. Maak vaker grapjes deze week en attendeer de kinderen erop dat het niet vervelend mag zijn voor iemand anders.
    3. “Grapjes” waar pijn of tranen aan te pas kunnen komen zijn geen grapjes maar benoem je als pesten.
    4. Laat de kinderen voorbeelden bedenken van grapjes en voorbeelden van pestgedrag. Leg duidelijk de verschillen steeds uit.
    5. Maak een visueel overzicht (bijvoorbeeld een mindmap of een woordkast met picto’s)  waarin de tegenstellingen duidelijk tegenover elkaar komen te staan van een grapje en pestgedrag en maak hier afspraken over met je groep.
      lachen samen

      Dit is een grapje !

      pesten

      Dit is pesten!

 

Lente of eindejaarsspurt?

Lente of eindejaarsspurt?

Ken je dat, het lentegevoel in je klas? De kinderen zijn uitgelaten en vrolijk, de zon schijnt tijdens de surveillance beurt op het speelplein en tijdens het buitenspelen gebeuren er mooie dingen en ga je daar samen met de leerlingen ook naar kijken en van genieten. Een leerling komt je vertellen dat “de blaadjes uit de bomen komen” of dat er “lievebeesjes”in de struiken zitten waar je even naar moet komen kijken. Een jongetje komt vertellen dat hij echt “geliefd is” op een meisje uit de klas en elke dag  bewonder je samen met de kinderen de groei en bloei van alles wat de lente te bieden heeft.

Persoonlijk vind ik dit altijd een van de meest veelbelovende periodes in het schooljaar. Je hebt inmiddels een goede band met de groep opgebouwd, je ziet waar bijsturing of extra ondersteuning nodig is en je ziet ook dat je daar nog tijd voor kunt gaan maken in de laatste periode van het schooljaar. Daar tegenover zie je ook op de kalender dat het toch wel heel erg snel gaat allemaal. Bij het plannen van dit laatste gedeelte merkten mijn collega en ik vorige week dat we,  tot de zomervakantie, eigenlijk nog maar 3 thema’s goed kunnen uitwerken. Oeps, dan gaat het toch best snel allemaal.

Best jammer eigenlijk, want dit is toch wel een van de leukste gedeeltes van het schooljaar. Zo leuk dat het ook bijna jammer is dat het dan toch uiteindelijk zomer wordt en jouw leerlingen doorstromen naar een nieuwe groep.
Op zo’n moment bekruipt mij echter ook vaak een opgejaagd gevoel. Er gaan nog flink wat gebroken schoolweken volgen door dagen die uitvallen, sportdagen, koningsfeesten, studiedagen, eindejaarsfeesten, musicals en noem maar op. En hoe krijg je al die leerdoelen, die nu nog in ontwikkeling zijn, op “niveau”? Het antwoord is simpel, dat ligt niet aan jouw aanbod maar aan de leerling en zijn of haar ontwikkeling. Zolang jij jouw aanbod blijft bieden zoals jij het hele jaar al doet, zullen jouw leerlingen de doelen wel of niet gaan beheersen. Dit hangt samen met de rijping van jouw kleuters en hun kleuterbrein. En wij weten allemaal dat het aanbod goed moet zijn maar dat de leerling dit met pieken en dalen zal gaan opnemen en uiteindelijk beheersen. Misschien niet in dit schooljaar, dan wel in het volgende.

Hiermee bedoel ik niet dat we nu maar achterover moeten leunen en passief moeten toekijken naar wat er gebeurt, maar ik denk wel dat het goed is om te beseffen dat wij slechts de aangevers kunnen zijn in het leerproces.  Dat we hierin weloverwogen keuzes moeten maken lijkt mij duidelijk, maar geniet ook een beetje van alles wat eromheen gebeurt. Een kind is niet alleen een lijstje leerdoelen in een eindverslag. Het is een prachtig tuintje vol met bloemen en bomen vol knoppen, maar ook vol met wortels die we dit jaar wel water kunnen geven maar misschien die pas over een tijdje zullen gaan ontkiemen. Geniet van deze lente in jouw groep en blijf alles voeden en bewateren. Maar kijk ook goed naar de hoekjes die soms nog in de schaduw staan of verborgen blijven. De tuin als geheel is de moeite waard.

P.S.
Heb je trouwens nog ideeën nodig voor het thema lente in jouw klas? Lees dan hier verder.

Een rekencircuit voor kleuters

Een rekencircuit voor kleuters

Een rekencircuit voor kleuters

Rekenen in de kleutergroep

Wat doe jij eigenlijk met jouw kleuters aan de leerlijn voorwaardelijk rekenen? Hoe plan jij dit in in je thematische aanbod of volg je een methodisch aanbod?  Zou je het leuk vinden om regelmatig een activiteit met diverse rekendoelen in te zetten op een manier die de kinderen actief bezig houdt en waarbij jij mooie observatiemomenten creëert voor jezelf?

 

Plan dan eens wat vaker een rekencicuit!

In de leerlijnen van het CED voor het PO/SBO en die voor het SO worden flink wat doelen en subdoelen genoemd. Het gaat te ver om die hier te benoemen maar je kunt ze indelen in drie doelgebieden

 

  • Tellen en getallen: Grofweg alles met cijfers, getallen en bijvoorbeeld inzicht in de getallenlijn. getalbewerkingen,
  • Meten: Alle activiteiten waarbij je bezig bent met meetbare aspecten omtrent vorm, lengte, inhoud en gewicht en oppervlakte.
  • Meetkunde: alle andere activiteiten die niet onder meten en tellen en getallen vallen zoals spiegelen, plattegronden, schaduw, ruimtelijk redeneren, enz.

Rekenen is in een kleutergroep echter vooral handelend bezig zijn met veel rekenbegrippen, ook wel genoemd:

ontluikende gecijferdheid 

Heel veel klassen hebben vaak wel veel aandacht voor de ontluikende geletterdheid maar soms blijven de rekenvoorwaarden wat onderbelicht. Een leuke manier om rekenvoorwaarden wekelijks op het programma te zetten is dan het rekencircuit.

Ik plan dit met een vaste regelmaat in mijn eigen kleutergroep in het SO en ben er erg enthousiast over. 

Hoe ziet dat er dan uit in de praktijk?  

 

Lees hier mijn  tips!

  • Belangrijk is dat je de kinderen zo veel mogelijk handelend bezig laat zijn, dus gebruik geen werkbladen.
  • Zorg voor voldoende hulp! Bij elk groepje leerlingen heb je begeleiding nodig, ook al is het een groepje op iPads of computers. Regel ouders, collega’s of vraag leerlingen uit de bovenbouw. Het uitleggen van een spel door leerlingen uit de bovenbouw aan jongere kinderen is ook voor hen zeer waardevol en leerzaam. En de kleuters vinden de hulp van die grote kinderen helemaal geweldig. Overleg wel even kort met de helpers wat wel en wat vooral niet de bedoeling is en hoe de opzet van het circuit eruit ziet.
  • Plan je zelf als loslopende vraagbaak zodat je goed kunt observeren en eventueel kunt helpen of bijsturen waar dit nodig is.
  • Kies voor activiteiten per ronde die niet alledaags zijn, een leuk nieuwe rekenspel, een opdracht met de bee-bot, een groot gezelschapspel in vloerformaat, enz.
  • Maak de spelrondes niet te lang en evalueer na iedere ronde kort hoe het ging en geef eventueel direct tips voor verbetering.

De praktische uitvoering:

  • Per circuit plan je drie rondes van 10-15 minuten (ligt aan de activiteit) inclusief korte evaluatie.
  • Je plant naar aanleiding van je beredeneerd aanbod of je methode/thema 3 activiteiten waarbij je voor jezelf een paar observatiepunten noteert en observeert.
  • Bij grotere groepen kun je 6 activiteiten plannen waardoor je er vervolgens  twee sessies (2 x drie rondes) over kunt doen om ze te doorlopen.  Je hebt dan steeds een schema voor twee rekencircuit-middagen.  Maak dan wel even een schema met de activiteiten en de leerlingen zodat jij of je duocollega nog weet wie al bij welk onderdeel heeft gewerkt.
  • Voor elke activiteit in het circuit plan je ongeveer 4-5 kinderen in.
  • Je zet een timetimer aan in de klas of op je digibord voor het monitoren van de tijd, gaat de timer af, dan gaan de handen even vast en evalueren we even kort en we schuiven vervolgens door naar de volgende groep.
  • Bij de evaluatie is het belangrijk dat iedereen even echt goed meeluistert. Dit geeft meteen even een kort rustmoment voor de prikkelgevoelige kinderen. Tijdens het doorlopen van een circuit kan het namelijk soms best rumoerig worden. Houd daar ook rekening mee bij  de activiteiten die je plant. Zorg dat de rustige en meer actieve opdrachten goed in balans zijn in je lokaal.
  • Het is handig om per activiteit een herkenningscijfer of picto op de tafel of bij het spel weg te leggen. “Ga naar tafel x voor je eerste activiteit”.

Bij mijn groep is het ook dit jaar weer een groot succes. Het is altijd even wennen voor sommige kinderen en met het evalueren en het doorschuiven kan het ook wel eens rumoerig worden. Houdt hier duidelijk de regels vast. Veel kinderen willen vaak nog even doorspelen of iets afmaken. Ik laat de kinderen altijd de handen in elkaar slaan (handen vast) wanneer we evalueren. Ik maak ook altijd foto’s van bouwwerkjes of andere creaties die we dan delen op klasbord. Je kunt namelijk niet alles bewaren omdat je vaak maar een beperkte hoeveelheid LEGO of klei hebt.

 

Na een paar rekencircuits hebben de kinderen de werkwijze snel door en  en worden ze al enthousiast bij het idee dat er weer een nieuw rekencircuit komt die middag. “Oh ja juf, leuk met die groepjes”.

 

Ben jij nu ook enthousiast, maar heb je nog niet genoeg inspiratie voor activiteiten? Download dan hier 50 activiteiten die je kunt inplannen in je rekencircuit.

 

Veel plezier ermee en laat mij eens weten hoe het gaat in jouw groep.

Ik ben benieuwd!

Gebruik jij een circuit werkvorm in jouw groep?

Laat het mij weten in een reactie hieronder!
Twee vliegen in één klap: denkgesprekken voeren met kleuters met een lage taalvaardigheid

Twee vliegen in één klap: denkgesprekken voeren met kleuters met een lage taalvaardigheid

Aanrader: Op de site van www.Kleutergewijs.nl stond een paar dagen geleden dit artikel over denkgesprekken bij kleuters.

Twee vliegen in één klap: denkgesprekken voeren met kleuters met een lage taalvaardigheid.

Het sluit volledig aan bij de manier waarop wij in cluster 2 met taal en gesprekken werken met leerlingen. Ik denk echter ook dat dit zeker een aanrader is om te lezen wanneer je met kleuters werkt met een lage taalvaardigheid in het regulier basisonderwijs of in de kinderopvang.
Lezen dus 🙂 !

Wil jij creatief aan de slag met taal en digitale tools?

Bekijk dan al mijntrainingen in de Digitaalspeciaal Online Academy!

Volg vanuit je eigen huiskamer op jouw eigen tempo en tijdstip mijn online trainingen en masterclasses.

Via deze mailinglijst ontvang je meteen een kortingscode waarmee je kortingen kunt krijgen tot 50%!
Ook ontvang je als eerste het laatste nieuws over de Digitaalspeciaal Online Academy.

Bedankt! Je bent succesvol ingeschreven. Ik beloof je dat ik je niet ga spammen, wil je echter toch uitschrijven dan kan dat natuurlijk altijd onderaan elke mail. Bij Gmail en Hotmail komen mijn mails vaak in SPAM terecht. Wil geen enkele mail missen? Voeg mijn mailadres dan toe aan jouw lijst met vertrouwde contacten of bij Gmail aan de mailbox Primair. Groet, Marita

Pin It on Pinterest